Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van
11 mei 2026, nr. 2026-0000183932;
Gelet op artikel XXXXII, eerste lid, van de Wet van 8 april 2026 tot wijziging van
diverse wetten in verband met het overzetten van bepalingen uit de Vangnetregeling
Omgevingswet naar de wet in formele zin, alsmede met het herstellen van wetstechnische
gebreken en leemten (Stb. 2026, 94);
Hebben goedgevonden en verstaan:
’s-Gravenhage, 21 mei 2026
Willem-Alexander
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O’Sullivan
Uitgegeven de derde juni 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
NOTA VAN TOELICHTING
Dit besluit regelt de inwerkingtreding van de Wet van 8 april 2026 tot wijziging van
diverse wetten in verband met het overzetten van bepalingen uit de Vangnetregeling
Omgevingswet naar de wet in formele zin, alsmede met het herstellen van wetstechnische
gebreken en leemten (Stb. 2026, 94) (hierna: de Verzamelwet VRO-BZK 2026). De Verzamelwet VRO-BZK 2026 voorziet in artikel
XXXXII zelf al in de inwerkingtreding van artikel III, onderdelen A, C, E en G. Deze
onderdelen zijn in werking getreden met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin die wet is geplaatst (24 april 2026).
Een deel van de Verzamelwet VRO-BZK 2026 treedt niet direct in werking, maar met ingang
van 1 juli 2026. Dit zijn de artikelen die zien op het overzetten van de bepalingen
van de Vangnetregeling Omgevingswet naar de wet in formele zin. De reden is dat de
ministeriële regeling, die voorziet in het laten vervallen van de desbetreffende bepalingen
uit de Vangnetregeling Omgevingswet, nog niet is vastgesteld.
Bovendien zullen de artikelen XI, onderdeel B, XXIII, onderdeel A, en XXXI van de
Verzamelwet VRO-BZK 2026 niet meer in werking treden. Artikel XI, onderdeel B, voorziet
in een wijziging van een verouderde verwijzing in de Mijnbouwwet. Het is gebleken
dat deze correctie niet geheel juist is. Momenteel is er een wetsvoorstel in internetconsultatie
dat de verwijzing in de Mijnbouwwet op de juiste manier aanpast.1
Ten aanzien van de artikelen XXIII, onderdeel A, en XXXI geldt dat al voorzien wordt
in
deze wijzigingen door twee andere wetten, te weten de Fiscale Verzamelwet 2026 en
de
Wet van 10 februari 2025 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht in verband
met de invoering van beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
tegen besluiten met betrekking tot de luchthavens Schiphol, Lelystad en Rotterdam
en
de militaire luchthaven Eindhoven en van de Wet luchtvaart in verband met de
vantoepassingverklaring van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op
besluiten met betrekking tot de luchthaven Schiphol, de luchthavens van nationale
betekenis en militaire luchthavens en in verband met het corrigeren van een verwijzing
(Stb. 2025, 85). Dit maakt de wijzigingen in de artikelen XXIII, onderdeel A, en XXXI
van de Verzamelwet VRO-BZK 2026 overbodig.
Tot slot zal de inwerkingtreding van artikel III, onderdelen B, D, F en H op een later
moment in een afzonderlijk besluit worden geregeld.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O’Sullivan