Besluit van 21 mei 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele artikelen van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies, artikel II van de Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers en artikelen 7 en 8 van het Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 18 mei 2026, 2026-0000105197, directie Financiële Markten;

Gelet op artikel 30 van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies, artikel IV van de Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers en artikel 12 van het Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin ze worden geplaatst treden in werking:

  • a. de artikelen 7, eerste lid, 8, eerste lid, 9, 15, 16, 17, 20, 21, 23a, tweede lid, 26, onderdelen A, onder 2, B en E, onder 1 en 2 van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies; en

  • b. artikel II van de Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers, met uitzondering van artikel II onderdeel C; en

  • c. de artikelen 7 en 8 van het Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 21 mei 2026

Willem-Alexander

De Minister van Financiën, E. Heinen

Uitgegeven de tweede juni 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Op 1 november 2022 is de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies (hierna: Implementatiewet) in werking getreden met uitzondering van enkele artikelen. Inwerkingtreding van deze artikelen was uitgesteld om de technische realisatie van de benodigde functionaliteiten van het register af te wachten. De realisatie van deze functionaliteiten is inmiddels afgerond. Daarom regelt dit besluit de inwerkingtreding van een groot deel van de overgebleven artikelen.

Op 16 juli 2025 is de Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers in werking getreden (hierna: de Wijzigingswet). Die wet wijzigt onder andere de Implementatiewet. De onderdelen van de Wijzigingswet die nog niet in werking getreden artikelen uit de Implementatiewet wijzigen, zijn ook nog niet in werking getreden. Dit besluit regelt daarom ook de inwerkingtreding van deze artikelen.

Tot slot was inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van het Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies uitgesteld omdat de artikelen uit de Implementatiewet die hiervoor de grondslag vormden nog niet in werking waren getreden. Dit besluit regelt ook voor deze artikelen de inwerkingtreding.

Alle bovengenoemde bepalingen treden in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Staatsblad. Er wordt afgeweken van de vaste verandermomenten omdat deze bepalingen samenhangen met de implementatie van artikel 31 van de Europese richtlijn (EU) 2018/843 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en artikel 74 van de Richtlijn (EU) 2024/1640 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849. Nu de benodigde functionaliteiten gereed zijn, dient de wet zo spoedig mogelijk in werking te treden.

De functionaliteiten die nodig zijn voor artikel 8, tweede en derde lid van de Implementatiewet en de artikelen I, onderdeel B, onder 2, en II, onderdeel C van de Wijzigingswet zijn nog niet gereed. Deze bepalingen zullen dus op een later moment in werking te treden.

De Minister van Financiën, E. Heinen

Naar boven