Besluit van 26 mei 2026, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Rijkswet van 4 februari 2026 tot wijziging van de Schepenwet in verband met de noodzaak tot modernisering van regels, het opleggen van verplichtingen aan de scheepseigenaar en het invoegen van een mogelijkheid tot ongevallenonderzoek

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 21 mei 2026 nr. IenW/BSK-2026/77464, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel III van de Rijkswet van 4 februari 2026 tot wijziging van de Schepenwet in verband met de noodzaak tot modernisering van regels, het opleggen van verplichtingen aan de scheepseigenaar en het invoegen van een mogelijkheid tot ongevallenonderzoek;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Rijkswet van 4 februari 2026, tot wijziging van de Schepenwet in verband met de noodzaak tot modernisering van regels, het opleggen van verplichtingen aan de scheepseigenaar en het invoegen van een mogelijkheid tot ongevallenonderzoek (Stb. 2026, 39), treedt in werking met ingang van 1 juli 2026, met uitzondering van:

  • a. Voor het Europese deel van het Koninkrijk: artikel I, onderdeel G;

  • b. Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba: artikel I, onderdelen G, MM, NN en OO;

  • c. Voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten: artikel I, onderdelen G, MM, NN en OO en artikel II.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 mei 2026

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

Uitgegeven de negenentwintigste mei 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Op grond van dit koninklijk besluit treedt de Rijkswet van 4 februari 2026 tot wijziging van de Schepenwet in verband met de noodzaak tot modernisering van regels, het opleggen van verplichtingen aan de scheepseigenaar en het invoegen van een mogelijkheid tot ongevallenonderzoek, in werking op 1 juli 2026. In het artikel zijn enkele uitzonderingen opgenomen. Artikel I, onderdeel G, is uitgezonderd voor het gehele Koninkrijk, de onderdelen MM, NN en O zijn uitgezonderd voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en artikel II is uitgezonderd voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel I, onderdeel G, betreft het stroomlijnen van de erkenning en aanwijzing van erkende organisaties (klassenbureaus of in bepaalde onderzoeken gespecialiseerde organisaties). Dit onderdeel zal gelijktijdig in werking treden met de modernisering van de regelgeving inzake de erkende organisaties op het niveau van ministeriële regeling. Deze modernisering zal naar verwachting eind 2026 worden gerealiseerd.

Artikel I, onderdelen MM, NN en OO, zien op het schrappen van de regels over havenstaatcontrole in de Schepenwet. Binnen het Koninkrijk is havenstaatcontrole een landsaangelegenheid. Het gaat hier immers om eisen gesteld aan buitenlandse schepen (en niet aan schepen onder de vlag van het Koninkrijk). De havenstaatcontrole van buitenlandse schepen in Nederland is sinds 1998 geregeld op grond van in de Wet havenstaatcontrole. Deze artikelen kunnen pas in werking treden nadat de Wet havenstaatcontrole is aangepast ten aanzien de BES-eilanden en totdat Aruba, Curaçao of Sint Maarten nieuwe nationale wetgeving ten aanzien van havenstaatcontrole hebben vastgesteld.

Artikel II betreft een tweetal wijzigingen van de Rijkswet nationaliteit zeeschepen (Rnz). Deze wijzigingen kunnen voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten pas in werking treden nadat de Rnz in de desbetreffende landen in werking is getreden. Dat is mogelijk nadat de daarvoor benodigde nationale regelgeving is vastgesteld. De Rnz is op 1 juli 2025 voor Nederland in werking getreden.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

Naar boven