Besluit van 20 mei 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 4 februari 2026, houdende wijziging van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde voor een nieuwe werkgever een recht te regelen op een loonkostenvoordeel voor de resterende duur daarvan

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Werk en Participatie van 13 mei 2026, nr. 2026-0000127087;

Gelet op artikel II van de Wet van 4 februari 2026, houdende wijziging van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde voor een nieuwe werkgever een recht te regelen op een loonkostenvoordeel voor de resterende duur daarvan (Stb. 2026, nr. 27);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 4 februari 2026, houdende wijziging van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde voor een nieuwe werkgever een recht te regelen op een loonkostenvoordeel voor de resterende duur daarvan (Stb. 2026, nr. 27) treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, met uitzondering van de onderdelen F en G van artikel I, die in werking treden met ingang van 1 januari 2028.

Onze Minister van Werk en Participatie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 20 mei 2026

Willem-Alexander

De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen

Uitgegeven de zevenentwintigste mei 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Naar boven