Besluit van 20 mei 2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES in verband met de invoering van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg BES [WGK015076]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 januari 2026, nr. 2025-0000298610;

Gelet op artikel 5a, eerste en derde lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 4 maart 2026, No. W12.26.00008/III);

Gezien het nader rapport van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 mei 2026, nr. 2026-0000073144,

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING UITVOERINGSBESLUIT KINDERBIJSLAGVOORZIENING BES

Na hoofdstuk 1 van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 1a. Dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg

Artikel 1a. Aanwijzing intensieve zorg
  • 1. Van intensieve zorg als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van de wet is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de wijze van inschakeling van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de wet;

    • b. de wijze waarop wordt beoordeeld of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid;

    • c. de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de wet wordt gebaseerd.

Artikel 1b. Afspraken tussen minister en adviseur
  • 1. Onze Minister maakt met een rechtspersoon als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES afspraken over de samenwerking en werkwijze in het kader van de verdubbeling van de kinderbijslag bij intensieve zorg.

  • 2. In de in het eerste lid bedoelde afspraken wordt ten minste vastgelegd:

    • a. op welke wijze er beleidsinformatie wordt gedeeld;

    • b. op welke wijze de informatievoorziening aan betrokkenen wordt geregeld;

    • c. op welke manier de invulling van de advisering aan Onze Minister wordt vormgegeven;

    • d. afspraken over privacy en de verwerking van persoonsgegevens.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 20 mei 2026

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

Uitgegeven de zevenentwintigste mei 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

1. Korte inhoud

Dit besluit wijzigt het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES. Het besluit beschrijft op grond van de Wet kinderbijslagvoorziening BES wat voor de dubbele kinderbijslag wordt verstaan onder intensieve zorg. Per ministeriële regeling wordt nader invulling gegeven aan hoe de zorgbehoefte wordt beoordeeld en wie hier advies over uitbrengt.

2. Aanleiding

In Europees Nederland komen ouders van thuiswonende kinderen met een intensieve zorgbehoefte in aanmerking voor een verdubbeling van de kinderbijslag. Deze ouders maken vanwege de zorg die het kind nodig heeft extra kosten. Het gaat daarbij specifiek om kinderen in de leeftijd van 3 tot 18 jaar. Hierbij wordt verondersteld dat kinderen uit de leeftijdscategorie van 0 tot 3 jaar in algemene zin al intensieve zorg en begeleiding van ouders nodig hebben.

Een verdubbeling van de kinderbijslag wegens intensieve zorg ontbrak op Caribisch Nederland. Ouders in Caribisch Nederland met zorgbehoevende kinderen worden echter ook geconfronteerd met extra zorgtaken en kosten. Vanuit Caribisch Nederland en vervolgens vanuit de Tweede Kamer is daarom gevraagd om te verkennen of de dubbele kinderbijslag in Caribisch Nederland ingevoerd kan worden. Uit de verkenning en het principe van «comply or explain» is gebleken dat het wenselijk is om het ook in Caribisch Nederland in te voeren. Met de Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024 is nu de Wet kinderbijslagvoorziening BES voorzien van een grondslag voor een verdubbeling van het kinderbijslagbedrag bij intensieve zorg.

Het opstellen van regelgeving en gereedmaken van de uitvoering kosten echter tijd. Daarom zijn er vanaf 2022 jaarlijks tegemoetkomingen aan ouders van kinderen met een intensieve zorgbehoefte uitgekeerd. Met de inwerkingtreding van dit besluit wordt voorzien in een structurele regeling.

3. Hoofdlijnen van het voorstel

Het uitgangspunt van de tijdelijke tegemoetkomingen was om zo goed als mogelijk aan te sluiten bij de beoogde invoering van de dubbele kinderbijslag wegens intensieve zorg (hierna: DKIZ BES). Daarom werd voor de tijdelijke tegemoetkoming een vergelijkbare uitvoeringssystematiek gehanteerd. Dit besluit licht voor de invoering van de DKIZ BES toe wat wordt verstaan onder intensieve zorg. Ook wordt voorgeschreven dat de minister met de adviseur afspraken maakt over de werkwijze, waarin bijzondere aandacht is voor de uitwisseling van (bijzondere) persoonsgegevens tussen de minister en de adviseurs en het waarborgen van het recht op privacy. Dat is van groot belang, omdat het deels gaat om verwerking van gezondheidsgegevens van kinderen.

Per ministeriële regeling wordt nader invulling gegeven aan hoe de zorgbehoefte wordt beoordeeld en wie hier advies over uitbrengt. Conform de Europees Nederlandse variant van de DKIZ, is niet gekozen voor nadere invulling hiervan op amvb-niveau.

3.1 Intensieve zorg

Voor het recht op dubbele kinderbijslag voor een thuiswonend kind is bepalend of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES. Het onderhavige besluit bepaalt dat hiervan sprake is als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard.

Dit criterium valt uiteen in twee voorwaarden: ten eerste dient het kind ernstig beperkt te zijn in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard. Deze voorwaarde vergt een objectief medische diagnose. Ten tweede dient de verzorging en oppassing van de ouders in ernstige mate te worden verzwaard als gevolg van die ziekte of stoornis. Dit wordt beoordeeld aan de hand van vijf onderdelen in elk van de twee categorieën verzorging en oppassing. Bij verzorging moet men bijvoorbeeld denken aan hulp bij de lichaamshygiëne en de mate van zindelijkheid. Bij oppassing geldt dit bijvoorbeeld voor de mate van zelfstandigheid zowel binnenshuis als buitenshuis. Deze onderdelen en categorieën worden uitgewerkt in een ministeriële regeling op basis van dit besluit. Aan de hand van deze ministeriële regeling kan worden bepaald of de oppassing en verzorging zodanig zijn dat sprake is van intensieve zorg.

Bij de beoordeling van intensieve zorg weegt ook de leeftijd van het kind mee. Voor oudere kinderen is een lagere score nodig om een intensieve zorgbehoefte vast te stellen. De reden hiervoor is dat gezonde kinderen steeds zelfstandiger worden naarmate ze ouder worden en daarom minder zorg vragen van de ouders. Oudere kinderen die extra zorg nodig hebben als gevolg van hun ziekte of stoornis vragen daarom bij een lagere score relatief veel van de ouders.

Een ander aandachtspunt bij de beoordeling is of er sprake is van herstelperspectief. Vanwege de jonge leeftijd van de doelgroep en dat zij zich nog volop kunnen ontwikkelen, zijn er ziektes met een (volledig) herstelperspectief. Het recht op DKIZ wordt na verloop van tijd opnieuw beoordeeld als er perspectief op herstel is.

3.2 Uitvoering en adviseurs intensieve zorg

De RCN-unit SZW keert in Caribisch Nederland namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister) kinderbijslag uit aan rechthebbenden. De RCN-unit SZW neemt de aanvraag en uitbetaling van de DKIZ BES op zich. Zij beschikt echter niet over de benodigde expertise om vast te stellen of er sprake is van intensieve zorg. Daarom wint de RCN-unit SZW advies in over of er sprake is van een intensieve zorgbehoefte.

Voor het beoordelen of er sprake is van een intensieve zorgbehoefte zijn er verschillende adviseurs. De rechtspersonen waar zij voor werken worden bij ministeriële regeling aangewezen voor de drie verschillende eilanden.

Op basis van het ontvangen advies over de zorgbehoefte neemt de RCN-unit SZW namens de minister een besluit en stuurt ouders een beschikking. De afhandeltermijn voor een aanvraag is maximaal acht weken. Vervolgens betaalt de RCN-unit SZW maandelijks een verdubbeling van de kinderbijslag uit.

4. Verhouding nationale regelgeving en hoger recht

4.1. Mensenrechten

Voor de uitvoering van deze regeling worden (bijzondere) persoonsgegevens uitgewisseld tussen medisch behandelaren, de rechtspersonen die het medisch advies coördineren en de RCN-unit SZW. Hierbij is het recht op bescherming van de privacy van de betrokken ouders en hun kinderen aan de orde, zoals neergelegd in artikel 10 van de Grondwet, artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Wet bescherming persoonsgegevens BES. Op de laatste twee wordt hieronder nader ingegaan.

Het uitwisselen en verwerken van persoonsgegevens door overheidsinstellingen vormt in beginsel inmenging in de privacy van de burgers op wie die persoonsgegevens betrekking hebben. Een inmenging in de privacy is toegestaan als het aan de volgende drie voorwaarden voldoet: de inbreuk kent een wettelijke basis, dient een legitiem doel en is noodzakelijk in een democratische samenleving. De wettelijke grondslag voor het verstrekken van een tegemoetkoming voor een kind met intensieve zorg op grond is te vinden in artikel 5a van de Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024.

De verdubbeling van de kinderbijslag bij intensieve zorg is een door de wetgever vastgelegde voorziening voor ouders die moeten voorzien in een grote zorgbehoefte van hun kinderen. De regeling wordt uitgevoerd door de RCN-unit SZW op grond van een advies van de adviseur intensieve zorg. Het verwerken van (bijzondere) persoonsgegevens is noodzakelijk om te beoordelen of het recht op de tegemoetkoming bestaat. Dit doel kan niet op een andere manier worden bereikt dan door gegevensverwerking. De inbreuk op de privacy dient daarom een legitiem doel en is noodzakelijk om het doel van de regeling te kunnen verwezenlijken.

4.2 Wet bescherming persoonsgegevens BES

Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling worden door de RCN-unit SZW en de adviseurs (gezondheids)gegevens verwerkt. Het gaat om gegevens van kinderen ten aanzien van wie ouders een aanvraag doen voor dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg, en van kinderen waarvoor in de periode 2022 – 2025 een tegemoetkoming is verstrekt op grond van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES of de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024.

Omdat de verwerking van de gegevens, gelet op de achtergrond van de verdubbeling van kinderbijslag bij intensieve zorg, per definitie informatie geeft over de gezondheidstoestand van het kind, moeten de gegevens worden aangemerkt als gezondheidsgegevens in de zin van artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES (hierna: Wbp BES). Op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel f, onder 1° van de Wbp BES mogen deze gegevens verwerkt worden ten behoeve van de uitvoering van aanspraken die voortvloeien uit de gezondheidstoestand van de betrokkene. Deze aanspraak is uitgewerkt in artikel 5a van de Wet kinderbijslagvoorziening BES. De medische gegevens worden verwerkt ten behoeve van het afgeven van een advies over de vraag of sprake is van intensieve zorg zoals bedoeld in artikel 1a van dit besluit.

Ten overvloede wordt hier opgemerkt dat toestemming van een belanghebbende ouder of verzorger om gegevens te verwerken, zoals bedoeld in artikel 23, eerste lid en onder a, van de Wbp BES, geen afdoende grondslag zou opleveren voor het verwerken van gegevens die nodig zijn voor het vertrekken van tegemoetkomingen in de sociale zekerheid. Dat heeft te maken met de afhankelijkheidsrelatie tussen de burger en een uitvoeringsinstantie zoals de RCN-unit SZW. Wil je in aanmerking komen voor een tegemoetkoming zul je verplicht een bepaald soort informatie moeten delen. De verplichting om informatie te delen staat op gespannen voet met de idee dat toestemming in alle vrijheid gegeven moet worden. De grondslag van de verwerking is daarom gelegen in de noodzaak van een goede vervulling van een publiekrechtelijk taak zoals bedoeld in artikel 8, onder e, Wbp BES.

Om de verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens zoveel mogelijk te beperken verzamelt de RCN-unit SZW zelf zo min mogelijk (gezondheids)gegevens. In de aanvraag wordt alleen om persoonsgegevens gevraagd die nodig zijn voor contact en indentiteitsverificatie en door de RCN-unit SZW aan de adviseur doorgegeven worden. De adviseur neemt contact op met de ouders en ontvangt de (medische) informatie die voor het advies noodzakelijk is. Zo nodig kunnen de ouders de adviseur machtigen om informatie bij derden in te winnen. Deze informatie wordt niet met de RCN-unit SZW gedeeld. Met de RCN-unit SZW wordt uitsluitend gedeeld of er aanspraak bestaat op de tegemoetkoming (ja/nee) en of er sprake is van een herstelperspectief. Dit gebeurt in de vorm van een vervaldatum van het advies.

De RCN-unit SZW maakt afspraken met de verschillende adviseurs om de privacy van de betrokkenen te waarborgen. Deze afspraken zijn schriftelijk vastgelegd in samenwerkafspraken en overeenkomsten. De adviseurs moeten daarbij worden aangemerkt als verantwoordelijke conform artikel 1, tweede lid, onder d, van de Wbp BES.

De gegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de DKIZ BES conform artikel 10 Wbp BES. Voor wetenschappelijk onderzoek of de evaluatie van de regeling kunnen er geanonimiseerde gegevens worden uitgewisseld tussen de adviseur en de RCN-unit SZW, en eventueel ook onderzoekers. Deze gegevens zijn onder andere van waarde voor de voorbereiding en doorontwikkeling van de dubbele kinderbijslag intensieve zorg voor Caribisch Nederland. De grondslag voor deze verwerking is gelegen in de artikelen 9, derde lid, 21, vierde lid, en 23, tweede lid, Wbp BES.

4.3 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG)

De activiteiten voor deze regeling vinden volledig plaats in Caribisch Nederland. Er vindt geen uitwisseling plaats van persoonsgegevens met het Europese deel van Nederland, hoewel de RCN-unit SZW formeel namens de Minister van SZW handelt. Op grond van artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie – dat gaat over het territoriale toepassingsgebied van het EU-recht – de EU-rechtspraak en de relevante juridische literatuur kan de vraag gesteld worden of de AVG van toepassing is op de uitvoering van de DKIZ BES. Ongeacht het antwoord op die vraag is er echter voor gekozen om materieel uit te gaan van het (hogere) beschermingsniveau van de AVG, en is er onder meer met een DPIA (Data Protection Impact Assesment)1 voor gezorgd dat de verwerking van persoonsgegevens door de minister (in de praktijk de RCN-unit SZW) conform de AVG plaatsvindt.

5. Financiële gevolgen

In de Wijzigingswet SZW-wetten BES 20242 is reeds een grondslag opgenomen voor verdubbeling van het maandelijkse bedrag van de kinderbijslag BES indien er sprake is van intensieve zorg. De budgettaire effecten van de invoering van dubbele kinderbijslag intensieve zorg zijn reeds opgenomen in de Wijzigingswet. Het gaat om structureel circa € 150.000 hogere uitgaven aan de kinderbijslagvoorziening BES en € 100.000 per jaar aan hogere uitvoeringskosten. Dit besluit werkt de dubbele kinderbijslag intensieve zorg nader uit. Er volgen daarom geen extra kosten uit dit besluit.

6. Ontvangen commentaren

Dit besluit is tegelijk met de onderliggende ministeriële regeling tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de RCN-unit SZW als uitvoerder van de DKIZ BES. Daarnaast zijn het besluit en de ministeriële regeling voorgelegd aan de bestuurscolleges van Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

6.1 Uitvoeringstoets RCN-unit SZW

De RCN-unit SZW heeft in september 2024 een uitvoeringstoets gedaan. Daarbij is geconcludeerd dat de beoogde inwerkingtreding op 1 juli 2025 niet haalbaar was. Zowel het ministerie als de RCN-unit SZW hadden meer voorbereidingstijd nodig om alle aanpassingen door te voeren. De RCN-unit heeft aangegeven dat 1 juli 2026 wel haalbaar is.

In de uitvoeringstoets vraagt de RCN-unit SZW aandacht voor de aanwijzing van de adviseurs, de financieringsstructuur van de adviezen (kostprijsmodel), de waarborging van de kwaliteit en kenbaarheid van de adviezen als ook de continuïteit daarvan. Die toets gaf geen aanleiding om het besluit te wijzigen, wel om de nota van toelichting aan te scherpen. De meeste opmerkingen hebben betrekking op de ministeriële regeling. Deze wordt in nauw overleg met de RCN-unit SZW aangepast.

Vanuit de RCN-unit SZW kwam de vraag of de interpretatie van het begrip «ouder» eventueel verduidelijkt zou kunnen worden. De regeling geeft namelijk invulling aan hoe de intensieve zorgbehoefte uit het besluit wordt beoordeeld, maar gaat niet in op de rol van de ouders. De beoordeling van de zorgbehoefte die in de regeling wordt uitgewerkt, betreft de zorgbehoefte van het kind. Naar aanleiding van deze vraag is in het artikelsgewijze deel van de toelichting verduidelijkt dat met de «ouders» die in het besluit genoemd worden, de ouders bedoeld worden die recht hebben op kinderbijslag.

6.2 Adviezen bestuurscolleges Bonaire, Saba en Sint Eustatius

De bestuurscolleges van Bonaire, Saba en Sint Eustatius hebben kennisgenomen van de concepten van de wijziging van het uitvoeringsbesluit en de regeling kinderbijslagvoorziening BES en onderschrijven het belang van het mogelijk maken van een verdubbeling van de kinderbijslag wegens intensieve zorg net zoals in Europees Nederland al het geval is. De regeling speelt in op een duidelijke behoefte aan financiële ondersteuning van gezinnen met een zware zorglast. Ook zorgt de structurele regeling voor continuïteit van een voorziening waarmee ouders vertrouwd zijn geraakt.

6.3 Advies Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES

De Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES heeft een positief advies uitgebracht over de concepten van de wijziging van het uitvoeringsbesluit en de regeling kinderbijslagvoorziening BES. De commissie concludeert dat de gegevensverwerking noodzakelijk, proportioneel en juridisch toelaatbaar is, mits de opgenomen waarborgen strikt worden nageleefd. Zij onderschrijft onder meer de beperkte gegevensuitwisseling, het bezwaarrecht van ouders in het kader van het overgangsrecht, uitgewerkt in de onderliggende regeling, en het gebruik van een DPIA.

6.4 Internetconsultatie

Op de internetconsultatie van het besluit en de onderliggende ministeriële regeling zijn een openbare reactie en twee niet-openbare reacties gekomen, waarvan een niet volledig. In de reacties wordt steun voor het voorstel uitgesproken en wordt gevraagd hoe de ouders van deze kinderen in aanmerking komen voor een beoordeling. Via verschillende kanalen worden ouders benaderd dat ze eventueel in aanmerking komen voor verdubbeling van de kinderbijslag. Vanuit de RCN-unit SZW wordt ingezet op communicatie aan ouders via onder meer persbericht(en), sociale media, website(s), en interviews. Daarnaast worden zorg- en hulpverleners geïnformeerd via de adviseur en middels een nieuwsbrief, zodat zij ouders kunnen attenderen op de regeling.

7. Regeldruk

De voorgenomen Uitvoeringsregeling kinderbijslagvoorziening BES gaat nader in op de regeldrukeffecten. De ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

8. Andere gevolgen

In het voorstel is rekening gehouden met het doenvermogen van ouders door de mogelijkheid om ambtshalve toe te kennen aan ouders wiens kinderen voor de tijdelijke tegemoetkoming al zijn beoordeeld op hun zorgbehoefte en evident geen herstelperspectief hebben. Dit wordt bij ministeriële regeling verder uitgewerkt. Anders dan in de Europees Nederlandse regelgeving voor de DKIZ, is in dit besluit niet vastgelegd dat de bepaling van de zorgbehoefte op verzoek plaatsvindt. Daarom hoeft de mogelijkheid voor een ambtshalve beoordeling ook niet op amvb-niveau te worden geregeld. Verder worden ouders ondersteund bij het invullen van een vragenformulier voor de beoordeling van de zorgsituatie.

9. Inwerkingtreding

De wettelijke grondslag voor deze wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES is op 1 juli 2025 in werking getreden. Met de uitvoering kan begonnen worden op 1 juli 2026. Dit besluit treedt daarom in werking op 1 juli 2026. Voor zover er sprake zou kunnen zijn van nadeel door het verschil in inwerkingtreding tussen besluit en wettelijke grondslag, is dit nadeel ondervangen door de tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024.

De termijn tussen de publicatie en de inwerkingtreding van dit besluit is minder dan twee maanden. Daarmee wordt afgeweken van de minimuminvoeringstermijn uit aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Gezien het belang van inwerkingtreding voor de doelgroep, en het feit dat uitvoering per 1 juli 2026 mogelijk is, is ervoor gekozen om de inwerkingtreding niet verder te vertragen.

II. Artikelsgewijs

Artikel I. Wijziging Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES

Dit besluit wijzigt het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES.

Artikel 1a. Aanwijzing intensieve zorg

In artikel 1a van het besluit wordt uitgewerkt wat er moet worden verstaan onder «intensieve zorg» voor de uitvoering van de dubbele kinderbijslag intensieve zorg BES. Deze uitwerking is ontleend aan artikel 11 van het Besluit uitvoering kinderbijslag. Dat besluit heeft betrekking op de uitvoering van de kinderbijslag in het Europese deel van Nederland.

De verwoording komt overeen met het begrip intensieve zorg zoals dat gebruikt is in de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES, dat vooruitliep op deze structurele regeling. In het besluit wordt met het begrip ouder, evenals in Europees Nederland, de ouder bedoeld die recht heeft op kinderbijslag.

In het tweede lid is een grondslag opgenomen voor het verder uitwerken van de genoemde onderwerpen in de voorgenomen wijziging van de Regeling kinderbijslagvoorziening BES. In die regeling zal ook de aanwijzing plaatsvinden van de rechtspersoon waarbij de minister het op medische gegevens gebaseerde advies zal inwinnen. Deze aanwijzing door de minister vindt plaats op basis van artikel 5a, tweede lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES.

Artikel 1b. Afspraken tussen minister en adviseur

De minister maakt met de rechtspersoon waarbij het op medische gegevens gebaseerde advies zal worden ingewonnen in het kader van de uitvoering van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg, afspraken over de werkwijze. Bij het maken en vastleggen van deze afspraken wordt rekening gehouden met de bevindingen van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan het borgen van de privacy van betrokkenen, en het minimaliseren van de hoeveelheid uitgewisselde (bijzondere) persoonsgegevens.

Artikel II. Inwerkingtreding

Dit besluit is een nadere uitwerking van de bepalingen rondom de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg die aan de Wet kinderbijslagvoorziening BES zijn toegevoegd door middel van de Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024. Deze zijn op 1 juli 2025 in werking getreden. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2026. Zie voor een nadere toelichting op de inwerkingtreding hoofdstuk 9 van het algemeen deel van de toelichting.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Een DPIA, of «gegevensbeschermingseffectbeoordeling», is een verplichte risicoanalyse onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

X Noot
2

Kamerstukken II 2023/2024, 36.557, nr. 2 en 3.


X Noot
1

Een DPIA, of «gegevensbeschermingseffectbeoordeling», is een verplichte risicoanalyse onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

X Noot
2

Kamerstukken II 2023/2024, 36.557, nr. 2 en 3.

Naar boven