Besluit van 19 januari 2026, houdende wijziging van lijst I en II, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing van enkele stoffen op deze lijsten [KetenID WGK027896]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24 november 2025, kenmerk 4291899-1091259-WJZ;

Gelet op artikel 3a, eerste lid, van de Opiumwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 december 2025, nr. W13.25.00349/III);

Gezien het nader rapport van de Staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 januari 2026, kenmerk 4321522-1091259-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Lijst I, behorende bij de Opiumwet, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na de tekst die betrekking heeft op het middel 25I- NBOMe wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

–;

b. in de kolom «andere benamingen»:

2-fluordeschloorketamine;

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

2-(2-fluorfenyl)-2-(methylamino)cyclohexaan-1-on;

2. Na de tekst die betrekking heeft op het middel brorfine wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

butonitazeen;

b. in de kolom «andere benamingen»:

–;

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

–;

3. Na de tekst die betrekking heeft op het middel dioxafetylbutiraat wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

–;

b. in de kolom «andere benamingen»:

dipentylon (N,N-dimethylpentylon);

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

1-(2H-1,3-benzodioxol-5-yl)-2-(dimethylamino)pentaan-1-on;

4. Na de tekst die betrekking heeft op het middel etonitazeen wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

–;

b. in de kolom «andere benamingen»:

etonitazepipne (N-piperidino- etonitazeen);

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

2-[(4-ethoxyfenyl)methyl]-5-nitro-1-(2-piperidin-1-ylethyl)-1H-benzimidazol;

5. Na de tekst die betrekking heeft op het middel heroïne, diamorfine wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

–;

b. in de kolom «andere benamingen»:

HHC (hexahydrocannabinol);

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

6a,7,8,9,10,10a-hexahydro-6,6,9-trimethyl-3-pentyl-6H-dibenzo[b,d]pyran-1-ol;

6. Na de tekst die betrekking heeft op het middel metonitazeen wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

–;

b. in de kolom «andere benamingen»:

metonitazepyne (N-pyrrolidino-metonitazeen);

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

2-[(4-methoxyfenyl)methyl]-5-nitro-1-(2-pyrrolidin-1-ylethyl)-1H-benzimidazol;

7. Na de tekst die betrekking heeft op het middel norcodeïne wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

–;

b. in de kolom «andere benamingen»:

norisotonitazeen (N-desethyl isotonitazeen);

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

N-ethyl-2-[(4-(1-methylethoxy)fenyl]methyl]-5-nitro-1H-benzimidazol-1-ethaanamine;

8. Na de tekst die betrekking heeft op middel protonitazeen wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

–;

b. in de kolom «andere benamingen»:

protonitazepyne (N-pyrrolidino-protonitazeen);

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

2-[(4-Propoxyfenyl)methyl]-5-nitro-1-(2-pyrrolidin-1-ylethyl)-1H-benzimidazol;

ARTIKEL II

Lijst II, behorende bij de Opiumwet, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na de tekst die betrekking heeft op het middel bromazepam wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

–;

b. in de kolom «andere benamingen»:

bromazolam;

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

–;

2. Na de tekst die betrekking heeft op het middel camazepam wordt ingevoegd:

a. in de kolom «International Non-proprietary Name (INN)»:

carisoprodol;

b. in de kolom «andere benamingen»:

–;

c. in de kolom «nadere omschrijving»:

–;

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 januari 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen

Uitgegeven de zevenentwintigste januari 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit heeft tot doel lijst I en II behorende bij de Opiumwet te wijzigen. Met deze wijziging wordt een aantal nieuwe psychoactieve stoffen aan de bij de Opiumwet behorende lijst I en II toegevoegd.

Vanwege ernstige gezondheidsrisico’s en ernstige sociale risico’s is in internationaal verband besloten een aantal nieuwe psychoactieve stoffen te onderwerpen aan controlemaatregelen. Met het onderhavige besluit worden deze nieuwe psychoactieve stoffen op lijst I en II behorende bij de Opiumwet geplaatst. Op grond van artikel 2 van de Opiumwet is het verboden om de middelen die op lijst I van deze wet staan binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken, te vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen. Op grond van artikel 3 van de Opiumwet geldt hetzelfde voor middelen die op lijst II van de Opiumwet staan. Concreet gaat het om de plaatsing van de middelen 2-fluordeschloorketamine, butonitazeen, dipentylon, etonitazepipne, HHC, metonitazepyne, norisotonitazeen en protonitazepyne op lijst I en bromazolam en carisoprodol op lijst II.

Met dit besluit wordt uitvoering gegeven aan vier besluiten van 19 maart 2024 en aan zes besluiten van 12 maart 2025 van de Commission on Narcotic Drugs (hierna: CND).1 Ten eerste heeft de CND op grond van artikel 3 van het op 30 maart 1961 te New York tot stand gekomen Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen (Trb. 1962, 30) besloten butonitazeen, etonitazepipne, HHC, metonitazepyne, norisotonitazeen en protonitazepyne te onderwerpen aan controlemaatregelen. Daarnaast heeft de CND op grond artikel 2, vijfde lid, van het Verdrag inzake psychotrope stoffen (Trb. 1989, 129) besloten 2-fluordeschloorketamine, butonitazeen, carisoprodol, dipentylon en HHC te onderwerpen aan controlemaatregelen. De CND is tot deze besluiten gekomen na een risicoanalyse door de WHO waarin is geconcludeerd dat de middelen een onaanvaardbaar risico vormen.

Op grond van de artikelen 4 en 2, zevende lid, van de respectievelijke verdragen, zijn staten vervolgens verplicht tot het onderwerpen van deze stoffen aan controlemaatregelen. In Nederland zijn die maatregelen neergelegd in de Opiumwet. Gelet op de ernstige gezondheidsrisico’s, worden acht nieuwe psychoactieve stoffen, te weten 2-fluordeschloorketamine, butonitazeen, dipentylon, etonitazepipne, HHC, metonitazepyne, norisotonitazeen en protonitazepyne aangemerkt als harddrugs. De nieuwe stoffen worden toegevoegd aan lijst I (artikel I). Deze stoffen hebben namelijk een vergelijkbare werking als de stoffen die al op lijst I behorende bij de Opiumwet staan. Bromazolam en carisoprodol hebben een vergelijkbare werking als stoffen die al op de bij de Opiumwet behorende lijst II staan. Daarom worden deze stoffen met dit besluit toegevoegd aan lijst II (artikel II).

Voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: BES) geldt een apart wettelijk kader, namelijk de Opiumwet 1960 BES. Voor het onderwerpen van psychoactieve stoffen aan controlemaatregelen op de BES volgt derhalve een separaat traject.

Artikel III regelt de inwerkingtredingsdatum van dit besluit. Vanwege de onaanvaardbare risico’s die kleven aan deze nieuwe psychoactieve stoffen wordt afgeweken van de zogenoemde vaste verandermomenten. Daarnaast betreft het implementatie van besluiten van een volkenrechtelijke organisatie. Op grond van artikel 3, zevende lid, van het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen moeten besluiten zo spoedig mogelijk in werking treden. Deze algemene maatregel van bestuur treedt daarom in werking op de dag na publicatie in het Staatsblad.

Regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Voorhang

In overeenstemming met artikel 3a, vierde lid, van de Opiumwet, is een ontwerp van deze algemene maatregel van bestuur op 19 september 2025 aan beide Kamers der Staten–Generaal gezonden (Kamerstukken II 2025/26, 35 863, nr. 3). Dit heeft geen aanleiding gegeven tot opmerkingen of aanpassingen aan het wijzigingsbesluit.

Transponeringstabel

In onderstaande transponeringstabel is aangegeven welk besluit van de Commissie voor verdovende middelen is geïmplementeerd met onderhavig wijzigingsbesluit.

Internationaal besluit

Onderdeel van onderhavig besluit

Decision 67/1

Artikel I, onder 2

Decision 67/3

Artikel I, onder 3

Decision 67/4

Artikel I, onder 1

Decision 67/5

Artikel II, onder 1

Decision 68/1

Artikel I, onder 8

Decision 68/2

Artikel I, onder 6

Decision 68/3

Artikel I, onder 4

Decision 68/4

Artikel I, onder 7

Decision 68/5

Artikel I, onder 5

Decision 68/6

Artikel II, onder 2

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen


X Noot
1

Het gaat om Decisions 67/1, 67/3, 67/4, 67/5, 68/1, 68/2, 68/3, 68/4, 68/5 en 68/6 van de CND, raadpleegbaar via: https://www.unodc.org/unodc/en/commissions/CND/Resolutions_Decisions/resolutions-and-decisions-2020-2029.html.


X Noot
1

Het gaat om Decisions 67/1, 67/3, 67/4, 67/5, 68/1, 68/2, 68/3, 68/4, 68/5 en 68/6 van de CND, raadpleegbaar via: https://www.unodc.org/unodc/en/commissions/CND/Resolutions_Decisions/resolutions-and-decisions-2020-2029.html.

Naar boven