Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van
30 juni 2025, nr. 2025-000013312;
Gelet op artikel 13, eerste lid, van de Wet banenafspraak;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Enig artikel
De artikelen 7, onderdelen F, subonderdelen 1, onder a, b, en c, en 2, G en L, en
8, onderdelen A, B, C, D, E, subonderdelen 1, 3, 4 en 5, F, G, H, subonderdeel 1,
J, subonderdeel 1, en K, van de Wet banenafspraak treden in werking met ingang van
1 januari 2026.
’s-Gravenhage, 3 juli 2025
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel
Uitgegeven de negende juli 2025
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
NOTA VAN TOELICHTING
1. Algemeen
Dit inwerkingtredingsbesluit regelt de inwerkingtreding van een deel van de Wet banenafspraak
met ingang van 1 januari 2026.
De onderwerpen die met dit besluit in werking treden zijn een beperkte verbreding
van de doelgroep banenafspraak en een vereenvoudiging van de wijze waarop werkgevers
gebruik kunnen maken van het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak. De onderwerpen
in de Wet banenafspraak die met dit besluit nog niet in werking treden zijn het opheffen
van het onderscheid tussen markt en overheid en de invoering van de nieuwe quotumregeling.
Het opheffen van het onderscheid tussen markt en overheid heeft de regering afhankelijk
gemaakt van realisaties van banen binnen de banenafspraak bij de overheid. Voor nu
hebben de realisaties bij de overheid nog geen aanleiding gegeven om dit onderscheid
op te heffen. Daarom is dit gedeelte van de Wet banenafspraak niet meegenomen in dit
inwerkingtredingsbesluit. Daarmee samenhangend wordt de nieuwe quotumregeling nog
niet ingevoerd zolang het onderscheid tussen markt en overheid niet is opgeheven.
2. Artikelsgewijs
Dit besluit regelt de inwerkingtreding van een aantal artikelen, en onderdelen daarvan,
in de Wet banenafspraak met ingang van 1 januari 2026. Hieronder wordt artikelsgewijs
benoemd tot welke wijzigingen dit leidt. Deze wijzigingen zijn inhoudelijk toegelicht
in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel banenafspraak en in de toelichting
bij de nota van wijziging op dat wetsvoorstel.
Artikel 7 – Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen
Onderdeel F, onderdeel 1, onder a, b, en c
Hiermee wordt de doelgroep banenafspraak verbreed met mensen in de Wajong die duurzaam
geen arbeidsvermogen hebben en werken bij een reguliere werkgever, en mensen in de
WIA die als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn aangemerkt en werken met loondispensatie.
Deze wijziging is inhoudelijk toegelicht in de toelichting bij de nota van wijziging
op het wetsvoorstel banenafspraak.
Onderdeel F, onderdeel 2
Hiermee vindt een technische wijziging plaats van artikel 38b, tweede lid, van de
Wet financiering sociale verzekeringen.
Onderdeel G
Hiermee kan het UWV aan een werkgever mededelen gedurende welke periode in een lopend
kalenderjaar of in het voorgaande kalenderjaar een persoon is opgenomen in de registratie
van arbeidsbeperkten.
Onderdeel L
Hiermee wordt de opschorting van de quotumheffing verlengd tot het moment van inwerkingtreding
van het nieuwe stelsel van de banenafspraak.
Artikel 8 – Wijziging van de Wet tegemoetkomingen loondomein
Onderdelen A, B, C, D, G, H, onderdeel 1, en J, onderdeel 1
Dit zijn technische wijzigingen in de Wet tegemoetkomingen loondomein.
Onderdeel E, onderdelen 1, 3, 4 en 5, F en G, onderdeel 2
Hiermee worden een aantal wijzigingen aangebracht in het loonkostenvoordeel doelgroep
banenafspraak.
Onderdeel K
Hiermee wordt overgangsrecht geregeld voor de wijzigingen in het loonkostenvoordeel
doelgroep banenafspraak.
Zoals toegelicht in de memorie van toelichting hoeft artikel 8, onderdeel I, niet
meer in werking te treden, aangezien het lage-inkomensvoordeel op dit moment al is
afgeschaft. Dit is gebeurd met ingang van 1 januari 2025. Onderdeel I betreft een
technische wijziging.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel