Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-
Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die dezen zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels omtrent de huurtoeslag
te vereenvoudigen;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op de huurtoeslag wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1, onderdeel g, wordt «Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties»
vervangen door «Onze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening».
B
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
2. In het tweede lid, eerste zin, wordt «de aanhef van dat lid laatstbedoelde» vervangen
door «onderdeel b van dat lid bedoelde».
3. Het derde lid vervalt.
C
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. De aanhef komt te luiden: De maximale huurgrens is:
b. In onderdeel a vervalt «hoger is dan» en wordt «23 jaar» telkens vervangen door «21
jaar».
c. In onderdeel b vervalt «hoger is dan».
2. Het tweede en derde lid vervallen.
3. Het vierde lid wordt vernummerd tot tweede lid.
D
Het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, wordt, na toepassing van artikel 27
van de Wet op de huurtoeslag, verhoogd met € 4.
E
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt na toepassing van artikel 27 van de Wet
op de huurtoeslag, verhoogd met € 4.
2. In het vierde lid, aanhef, en het vijfde lid, wordt «tweede lid» vervangen door «derde
lid».
F
Aan artikel 21, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
G
In artikel 27, achtste lid, vervalt «5, derde lid, onderdelen a, b, c en d (maximum
service- kosten),».
H
In artikel 49, eerste lid, wordt «11 en 13» vervangen door «en 11».
I
In artikel 50 wordt «27, negende lid» vervangen door «27, achtste lid».
J
Artikel 55, vierde, zevende en achtste lid, vervallen.
K
De artikelen 56 en 56b vervallen.
ARTIKEL IA
Onze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zendt binnen twee jaar
na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid
en de effecten van deze wet in de praktijk.
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met
uitzondering van artikel I, onderdelen E, onder 2, en I, die in werking treden met
ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt
geplaatst.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 18 december 2024
Willem-Alexander
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
M.G.G. Keijzer
Uitgegeven de twintigste december 2024
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel