Wet van 20 december 2023 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2024)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2024 en volgende jaren wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.20, tweede lid, wordt «de zonnepanelen een vermogen hebben van ten minste 1 kilowattpiek» vervangen door «het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek gedeeld door het verbruik in wattuur per kilometer ten minste 7 is». Voorts wordt een zin toegevoegd, luidende: Het verbruik in wattuur wordt gemeten overeenkomstig bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PbEU 2017, L 175).

B

Aan artikel 3.104, onderdeel p, wordt toegevoegd «, alsmede vervoersvoorzieningen die strekken tot verbetering van de leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel rechtstreeks samenhangen met eerstgenoemde vervoersvoorzieningen».

C

Artikel 3.133, negende lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef vervalt «indien».

2. In de onderdelen a en b wordt voor «de verzekeringnemer» ingevoegd «indien».

3. In onderdeel c wordt voor «het gezamenlijke bedrag» ingevoegd «voor zover».

D

Artikel 5.14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, wordt na «toezicht,» ingevoegd «of onderdelen van banken,».

2. In het zevende lid wordt na «met betrekking tot» ingevoegd «het administratieve onderscheid tussen het onderdeel van de bank dat het groenfonds is en de overige onderdelen van de bank en met betrekking tot».

Da

In artikel 5.16b, eerste lid, wordt «het bedrag, genoemd in artikel 3.127, derde lid,» vervangen door «het in artikel 3.127, derde lid, als eerste vermelde bedrag».

E

Artikel 6.38 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot vierde tot en met zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Periodieke giften in natura waarvan de waarde in het economische verkeer in totaal meer bedraagt dan € 10.000 per kalenderjaar, worden voor de toepassing van het eerste lid slechts in aanmerking genomen voor zover die waarde in het economische verkeer volgt uit een onafhankelijk taxatierapport of een factuur.

  • 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder giften in natura mede begrepen een kwijtschelding van een vordering die betrekking heeft op een of meer vermogensbestanddelen in natura.

2. In het vijfde lid (nieuw) wordt na «tweede» ingevoegd «en vierde». Voorts wordt een zin toegevoegd, luidende: Over deze periode geldt voor de toepassing van het tweede lid, in plaats van een bedrag van € 10.000, een bedrag van € 20.000.

3. Onder vernummering van het zesde lid (nieuw) tot achtste lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 6. De akte van schenking kan voorschrijven dat de periodieke gift in ieder geval wordt beëindigd bij:

    • a. verlies van de status als instelling of vereniging;

    • b. faillissement van de instelling of vereniging;

    • c. bij arbeidsongeschiktheid van de schenker of van een van de schenkers; of

    • d. bij werkloosheid van de schenker of van een van de schenkers.

  • 7. Tussentijdse beëindiging van de periodieke gift op grond van een omstandigheid als bedoeld in het zesde lid kan uitsluitend betrekking hebben op de nog niet vervallen termijnen van de periodieke gift en is uitsluitend mogelijk indien de schenker niet of nauwelijks invloed heeft op die omstandigheid. Indien de periodieke gift binnen een periode van vijf jaar eindigt op grond van een omstandigheid als bedoeld in het zesde lid, wordt geacht te zijn voldaan aan het eerste lid.

4. In het achtste lid (nieuw) wordt «onderhandse akte van schenking, bedoeld in het eerste lid» vervangen door «akte van schenking, alsmede het taxatierapport, onderscheidenlijk de factuur.

F

Artikel 6.39 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Het in aanmerking nemen van andere giften.

2. In het eerste lid wordt «voorzover» telkens vervangen door «voor zover».

3. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Andere giften in natura waarvan de waarde in het economische verkeer in totaal meer bedraagt dan € 10.000 per kalenderjaar, worden voor de toepassing van het eerste lid slechts in aanmerking genomen voor zover die waarde in het economische verkeer volgt uit een onafhankelijk taxatierapport dat of factuur die aan bij ministeriële regeling te stellen regels voldoet.

  • 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder giften in natura mede begrepen een kwijtschelding van een vordering die betrekking heeft op een of meer vermogensbestanddelen in natura.

4. Aan het vierde lid (nieuw) worden, onder vervanging van de tweede zin door «Over deze periode geldt:», twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • a. voor de toepassing van het eerste lid, in plaats van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek het gezamenlijke bedrag van de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek;

  • b. voor de toepassing van het tweede lid, in plaats van een bedrag van € 10.000, een bedrag van € 20.000.

5. In het vijfde lid (nieuw) wordt «tweede» vervangen door «vierde».

G

Aan artikel 9.5, vijfde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: De termijn, bedoeld in het tweede lid, bedraagt ter zake van de beschikking belastingrente ten minste zes weken na de dag van dagtekening van de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om herziening, met dien verstande dat een verzoek om herziening kan worden ingediend tot zes weken na de dag van dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend.

ARTIKEL II

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 13bis, tweede lid, wordt «de zonnepanelen een vermogen hebben van ten minste 1 kilowattpiek» vervangen door «het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek gedeeld door het verbruik in wattuur per kilometer ten minste 7 is». Voorts wordt een zin toegevoegd, luidende: Het verbruik in wattuur wordt gemeten overeenkomstig bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PbEU 2017, L 175).

B

Aan artikel 20 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Een werknemer die op grond van artikel 2.2, tweede of derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 geacht wordt in Nederland te wonen, wordt ook voor de toepassing van het derde en vierde lid geacht in Nederland te wonen.

C

Artikel 38q, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «42» vervangen door «415/6».

2. In onderdeel b wordt «65-jarige» vervangen door «645/6-jarige».

3. In onderdeel c wordt «67-jarige» vervangen door «665/6-jarige».

D

Artikel 38q, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «415/6» vervangen door «42».

2. In onderdeel b wordt «645/6-jarige» vervangen door «65-jarige».

3. In onderdeel c wordt «665/6-jarige» vervangen door «67-jarige».

E

Artikel 39f, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tweede zin vervalt «tweede».

2. In de derde zin wordt na «31 december van het» ingevoegd «tweede».

ARTIKEL III

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 8, zesde lid, onderdeel b, 12a, tweede lid, onderdeel b, en 13b, vierde lid, wordt «natuurlijke persoon» vervangen door «natuurlijk persoon».

B

In artikel 16 worden, onder vernummering van het vierde lid tot zesde lid, twee leden ingevoegd, luidende:

  • 4. Giften in natura waarvan de waarde in het economische verkeer in totaal meer bedraagt dan € 10.000 per kalenderjaar, worden in aanmerking genomen voor zover die waarde in het economische verkeer volgt uit een onafhankelijk taxatierapport dat of factuur die aan bij ministeriële regeling te stellen regels voldoet.

  • 5. Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder giften in natura mede begrepen een kwijtschelding van een vordering die betrekking heeft op een of meer vermogensbestanddelen in natura.

C

Aan artikel 18, vijfde lid, wordt toegevoegd «, met dien verstande dat geheven bronbelasting niet tot de aftrekbare kosten behoort».

D

In artikel 20a, tweede lid, onderdeel b, wordt «natuurlijke persoon» vervangen door «natuurlijk persoon».

E

Aan artikel 27, vijfde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: De termijn, bedoeld in het tweede lid, bedraagt ter zake van de beschikking belastingrente ten minste zes weken na de dag van dagtekening van de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om herziening, met dien verstande dat een verzoek om herziening kan worden ingediend tot zes weken na de dag van dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend.

F

In artikel 28, tweede lid, onderdeel c, onder 1°, wordt «natuurlijke persoon» vervangen door «natuurlijk persoon».

ARTIKEL IV

De Wet op de dividendbelasting 1965 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zevende en achtste lid wordt «natuurlijke persoon» vervangen door «natuurlijk persoon».

2. In het tiende lid wordt na «winstbewijzen» ingevoegd «, kapitaalverstrekkingen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van die wet».

B

Artikel 3, eerste lid, onderdeel f, komt te luiden:

  • f. vergoedingen voor kapitaalverstrekkingen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en vergoedingen op geldleningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van die wet;.

C

In artikel 10a, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, onderdeel b, wordt «natuurlijke persoon» telkens vervangen door «natuurlijk persoon».

ARTIKEL V

De Wet bronbelasting 2021 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.2, tweede lid, wordt «genoemd in het eerste lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 5° en 10°» vervangen door «bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 5°, 10° en 13°, en met de lichamen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 5° en 10°, vergelijkbare buitenlandse lichamen».

B

Artikel 3.4a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «winstbewijzen van en geldleningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan» vervangen door «winstbewijzen van, kapitaalverstrekkingen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan en geldleningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van die wet aan».

2. Het tweede lid, onderdeel f, komt te luiden:

  • f. vergoedingen voor kapitaalverstrekkingen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en vergoedingen op geldleningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van die wet;.

ARTIKEL VI

In de Wet op belastingen van rechtsverkeer komt in artikel 15, tiende lid, de eerste zin te luiden: Bij het begin van het kalenderjaar wordt bij ministeriële regeling het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel p, onder 4°, met ingang van 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar vervangen door een ander bedrag.

ARTIKEL VII

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 15, vijfde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: De vorige zin is niet van toepassing als de belasting in rekening wordt gebracht aan een ondernemer die deze dienst vervolgens onder bezwarende titel verricht aan een ander.

B

In tabel I, onderdeel a, post 6, wordt «artikel 1, onderdeel III, van die wet» vervangen voor «artikel 1, eerste lid, onderdeel III, van die wet».

C

[Vervallen]

ARTIKEL VIII

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel d, onder 1°, komt te luiden:

  • 1°. in gevallen waarin periodiek voorschotnota’s worden uitgereikt of, indien geen voorschotnota’s worden uitgereikt, periodiek voorschotbedragen worden ontvangen, gevolgd door een jaarlijkse eindfactuur: het tijdvak waarop de eindfactuur betrekking heeft;.

b. In onderdeel e wordt «factuur» telkens vervangen door «jaarlijkse factuur» en wordt «het tijdvak» vervangen door «de verbruiksperiode».

c. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel y door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

z. eindafrekening:

de laatste factuur aan de verbruiker die wordt opgemaakt bij het beëindigen van het contract.

2. Het achtste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt na «het kalenderjaar aanvangt» ingevoegd «en niet voorafgegaan is door een overeenkomst tot levering bij dezelfde leverancier».

b. In onderdeel b wordt na «wordt beëindigd» ingevoegd «en niet wordt opgevolgd door een overeenkomst tot levering bij dezelfde leverancier en ter zake van deze beëindiging een eindafrekening wordt opgemaakt».

B

In artikel 61a wordt «laatste factuur» vervangen door «eindafrekening».

ARTIKEL IX

De Wet op de accijns wordt als volgt gewijzigd:

0A

In artikel 2, achtste lid, wordt «vermoeden van fraude of een onregelmatigheid is» vervangen door «gegronde reden is om te vermoeden dat er sprake is van fraude of een onregelmatigheid».

A

In artikel 2e, vijfde lid, wordt «minerale oliën» vervangen door «het overbrengen van minerale oliën».

B

Artikel 2f, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Als uitslag tot verbruik wordt mede aangemerkt het kopen van op het grondgebied van een andere lidstaat reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen:

    • door een in Nederland gevestigde persoon, niet zijnde een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, een geregistreerde geadresseerde, een gecertificeerde geadresseerde of een zelfstandig bedrijf, en

    • die door een afzender in een andere lidstaat die een zelfstandige economische activiteit verricht of voor diens rekening direct of indirect naar Nederland worden verzonden of vervoerd.

C

In artikel 50l wordt «overeenkomstige» vervangen door «overeenkomstige toepassing».

D

In artikel 56, derde lid, wordt «vergunninghouder geregistreerde afzender» vervangen door «vergunninghouder, de geregistreerde afzender» en wordt «de gecertificeerde geadresseerde bedoeld» vervangen door «de gecertificeerde geadresseerde, bedoeld».

E

In artikel 80, tweede lid, wordt «die die» vervangen door «die».

ARTIKEL X

In de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken wordt aan artikel 17 toegevoegd «of enige andere persoon die is betrokken bij het voorhanden hebben ervan».

ARTIKEL XI

De Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, vijfde lid, onderdeel b, en negende lid, hoofdstuk 2, opschrift, artikel 11, eerste en tweede lid, en artikel 12, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, wordt «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

B

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

2. In het tweede lid wordt «wordt bepaald op welke wijze» vervangen door «kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop».

C

In de artikelen 13b, eerste lid, 14, eerste en derde lid, 15, eerste, zesde en zevende lid, 16, eerste lid, derde tot en met vijfde lid en zevende lid, aanhef en tweede zin, 17, eerste lid, 18, opschrift en eerste tot en met zevende lid, 19, eerste tot en met vierde lid, 20, eerste en tweede lid, 21, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 21a, 23, eerste lid, aanhef, 24a, aanhef, 25, eerste en tweede lid, 26, tweede en derde lid, 26b, eerste lid, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en derde lid, 28, eerste lid, 29a, eerste en tweede lid, 30, eerste en tweede lid, 31bis, 31a, aanhef en onderdelen b en d, 32, eerste, tweede en zesde lid, 33, vierde lid, 34, eerste lid, 37, vijfde en zesde lid, 38, opschrift, eerste tot en met derde lid, vierde lid, aanhef, zesde lid, negende lid en tiende lid, 38a, opschrift en eerste en tweede lid, 39, eerste, tweede en vierde lid, 39a, 40, eerste lid en tweede lid, aanhef, 41, eerste en vijfde lid, 42, eerste lid, 42a, eerste lid, aanhef, tweede lid, derde lid en vijfde lid, aanhef, en 44a wordt «Belastingdienst/Toeslagen» telkens vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XII

In de Wet hersteloperatie toeslagen wordt in de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en derde lid, 2.3, vijfde lid, 2.4, eerste lid, 2.5, 2.6, eerste en derde lid, 2.7, eerste en tweede lid, 2.8, eerste lid, 2.9, eerste en tweede lid, 2.10, 2.11, eerste lid, aanhef, en tweede lid, aanhef en onderdeel a, 2.11a, eerste lid, aanhef, 2.11b, eerste lid, aanhef, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, 2.13, onderdelen a en b, 2.13a, onderdeel a, 2.14, eerste lid, 2.14a, eerste lid, aanhef, 2.14h, eerste en tweede lid, 2.14i, 2.16, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 2.17, eerste lid, 2.18, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, en onderdeel b, 2.21, zesde lid, 3.1, opschrift, eerste lid, aanhef, en vierde lid, 4.3, derde lid, onderdeel b, 4.6, eerste, vierde en zesde lid, 4.7, eerste lid, aanhef, vierde lid en vijfde lid, 5.2, tweede tot en met vierde lid, 6.1, tweede en zevende lid, 6.2, eerste, derde en vierde lid en vijfde lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, 6.4, aanhef en onderdelen a en b, 6.4a, 6.6, 6.7, eerste en vierde lid, 6.9, eerste tot en met zevende lid en negende lid, 6.10, eerste en tweede lid, 6.10a, 6.10b, 6.11, opschrift en eerste, derde, vierde, negende en tiende lid, 6.12, opschrift, eerste tot en met vijfde lid, zesde lid, aanhef, zevende, achtste en negende lid en twaalfde tot en met vijftiende lid, 6.13, eerste lid, 9.1, eerste lid, «Belastingdienst/Toeslagen» telkens vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XIIA

In de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen wordt in artikel I, onderdelen C, K, M, onder 2, EEa, MM, onder 2, NNa, TTa, VV en ZZ «Belastingdienst/Toeslagen» telkens vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XIII

In de Wet op de zorgtoeslag wordt in artikel 5, eerste en tweede lid, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XIV

In de Wet op de huurtoeslag wordt in de artikelen 1a, tweede lid, 5, tweede lid, 11, tweede lid, 48c, 49, eerste en tweede lid, en 55, vijfde lid, «Belastingdienst/Toeslagen» telkens vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XV

In de Wet op het kindgebonden budget wordt in artikel 5, eerste lid, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XVI

In de Wet kinderopvang wordt in de artikelen 1.3, eerste lid en tweede lid, onderdeel b, 1.4, eerste lid, artikel 1.48, vierde lid, en 1.67a «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XVII

De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3a, tweede lid, wordt «wordt bepaald op welke wijze» vervangen door «kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop».

B

Artikel 5b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een algemeen nut beogende instelling is een instelling – niet zijnde een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een ander lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven – die:

    • a. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt;

    • b. haar gegevens op elektronische wijze via internet openbaar maakt;

    • c. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden; en

    • d. als zodanig is aangemerkt door:

      • 1°. de inspecteur ingeval de instelling is gevestigd in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat; of

      • 2°. Onze Minister ingeval de instelling niet is gevestigd in het Koninkrijk, een andere lidstaat van de Europese Unie en een bij ministeriële regeling aangewezen staat waarbij aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld.

2. In het tiende lid wordt «onderdeel a, onder 2°» vervangen door «onderdeel b».

C

In artikel 30fc, zesde lid, wordt «artikel 2.8, tweede lid» vervangen door «artikel 2.8, tweede en vierde tot en met zevende lid».

D

Artikel 30i wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, tweede zin, wordt «volzin» vervangen door «zin» en wordt «artikel 3.136, tweede, derde of vierde lid» vervangen door «de artikelen 3.133, negende lid, of 3.136, tweede, derde of vierde lid».

2. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien artikel 3.133, negende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt toegepast, wordt het bedrag aan revisierente, berekend op grond van de eerste en tweede zin, vermenigvuldigd met het bedrag dat door toepassing van artikel 3.133, eerste en negende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, als negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.133, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, gedeeld door het gezamenlijke bedrag, bedoeld in artikel 3.133, negende lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

E

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Voor een weigering om te voldoen aan de in de artikelen 47, 47a en 49 omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de vertrouwelijkheid van zijn contacten met een verschoningsgerechtigde als bedoeld in artikel 53a, eerste lid, voor zover het gegevens, inlichtingen, boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan betreft waarover diegene ook zonder die vertrouwelijke contacten beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.

F

Aan artikel 53a, eerste lid, wordt toegevoegd «, voor zover het betreft hetgeen aan hen in die hoedanigheid is toevertrouwd of door hen in die hoedanigheid is meegedeeld».

ARTIKEL XVIII

De Invorderingswet 1990 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 7c, tweede lid, wordt «wordt bepaald op welke wijze» vervangen door «kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop».

B

Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Voor een weigering om te voldoen aan de in de artikelen 58 en 60 omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de vertrouwelijkheid van zijn contacten met een verschoningsgerechtigde als bedoeld in artikel 63 voor zover het gegevens, inlichtingen, boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan betreft waarover diegene ook zonder die vertrouwelijke contacten beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.

C

Aan artikel 63 wordt toegevoegd «, voor zover het betreft hetgeen aan hen in die hoedanigheid is toevertrouwd of door hen in die hoedanigheid is meegedeeld».

ARTIKEL XIX

In de Belastingwet BES wordt artikel 8.88 als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Voor een weigering om te voldoen aan de in de artikelen 8.83 en 8.84 omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de vertrouwelijkheid van zijn contacten met een verschoningsgerechtigde als bedoeld in het derde lid voor zover het gegevens, inlichtingen en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan betreft waarover diegene ook zonder die vertrouwelijke contacten beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.

2. Aan het derde lid (nieuw) wordt toegevoegd «, voor zover het betreft hetgeen aan hen in die hoedanigheid is toevertrouwd of door hen in die hoedanigheid is meegedeeld».

ARTIKEL XX

In de Participatiewet wordt in artikel 64, eerste lid, onderdeel h, en artikel 67, eerste lid, onderdeel b, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXI

In de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte wordt in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXII

In de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt in artikel 45, eerste lid, onderdeel h, en artikel 48, eerste lid, onderdeel b, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXIII

In de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt in artikel 45, eerste lid, onderdeel h, en artikel 48, eerste lid, onderdeel b, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXIV

In de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding onrechtmatige besluiten wordt in artikel V, eerste lid, onderdeel a, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXV

In de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt in artikel 34, derde lid, onderdeel b, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXVI

In de Woningwet wordt in artikel 54a, negende lid, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXVII

In de Wet vrachtwagenheffing wordt in artikel 30 in de in het te wijzigen artikel 25a, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 opgenomen tabel «36.000 tot 37.000» vervangen door «36.000 tot 38.000».

ARTIKEL XXVIII

In Overige fiscale maatregelen 2020 wordt in artikel II, onderdeel A, onder 1 tot en met 3, en onderdeel B, artikel XVIIA, tweede en derde lid, en artikel XVIII, eerste en tweede lid, «Belastingdienst/Toeslagen» telkens vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXIX

Indien artikel IV, onderdeel H, van de Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen:

a. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel XI, onderdeel C, van deze wet, vervalt in artikel XI, onderdeel C, van deze wet «31bis,».

b. later in werking treedt dan artikel XII van deze wet, komt artikel 8.4, onderdeel E, van de Wet hersteloperatie toeslagen te luiden:

E

In artikel 3.1, eerste lid, wordt in «In afwijking van artikel 31bis van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen scheldt de Dienst Toeslagen» vervangen door «De Dienst Toeslagen scheldt».

ARTIKEL XXX

Indien het bij koninklijke boodschap van 9 maart 2023 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de Algemene douanewet ter opheffing van de geheimhoudingsplicht in verband met het verstrekken van gegevens aan de inspectie belastingen, toeslagen en douane (Wet opheffing geheimhoudingsplicht ten behoeve van de inspectie belastingen, toeslagen en douane) (Kamerstukken 36 324) tot wet is of wordt verheven en artikel II van die wet:

a. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel XI, onderdeel C, van deze wet, wordt in artikel XI, onderdeel C, van deze wet «38a, opschrift en eerste en tweede lid,» vervangen door «38a, opschrift en eerste tot en met derde lid,»;

b. later in werking treedt dan artikel XI, onderdeel C, van deze wet, wordt in het in artikel II van die wet opgenomen artikel 38a, derde lid, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXXI

Indien artikel 3.4, onderdeel A, van de Wet van 3 maart 2021 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten in verband met het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht (Stb. 2021, 135):

a. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel XXIV van deze wet, wordt in artikel XXIV van deze wet «artikel V, eerste lid, onderdeel a» vervangen door «artikel V, eerste lid, aanhef, en tweede lid»;

b. later in werking treedt dan artikel XXIV van deze wet, wordt in het in artikel 3.4, onderdeel A, van die wet opgenomen artikel V, eerste lid, aanhef, en tweede lid, «Belastingdienst/Toeslagen» vervangen door «Dienst Toeslagen».

ARTIKEL XXXII

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat:

  • a. artikel I, onderdeel Da, terugwerkt tot en met 1 januari 2023;

  • b. artikel I, onderdeel E, voor het eerst toepassing vindt op periodieke giften waartoe de verplichting op of na 1 januari 2024 wordt aangegaan;

  • c. artikel II, onderdelen C en E, terugwerkt tot en met 1 juli 2023.

ARTIKEL XXXIII

Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale verzamelwet 2024.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 20 december 2023

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij

Uitgegeven de zevenentwintigste december 2023

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 36 342

Naar boven