Wet van 3 juni 2023 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet dieren met het oog op de versterking en aanvulling van het instrumentarium ten behoeve van de opsporing, vervolging en bestuursrechtelijke sanctionering van dierenmishandeling, dierverwaarlozing en overtreding van bepalingen inzake dierenwelzijn, dierengezondheid en het aanhitsen van dieren (Wet aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die dezen zullen zien of horen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om het bestaande instrumentarium voor de opsporing, vervolging en bestuursrechtelijke sanctionering van dierenmishandeling, dierverwaarlozing en bepalingen betreffende dierenwelzijn en dierengezondheid te versterken en aan te vullen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 14b, derde lid, vervalt.

B

Na artikel 306 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 306a

Hij die een dier op een mens of op een ander dier aanhitst, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

Ba

In artikel 350, tweede lid, wordt «drie jaren» vervangen door «vijf jaren» en wordt «vierde categorie» vervangen door «vijfde categorie».

C

In artikel 425, onderdeel 1°, vervalt «een dier op een mens aanhitst of» en wordt na «wanneer het een mens» ingevoegd «of een dier».

ARTIKEL II

Artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt onder vervanging van de punt door een komma aan het slot van onderdeel c toegevoegd «dan wel».

2. Aan het eerste lid wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren oplevert.

3. Aan het tweede lid wordt onder vervanging van de punt door een komma aan het slot van onderdeel d een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. geen of minder dieren te houden, dan wel bepaalde diersoorten niet te houden.

ARTIKEL III

De Wet dieren wordt als volgt gewijzigd:

0A

Aan artikel 2.10, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:

Bij algemene maatregel van bestuur worden in elk geval aangewezen de krachtens artikel 2.2, eerste lid, aangewezen zoogdiersoorten en ganzen.

A

In de artikelen 2.15, vijfde en zesde lid, en 2.16, derde en vierde lid, wordt na «een bij artikel 2.8 verboden» telkens ingevoegd «of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen».

B

Na artikel 5.10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.10a. Houders van dieren

  • 1. Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot houders van dieren ter bevordering van de kennis van de houder wanneer door die houder niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.

  • 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen een verplichting inhouden tot het volgen van een cursus of training.

C

In artikel 5.12, eerste lid, wordt «de gezondheid van mens of dier» vervangen door «de gezondheid van mens of dier, of het welzijn van dieren».

D

In artikel 8.6, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt na «2.10, tweede, derde en vierde lid,» ingevoegd «2.15, vijfde en zesde lid, 2.16, eerste, derde en vierde lid,» en wordt na «5.10,» ingevoegd «5.10a,».

E

In artikel 8.11, eerste lid, vervalt «1.4,» en wordt na «artikel 7.5 derde lid,» ingevoegd «of met de maatregel, als bedoeld in artikel 8.11a».

F

Na artikel 8.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8.11a. Strafrechtelijke vrijheidsbeperkende maatregel

  • 1. Ter beveiliging van de maatschappij, ter bescherming van de goede zeden of ter voorkoming van strafbare feiten die de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren benadelen, kan een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid worden opgelegd bij de rechterlijke uitspraak:

    • a. waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;

    • b. waarbij overeenkomstig artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd.

  • 2. De maatregel kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:

    • a. geen of minder dieren, dan wel bepaalde diersoorten niet, te houden,

    • b. zich niet op te houden in een bepaald gebied.

  • 3. De maatregel kan voor de duur van het leven of voor een periode van ten hoogste dertig jaren worden opgelegd.

  • 4. De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een strafbaar feit zal begaan dat de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren benadeelt.

  • 5. Het bevel, bedoeld in het vierde lid, kan door de rechter die kennisneemt van het hoger beroep, ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie, worden opgeheven.

  • 6. De maatregel kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.

G

Artikel 8.12 wordt als volgt gewijzigd:

0. In het eerste lid wordt «drie jaren» vervangen door «vijf jaren» en wordt «vierde categorie» vervangen door «vijfde categorie».

0a. In het tweede lid wordt «drie jaren» vervangen door «vijf jaren» en wordt «vierde categorie» vervangen door «vijfde categorie».

1. In het derde en zesde lid vervalt «1.4,».

1a. In het derde lid wordt «zes maanden» vervangen door «een jaar» en wordt «derde categorie» vervangen door «vierde categorie».

1b. In het vierde lid wordt «zes maanden» vervangen door «een jaar» en wordt «derde categorie» vervangen door «vierde categorie».

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Gedragingen in strijd met artikel 8.11a worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.

ARTIKEL IV

In artikel 1, onderdelen 1° en 2°, van de Wet op de economische delicten vervalt in de zinsneden met betrekking tot de Wet dieren «waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden».

ARTIKEL V

Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 3 juni 2023

Willem-Alexander

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

Uitgegeven de vijfde juli 2023

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 892

Naar boven