Besluit van 17 februari 2023 tot wijziging van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen naar aanleiding van het vervallen van de uitzondering van de meldplicht voor informatie over de vervoerder van gevaarlijke afvalstoffen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 8 november 2022, nr. IENW/BSK-2022/238238, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (PbEU L 150/109) en artikel 10.43, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 december 2022, nr. W17.22.00163/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 14 februari 2023, nr. IENW/BSK-2023/24838, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

het Besluit melden bedrijfsafval en gevaarlijke afvalstoffen wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 3, vierde lid, wordt «afvalstoffen» vervangen door «bedrijfsafvalstoffen».

B

In artikel 4 wordt na «het melden van» ingevoegd «de gegevens over een vervoerder, indien het vervoer van gevaarlijke stoffen betreft,».

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 17 februari 2023

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

Uitgegeven de veertiende april 2023

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Dit Besluit ziet op een wijziging van het Besluit melden bedrijfsafval en gevaarlijke afvalstoffen (hierna: Besluit), zodat het melden van informatie over vervoerders van gevaarlijke afvalstoffen aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (hierna: LMA) verplicht wordt.

2. Implementatiewetgeving

De wijziging vloeit voort uit Richtlijn (EU) 2018/851 van 30 mei 2018 tot wijziging van Kaderrichtlijn 2008/98/EG (PbEU 2018, L 150/109) betreffende afvalstoffen (hierna: Kra). De te implementeren wijziging is onderdeel van het pakket van de Europese Commissie ter bevordering van de circulaire economie, onder meer bestaande uit zes wijzigingen van andere richtlijnen, waaronder de Kra. De wijziging van de Kra beoogt onder meer het beheer van gevaarlijke afvalstoffen in de EU te verbeteren door versterking van de registratie en traceerbaarheid van gegevens hierover. Daarom worden, ten opzichte van de reeds bestaande EU-verplichtingen op dit vlak, de gegevens die geregistreerd moeten worden uitgebreid met gegevens over de hoeveelheid producten en materialen die zijn verkregen door nuttige toepassing. Daarnaast moeten de gegevens, voor zover het om gevaarlijke afvalstoffen gaat, nu tevens worden gemeld aan een landelijk elektronisch register uit hoofde van het aangepaste artikel 35, vierde lid, van de Kra.

Het betreft hier gegevens met betrekking tot de hoeveelheid, aard, oorsprong van die afvalstoffen en de hoeveelheid producten en materialen die verkregen zijn door voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere handelingen voor nuttige toepassing, en voor zover van toepassing, bestemming, inzamelingsfrequentie, wijze van vervoer en geplande methode van verwerking van die afvalstoffen.

3. Hoofdlijnen van het besluit

De Kra verplicht tot het melden van informatie1 over de vervoerder van gevaarlijke afvalstoffen door middel van een centraal elektronisch systeem aan de persoon die gerechtigd is afvalstoffen in te nemen. Dit is geïmplementeerd in artikel 10.40 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm). Binnen Nederland wordt het merendeel van de door de Kra verplicht te registreren informatie al gemeld aan het LMA. Voorheen was het niet verplicht om informatie over de vervoerders van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, niet zijnde dezelfde als de inzamelaar, te melden. Om de Nederlandse regelgeving in lijn met de Kra te brengen moet deze uitzondering met betrekking tot vervoerders van gevaarlijk afval komen te vervallen.

3.1 Uitwerking

Ten tijde van de invoering van de uitzondering op de meldplicht met betrekking tot informatie over de vervoerders van gevaarlijke afvalstoffen bestond de verplichting nog niet uit hoofde van de Kra. De wijziging van artikel 35, vierde lid, van de Kra bepaalt dat ook deze informatie gemeld dient te worden aan een landelijke elektronische database. De administratieve bezwaren die destijds bestonden, met name het onderdeel laten zijn van deze informatie van de vast te melden gegevens, worden in dit nieuwe besluit opgevangen door de gevraagde informatie onderdeel te maken van de variabele gegevens die eens in de maand kunnen worden gemeld aan het LMA.

Door het in de maandelijkse melding opgeven van het VIHB-nummer van het bedrijf dat het transport verzorgt is alle benodigde informatie te achterhalen, inclusief informatie van bedrijven gevestigd in andere EU-lidstaten.

Om de meldsystematiek in lijn te brengen met de gegevensverplichting uit de Handelsregisterwet en bij wijze van vereenvoudigingsslag zijn bij ministeriële regeling (Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen) nadere regels gesteld over het melden op basis van het handelsregisternummer.

3.2 nationale systeem

Artikel 10.40 eerste lid, aanhef en onder f van de Wm bepaalt dat gegevens over de vervoerder moeten worden gemeld. Hierdoor kan in het meldingssysteem een relatie gelegd worden tussen de vervoerder en de door hem vervoerde afvalstoffen. Echter, dit zou ook tot consequentie hebben gehad dat bij iedere wisseling van een vervoerder, terwijl de overige gegevens (ontdoener, ontvanger, afvalstoffen, etc.) hetzelfde bleven, een nieuw afvalstroomnummer opgemaakt zou moeten worden. In de praktijk komt het geregeld voor dat er meerdere vervoerders zijn voor dezelfde afvalstroom of dat deze vervoerders op het laatste moment wisselen. Het handhaven van informatie over de vervoerder in zijn algemeenheid als vast gegeven zou gepaard gegaan zijn met de nodige administratieve lasten. Daarom is destijds de positie van de vervoerder in het meldingssysteem heroverwogen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid om informatie over de vervoerder, niet zijnde tevens inzamelaar, als te melden gegevens te schrappen. Voor alle duidelijkheid wordt erop gewezen dat naast de vervoerder, zijnde tevens inzamelaar, de opdrachtgever tot het transport als vast te melden gegeven altijd is gehandhaafd. Daarom bepaalt artikel 3, vierde lid, van het Besluit dat de in artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Wm gestelde verplichting niet geldt voor een andere categorie van gevallen dan die waarin de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen in te zamelen en naar hem te vervoeren. Deze uitzondering komt met dit wijzigingsbesluit te vervallen en maakt de informatie over de vervoerder van gevaarlijke afvalstoffen onderdeel van de door ontvangers van afvalstoffen bij het LMA in te dienen maandelijkse ontvangstmelding.

4. Gevolgen

Dit besluit heeft gevolgen voor rechtspersonen die beroepsmatig gevaarlijke afvalstoffen inzamelen, verwerken of optreden als handelaar of makelaar in gevaarlijke afvalstoffen en daarom informatie moeten melden bij het LMA op grond van artikel 10.40, eerste lid, van de Wm. Met het uitbreiden van deze meldplicht wordt beoogd het zicht op de vervoerders van gevaarlijke afvalstoffen verder te verbeteren. De bedrijven die onder deze uitbreiding van de meldplicht vallen waren al meldingsplichtig onder het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen en worden in staat geacht om ook aan deze wijziging te kunnen voldoen.

5. Uitvoering, toezicht en handhaving

Het in de Wm neergelegde en in het Besluit en de Regeling verder uitgewerkte systeem van het melden en registreren van afvalstoffen heeft primair tot doel een hulpmiddel te zijn bij de handhaving van de afvalregelgeving. Uit het gehele meldingssysteem kan een indicatie worden verkregen van hetgeen zich in de keten tussen de ontdoener en ontvanger van afvalstoffen heeft voorgedaan. Met behulp van de registratie op bedrijfsniveau in de diverse schakels van de keten, de begeleidingsbrief bij ieder transport en de ontvangst- en afgiftemelding vanuit de aangewezen inrichtingen ontstaat de mogelijkheid om de herkomst en bestemming van de afvalstoffen na te gaan en te controleren. De mogelijkheid van controle verschilt per schakel in de keten. Het schrappen van de uitzondering met betrekking tot het melden van informatie over de vervoerder van gevaarlijk afval betekent dat de ontvanger deze informatie uit hoofde van artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder f mee moet nemen in de maandelijkse ontvangstmelding aan het LMA. Het accent van de handhaving ligt op het bedrijfsniveau.

Artikel 18.2 van de Wm bevat de algemene regel dat het bestuursorgaan dat bevoegd is de vergunning voor een inrichting te verlenen, tot taak heeft zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de op grond van de betrokken wetten voor degene die de inrichting drijft, geldende voorschriften. In dit geval zullen gemeenten of provincies het bevoegd gezag zijn als vergunningverlener en in die hoedanigheid belast met het controleren van de volledigheid van de gemaakte meldingen. Verder zullen de gegevens over de vervoerder ook voor de Inspectie Leefomgeving en Transport relevant zijn.

Burgemeester en wethouders hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de bij of krachtens hoofdstuk 10 Wm gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.37 van de Wm. De informatie die uit hoofde van artikel 10.40, eerste lid, van de Wm moet worden gemeld aan het LMA valt hier ook onder. Op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente die ter zake bevoegd gezag zijn, worden de gegevens, als bedoeld in artikel 10.40, eerste lid, van de Wm, aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders gezonden.

Het LMA is de door de Minister aangewezen instantie voor het beheren van de elektronische database zoals bedoeld in artikel 35 van de Kaderrichtlijn. Ook is het LMA namens de provincies belast met het beheer van de te melden gegevens.

6. Financiële gevolgen

Het uitbreiden van de aan het LMA te melden informatie heeft gevolgen voor het bedrijfsleven. Bedrijven die momenteel gebruik maken van AMICE, de meldsoftware die door het LMA wordt gebruikt, moeten wijzigingen doorvoeren in de door hen gebruikte meldsoftware. Hier zijn kosten mee gepaard. Dat geldt ook voor het doen van een melding aan het LMA.

Administratieve lasten

Het maken van een melding bestaat uit meerdere handelingen: (1) Het aanmaken van een afvalstroomnummer (eenmalig 1 à 4 minuten), (2) Het doen van een eerste ontvangstmelding (2 à 6 minuten, afhankelijk van keuze tussen elektronische en schriftelijke melding), (3) het doen van een maandelijkse ontvangst- of afgiftemelding (1 à 5 minuten, afhankelijk van keuze tussen elektronische en schriftelijke melding). Omdat alle bedrijven die met deze wijziging te maken krijgen al meldingsplichtig waren onder het Besluit, wordt er hier van uit gegaan dat er alleen kosten gemaakt worden voor het doen van de melding (dit kan zowel een eerste ontvangstmelding of de maandelijkse melding zijn).

Bij een intern uurtarief voor administratief personeel van € 39,– kan uit worden gegaan van een last voor het bedrijf per maandelijkse melding van € 0,65 tot € 3,90 (alleen handeling 2 of 3). Er werden in Nederland over 2021 meer dan 484.000 unieke meldingen gedaan aan het LMA. Dat komt neer op een totale jaarlijkse administratieve last voor het bedrijfsleven tussen de € 314.600,– en € 1.887.600,–. Dit zijn de totale jaarlijkse kosten voor het melden over handelingen met gevaarlijke afvalstoffen in Nederland, en bevatten vanaf inwerkingtreding van deze wijziging ook de informatie over de vervoerder van gevaarlijke afvalstoffen. De extra handeling die voortvloeit uit dit wijzigingsbesluit maakt hier een marginaal onderdeel van uit. De extra kosten die hiermee gemoeid gaan zijn niet te specificeren maar zullen nihil zijn.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Uitvoeringskosten

Het aantal bedrijven dat in Nederland handelingen verricht met gevaarlijke afvalstoffen waarvan melding gemaakt moet worden bij het LMA lag in 2021 op 789. Omdat dit bedrijven zijn die ook al voor de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit onder de meldplicht van artikel 3 Besluit vielen worden er geen extra structurele administratieve lasten verwacht. Wel wordt er eenmalig een uitgave gedaan om de software aan te passen aan deze uitbreiding. Of deze kosten voor rekening komen van het meldingsplichtige bedrijf hangt af van de manier waarop ICT-beheer is geregeld. Wanneer het bedrijf zelf de softwaresystemen beheert, komen deze kosten voor rekening van dat bedrijf. Wanneer er een servicecontract is afgesloten met een ICT-dienstverlener zouden deze kosten ook onder de uitvoering van dat contract kunnen vallen. Ook loopt deze softwareaanpassing mee met andere wijzigingen, waaronder de aanpassing van het meldsysteem aan Handelsregisterwet, waardoor het geven van een indicatie van de uitvoeringskosten die direct zijn toe te schrijven aan de uitbreiding van de meldplicht niet zinvol is.

Handhavingskosten

Er wordt geen toename in de handhavingskosten verwacht ten opzichte van de situatie zoals deze bestond voor de uitbreiding van de meldplicht. Toezichthoudende instanties kunnen bij het uitvoeren van hun VTH-taken de controle op het overleggen van informatie over de vervoerder van gevaarlijke afvalstoffen eenvoudig integreren in hun bestaande takenpakket.

7. Advies en consultatie

Op het voorstel is advies ingewonnen bij het IPO, de VNG en het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR). De Inspectie Leefomgeving en Transport is gevraagd om een HUF-toets uit te voeren. Omdat het hier implementatiewetgeving betreft is dit besluit niet in internetconsultatie gebracht.

De ILT is gevraagd om een Handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets (HUF-toets) uit te voeren. Conclusie was dat de regelgeving geen gevolgen heeft voor de ILT.

IPO en VNG is gevraagd te reageren op het voorstel. Zij hebben aangegeven geen gebruik te maken van deze mogelijkheid.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

8. Voorhangprocedure

Alvorens een ontwerp van het Besluit ter advisering aan te bieden aan de Afdeling advisering van de Raad van State is overeenkomstig artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer middels een zogenoemde voorpublicatie2 eenieder in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken en is het ontwerp ten behoeve van een voorhangprocedure aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. Op de voorpublicatie zijn geen reacties binnengekomen. In het kader van de voorhangprocedure heeft de Tweede Kamer het ontwerpbesluit voor kennisgeving aangenomen3.

9. Inwerkingtreding

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdelen A en B

Artikel 10.40 van de Wet milieubeheer regelt een meldplicht bij het afgeven van gevaarlijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen. In artikel 3, vierde lid, van het Besluit staat dat de in artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de wet gestelde verplichting niet geldt voor een andere categorie van gevallen dan die waarin de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen in te zamelen en naar hem te vervoeren. De term afvalstoffen wordt vervangen door bedrijfsafvalstoffen zodat het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen dan wel onder de meldingsplicht valt en het vervoer van bedrijfsafvalstoffen niet. Dit laatste was ook voorheen het geval. Zie verder het algemene deel van deze toelichting.

Artikel II

Het voornemen is om het ontwerpbesluit met ingang van de eerstvolgende maand na afloop van de nahang, bedoeld in artikel 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer, in werking te laten treden. Sinds mei 2022 was het bij het LMA al mogelijk om op de nieuwe manier te melden. Na inwerkingtreding van dit besluit wordt dit omgezet in een verplichting. Het LMA heeft het meldende bedrijfsleven ruim van tevoren geïnformeerd over deze aankomende wijziging en er heeft meermalen overleg plaatsgevonden om informatie hierover te verstrekken en vragen te beantwoorden. Bedrijven hebben voldoende tijd gehad om hun meldsysteem aan te passen aan de vereisten die uit dit Besluit voortvloeien. Ook biedt het LMA actief trainingen aan voor bedrijven om bedrijven bekend te maken met de nieuwe manier van melden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen


X Noot
1

Naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt.

X Noot
3

Besluitenlijst van de procedurevergadering van woensdag 14 september 2022, agendapunt 9.

Naar boven