Besluit van 7 juli 2022 tot wijziging van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2021/2261 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG wat betreft het gebruik van essentiële-informatiedocumenten door beheermaatschappijen van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)(PbEU 2021, L 455) (Besluit implementatie richtlijn essentiële-informatiedocumenten voor icbe’s)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 23 mei 2022, nr. 2022-0000148986, directie Financiële Markten;

Gelet op Richtlijn (EU) 2021/2261 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG wat betreft het gebruik van essentiële-informatiedocumenten door beheermaatschappijen van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)(PbEU 2021, L 455) en de artikelen 1:81, tweede lid, 4:22, eerste lid, en 4:37p, eerste lid, 4:61, eerste lid, 4:61b, vierde lid, 4:62b, derde lid, 4:62g, vierde lid en 4:62v, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 juni 2022, nr. W06.22.00064/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 5 juli 2022, 2022-0000177635, directie Financiële Markten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 52, vierde lid, wordt «essentiële beleggersinformatie» vervangen door «essentiële-informatiedocument».

B

In het opschrift van paragraaf 8.1.5 wordt «Essentiële beleggersinformatie, essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten en informatiedocument voor schadeverzekeringen» vervangen door «Precontractuele informatiedocumenten».

C

Artikel 64 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten» vervangen door «beheerders van een icbe».

2. In het tweede lid wordt «rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe» vervangen door «rechten van deelneming in een icbe».

D

De artikelen 65 en 65a komen te luiden:

Artikel 65

  • 1. Een aanbieder van een derdepijlerpensioenproduct stelt voor dat product een essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten op.

  • 2. De aanbieder van een derdepijlerpensioenproduct houdt een bijgewerkte versie van het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten beschikbaar op zijn website.

  • 3. De aanbieder van een derdepijlerpensioenproduct verstrekt tijdig voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake het derdepijlerpensioenproduct met een consument kosteloos het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten.

  • 4. Indien een derdepijlerpensioenproduct wordt aangeboden door tussenkomst van een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, wordt het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten door deze bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent kosteloos verstrekt, tenzij de aanbieder en de bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent zijn overeengekomen dat de aanbieder zelf aan deze verplichting voldoet.

  • 5. Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing op een financiële onderneming die een derdepijlerpensioenproduct samenstelt en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stelt voor consumenten.

Artikel 65a

  • 1. Een aanbieder van rechten van deelneming in een icbe stelt voor elke icbe waarin door hem rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers worden aangeboden, een essentiële-informatiedocument op als bedoeld in artikel 5 van de verordening essentiële-informatiedocumenten.

  • 2. Een aanbieder van rechten van deelneming in een icbe stelt voor elke icbe waarin door hem rechten van deelneming aan professionele beleggers worden aangeboden, essentiële beleggersinformatie op. Hij mag in plaats daarvan een essentiële-informatiedocument als bedoeld in het eerste lid opstellen, dat voldoet aan de vereisten van de in dat lid genoemde verordening.

  • 3. Een aanbieder van rechten van deelneming in een icbe houdt een bijgewerkte versie van het essentiële-informatiedocument, onderscheidenlijk de essentiële beleggersinformatie, beschikbaar op zijn website.

  • 4. Een aanbieder van rechten van deelneming in een icbe of degene die beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 1, onderdelen a, b, of d, van de wet verleent met betrekking tot rechten van deelneming in een icbe, verstrekt kosteloos en geruime tijd voorafgaand aan een inschrijving op de rechten van deelneming in een icbe de in het tweede lid bedoelde informatie aan de cliënt. De informatie wordt schriftelijk, op een duurzame drager of via een website verstrekt. Op verzoek wordt de informatie kosteloos schriftelijk aan de cliënt verstrekt.

E

Artikel 115bb wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «waarvan door hem rechten van deelneming worden aangeboden een document met de essentiële beleggersinformatie op» vervangen door «waarvan door hem rechten van deelneming worden aangeboden aan niet-professionele beleggers een essentiële-informatiedocument op als bedoeld in artikel 5 van de verordening essentiële-informatiedocumenten».

2. In het tweede lid wordt «Een beheerder» vervangen door «De beheerder» en wordt «de essentiële beleggersinformatie» vervangen door «het essentiële-informatiedocument».

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De verordening essentiële-informatiedocumenten is van overeenkomstige toepassing voor zover de aard van de beleggingsinstelling zich hiertegen niet verzet.

4. Het vierde tot en met zesde lid vervallen.

F

In de artikelen 145, eerste en tweede lid, 147a, derde lid, onderdeel b, 147f, onderdeel b, 147h, eerste lid, 147p, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, 147r, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, onderdeel b, onder 3°, en onderdeel c, onder 2°, 147t, eerste lid, onderdeel b, 147w, tweede lid, en 147bb, eerste lid, wordt «de essentiële beleggersinformatie» telkens vervangen door «het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie».

G

In artikel 147w, eerste lid, onderdeel f, wordt «de actuele essentiële beleggersinformatie» vervangen door «het actuele essentiële-informatiedocument of de actuele essentiële beleggersinformatie».

H

In de artikelen 147cc en 147kk, onderdelen d en e, wordt «prospectus of essentiële beleggersinformatie» vervangen door «prospectus of essentiële-informatiedocument respectievelijk essentiële beleggersinformatie».

ARTIKEL II

In artikel 10 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector wordt in de opsomming van artikelen uit het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft «65, eerste en tweede lid» vervangen door «65, eerste tot en met vierde lid».

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 7 juli 2022

Willem-Alexander

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag

Uitgegeven de veertiende juli 2022

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

§ 1. Inleiding

Deze algemene maatregel van bestuur strekt ter implementatie van de Richtlijn (EU) 2021/2261 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG wat betreft het gebruik van essentiële-informatiedocumenten door beheermaatschappijen van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)(PbEU 2021, L 455) (hierna: de richtlijn). De wijzigingen hangen samen met de gewijzigde verordening essentiële-informatiedocumenten1 waarin is bepaald dat een beheerder van een icbe die deelnemingsrechten in een icbe aanbiedt aan niet-professionele beleggers met ingang van 1 januari 2023 een essentiële-informatiedocument dient op te stellen. De richtlijn heeft tot doel te voorkomen dat beheerders van icbe’s zowel de essentiële-beleggersinformatie op grond van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten2 als het essentiële-informatiedocument op grond van de verordening essentiële-informatiedocumenten3 dienen op te stellen. Tevens voorkomt de richtlijn dat beleggers die geïnteresseerd zijn in het verwerven van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) zowel de essentiële beleggersinformatie als het essentiële-informatiedocument ontvangen. De richtlijn moet uiterlijk op 30 juni 2022 geïmplementeerd zijn.

§ 2. Inhoud van de richtlijn

Op dit moment dient een beheerder van een icbe voor elke icbe waarin door hem deelnemingsrechten worden aangeboden, essentiële beleggersinformatie op te stellen over de voornaamste kenmerken van de icbe. Op deze manier kunnen beleggers kennis nemen van de aard en de risico’s van de aangeboden deelnemingsrechten en kunnen zij op basis van deze informatie beleggingsbeslissingen nemen. Een icbe wordt beschouwd als een verpakt retailbeleggingsproduct. Beheerders die deelnemingsrechten in een icbe aanbieden aan niet-professionele beleggers dienen op grond van de verordening essentiële-informatiedocumenten vanaf 1 januari 2023 een essentiële-informatiedocument op te stellen en te verstrekken aan niet-professionele beleggers. De essentiële beleggersinformatie en het essentiële-informatiedocument bevatten grotendeels dezelfde informatievereisten. Het verschil tussen beide informatiedocumenten is onder andere gelegen in de onderliggende methodologie voor en de presentatie van prestatiescenario’s, de presentatie van kosten en de methodologie voor de berekening van samenvattende kostenindicatoren en de presentatie en inhoud van informatie over prestaties in het verleden. De aanpassing van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten voorkomt dat een beheerder van een icbe vanaf 1 januari 2023 zowel de essentiële beleggersinformatie als het essentiële-informatiedocument dient op te stellen en te verstrekken aan beleggers. Een beheerder van een icbe die deelnemingsrechten in een icbe aanbiedt aan uitsluitend professionele beleggers kan de essentiële beleggersinformatie blijven verstrekken aan de professionele belegger. Indien de beheerder besluit om het essentiële-informatiedocument op te stellen en te verstrekken aan professionele beleggers hoeft de beheerder niet tevens de essentiële beleggersinformatie op te stellen.

§ 3. Inhoud van het besluit

In het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) wordt geregeld dat een beheerder van een icbe voor elke icbe waarin door hem deelnemingsrechten worden aangeboden aan niet-professionele beleggers, het essentiële-informatiedocument opstelt. Het essentiële-informatiedocument dient te voldoen aan de PRIIPs verordening. Ook beheerders die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden aan niet-professionele beleggers dienen het essentiële-informatiedocument op te stellen in plaats van de essentiële beleggersinformatie en dit informatiedocument te verstrekken aan niet-professionele beleggers. Op deze manier kunnen niet-professionele beleggers de informatie over icbe’s en beleggingsinstellingen met elkaar vergelijken en op basis daarvan een beleggingsbeslissing maken. Een beheerder van een icbe die deelnemingsrechten in een icbe aanbiedt aan uitsluitend professionele beleggers stelt de essentiële beleggersinformatie op en verstrekt die beleggersinformatie aan professionele beleggers. Echter de beheerder kan ervoor kiezen om het essentiële-informatiedocument op te stellen en te verstrekken aan professionele beleggers. In dat geval hoeft de beheerder geen essentiële beleggersinformatie op te stellen.

§ 4. Regeldruk

§ 4.1. Algemeen

In deze paragraaf wordt ingegaan op de onderdelen in het wetsvoorstel die effect hebben op de regeldrukkosten en het advies dat het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) over een voorontwerp van dit wetsvoorstel gegeven heeft. Onder regeldrukkosten worden verstaan alle investeringen en inspanningen (uitgedrukt in euro’s) die burgers, bedrijven of professionals moeten doen en verrichten om te voldoen aan wet- en regelgeving van de Rijksoverheid. Het gaat hierbij om kosten die voortvloeien uit informatieverplichtingen en inhoudelijke verplichtingen, waaronder toezicht gerelateerde verplichtingen op basis van wet- en regelgeving. Deze kosten worden verdeeld in eenmalige en structurele kosten.

§ 4.2. Opstellen essentiële-informatiedocument

In Nederland zijn er 13 beheerders die icbe’s beheren en 53 beheerders die een beleggingsinstelling beheren. De icbe-beheerders beheren in totaal 446 icbe’s. Aan niet-professionele beleggers worden rechten van deelneming in 317 icbe’s aangeboden. De beheerders van beleggingsinstellingen beheren 527 beleggingsinstellingen waarvan de deelnemingsrechten (mede) aan niet-professionele beleggers worden aangeboden. Indien rechten van deelneming in een icbe respectievelijk een beleggingsinstelling worden aangeboden aan niet-professionele beleggers dient een beheerder de huidige essentiële beleggersinformatie te vervangen door het essentiële-informatiedocument. Voor 317 icbe’s en 527 beleggingsinstellingen (totaal 844) dient de essentiële beleggersinformatie te worden vervangen door het essentiële informatiedocument. Het opstellen van het essentiële-informatiedocument zal naar schatting 30 uur per icbe respectievelijk beleggingsinstelling in beslag nemen. Indien interne hoogopgeleide kennismedewerkers de essentiële beleggersinformatie opstellen op basis van een uurtarief van € 54 komen de eenmalige totale regeldrukkosten uit op € 1.367.280 (844 * 30 * € 54).

Het Adviescollege toetsing regeldruk heeft dit wetsvoorstel niet geselecteerd voor een formeel advies.

§ 5. Uitvoeringstoets

Het ontwerpbesluit is voor een uitvoeringstoets voorgelegd aan de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De uitvoeringstoets heeft geen aanleiding gegeven om het ontwerpbesluit aan te passen. Uit de toets volgt dat de bevoegdheden en verplichtingen uitvoerbaar zijn.

§ 6. Openbare consultatie

Een voorontwerp van dit besluit is openbaar geconsulteerd van 22 februari tot 1 april 2022.4 Naar aanleiding van de consultatie zijn twee openbare reacties ontvangen, waaronder een reactie van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). De NVB vraagt om een verduidelijking of een lijfrentebeleggingsrekening onder de definitie van een derdepijlerpensioenproduct in artikel 1 BGfo valt. Dit is relevant om te beoordelen of voor een lijfrentebeleggingsrekening een essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten dient te worden opgesteld. Aangezien een lijfrentebeleggingsrekening niet kwalificeert als een financieel product, valt een lijfrentebeleggingsrekening niet onder de definitie van derdepijlerpensioenproduct zoals omschreven in artikel 1 BGfo. Derhalve hoeft voor een lijfrentebeleggingsrekening geen essentiële informatiedocument voor pensioenproducten te worden opgesteld. De tweede reactie die naar aanleiding van de consultatie is ontvangen, ziet op de door de EU-wetgever gemaakte keuze en werpt meer algemeen de vraag op of de vertaalslag van essentiële beleggersinformatie naar essentiële-informatiedocument niet beter op andere wijze had kunnen worden vormgegeven.

§ 7. Transponeringstabel

Implementatie van de richtlijn (EU) 2021/2261 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG wat betreft het gebruik van essentiële-informatiedocumenten door beheermaatschappijen van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)(PbEU 2021, L 455)

Afkortingen

BGfo

Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

Icbe-richtlijn

Richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten (PbEU 2009, L 302)

Bepaling EU-regeling

Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte

1 (artikel 82bis lid 1 icbe-richtlijn)

65a lid 1 en 2 BGfo

   

1 (artikel 82bis lid 2 icbe richtlijn)

65a, lid 1 en 2 BGfo

   

2

ARTIKEL III

   

3

Behoeft geen implementatie. Betreft inwerkingtreding van de richtlijn

   

4

Behoeft geen implementatie. Artikel is gericht tot de lidstaten.

   

Artikelsgewijs

Artikel I (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)

A

Dit betreft een technische wijziging.

B (opschrift paragraaf 8.1.5)

Het opschrift van paragraaf 8.1.5 is aangepast. De verschillende informatiedocumenten worden in het opschrift niet meer apart genoemd maar gekozen is voor de omschrijving van precontractuele informatiedocumenten. In paragraaf 8.1.5 zijn regels gesteld met betrekking tot de essentiële beleggersinformatie voor rechten van deelneming in een icbe indien de rechten van deelneming in die icbe worden aangeboden aan professionele beleggers, het essentiële-informatiedocument, het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten en het informatiedocument voor schadeverzekeringen.

C (artikel 64)

In het eerste lid wordt de term «instelling voor collectieve belegging in effecten» vervangen door de term «icbe». De term «instelling voor collectieve belegging in effecten» wordt niet meer in de Wet op het financieel toezicht gebruikt. Daarvoor in de plaats wordt de term icbe gehanteerd.

Paragraaf 8.1.5. heeft geen betrekking op beheerders van beleggingsinstellingen. De relevante regels voor beheerders van beleggingsinstellingen die rechten van deelneming aanbieden aan niet-professionele beleggers zijn opgenomen in paragraaf 10.3.1.1 Derhalve hoeft in artikel 64, tweede lid, niet te worden aangegeven dat paragraaf 8.1.5 niet van toepassing is op financiële ondernemingen die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling beheren.

D (artikelen 65 en 65a)

De artikelen 65 en 65a zijn aangepast. Om de leesbaarheid van deze artikelen te vergroten, zijn in artikel 65 de regels over precontractuele informatie opgenomen met betrekking tot derdepijlerpensioenproducten en in artikel 65a de regels voor icbe’s.

Op grond van artikel 65, eerste en tweede lid, dient een aanbieder van een derdepijlerpensioenproduct voor dat product een essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten op te stellen en een bijgewerkte versie van het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten beschikbaar te houden op zijn website. De aanbieder verstrekt kosteloos en tijdig voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake het derdepijlerpensioenproduct met een consument het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten (derde lid). Consumenten dienen voldoende tijd te hebben om verschillende pensioenproducten met elkaar te vergelijken zodat ze een afgewogen keuze kunnen maken.

Op grond van artikel 65a, eerste lid, dient een aanbieder van rechten van deelneming in een icbe voor elke icbe waarin door hem rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers worden aangeboden, een essentiële-informatiedocument op te stellen. Het essentiële-informatiedocument dient te voldoen aan de verordening essentiële-informatiedocumenten.5 Een aanbieder die rechten van deelneming in een icbe aanbiedt aan uitsluitend professionele beleggers kan kiezen welk informatiedocument hij opstelt (tweede lid). Indien de beheerder ervoor kiest om het essentiële-informatiedocument op te stellen dan hoeft de beheerder niet tevens de essentiële beleggersinformatie op te stellen.

Afhankelijk van welke beleggersinformatie de aanbieder van de rechten van deelneming in een icbe heeft opgesteld, dient de aanbieder met betrekking tot rechten van deelneming in een icbe de essentiële beleggersinformatie of het essentiële-informatiedocument op zijn website beschikbaar te houden (derde lid) en te verstrekken aan de belegger. De beleggersinformatie dient geruime tijd voorafgaand aan de inschrijving op de rechten van deelneming van een icbe kosteloos aan de belegger te worden verstrekt.

E (artikel 115bb)

Net als beheerders van icbe’s die deelnemingsrechten in een icbe aanbieden aan niet-professionele beleggers dienen beheerders die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden aan niet-professionele beleggers een essentiële-informatiedocument op te stellen en te verstrekken aan niet-professionele beleggers.

Het essentiële-informatiedocument dient te voldoen aan de verordening essentiële-informatiedocumenten voor zover de aard van de beleggingsinstelling zich hiertegen niet verzet. Beheerders die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling uitsluitend aanbieden aan professionele beleggers hoeven geen essentiële-informatiedocument op te stellen en te verstrekken.

F, G en H

Het betreft een technische wijziging aangezien een aanbieder van rechten van deelneming in een icbe voor elke icbe waarin door hem rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers worden aangeboden op grond van artikel 65a, eerste lid, het essentiële-informatiedocument dient op te stellen. Een beheerder van een icbe die deelnemingsrechten aanbiedt aan uitsluitend professionele beleggers kan kiezen welk informatiedocument hij opstelt. Derhalve worden in de desbetreffende artikelen in de onderdelen F, G en H beide informatiedocumenten genoemd. Afhankelijk van de vraag welk informatiedocument de beheerder heeft opgesteld, hebben de artikelen betrekking op het essentiële-informatiedocument danwel de essentiële beleggersinformatie.

Artikel II (Besluit bestuurlijke boetes financiële sector)

In artikel 10 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector dient de verwijzing naar artikel 65 te worden aangepast omdat het artikel is gewijzigd en nu uit vier artikelleden bestaat.

Artikel III (Inwerkingtredingsbepaling)

Dit artikel regelt de inwerkingtreding. De richtlijn dient uiterlijk op 30 juni 2022 te zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving en vanaf 1 januari 2023 te worden toegepast.

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag


X Noot
1

Verordening (EU) 2021/2259 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 tot wijziging van Verordening (EU) 1286/2014 wat betreft de verlenging van de overgangsregeling voor beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) en niet-icbe’s of die verkopen over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PbEU 2021, L 455).

X Noot
2

Richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEU 2009, L 302).

X Noot
3

Verordening (EU) 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PbEU 2014, L 352).

X Noot
5

Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIPs) (PbEU 2014, L 352).

Naar boven