Besluit van 11 mei 2022 tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in verband met kleine beleidsmatige, technische en redactionele wijzigingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 14 maart 2022, nr. 2022-0000061460;

Gelet op de artikelen 10b, tweede lid, van de Participatiewet, 73a en 82a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, 6, vierde lid, en 36, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en 19ab, vierde lid, van de Ziektewet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 april 2022, nr. W12.22.00027/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 9 mei 2022, nr. 2022-0000103293,

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. BESLUIT ADVISERING BESCHUT WERK

Het Besluit advisering beschut werk wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervalt de begripsbepaling van «persoon».

B

Aan artikel 3 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 10b, tweede en derde lid, van de Participatiewet de hiervoor noodzakelijke gegevens opvragen bij scholen, begeleidende organisaties en werkgevers. Bij ministeriële regeling wordt geregeld wat onder noodzakelijke gegevens wordt verstaan.

ARTIKEL II. BESLUIT EXPERIMENTELE SUBSIDIE GENERIEKE WERKGEVERSVOORZIENINGEN

Het Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, tweede lid, wordt na «artikel 2, eerste lid, onderdeel b,» ingevoegd «van» en wordt «Wet werk en inkomen uit arbeid» vervangen door «Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen».

B

In artikel 5, eerste lid, wordt «31 juni 2022» vervangen door «30 juni 2022».

ARTIKEL III. SCHATTINGSBESLUIT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSWETTEN

Artikel 7, derde lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel c wordt de puntkomma vervangen door een punt.

2. Onderdeel d vervalt.

ARTIKEL IV. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2022.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 mei 2022

Willem-Alexander

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

Uitgegeven de achttiende mei 2022

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

§ 1. Inleiding

Dit verzamelbesluit omvat een beperkt aantal wijzigingen op het beleidsterrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarbij parlementaire betrokkenheid voorgeschreven is (voorhangprocedure). Het zijn technische en redactionele wijzigingen die dienen ter verduidelijking en nadere invulling van eerder gemaakte beleidskeuzes en het herstellen van omissies. Voor een nadere toelichting op de technische en redactionele wijzigingen wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting. Daarnaast is er één kleine beleidsmatige wijziging in dit besluit opgenomen. Deze wordt in de volgende paragraaf toegelicht.

§ 2. Klein beleid: wijziging Besluit advisering beschut werk (artikel I, onderdeel B)

Een aanvraag «advies indicatie beschut werk» wordt ingediend bij Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) door de gemeente waar een persoon woonplaats heeft of door de desbetreffende persoon zelf. Om te komen tot een gedegen en goed onderbouwd advies heeft UWV diverse gegevens nodig. Voor de verwerking van noodzakelijke (persoons)gegevens bieden artikel 10b Participatiewet, artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)1 en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) de algemene wettelijke basis. Zouden gegevens over gedrag, te weten hoe iemand in de dagelijkse praktijk functioneert, die in dat kader worden verwerkt, moeten worden aangemerkt als gegevens over gezondheid, dan biedt artikel 30 UAVG deze basis. UWV heeft geconstateerd dat er daarnaast een specifieke grondslag bestaat voor het opvragen van gegevens bij gemeenten en de werkgever en voor het hergebruiken van intern bekende gegevens vanuit de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet sociale werkvoorziening (art. 73a Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen). Er wordt nu voor gekozen om ook een specifieke grondslag op te nemen voor het opvragen van de overige benodigde gegevens bij onder andere scholen en begeleidende instanties (waaronder dagbestedingsorganisatie, 24-uurs woon/zorginstellingen en hulpverleningsorganisaties zoals Humanitas en Stichting MEE). Bij ministeriële regeling wordt vervolgens geregeld wat onder noodzakelijke gegevens wordt verstaan, waaronder bijvoorbeeld een stageverslag, een persoonlijk ontwikkelplan of informatie over belastbaarheid. Deze wijziging voorziet hierin.

§ 3. Uitvoering

Het Verzamelbesluit SZW 2022, dat een groot aantal wijzigingen bevat waarvoor geen parlementaire betrokkenheid is voorgeschreven, heeft de minister reeds aan de toetsende en adviserende instanties voorgelegd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Belastingdienst, Dienst Uitvoering Onderwijs, het Adviescollege Toetsing Regeldruk, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Inspectie SZW hebben uitvoeringstoetsen en adviezen uitgebracht.

De artikelen I en II zijn toen al meegenomen voor toetsing. De uitvoeringsinstanties achten deze wijzigingen uitvoerbaar en handhaafbaar. Specifiek wordt nog opgemerkt dat de AP positief heeft geadviseerd over de wijziging van artikel I. Ten aanzien van artikel III heeft UWV in die fase ook reeds gemeld geen bezwaren te hebben.

§ 4. Regeldrukgevolgen

De inhoudelijke nalevingskosten en de administratieve lasten vormen gezamenlijk de kosten die samenhangen met regeldruk. Het kabinet streeft ernaar de regeldruk voor burgers, bedrijven en professionals terug te dringen. De regeldrukeffecten van de wijzigingen in voorliggend besluit zijn nihil.

§ 5. Financiële effecten

De financiële effecten van de wijzigingen in voorliggend besluit op de uitvoeringskosten van UWV zijn beperkt. Deze zullen binnen de bestaande begroting van UWV worden ingepast.

Voor de Belastingdienst hebben de wijzigingen in voorliggend besluit geen effect op de uitvoeringskosten.

§ 6. Voorhangprocedure

Op 9 december 2021 is dit besluit in het kader van de voorhangprocedure naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Gedurende vier weken – buiten de recesperiode om – zijn de Kamers in gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen bij het voorstel kenbaar te maken. Daar is geen gebruik van gemaakt.

§ 7. Inwerkingtreding

Gelet op de vaste verandermomenten van regelgeving, zoals neergelegd in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen van de regelgeving treedt dit besluit in werking op 1 juli 2022. Van de minimuminvoeringstermijn van twee maanden wordt afgeweken, gelet op aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel c, van de Aanwijzingen van de regelgeving (reparatieregelgeving).

II. Artikelsgewijs

Artikel I. Besluit advisering beschut werk

Onderdeel A betreft een technische wijziging vanwege de inwerkingtreding per 1 januari 2017 van de Wet tot wijziging van Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verplichten van beschut werk en met betrekking tot het quotum van arbeidsbeperkten en het openstellen van de Praktijkroute.

Voor onderdeel B wordt verwezen naar § 2 van het algemeen deel van deze nota van toelichting.

Artikel II. Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen

In het Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen zijn twee verschrijvingen gecorrigeerd.

Artikel III. Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten

Ingevolge het overgangsrecht bij de afschaffing van de levensloopregeling ingevolge het Belastingplan 2012 en het Belastingplan 2013, in samenhang met artikel II van de Wet overige fiscale maatregelen 2021 (Stb. 2020, 542), worden levensloopregelingen die voor 2012 zijn aangegaan, met ingang van 1 januari 2022 niet langer fiscaal gefaciliteerd en wordt het overgangsrecht inzake levensloopregelingen beëindigd. Het is daardoor niet langer mogelijk fiscaal gefaciliteerd levensloopverlof op te nemen. Artikel 7, derde lid, onderdeel d, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, dat betrekking heeft op de toepassing van fiscaal gefaciliteerde levensloopuitkeringen, is daardoor overbodig geworden en vervalt daarom.

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten


X Noot
1

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)

Naar boven