Wet van 1 december 2021 tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met aanpassing van de tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij niet-essentiële detailhandel en niet-essentiële dienstverlening op publieke plaatsen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het licht van het huidige epidemiologische beeld wenselijk is om coronatoegangsbewijzen te kunnen inzetten bij niet-essentiële detailhandel en niet-essentiële dienstverlening op publieke plaatsen teneinde de verspreiding van het virus SARS-CoV-2 zoveel mogelijk te beperken en onderdelen van de samenleving verantwoord geopend te kunnen houden;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet publieke gezondheid wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 58a, eerste lid, worden in de alfabetische rangschikking twee onderdelen ingevoegd, luidende:

niet-essentiële detailhandel:

het hoofdzakelijk verstrekken aan afnemers van producten die niet zijn gericht op de eerste levensbehoeften;

niet-essentiële dienstverlening:

het hoofdzakelijk verstrekken aan afnemers van diensten die niet zijn gericht op de eerste levensbehoeften;

B

Artikel 58ra wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt aan het slot van onderdeel d «of» en worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • f. niet-essentiële detailhandel; en

  • g. niet-essentiële dienstverlening op publieke plaatsen.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 11. Indien op het terrein bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, regels worden gesteld als bedoeld in dat lid, kan, indien naar het oordeel van Onze Ministers gelet op het in artikel 58b, eerste lid, genoemde doel de krachtens artikel 58f, eerste lid, te bepalen veilige afstand een evenrediger maatregel is dan de regels bedoeld in het eerste lid, bij die regels worden bepaald dat voor het verkrijgen van toegang niet hoeft te worden beschikt over een resultaat, indien degene die bevoegd is tot het openstellen van die plaats voor publiek er zorg voor draagt dat de daar aanwezige personen een veilige afstand tot elkaar in acht kunnen nemen.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 1 december 2021

Willem-Alexander

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Uitgegeven de derde december 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 961

Naar boven