Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Justitie en VeiligheidStaatsblad 2021, 419Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 1 september 2021, houdende de vantoepassingverklaring van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen op het afstromend water in Limburg ten gevolge van de regenval in juli 2021

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, van 00 augustus 2021, nr. 3508308; directie Wetgeving en Juridische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De Wet tegemoetkoming schade bij rampen is van toepassing op de schade en kosten die zijn ontstaan door het afstromend water in de provincie Limburg ten gevolge van de regenval in juli 2021.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

Onze Minister van Justitie en Veiligheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 1 september 2021

Willem-Alexander

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Uitgegeven de derde september 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

De Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) is primair bedoeld voor rampen als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s in de vorm van overstromingen door zoet water en aardbevingen. Artikel 3 Wts bepaalt evenwel dat de wet bij koninklijk besluit van toepassing kan worden verklaard in geval van een ramp als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s die van ten minste vergelijkbare orde is als een overstroming door zoet water of een aardbeving.

In de periode van 13 juli tot en met 15 juli 2021 is er in het zuidoosten van Nederland, in Duitsland en in België extreem veel neerslag gevallen. Het zwaartepunt lag in Zuid-Limburg. Op 14 juli heeft het KNMI code rood afgegeven. In het zuidoosten van Limburg is zelfs binnen twee dagen tijd een hoeveelheid regen gevallen die een herhalingstijd heeft tussen de 100 en 1.000 jaar. De extreme regenval heeft ertoe geleid dat de Maas een zeer hoge waterstand heeft bereikt en dat verschillende wateren waar geen primaire of anderszins gereglementeerde keringen aanwezig zijn, zoals beken en zijrivieren, in Limburg ver buiten hun oevers zijn getreden.

Er is hier sprake van een ramp als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.1 De Wts is derhalve rechtstreeks van toepassing op bovenbedoelde overstromingen.

Daarnaast was er in die periode sprake van afstromend water, waaronder wordt verstaan water, veroorzaakt door extreem zware regenval in heuvelachtig terrein, dat niet afgevoerd kan worden door de verzadigde aanwezige riolering en andere afvoermiddelen als beken en stroompjes, en dat zich daardoor over land verplaatst naar lagergelegen delen. Ook hier kan in casu worden gesproken van een ramp als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s, van ten minste vergelijkbare orde als de overstromingen. Het afstromend water heeft schade aangericht die vergelijkbaar is met de overstromingsschade, en dus is het redelijk is dat de gemeenschap bijdraagt in de financiële gevolgen daarvan.2 Dit rechtvaardigt de vantoepassingverklaring van de Wts op het afstromend water ten gevolge van de regenval in juli 2021 in de provincie Limburg.

Het onderhavige besluit strekt hiertoe.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

ramp: een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

X Noot
2

Kamerstukken I 1997/98, 25 159, nr. 140b, p. 4.