Wet van 14 juli 2021 tot wijziging van de Wet dieren in verband met de uitvoering van de herziene Europese wetgeving over diergeneesmiddelen en gemedicineerde diervoeders

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op een goede uitvoering Verordening (EU) 2019/6 en Verordening (EU) 2019/4, nodig is enkele onderdelen van de Wet dieren te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet dieren wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsbepalingen «biologisch diagnosticum», «diervoeder met medicinale werking», «entstof», «serum», «substantie» en «voormengsel voor diervoeder met medicinale werking» komen te vervallen.

2. In de alfabetische volgorde worden ingevoegd:

antimicrobiële stof:

antimicrobiële stof als bedoeld in artikel 4, twaalfde lid, van verordening (EU) 2019/6;

gemedicineerd diervoeder:

gemedicineerd diervoeder als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2019/4;

klinische proef:

klinische proef als bedoeld in artikel 4, zeventiende lid, van verordening (EU) 2019/6;

stof:

materie van menselijke, dierlijke, plantaardige of chemische oorsprong;

verordening (EU) 2019/4:

Verordening 2019/4 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van gemedicineerde diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 90/167/EEG van de Raad (PbEU 2019, L 4);

verordening (EU) 2019/6:

Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PbEU 2019, L 4);

3. De begripsbepaling «diergeneesmiddel» komt te luiden:

diergeneesmiddel:

diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) 2019/6;

4. In de begripsbepaling «diergeneeskundige handeling» vervalt onderdeel 2°, onder vernummering van de subonderdelen 3° tot en met 7° tot 2° tot en met 6°.

5. De begripsbepaling «homeopathisch diergeneesmiddel» komt te luiden:

homeopatisch diergeneesmiddel:

homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, tiende lid, van verordening (EU) 2019/6;

6. De begripsbepaling «immunologisch diergeneesmiddel» komt te luiden:

immunologisch diergeneesmiddel:

immunologisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van verordening (EU) 2019/6;

B

In de artikelen 2.2, 2.7 en 2.15 en 2.20 wordt «substanties» telkens vervangen door «stoffen».

C

Artikel 2.8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het is verboden lichamelijke ingrepen te verrichten.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel b wordt de puntkomma vervangen door «, en».

b. In onderdeel c wordt «, en» vervangen door een punt.

c. Onderdeel d vervalt.

3. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde lid tot vijfde lid.

4. In het vijfde lid (nieuw) wordt «het eerste tot en met het vijfde lid» vervangen door «het eerste tot en met het vierde lid».

5. Het zevende lid vervalt.

D

In artikel 2.15, vierde lid, onderdelen c en d, wordt «substantie» vervangen door «stof».

E

In artikel 2.18, tweede lid, onderdeel b, wordt «substanties of andere stoffen» vervangen door «of stoffen».

F

Artikel 2.19 vervalt.

G

Artikel 2.20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en derde lid wordt «diervoeders met medicinale werking» vervangen door «gemedicineerde diervoeders».

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:

    • a. het vervoeren van:

      • 1°. diergeneesmiddelen, of

      • 2°. stoffen die bij de bereiding van diergeneesmiddelen worden gebruikt;

    • b. de kleinhandel in diergeneesmiddelen;

    • c. het beperken van het gebruik van diergeneesmiddelen tot bepaalde personen die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid;

    • d. klinische proeven.

H

Artikel 2.21 vervalt.

I

In artikel 2.22, derde lid, onderdeel b wordt «sera, entstoffen» vervangen door «immunologische diergeneesmiddelen».

J

Artikel 2.25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «substanties» vervangen door «stoffen».

2. In het eerste en derde lid wordt «substanties of andere stoffen,» vervangen door «stoffen».

3. In het derde en vierde lid wordt «substantie» telkens vervangen door «stof».

K

Artikel 5.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift vervalt «, diergeneesmiddelen en samenstellingen daarvan».

2. In het eerste en tweede lid vervalt telkens «, diergeneesmiddelen en samenstellingen daarvan».

L

Artikel 5.15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «of samenstellingen daarvan» telkens vervangen door «gemedicineerde diervoeders».

2. In het derde lid wordt «een vergunning als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid» vervangen door «een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel».

M

In artikel 6.4, eerste lid, vervalt «2.19, tweede, vierde en vijfde lid,».

N

Artikel 8.6, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, wordt als volgt gewijzigd:

1. «2.8, eerste lid, onderdelen b en c» wordt vervangen door «2.8, eerste lid».

2. «2.19, eerste lid,» vervalt.

ARTIKEL II

Artikel 1 van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1° wordt de zinsnede die betrekking op de Wet dieren als volgt gewijzigd:

a. «2.19, eerste lid» en «2.21, eerste en derde lid» vervallen.

b. «2.20, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 1°, b, c, e en f» wordt vervangen door «2.20, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 1°, b, c en d».

c. «artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c» wordt vervangen door «artikel 2.8, eerste, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c».

2. In onderdeel 2° wordt in de zinsnede die betrekking heeft op de Wet dieren «2.20, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 2°, d, g, h i, j, k, en l» vervangen door «2.20, eerste en tweede lid voor wat betreft het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2°»

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van 28 januari 2022. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 28 januari 2022, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 14 juli 2021

Willem-Alexander

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Uitgegeven de vijfentwintigste augustus 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 661

Naar boven