Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2021, 373Wet

Wet van 14 juli 2021 tot samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de gemeenten Landerd en Uden samen te voegen tot de nieuwe gemeente Maashorst;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

§ 1. Opheffing, instelling en rechtsopvolging

Artikel 1

Met ingang van de datum van herindeling worden de gemeenten Landerd en Uden opgeheven.

Artikel 2

Met ingang van de datum van herindeling wordt de nieuwe gemeente Maashorst ingesteld, bestaande uit het grondgebied van de op te heffen gemeenten Landerd en Uden, zoals aangegeven op de bij deze wet behorende kaart.

Artikel 3

Voor de nieuwe gemeente Maashorst wordt de op te heffen gemeente Uden aangewezen voor de toepassing van artikel 36 van de Wet algemene regels herindeling, in verband met de toepassing van de instructies en reglementen, bedoeld in dat artikel.

Artikel 4

Voor de op te heffen gemeenten Landerd en Uden wordt de nieuwe gemeente Maashorst aangewezen voor de toepassing van de volgende bepalingen van de Wet algemene regels herindeling:

  • a. artikel 39, tweede lid, in verband met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen;

  • b. artikel 41, derde lid, in verband met de deelneming aan gemeenschappelijke regelingen;

  • c. artikel 45, tweede lid, in verband met de overgang van rechten en verplichtingen in verband met de voorziening van drinkwater, elektriciteit en gas.

§ 2. Wijziging andere wetten

Artikel 5

Met ingang van de datum van herindeling vervallen in bijlage I. behorende bij de artikelen 1, eerste lid, en 26 van de Meststoffenwet «Landerd» en «Uden» en wordt in de alfabetische rangschikking van gemeenten behorend tot gebied II ingevoegd «Maashorst».

Artikel 6

1. Met ingang van de datum van herindeling vervalt in bijlage 1, behorende bij artikel 1.11, tweede lid, onderdeel d, van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II «Landerd» en «Uden» en wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd «Maashorst».

2. Met ingang van de datum van herindeling vervalt in bijlage 2, behorende bij artikel 1.11, eerste lid, onderdeel o, en tweede lid, onderdeel j, van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II «Landerd» en «Uden» en wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd «Maashorst».

Artikel 7

Met ingang van de datum van herindeling vervallen in artikel 10 van de Wet op de rechterlijke indeling «Landerd, », en «Uden, » en wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd «Maashorst, ».

Artikel 8

Met ingang van de datum van herindeling vervallen in de bijlage bij artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s, onder Brabant-Noord, «Landerd, », en «Uden, » en wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd «Maashorst, ».

§ 3. Evaluatie

Artikel 9

  • 1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overleg met de besturen van de nieuwe gemeente Maashorst en de provincie Noord-Brabant, zendt binnen drie jaar na de datum van herindeling aan de Staten-Generaal een verslag over het functioneren van de nieuwe gemeente Maashorst.

  • 2. In het verslag wordt in het bijzonder aandacht besteed aan:

    • a. de positie van de tot de nieuwe gemeente Maashorst behorende kernen, in het bijzonder Schaijk en Reek, in relatie tot de andere delen van de gemeente en de maatschappelijke samenhang met omliggende kernen die niet tot de nieuwe gemeente behoren;

    • b. de wenselijkheid van een wijziging van de gemeentelijke indeling, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene regels herindeling om de kernen Schaijk en Reek bij de gemeente Oss te voegen.

§ 4. Inwerkingtreding

Artikel 10

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 14 juli 2021

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Uitgegeven de tweeëntwintigste juli 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Kaart, genoemd in artikel 2

Kaart, genoemd in artikel 2


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 619