Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2021, 36Wet

Wet van 27 januari 2021 tot Wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2021 (Tijdelijke wet Tweede-Kamerverkiezing covid-19)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op het voorkomen van besmettingen en verspreiding van het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2) wenselijk is nadere maatregelen te nemen om de volksgezondheid bij de organisatie en de uitvoering van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in 2021 te beschermen en een goed verloop van het verkiezingsproces te waarborgen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «of een waarnemer, als bedoeld in artikel 13» vervangen door «, een waarnemer als bedoeld in artikel 13 of een ander persoon die het stembureau ten dienste wordt gesteld of bijstaat op de locatie waar en gedurende de periode dat het stembureau zitting houdt».

2. Na onderdeel e wordt een onderdeel toegevoegd, luidend:

f. stempluspas:

een stempas waarmee ook per brief kan worden gestemd.

B

Na paragraaf 1 worden drie paragrafen ingevoegd, luidende:

Paragraaf 1a. De Kiesraad

Artikel 1a (Plaatsvervangende leden Kiesraad)
  • 1. Op voordracht van de Kiesraad wordt ten behoeve van zittingen waarin hij als centraal stembureau optreedt, bij koninklijk besluit een voldoend aantal plaatsvervangende leden benoemd. Artikel A 5, derde lid, eerste zin, van de Kieswet alsmede de artikelen 9, 13, en 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Bij ontstentenis van een lid om een zitting bij te wonen waarin de Kiesraad optreedt als centraal stembureau, treedt een door de voorzitter van de Kiesraad aan te wijzen plaatsvervangend lid op.

  • 3. Het plaatsvervangend lidmaatschap van de Kiesraad vervalt van rechtswege op het moment dat deze wet vervalt.

Paragraaf 1b. Verlenging termijn voor vaststelling verkiezingsuitslag

Artikel 1b (Zittingsduur leden vertegenwoordigende organen)

Voor de toepassing van hoofdstuk C van de Kieswet wordt in dat hoofdstuk steeds gelezen in plaats van:

  • a. de donderdag: de woensdag;

  • b. de eerstvolgende donderdag: de eerstvolgende woensdag;

  • c. 23 tot en met 29 maart: 28 maart tot en met 4 april;

  • d. 19 tot en met 25 mei: 24 tot en met 31mei.

Paragraaf 1c. Tijdelijke regels over stembureaus en hoofdstembureaus

Artikel 1c (Aantal leden stembureau)

In afwijking van het bepaalde bij en krachtens artikel E 3, derde lid, van de Kieswet bestaat een stembureau uit ten minste vier leden waarvan er één voorzitter is.

Artikel 1d (Aantal plaatsvervangende leden hoofdstembureau)
  • 1. Voor de toepassing van artikel E 5, derde lid, van de Kieswet wordt in plaats van «drie plaatsvervangende leden» gelezen: een voldoend aantal plaatsvervangende leden.

  • 2. Indien meer dan drie plaatsvervangende leden zijn benoemd, vervalt de benoeming van de boven dit aantal benoemde leden, in afwijking van artikel E 8, eerste volzin, van de Kieswet van rechtswege op het moment dat deze wet vervalt.

C

Het opschrift van paragraaf 2 komt te luiden:

Paragraaf 2. Tijdelijke regels over de kandidaatstelling

D

Na artikel 2 worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 2a (Termijn verzuimherstel)

In afwijking van artikel I 2, tweede lid, van de Kieswet kan degene die de lijst heeft ingeleverd binnen een termijn van twee dagen na de zitting, bedoeld in artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet het verzuim of de verzuimen, in de kennisgeving aangeduid, herstellen bij het centraal stembureau, tussen negen en zeventien uur.

Artikel 2b (Tijdstip zitting kandidaatstelling)

Voor de toepassing van artikel I 4, eerste volzin, van de Kieswet wordt in plaats van «Op de laatste dag van de termijn, genoemd in artikel I 2, tweede lid,» gelezen «Op de derde dag na de zitting, bedoeld in artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet» en in plaats van «die om zestien uur aanvangt» wordt gelezen: die om tien uur aanvangt.

Artikel 2c (Gedragsregels zitting kandidaatstelling)

  • 1. Het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, derde en vierde volzin, tweede tot en met vierde, zevende en negende lid, is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het centraal stembureau de in artikel I 4 van de Kieswet bedoelde zitting houdt en op daarbij aanwezige personen.

  • 2. Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat de voorzitter de gezondheidscheck afneemt bij de andere leden van het centraal stembureau. De plaatsvervangend voorzitter neemt de gezondheidscheck af bij de voorzitter.

  • 3. Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.

Artikel 2d (Op afstand bijwonen en volgen zitting kandidaatstelling)

  • 1. In aanvulling op artikel I 4 van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

  • 2. Een zitting bedoeld in het eerste lid vindt slechts doorgang voor zover:

    • a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting;

    • b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;

    • c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en

    • d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.

  • 3. Onverminderd artikel I 18, tweede lid, van de Kieswet kunnen personen die de zitting in een digitale omgeving bijwonen bezwaren inbrengen. De ingebrachte bezwaren zijn geen bezwaren in de zin van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4. Bij de bekendmaking, bedoeld in artikel I 18, derde lid, onder b, van de Kieswet wordt tevens mededeling gedaan van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het eerste en derde lid.

Artikel 2e (Ondertekening proces-verbaal kandidaatstelling)

  • 1. In aanvulling op artikel I 18, eerste lid, van de Kieswet wordt het proces-verbaal achtereenvolgens door de voorzitter en alle fysiek aanwezige leden van het centraal stembureau ondertekend.

  • 2. Een lid van het centraal stembureau dat de openbare zitting in een digitale omgeving op afstand bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.

Artikel 2f (Openbaarmaking proces-verbaal)

In afwijking van artikel I 18, eerste lid, van de Kieswet maakt het centraal stembureau het proces-verbaal met weglating van de ondertekening onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

E

In paragraaf 3 wordt vóór artikel 3 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2g (Stembureaus t.b.v. vervroegd stemmen)

  • 1. Burgemeester en wethouders wijzen stembureaus aan die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden. Op deze dagen vangt de stemming aan om zeven uur dertig en duurt tot eenentwintig uur.

  • 2. Het aantal aan te wijzen stembureaus, bedoeld in het eerste lid, bedraagt op beide dagen ten minste:

    • a. in een gemeente met minder dan 10.000 kiesgerechtigden: 1;

    • b. in een gemeente met 10.000 tot 30.000 kiesgerechtigden: 2;

    • c. in een gemeente met 30.000 tot 60.000 kiesgerechtigden: 4;

    • d. in een gemeente met 60.000 tot 100.000 kiesgerechtigden: 8;

    • e. in een gemeente met 100.000 tot 350.000 kiesgerechtigden: 10;

    • f. in een gemeente met 350.000 of meer kiesgerechtigden: 20.

  • 3. Bij het aanwijzen van stemlokalen voor de stembureaus, bedoeld in het eerste lid, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat deze op ten minste zoveel verschillende adressen gelegen zijn als het aantal, genoemd in het tweede lid.

  • 4. De stemopneming van de stembureaus, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de dag van de stemming en vangt aan op een door burgemeester en wethouders vast te stellen en bekend te maken tijdstip en plaats.

  • 5. De burgemeester brengt de aanwijzingen, de dagen en de zittingstijden waarop de stemming plaatsvindt alsmede de plaatsen, dagen en het tijdstip waarop de stemopneming aanvangt ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ter openbare kennis.

F

Na artikel 3 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a (Aanwijzing bijzondere stembureaus t.b.v. vervroegd stemmen)

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente bijzondere stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 1, derde lid, van de Kieswet dan wel artikel 3 die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden.

  • 2. Voor de toepassing van artikel J 1, derde lid, van de Kieswet wordt in die bepaling voor «voor de stemming» gelezen: voor de dag van de stemming.

G

Na artikel 4 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4a (Aanwijzing mobiele stembureaus t.b.v. vervroegd stemmen)

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente mobiele stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 4a van de Kieswet dan wel artikel 4 die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden.

  • 2. Voor de toepassing van artikel J 1, derde lid, van de Kieswet wordt in die bepaling voor «voor de stemming» gelezen: voor de dag van de stemming.

H

In artikel 6, tweede volzin, wordt «wordt voortgezet» gewijzigd in «plaatsvindt».

I

Na paragraaf 3 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 3a. Tijdelijke regels over de oproeping tot de stemming

Artikel 7a (Ontvangst stempas)
  • 1. Voor de toepassing van artikel J 7, eerste volzin, van de Kieswet wordt voor «voor de stemming» gelezen: voor de dag van de stemming.

  • 2. Daags na de dag van de kandidaatstelling zijn de gegevens beschikbaar voor het personaliseren van de stempassen ten behoeve van het bepaalde in artikel J 7 van de Kieswet.

Artikel 7b (Ontvangst briefstembescheiden)
  • 1. In afwijking van artikel J 7, eerste volzin, van de Kieswet ontvangt elke kiezer die bevoegd is om aan de stemming deel te nemen en die op de dag van de stemming de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt van de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd:

    • a. een briefstembiljet;

    • b. een geadresseerde retourenveloppe;

    • c. een stempluspas;

    • d. een enveloppe voor het stembiljet; en

    • e. een handleiding voor de kiezer.

  • 2. De kiesgerechtigde ontvangt de stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, d en e, zo spoedig mogelijk.

  • 3. Tenzij deze wet anders bepaalt wordt voor de toepassing van de bepalingen bij of krachtens de Kieswet onder stempas mede verstaan: stempluspas.

  • 4. Bij ministeriële regeling worden modellen vastgesteld voor de stukken, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7c (Vaststelling uittreksel register ongeldige stempassen)
  • 1. Voor de toepassing van artikel J 7a, eerste lid, van de Kieswet wordt in die bepaling voor «de dag voor de stemming» gelezen: op de vijfde dag voor de dag van de stemming na zeventien uur.

  • 2. Voor de toepassing van artikel J 7a, tweede lid, onderdeel d, van de Kieswet wordt in die bepaling voor «dan wel voor het uitbrengen van zijn stem is overleden» gelezen: dan wel is overleden.

Artikel 7d (Verzoek vervangende briefstembescheiden)

In aanvulling op artikel J 8, eerste lid, van de Kieswet worden aan degene die tot deelneming aan de stemming bevoegd is en die op de dag van de stemming de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt tevens op zijn verzoek door de burgemeester de in artikel 7b, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, genoemde stukken opnieuw uitgereikt of toegezonden.

Artikel 7e (Termijn aanvraag vervangende stempas)

In afwijking van artikel J 8, derde lid, eerste en tweede volzin, van de Kieswet dient het verzoek uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om zeventien uur te zijn ontvangen.

J

Het opschrift van paragraaf 4 komt te luiden:

Paragraaf 4. Tijdelijke regels over het stembureau tijdens de stemming

K

1. Artikel 8, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Gedurende de zitting zijn steeds ten minste de voorzitter en drie andere leden van het stembureau aanwezig.

2. In artikel 8, derde lid, onderdeel b, wordt «artikel 9, zesde lid,» vervangen door « artikel 9, vijfde lid,».

L

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt de zinsnede «een stembureau en de waarnemers, bedoeld in artikel 13» vervangen door «het stembureau, de waarnemers, bedoeld in artikel 13, en andere personen die het stembureau ten dienste worden gesteld of bijstaan op de locatie waar en gedurende de periode dat het stembureau zitting houdt».

2. In het derde lid wordt voorts «Indien een lid (...) niet vervullen» vervangen door «Indien één van de voornoemde personen niet aan de gezondheidscheck voldoet, kan de betrokkene zijn functie niet vervullen».

3. Aan het vijfde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: «Bij ministeriële regeling wordt hiervoor een model vastgesteld.»

4. In het zesde lid wordt «artikel 58f, eerste lid, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19» vervangen door «artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid».

5. Het tiende en elfde lid worden vernummerd tot negende en tiende lid.

La

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: «Stembus».

2. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In aanvulling op artikel J 18, eerste lid, van de Kieswet kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gesteld over de vervaardiging van de stembus.

M

In paragraaf 6 wordt voor artikel 11 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a (Stembiljet)

  • 1. De stembiljetten zijn voorzien van de naam van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing plaatsvindt en een aanduiding van de kieskring.

  • 2. Artikel J 20, eerste lid, tweede volzin, van de Kieswet is niet van toepassing.

N

Na paragraaf 6 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 6a. Tijdelijke regels over briefstemmen voor kiezers binnen Nederland

Artikel 11a (Aanwijzen briefstembureau)
  • 1. Onverminderd de artikelen M 9, eerste lid, en M 13, vijfde lid, van de Kieswet wijzen burgemeester en wethouders in hun gemeente een of meer briefstembureaus aan. Deze stembureaus zijn uitsluitend bestemd voor per brief uit te brengen stemmen.

  • 2. Ten aanzien van deze stembureaus zijn de artikelen J 11 en J 16 van de Kieswet, voor zover laatstgenoemd artikel betrekking heeft op stemhokjes, niet van toepassing.

Artikel 11b (Zittingstijden briefstembureau)
  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat briefstembureaus, in afwijking van artikel J 1 van de Kieswet, ten behoeve van het verrichten van de handelingen, bedoeld in de artikelen 11g tot en met 11i, tevens zitting houden vanaf het moment dat het in artikel J 7a, eerste lid, tweede volzin, van de Kieswet bedoelde uittreksel is vastgesteld op door burgemeester en wethouders te bepalen dagen en tijden. In dat geval draagt de burgemeester er in afwijking van artikel 11f, tweede lid, zorg voor dat de binnengekomen retourenveloppen op deze dagen worden overhandigd aan de voorzitter van het briefstembureau.

  • 2. Indien burgemeester en wethouders gebruik hebben gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, vangen deze stembureaus op de dag van stemming eerst met de handelingen, bedoeld in de artikelen 11g tot en met 11i aan, nadat het stembureau overeenkomstig artikel 23e de stemopneming heeft verricht ten aanzien van de stembiljetten die zich bij aanvang van de dag van de stemming in de stembus bevinden.

  • 3. In afwijking van artikel J 1, tweede lid, van de Kieswet eindigt de stemming op de dag van de stemming zodra de briefstembureaus de handelingen, bedoeld in de artikelen 11g tot en met 11i, ten aanzien van alle tijdig binnengekomen retourenveloppen hebben beëindigd.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de zittingen, bedoeld in het eerste lid, en het bewaren van de stembescheiden.

Artikel 11c (Briefstemmen)
  • 1. In aanvulling op hoofdstuk J van de Kieswet kan een kiesgerechtigde die de in artikel 7b, eerste lid, genoemde stukken heeft ontvangen ook aan de stemming deelnemen door op het briefstembiljet een stipje geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze in te kleuren.

  • 2. Daarna vouwt hij het briefstembiljet dicht op zodanige wijze dat de namen van de kandidaten niet zichtbaar zijn en doet hij het briefstembiljet in de enveloppe voor het stembiljet.

  • 3. De kiezer ondertekent de op de stempluspas gestelde verklaring dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld.

  • 4. Vervolgens doet hij de stempluspas en de enveloppe met het stembiljet in de retourenveloppe, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, onderdeel b, dan wel een andere geadresseerde enveloppe en retourneert hij deze gesloten.

  • 5. De kiezer kan de retourenveloppe per post doen toekomen aan de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd, onverminderd het bepaalde in de artikelen 11d en 11e.

  • 6. De burgemeester draagt er zorg voor dat de retourenveloppen veilig worden opgeslagen alsook tijdig wordt overgedragen aan een briefstembureau.

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van de retourenveloppen.

Artikel 11d (Afgiftepunten)
  • 1. Burgemeester en wethouders wijzen binnen de gemeente een of meer plaatsen aan waar retourenveloppen als bedoeld in artikel 11c, vijfde lid, in persoon kunnen worden afgegeven ten behoeve van het in die gemeente gevestigde briefstembureau.

  • 2. Een retourenveloppe kan vanaf de zevende dag voor de dag van de stemming in persoon worden afgegeven op een afgiftepunt als bedoeld in het eerste lid:

    • a. op een werkdag, niet zijnde de dag van de stemming, ten minste tussen negen en zeventien uur;

    • b. op een weekenddag, voor zover burgemeester en wethouders daartoe beslissen, gedurende een door hen aangewezen periode;

    • c. op de dag van de stemming gedurende de in artikel J 1, tweede lid, van de Kieswet genoemde periode.

  • 3. Gedurende de tijd dat een afgiftepunt open is, krijgt een ieder op zijn verzoek de in artikel 7b, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, genoemde stukken uitgereikt.

  • 4. De burgemeester brengt de aanwijzing en vaststelling van de plaatsen, dagen en tijdstippen ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ter openbare kennis.

  • 5. Degene die ten behoeve van het briefstembureau de enveloppe in ontvangst neemt, houdt daarvan aantekening door daarop de ontvangstdatum en een handtekening te plaatsen.

  • 6. De artikelen 5 en 11c, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11e (Afgifte retourenveloppe aan stembureau)

Indien een persoon de retourenveloppe, bedoeld in artikel 11c, vijfde lid, gedurende de stemming afgeeft aan een lid van het stembureau dat belast is met de in artikel J 25 van de Kieswet bedoelde taken, houdt dit lid daarvan aantekening bij door op de enveloppe de datum en een handtekening te plaatsen. Daarna wordt de enveloppe door het stembureau bewaard tot het einde van de stemming.

Artikel 11f (Termijn voor briefstemmen)
  • 1. De stukken, bedoeld in artikel 11c, vierde lid, dienen uiterlijk op de dag van de stemming om eenentwintig uur in het bezit te zijn van de burgemeester dan wel een afgiftepunt als bedoeld in artikel 11d.

  • 2. De burgemeester draagt er zorg voor dat de tijdig binnengekomen retourenveloppen op de dag van de stemming onverwijld na eenentwintig uur ongeopend overhandigd worden aan de voorzitters van de briefstembureaus, bedoeld in artikel 11a.

  • 3. De retourenveloppen die te laat zijn binnengekomen worden door de burgemeester ongeopend in een of meer te verzegelen pakken gedaan.

  • 4. De burgemeester bewaart de pakken, bedoeld in het derde lid, drie maanden nadat over de toelating van de gekozenen is beslist. Daarna vernietigt hij deze pakken onmiddellijk. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel 11g (Toelating tot de stemming)
  • 1. Een lid van het briefstembureau opent de retourenveloppe en neemt de stempluspas en de enveloppe met het stembiljet eruit.

  • 2. Vervolgens wordt de echtheid van de stempluspas gecontroleerd.

  • 3. Indien de stempluspas echt is, wordt nagegaan of het nummer van de stempluspas voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, bedoeld in artikel J 7a, tweede volzin, van de Kieswet.

  • 4. Indien het nummer van de stempluspas niet voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, wordt de enveloppe met het stembiljet ongeopend in de stembus gestoken. Indien het stembiljet zich niet in de daartoe bestemde enveloppe bevindt, wordt het, zonder het in te zien, dichtgevouwen in de stembus gestoken.

Artikel 11h (Terzijdelegging retourenveloppen)
  • 1. Indien de retourenveloppe niet alle stembescheiden bevat, de stempluspas niet echt is of het nummer van de stempluspas voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, doet het lid van het briefstembureau de aangetroffen bescheiden, zonder het stembiljet in te zien of zonder de enveloppe met het stembiljet te openen, wederom in de retourenveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld, terzijde.

  • 2. Indien in een retourenveloppe stembescheiden van meer personen zijn gevoegd, waarvan er een of meer niet aan de bij of krachtens de Kieswet dan wel deze wet gestelde eisen voldoen, of waarvan het aantal stembescheiden niet overeenkomt met het aantal stembiljetten, onderscheidenlijk enveloppen met stembiljet, legt het lid van het briefstembureau de aangetroffen bescheiden, zonder het stembiljet in te zien of zonder de enveloppe met het stembiljet te openen, wederom in de retourenveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld, eveneens terzijde.

Artikel 11i (Aantal toegelaten briefstemmers binnen Nederland)

Het briefstembureau stelt het aantal geldige stempluspassen vast behorend bij de enveloppen met een stembiljet, dan wel stembiljetten, die het in de stembus heeft gedeponeerd. Dit is het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.

O

In artikel 13, eerste lid, wordt «Artikel E 4, tweede lid, van de Kieswet» vervangen door «Artikel E 4, tweede en derde lid, van de Kieswet».

P

In paragraaf 9 wordt vóór artikel 14 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 13a (Termijn indienen verzoek kiezerspas)

In afwijking van artikel K 3, tweede lid, eerste en tweede volzin, van de Kieswet dient het verzoek uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om zeventien uur te zijn ontvangen.

Artikel 13b (Aanvulling verzoek ex art. K 3 Kieswet)

  • 1. In aanvulling op de bescheiden genoemd in artikel K 2, aanhef en onder b, van het Kiesbesluit mag ook een kopie van de navolgende identiteitsdocumenten bij een aanvraag als bedoeld in artikel K7 van de Kieswet worden gevoegd:

    • a. noodpaspoort; of

    • b. laissez-passer voor zover daaruit het bezit van de Nederlandse nationaliteit blijkt.

  • 2. Voorts kunnen ook de bescheiden genoemd in artikel M 5 van het Kiesbesluit die op de dag van de stemming, bedoeld in artikel J 1, eerste lid, of Y 8, eerste lid, van de Kieswet, maximaal een jaar hun geldigheid hebben verloren worden gebruikt, mits daarbij tevens een kopie van de in artikel 61 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap bedoelde verklaring is gevoegd en deze niet meer dan een jaar voor de dag van de stemming is verstrekt.

Q

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In afwijking van artikel L 7, eerste lid, van de Kieswet dient de aanvraag uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om zeventien uur te zijn ontvangen.

2. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde tot vijfde lid.

3. In het vijfde lid (nieuw) vervalt «, het langs elektronische weg bekendmaken van een besluit daarop en de verificatie van een volmachtbewijs, bedoeld in het vijfde lid, door een stembureau».

R

Na artikel 16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16a (Aanvulling verzoek ex. art. L 9 Kieswet)

  • 1. In aanvulling op de bescheiden genoemd in artikel L 2, aanhef en onder b, van het Kiesbesluit mag ook een kopie van de navolgende identiteitsdocumenten bij een aanvraag als bedoeld in artikel L 9 van de Kieswet worden gevoegd:

    • a. noodpaspoort; of

    • b. laissez-passer voor zover daaruit het bezit van de Nederlandse nationaliteit blijkt.

  • 2. Voorts mogen ook de bescheiden genoemd in artikel L 2, aanhef en onder b, van het Kiesbesluit bij de aanvraag worden gevoegd die op de dag van de stemming, bedoeld in artikel J 1, eerste lid, of Y 8, eerste lid, van de Kieswet, maximaal een jaar hun geldigheid hebben verloren, mits daarbij tevens een kopie van de in artikel 61 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap bedoelde verklaring is gevoegd en deze niet meer dan een jaar voor de dag van de stemming is verstrekt.

S

Na paragraaf 10 worden twee nieuwe paragrafen ingevoegd, luidend:

Paragraaf 10a. Tijdelijke regels over het stemmen per brief door kiezers buiten Nederland

Artikel 17a (Uitbreiding identiteitsdocumenten t.b.v. briefstemmen)
  • 1. In aanvulling op de identiteitsdocumenten die op grond van artikel M 7, vierde lid, van de Kieswet bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, mag ook een kopie van de navolgende identiteitsdocumenten worden bijgevoegd:

    • a. noodpaspoort; of

    • b. laissez-passer voor zover daaruit het bezit van de Nederlandse nationaliteit blijkt.

  • 2. Voorts kunnen ook de bescheiden genoemd in artikel M 5 van het Kiesbesluit die op de dag van de stemming, bedoeld in artikel J 1, eerste lid, of Y 8, eerste lid, van de Kieswet, maximaal een jaar hun geldigheid hebben verloren worden gebruikt, mits daarbij tevens een kopie van de in artikel 61 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap bedoelde verklaring is gevoegd en deze niet meer dan een jaar voor de dag van de stemming is verstrekt.

Artikel 17b (Sluitingstermijn briefstemmen)
  • 1. In afwijking van artikel M 8, eerste lid, van de Kieswet moet de retourenveloppe, indien deze per post worden geretourneerd, uiterlijk op de vijfde dag na de dag van de stemming om twaalf uur in het bezit zijn van de burgemeester van ’s-Gravenhage.

  • 2. In aanvulling op artikel M 8, tweede lid, van de Kieswet draagt de burgemeester van ’s-Gravenhage er tevens zorg voor dat de binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, ontvangen retourenveloppen, die zijn gefrankeerd, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op de vijfde dag na de dag van de stemming om zestien uur ongeopend overhandigd worden aan de voorzitter van een briefstembureau.

Artikel 17c (Briefstembureaus vestigen buiten ’s-Gravenhage)

Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage kunnen onverminderd het bepaalde in artikel M 9, eerste lid, van de Kieswet en in afwijking van artikel J 4, eerste en tweede lid, van de Kieswet een briefstembureau aanwijzen dat zitting houdt in een andere gemeente.

Paragraaf 10b. Tijdelijke regels voor na afloop van de stemming

Artikel 17d (Overdracht bewaarde retourenveloppen)
  • 1. Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, doet het stembureau de retourenveloppen die op grond van artikel 11e zijn bewaard in een pak.

  • 2. Dit pak wordt verzegeld en voorzien van de naam van de gemeente, het nummer van het stembureau en het opschrift «Retourenveloppen t.b.v. het briefstembureau».

  • 3. De burgemeester draagt er zorg voor dat het pak veilig wordt getransporteerd, opgeslagen alsook tijdig wordt overgedragen aan een briefstembureau.

  • 4. Totdat het stembureau het pak overdraagt ten behoeve van het vervoer naar een briefstembureau, draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op het pak niet worden verbroken.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van het pak.

T

In paragraaf 11 worden voor artikel 18 de navolgende artikelen ingevoegd:

Artikel 17e (Schorsing stemopneming ter voorkoming van onjuistheden)

  • 1. Indien aan de voorzitter van het stembureau blijkt dat een behoorlijke afronding van de stemopneming niet langer van de leden van het stembureau gevergd kan worden, kan hij, na overleg en in overeenstemming met de burgemeester, besluiten de stemopneming te schorsen.

  • 2. De voorzitter maakt het besluit tot schorsing bekend bij de ingang van het stemlokaal, de plaats, bedoeld in artikel 6, dan wel de plaats, bedoeld in artikel J 1, vierde lid, van de Kieswet. Van de schorsing van de zitting van het stembureau doet de burgemeester op algemeen toegankelijke wijze mededeling.

  • 3. De burgemeester bepaalt wanneer en waar de zitting wordt hervat en maakt dit op algemeen toegankelijke wijze bekend.

  • 4. De voorzitter van het stembureau schorst de stemopneming niet eerder, dan nadat voor iedere lijst het gezamenlijke aantal op de kandidaten uitgebrachte stemmen is vastgesteld.

Artikel 17f (Uitvoeren van een schorsing)

  • 1. Indien de stemopneming is geschorst als bedoeld in artikel 17e, eerste lid, zijn de artikelen J 26, J 30, tweede volzin, J 31 en J 32 van het Kiesbesluit niet van toepassing.

  • 2. In aanvulling op artikel J 29 van het Kiesbesluit worden de stembiljetten die zich in de stembus bevonden, lijstgewijs bijeengevoegd en in de stembus gedaan.

  • 3. De artikelen 19, tweede volzin, 20, 21, eerste en vierde lid, en 22, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van de stembus, de enveloppe en de pakken.

Artikel 17g (Openbaarmaking digitaal bestand burgemeester)

  • 1. Indien de burgemeester programmatuur heeft gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de in artikel N 11 van de Kieswet bedoelde opgave, maakt hij, onverminderd artikel N 12, tweede lid, van de Kieswet, het daarmee gegenereerde digitale bestand onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.

U

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «(Reikwijdte van paragraaf 11)» vervangen door «(Procedure voor de stemopneming in bijzondere situaties)».

2. In de aanhef wordt «Deze paragraaf is van toepassing op» vervangen door «De artikelen 19 tot en met 23 zijn van toepassing op».

3. Onder vervanging van «; en» aan het slot van onderdeel b door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door «; en» wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. een stembureau als bedoeld in artikel 2g, 3a of 4a waar vroegtijdig gestemd kan worden.

V

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: «(Na afloop van de stemming)».

2. De eerste volzin komt te luiden: «Na afloop van de stemming verzegelt het stembureau de stembus.»

W

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, komt de eerste volzin te luiden: «Het stembureau begint met het opmaken van het proces-verbaal van de stemming.»

2. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: «Voorts worden in het proces-verbaal vermeld de aantallen bedoeld in artikel J 25, negende lid, alsook de artikelen K 11, tweede lid, en L 17, derde lid, in samenhang met artikel J 25, negende lid, van de Kieswet.»

3. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Artikel N 2 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

X

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «stembus» vervangen door «verkiezingsbescheiden».

2. In het tweede lid vervalt «op dezelfde avond».

3. Aan het slot worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 3. Na de overdracht van de stembus aan de burgemeester begeven de leden van het stembureau zich onder medebrenging van de verzegelde enveloppe en de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, onverwijld naar de locatie waar het vervolg van de stemopneming wordt verricht.

  • 4. In afwijking van het derde lid geeft een stembureau als bedoeld in artikel 18, aanhef, onderdeel b of c, waarbij de stemming voor het in artikel J 1, tweede lid, van de Kieswet genoemde tijdstip is geëindigd, dan wel een stembureau als bedoeld in artikel 18, aanhef, onderdeel d, de verzegelde enveloppe en de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, zo spoedig mogelijk bij de burgemeester in bewaring. Tot aan die inbewaringgeving draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op de stembus en de enveloppe niet worden verbroken.

Y

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: «(Stemopneming)».

2. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

  • 1. De burgemeester draagt er zorg voor dat de bescheiden, bedoeld in artikel 21, tweede respectievelijk vierde lid, tijdig worden vervoerd naar de plaats waar de stemopneming zal plaatsvinden en dat de daarop aangebrachte zegels niet worden verbroken totdat het stembureau zijn zitting heeft hervat.

  • 2. Het stembureau hervat zijn zitting op de dag van de stemming onverwijld na eenentwintig uur.

3. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. In afwijking van het tweede lid vangt een stembureau als bedoeld in artikel 18, aanhef, onderdeel d, de stemopneming op de dag van de stemming aan om zeven uur dertig of op een later, door burgemeester en wethouders vast te stellen, tijdstip op die dag. Aan het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet wordt niet eerder toepassing gegeven dan na eenentwintig uur. Voorts is tot die tijd eenieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, zolang verplicht tot geheimhouding daarvan.

Z

In artikel 23 wordt «de overdracht en het vervoer» vervangen door «het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht».

AA

Na paragraaf 11 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 11a. Tijdelijke regels over de stemopneming door briefstembureaus

Artikel 23a (Stemopneming t.a.v. kiezers buiten Nederland)

Hoofdstuk N, paragraaf 2, van de Kieswet is uitsluitend van toepassing op een briefstembureau voor zover het de stemopneming betreft van stembiljetten die op grond van artikel M 10, derde lid, van de Kieswet in de stembus zijn gedeponeerd.

Artikel 23b (Aantal toegelaten briefstemmers buiten Nederland)

In afwijking van artikel N 15 van de Kieswet stelt het briefstembureau het aantal geldige briefstembewijzen vast behorend bij de enveloppen met een stembiljet, dan wel stembiljetten, die het in de stembus heeft gedeponeerd. Dit is het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.

Artikel 23c (Stemopneming t.a.v. kiezers binnen Nederland)

De artikelen 23d en 23e zijn uitsluitend van toepassing op een briefstembureau voor zover het de stemopneming betreft van stembiljetten die op grond van artikel 11g, vierde lid, in de stembus zijn gedeponeerd.

Artikel 23d (Stemopneming)
  • 1. In aanvulling op artikel N 2 van de Kieswet worden ook de retourenveloppen, bedoeld in artikel 11h, in een pak gedaan.

  • 2. Alvorens over te gaan tot de handelingen, bedoeld in artikel N 5, opent een lid van het briefstembureau de enveloppen die zich in de stembus bevinden. Indien in een enveloppe zich geen of meer dan één stembiljet bevindt, wordt hiervan een aantekening gemaakt. Indien zich meer dan één stembiljet in één enveloppe bevindt, doet hij deze biljetten wederom in de enveloppe en legt deze, na haar te hebben verzegeld, terzijde.

  • 3. Artikel N 7 van de Kieswet is van toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van het eerste lid, in plaats van «rood heeft gemaakt» wordt gelezen: heeft ingekleurd, en dat voor de toepassing van het derde lid, in plaats van «rood maken» wordt gelezen: inkleuren.

  • 4. Artikel N 8, eerste lid, van de Kieswet is van toepassing, met dien verstande dat in plaats van «artikel N 7» wordt gelezen: artikel 23d van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19.

Artikel 23e (Consequenties van een vooropening)
  • 1. Indien gebruik is gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in 11b, eerste lid, vangt het briefstembureau in afwijking van artikel N 1 van de Kieswet op de dag van stemming om zeven uur dertig of op een later, door burgemeester en wethouders vast te stellen, tijdstip op die dag, de stemopneming aan ten aanzien van de stembiljetten die zich op dat moment in de stembus bevinden.

  • 2. Ten behoeve van de handelingen, bedoeld in de artikelen 11g tot en met 11i, ten aanzien van de nog niet geopende retourenveloppen wordt de stemopneming volgens bij ministeriële regeling te stellen regels geschorst. Zodra deze handelingen ten aanzien van alle tijdig binnengekomen retourenveloppen zijn beëindigd, wordt de stemopneming bij ministeriële regeling te stellen regels hervat.

  • 3. Aan het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet wordt niet eerder toepassing gegeven dan na eenentwintig uur. Voorts is eenieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, zolang verplicht tot geheimhouding daarvan.

Paragraaf 11b. Tijdelijke regels ten aanzien van de zitting van het hoofdstembureau

Artikel 23f (Zittingsdag hoofdstembureau)
  • 1. In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet houdt het hoofdstembureau op de vijfde dag na de dag van de stemming om tien uur een openbare zitting.

  • 2. In afwijking van het eerste lid houdt het hoofdstembureau gevestigd in kieskring 12 op de zesde dag na de dag van de stemming om vijftien uur een openbare zitting.

Artikel 23g (Gedragsregels zitting hoofdstembureau)
  • 1. Het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, derde en vierde volzin, tweede tot en met vierde, zevende en negende lid, voor stemlokalen is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het hoofdstembureau de in artikel O 1 van de Kieswet bedoelde zitting houdt en op daarbij aanwezige personen.

  • 2. Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het hoofdstembureau is gevestigd de gezondheidscheck afnemen bij de leden van het hoofdstembureau.

  • 3. Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.

Artikel 23h (Op afstand bijwonen zitting hoofdstembureau)
  • 1. In aanvulling op artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting ook op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

  • 2. Een zitting, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts doorgang voor zover:

    • a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting;

    • b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;

    • c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en

    • d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.

  • 3. Onverminderd artikel O 2, vierde lid, van de Kieswet kunnen personen die de zitting in een digitale omgeving bijwonen bezwaren inbrengen. De ingebrachte bezwaren zijn geen bezwaren in de zin van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4. De voorzitter van het hoofdstembureau doet tijdig op een algemeen toegankelijke wijze mededeling van de plaats, de dag en het uur van de zitting alsook van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het eerste en derde lid.

Artikel 23i (Ondertekening proces-verbaal hoofdstembureau)
  • 1. In aanvulling op artikel O 3, tweede lid, van de Kieswet wordt het proces-verbaal achtereenvolgens door de voorzitter en alle andere fysiek aanwezige leden van het hoofdstembureau ondertekend.

  • 2. Een lid van het hoofdstembureau dat de openbare zitting op afstand in een digitale omgeving bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.

Artikel 23j (Openbaarmaking digitaal bestand hoofdstembureau)
  • 1. Indien het hoofdstemstembureau programmatuur heeft gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de in artikel O 2 van de Kieswet bedoelde uitkomsten, maakt het, onverminderd artikel O 4, eerste lid, van de Kieswet, het daarmee gegenereerde digitale bestand onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.

Paragraaf 11c. Tijdelijke regels ten aanzien van de zitting van het centraal stembureau

Artikel 23k (Aanvang werkzaamheden centraal stembureau)

Voor de toepassing van artikel P 1 van de Kieswet wordt voor «alle hoofdstembureaus zijn ontvangen» gelezen: de hoofdstembureaus zijn ontvangen.

Artikel 23l (Gedragsregels zitting uitslagvaststelling)
  • 1. Het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, derde en vierde volzin, tweede tot en met vierde, zevende en negende lid, voor stemlokalen is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het centraal stembureau de in artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet bedoelde zitting houdt en op daarbij aanwezige personen.

  • 2. Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat de voorzitter de gezondheidscheck afneemt bij de andere leden van het centraal stembureau. De plaatsvervangend voorzitter neemt de gezondheidscheck af bij de voorzitter.

  • 3. Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.

Artikel 23m (Op afstand bijwonen zitting uitslagvaststelling)
  • 1. In aanvulling op artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

  • 2. Een zitting, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts doorgang voor zover:

    • a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting;

    • b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;

    • c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en

    • d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.

  • 3. Onverminderd artikel P 20, derde lid, van de Kieswet kunnen personen die de zitting in een digitale omgeving bijwonen bezwaren inbrengen. De ingebrachte bezwaren zijn geen bezwaren in de zin van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4. Bij de bekendmaking, bedoeld in artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet wordt tevens mededeling gedaan van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het eerste en derde lid.

Artikel 23n (Ondertekening proces-verbaal uitslagvaststelling)
  • 1. In aanvulling op artikel P 22, tweede lid, van de Kieswet wordt het proces-verbaal achtereenvolgens door de voorzitter en alle andere fysiek aanwezige leden van het centraal stembureau ondertekend.

  • 2. Een lid van het centraal stembureau dat de openbare zitting op afstand in een digitale omgeving bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.

Artikel 23o (Openbaarmaking digitaal bestand centraal stembureau)
  • 1. Indien het centraal stembureau de in artikel P 1a van de Kieswet bedoelde programmatuur heeft gebruikt, maakt het, onverminderd artikel P 23 van de Kieswet, het daarmee gegenereerde digitale bestand onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.

BB

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt de zinsnede «met uitzondering van de artikelen 15 en 16 en met inachtneming van het bepaalde in afdeling Va van de Kieswet» vervangen door «met uitzondering van de artikelen 7b, 7d, 11a tot en met 11i, 15, 16, 17d, 23c tot en met 23e en met inachtneming van het bepaalde in afdeling Va van de Kieswet».

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van artikel 2g, eerste lid, eerste volzin, kan het bestuurscollege stembureaus aanwijzen die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden. Artikel 2g, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing.

CC

Na artikel 25 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 25a (Status van vervangend briefstembewijzen)

In artikel 23b wordt onder geldige briefstembewijzen mede begrepen: geldige vervangend briefstembewijzen.

DD

Na artikel 26 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 26a (Briefstembureaus en centrale stemopneming)

  • 1. Paragraaf 3.2 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming is niet van toepassing op een stembureau als bedoeld in artikel 11a.

  • 2. In afwijking van artikel N 11, eerste lid, van de Kieswet wordt het proces-verbaal overgedragen aan het gemeentelijk stembureau.

  • 3. De vaststelling van het aantal stemmen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming, vindt eerst plaats nadat tevens alle processen-verbaal van de stembureaus, bedoeld in artikel 11a, aan het gemeentelijk stembureau ter kennis zijn gebracht.

  • 4. Het gemeentelijk stembureau maakt bij de vaststelling van de aantallen stemmen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming apart melding van de stemmen die in de briefstembureaus zijn uitgebracht.

DDa

In artikel 27 wordt «artikel 22, derde lid, tweede volzin,» vervangen door «artikel 22, vierde lid, tweede volzin,».

EE

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het bij of krachtens artikel 9 bepaalde voor kiezers is van overeenkomstige toepassing op andere aanwezige personen bij een zitting van het gemeentelijk stembureau, als bedoeld in artikel 20 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.

FF

Na artikel 28 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 28a (Openbaarmaking digitaal bestand gemeentelijk stembureau)

  • 1. Indien het gemeentelijk stembureau programmatuur heeft gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de uitkomsten van de stemopneming, bedoeld in artikel 38 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming, maakt het gemeentelijk stembureau, onverminderd artikel 42, eerste lid, van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming, het daarmee gegenereerde digitale bestand onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.

GG

In artikel 30 wordt onder vernummering van het derde lid tot vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat deze wet vervalt op een eerder tijdstip dan 1 juli 2021 dan wel een tijdstip dat ligt voor het tijdstip waarop de wet na 1 juli 2021 zou vervallen.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 27 januari 2021

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Uitgegeven de negenentwintigste januari 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 654