Wet van 30 juni 2021 tot wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en ter uitvoering van het Klimaatakkoord

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om de Wet milieubeheer te wijzigen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) en ter uitvoering van het Klimaatakkoord;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 9.7.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen en bijbehorende omschrijvingen ingevoegd:

afboekrekening:

rekening in het register, bedoeld om de naar die rekening overgeboekte hernieuwbare brandstofeenheden te onttrekken aan het aantal, voor het voldoen aan de jaarverplichting, beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden;

bijproduct:

product dat een hoofddoel vormt van het productieproces, niet zijnde een residu;

hernieuwbare energie:

energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn hernieuwbare energie;

luchtvaart:

nationaal en internationaal transport door de lucht;

residu:

een stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 43, van de richtlijn hernieuwbare energie;

verordening (EU) 2019/807:

gedelegeerde verordening (EU) 2019/807 van de commissie van 13 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het bepalen van de grondstoffen met een hoog risico van indirecte veranderingen in landgebruik waarbij een belangrijke uitbreiding van het productiegebied naar land met grote koolstofvoorraden waar te nemen valt, en de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen met een laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik (PbEU 2019, L 133);

voedsel- en voedergewassen:

voedsel- en voedergewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 40, van de richtlijn hernieuwbare energie;

zetmeelrijke gewassen:

gewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 39, van de richtlijn hernieuwbare energie;

zware stookolie:

zware stookolie als bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van zware stookolie aan de accijns onderworpen zijn.

2. De begripsbepaling van biobrandstof komt te luiden:

biobrandstof:

biogas als bedoeld in artikel 2, onderdeel 28, van de richtlijn hernieuwbare energie, vloeibare biomassa als bedoeld in artikel 2, onderdeel 32, van die richtlijn of biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van die richtlijn;

3. In de omschrijving van de begripsbepaling van duurzaamheidssysteem wordt «artikel 18» vervangen door «artikel 30».

4. In de omschrijving van de begripsbepaling van energie-inhoud vervalt de punt aan het einde van de eerste volzin en vervalt de tweede volzin.

5. De begripsbepaling van hernieuwbare brandstof komt te luiden:

hernieuwbare brandstof:

hernieuwbare vloeibare en gasvormige vervoersbrandstof van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 2, onderdeel 36, van de richtlijn hernieuwbare energie;

6. De begripsbepaling van hernieuwbare energie vervoer vervalt.

7. In de begripsbepaling van importeur vervalt telkens «als bedoeld in artikel 25 van die wet».

8. In de omschrijving van de begripsbepaling van inboeker vervalt «vervoer».

9. In de omschrijving van de begripsbepaling van inboekfaciliteit vervalt «vervoer».

10. In de begripsbepaling van leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer vervalt «voor vervoer» en in de omschrijving telkens «aan vervoer».

11. De begripsbepaling van levering tot eindverbruik komt te luiden:

levering tot eindverbruik:

uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns van benzine, diesel en zware stookolie;

12. In de omschrijving van de begripsbepaling van register vervalt «vervoer».

13. De begripsbepaling van richtlijn hernieuwbare energie komt te luiden:

richtlijn hernieuwbare energie:

richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);

B

Artikel 9.7.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen leveringen van soorten biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen aan luchtvaart en zeevaart van de toepassing van paragraaf 9.7.4 worden uitgesloten.

C

Artikel 9.7.1.3 komt te luiden:

Artikel 9.7.1.3

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de invoer en het gebruik van informatie door inboekers en andere marktdeelnemers in de Uniedatabank als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

D

In artikel 9.7.1.4 wordt «De rijksbelastingdienst verstrekt» vervangen door «Onze minister en de rijksbelastingdienst verstrekken».

E

In de titelaanduiding van paragraaf 9.7.2 vervalt «vervoer».

F

Artikel 9.7.2.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid.

2. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde lid tot vierde lid.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt «het vierde lid» vervangen door «het derde lid».

G

Artikel 9.7.2.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «1 april» vervangen door «1 mei».

2. In het vijfde lid wordt «vult hij het tekort aan voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan» vervangen door «vult hij het tekort binnen drie kalendermaanden aan».

H

Artikel 9.7.3.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «drie soorten» vervangen door «vier soorten».

2. Onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel d wordt in het eerste lid na onderdeel b een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • c. een hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B;

3. In het tweede lid vervalt «vervoer».

I

In artikel 9.7.3.2 vervalt «en 9.8.4».

J

Artikel 9.7.3.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding «1.» van het eerste lid vervalt.

2. Het tweede lid vervalt.

K

Artikel 9.7.3.4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «geavanceerd» ingevoegd «, bijlage IX-B».

2. In het tweede lid wordt na «aantal» ingevoegd «of soort» en na «geavanceerd» ingevoegd «, bijlage IX-B».

L

In de titelaanduiding van paragraaf 9.7.4 vervalt «vervoer».

M

Artikel 9.7.4.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt «voor vervoer».

2. In het eerste lid, onderdeel c, vervalt «, eerste lid».

3. Het eerste lid, onderdeel e komt te luiden:

  • e. vervoer in Nederland geleverde elektriciteit, met uitzondering van elektriciteit geleverd aan spoorvoertuigen, die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.

4. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. De inboeker kan aan een inboeking tot 1 april een verklaring van een verificateur als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede lid, koppelen.

N

Artikel 9.7.4.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;

2. In onderdeel b vervalt «voor vervoer».

3. Onder vervanging van «; en» aan het slot van onderdeel b door een komma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door «, en», wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. wordt niet geproduceerd uit olie uit sojabonen, met uitzondering van olie uit sojabonen met een gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in verordening (EU) 2019/807.

O

Artikel 9.7.4.3 komt te luiden:

Artikel 9.7.4.3

De in te boeken gasvormige biobrandstof voldoet aan:

  • a. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;

  • b. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

P

Artikel 9.7.4.4 komt te luiden:

Artikel 9.7.4.4

  • 1. De in te boeken vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof voldoet aan:

    • a. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde broeikasgasemissiereductiedrempels;

    • b. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten hernieuwbare brandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.

Q

Artikel 9.7.4.5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a vervalt «vervoer».

2. Onderdeel d komt te luiden:

  • d. kunnen regels worden gesteld voor het geaggregeerd inboeken van elektriciteit.

R

Artikel 9.7.4.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule hernieuwbare energie die is ingeboekt in het register:

    • a. één hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:

      • 1°. voedsel- en voedergewassen, met een laag risico of gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in verordening (EU) 2019/807; of

      • 2°. een bijproduct van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;

    • b. één hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:

      • 1°. grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel A, van de richtlijn hernieuwbare energie; en

      • 2°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit de grondstof als bedoeld in bijlage IX, deel A, onderdeel d, van de richtlijn hernieuwbare energie, de grondstof voorkomt op een bij ministeriële regeling vast te stellen lijst van materialen;

    • c. één hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie;

    • d. één hernieuwbare brandstofeenheid overig bij op de rekening van de inboeker:

      • 1°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen die als tussenteelt op landbouwgrond worden geteeld en die niet leiden tot de vraag naar meer land;

      • 2°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit een residu van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;

      • 3°. bij een geleverde vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof;

      • 4°. voor het gedeelte van de geleverde elektriciteit afkomstig uit hernieuwbare bronnen, of

      • 5°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in de onderdelen a b, c en d, onder 1.

2. In het tweede lid vervalt «vervoer».

3. In het derde lid vervalt «die is geleverd aan wegvoertuigen in Nederland».

4. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid.

5. Er wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. In afwijking van het eerste lid kan het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijschrijven ter grootte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor groter dan één, voor aan luchtvaart en zeevaart geleverde brandstoffen, met uitzondering van uit voedsel- en voedergewassen geproduceerde brandstoffen, of een factor kleiner dan één, voor aan zeevaart geleverde brandstoffen.

6. In het vijfde lid (nieuw) wordt «hernieuwbare energie vervoer» vervangen door «hernieuwbare energie», «brandstoffeneenheden» door «brandstofeenheden» en «Nederlandse markt voor vervoer» door «Nederlandse markt».

7. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 6. In aanvulling op het eerste lid en gelet op artikel 9.7.4.8, eerste lid, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit op de rekening van de inboeker het resterende aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij, na koppeling van een verklaring als bedoeld in artikel 9.7.4.1, tweede lid.

  • 7. Een geleverde biobrandstof die geproduceerd is uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen wordt geacht niet als tussenteelt op landbouwgrond te zijn geteeld en te hebben geleid tot de vraag naar meer land, tenzij de inboeker het tegendeel aantoont.

S

In artikel 9.7.4.8, eerste lid, wordt «categorieën» vervangen door «soorten» en «bij of krachtens die maatregel vastgestelde factor» door «bij ministeriële regeling vastgestelde factor».

T

Artikel 9.7.4.9 komt te luiden:

Artikel 9.7.4.9

Voor hernieuwbare energie die tussen 1 januari en 1 mei van enig kalenderjaar wordt geleverd en ingeboekt in het register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 mei van dat kalenderjaar de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker.

U

Artikel 9.7.4.12, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De inboeker overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare energie heeft geleverd aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, eerste lid, 9.7.4.8, tweede lid, en 9.7.4.10 gestelde eisen.

V

Artikel 9.7.4.13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste tot en met derde lid vervalt telkens «vervoer».

2. In het vijfde lid wordt «aantal» vervangen door «aantal per soort» en «wordt het tekort door de inboeker aangevuld voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan» vervangen door «, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden».

W

In artikel 9.7.4.14, eerste lid, vervalt telkens «vloeibare».

X

In de titelaanduiding van paragraaf 9.7.5 vervalt «vervoer».

Y

In artikel 9.7.5.1, eerste lid, vervalt «vervoer».

Z

In artikel 9.7.5.3 wordt, onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid, na het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 5. Het bestuur van de emissieautoriteit opent een afboekrekening.

AA

Artikel 9.7.5.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «1 april» vervangen door «1 mei».

2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

AB

Paragraaf 9.7.6 komt te luiden:

§ 9.7.6 Naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria en broeikasgasemissiereductiedrempels

Artikel 9.7.6.1
  • 1. De producent van biobrandstoffen bepaalt en controleert:

    • a. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;

    • b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;

    • c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;

    en voert hierover een goede boekhouding.

  • 2. De producent van hernieuwbare brandstof controleert:

    • a. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof;

    • b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en tot de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof;

    • c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof;

    en voert hierover een goede boekhouding.

  • 3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste en tweede lid.

Artikel 9.7.6.2
  • 1. Een onderneming die gecertificeerd is volgens een duurzaamheidssysteem voert een massabalans over duurzame grondstof en duurzame biobrandstof.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de massabalans.

Artikel 9.7.6.3
  • 1. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt toezicht op een certificeringsorgaan dat namens het duurzaamheidsysteem in het kader van de naleving van duurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria voor grondstoffen voor biobrandstof en biobrandstof onafhankelijke audits uitvoert.

  • 2. Het bestuur van de emissieautoriteit brengt bij vastgestelde non-conformiteit met de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria onverwijld het duurzaamheidsysteem hiervan op de hoogte.

AC

Artikel 9.8.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

broeikasgasintensiteit:

broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus per eenheid energie uitgedrukt in gCO2-eq/MJ, als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder e, van richtlijn (EU) 2015/652;

onderneming:

onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007;

reductiepercentage:

het percentage ten opzichte van de uitgangsnorm voor brandstoffen, bedoeld in bijlage II van richtlijn (EU) 2015/652, dat ingevolge artikel 9.8.2.1, eerste lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor een kalenderjaar vastgesteld is;

2. De begripsbepaling van betere fossiele brandstof komt te luiden:

betere fossiele brandstof:

brandstof van fossiele herkomst die:

  • 1°. is genoemd in bijlage I, deel 2, onderdeel 5, van richtlijn (EU) 2015/652;

  • 2°. een broeikasgasintensiteit heeft die lager is dan het voor dat kalenderjaar vastgestelde reductiepercentage ten opzichte van de in bijlage II van richtlijn (EU) 2015/652 bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen;

3. De begripsbepaling van biobrandstof vervalt.

4. De begripsbepaling van broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus vervalt.

5. De begripsbepaling van eenheid energie vervalt.

6. De begripsbepaling van exploitatiereductie-eenheid vervalt.

AD

Artikel 9.8.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

biobrandstof:

biogas als bedoeld in artikel 2, onderdeel 28, van de richtlijn; hernieuwbare energie, vloeibare biomassa als bedoeld in artikel 2, onderdeel 32, van die richtlijn of biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van die richtlijn;

brandstof op basis van hergebruikte koolstof:

brandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 35, van de richtlijn hernieuwbare energie;

broeikasgasreductie:

het verschil tussen de broeikasgasintensiteit van de brandstof en de in bijlage II van richtlijn (EU) 2015/652 bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen, vermenigvuldigd met de energie-inhoud van de geleverde brandstof;

broeikasgasreductie-eenheid:

eenheid als bedoeld in artikel 9.8.3.1;

energie-inhoud:

energie-inhoud van de brandstof als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder c, van richtlijn (EU) 2015/652 of, indien niet opgenomen in die bijlage, de energie-inhoud, bedoeld in artikel 9.7.1.1;

hernieuwbare brandstof:

hernieuwbare vloeibare en gasvormige vervoersbrandstof van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 2, onderdeel 36, van de richtlijn hernieuwbare energie;

inboeker:

onderneming die bij of krachtens artikel 9.8.3a.1 bevoegd is om een geleverde hoeveelheid brandstof en energie in het register in te voeren;

inboekfaciliteit:

eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van brandstof en energie overeenkomstig artikel 9.8.3a.1 mogelijk maakt;

richtlijn hernieuwbare energie:

richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);

2. De begripsbepaling van hernieuwbare brandstofeenheid vervalt.

3. In de begripsbepaling van overboekfaciliteit wordt «hernieuwbare brandstofeenheid» vervangen door «broeikasgasreductie-eenheid».

AE

In artikel 9.8.1.2, onderdeel b, wordt de puntkomma vervangen door de zinsnede «, met inbegrip van binnenvaartschepen wanneer die niet op zee varen;».

AF

Artikel 9.8.1.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen leveringen van verschillende soorten biobrandstoffen als bedoeld in artikel 9.8.3a.1, eerste lid, onderdelen a en b, van de toepassing van paragraaf 9.8.3a worden uitgesloten.

AG

In artikel 9.8.1.4 wordt «De rijksbelastingdienst verstrekt» vervangen door «Onze minister en de rijksbelastingdienst verstrekken».

AH

Artikel 9.8.2.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus per eenheid energie» vervangen door «broeikasgasintensiteit» en vervalt «volgens bijlage I, deel 2, onderdeel 5, van richtlijn (EU) 2015/652».

2. In het tweede lid vervalt «, exploitatiereductie-eenheden» en wordt «betere fossiele brandstof» vervangen door «geleverde betere fossiele brandstof».

AI

Artikel 9.8.2.1, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De rapportageplichtige voldoet aan de reductieverplichting, bedoeld in het eerste lid, met de inzet van broeikasgasreductie-eenheden of geleverde betere fossiele brandstof.

AJ

In artikel 9.8.2.3, vierde lid, wordt na «van benzine en diesel» toegevoegd «en samengeperste waterstof».

AK

Artikel 9.8.2.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «1 april» vervangen door «1 mei» en vervalt telkens «of exploitatiereductie-eenheden».

2. In het tweede lid vervalt «en exploitatiereductie-eenheden».

3. In het vijfde lid wordt «voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan, uitsluitend» vervangen door «binnen drie kalendermaanden,».

AL

Artikel 9.8.2.5 komt te luiden:

Artikel 9.8.2.5

  • 1. Op 1 mei van enig kalenderjaar:

    • a. heeft de rapportageplichtige ten minste het aantal broeikasgasreductie-eenheden op zijn rekening, en

    • b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de rapportageplichtige dat aantal broeikasgasreductie-eenheden af,

    dat overeenkomt met de voor die rapportageplichtige voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende reductieverplichting.

  • 2. Indien toepassing van artikel 9.8.2.4, tweede lid, leidt tot een verhoging van de reductieverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit het aantal broeikasgasreductie-eenheden dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de rapportageplichtige.

  • 3. Indien toepassing van artikel 9.8.2.4, tweede lid, leidt tot een verlaging van de reductieverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit het aantal broeikasgasreductie-eenheden dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de rapportageplichtige.

  • 4. Indien het aantal broeikasgasreductie-eenheden op de rekening van de rapportageplichtige als gevolg van de toepassing van het eerste of tweede lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden.

AM

Paragraaf 9.8.3 komt te luiden:

§ 9.8.3. Hernieuwbare brandstofeenheden

AN

De artikelen 9.8.3.1, 9.8.3.2, 9.8.3.3 en 9.8.3.5 vervallen.

AO

Paragraaf 9.8.3 komt te luiden:

§ 9.8.3. Broeikasgasreductie-eenheden

Artikel 9.8.3.1
  • 1. Een broeikasgasreductie-eenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de reductieverplichting van één kilogram kooldioxide-equivalent.

  • 2. Een broeikasgasreductie-eenheid kan uitsluitend in het register, bedoeld in artikel 9.8.4.1, gehouden worden.

Artikel 9.8.3.2

De artikelen 9.7.3.3 tot en met 9.7.3.7 zijn van overeenkomstige toepassing op de broeikasgasreductie-eenheid.

AP

Na paragaaf 9.8.3 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 9.8.3a. Inboeken brandstof en energie

Artikel 9.8.3a.1
  • 1. Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar in het register inboeken de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem in Nederland aan de bestemmingen, bedoeld in artikel 9.8.2.1, geleverde:

    • a. vloeibare biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel a;

    • b. gasvormige biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel b;

    • c. vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel c;

    • d. gasvormige hernieuwbare brandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel d;

    • e. elektriciteit;

    • f. vloeibare en gasvormige brandstof op basis van hergebruikte koolstof.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inboeken van elektriciteit en vloeibare en gasvormige brandstof op basis van hergebruikte koolstof.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker.

Artikel 9.8.3a.2
  • 1. Bij ministeriële regeling:

    • a. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan artikel 9.8.3a.1, eerste lid, onderdeel f;

    • b. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald.

  • 2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.

Artikel 9.8.3a.3
  • 1. Ter grootte van de broeikasgasreductie van de in artikel 9.8.3a.1, eerste lid, ingeboekte leveringen, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor één kilogram broeikasgasreductie één broeikasgasreductie-eenheid bij op de rekening van de inboeker.

  • 2. De broeikasgasreductie, bedoeld in het eerste lid, wordt naar beneden afgerond op één kilogram kooldioxide-equivalent.

  • 3. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte levering een hoeveelheid broeikasgasreductie-eenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt is geleverd.

  • 4. In afwijking van het eerste lid kan het bestuur van de emissieautoriteit besluiten om voor de vaststelling van de broeikasgasreductie de minimumwaarden, bedoeld in artikel 29, tiende lid, van richtlijn hernieuwbare energie, te hanteren.

Artikel 9.8.3a.4
  • 1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantal beschikbare broeikasgasreductie-eenheden openbaar.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken.

Artikel 9.8.3a.5

Voor de brandstof en energie die tussen 1 januari en 1 mei van enig kalenderjaar wordt geleverd en ingeboekt in het register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 mei van dat kalenderjaar de broeikasgasreductie-eenheden bij op de rekening van de inboeker.

Artikel 9.8.3a.6
  • 1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van broeikasgasreductie-eenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het opschorten of weigeren.

Artikel 9.8.3a.7
  • 1. De inboeker overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarin hij de brandstof en energie heeft geleverd, aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.8.3a.1 tot en met 9.8.3a.3 gestelde eisen.

  • 2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen.

  • 3. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.

Artikel 9.8.3a.8
  • 1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid brandstof en energie of de verificatie, bedoeld in artikel 9.8.3a.7, kan het bestuur die hoeveelheid en de kenmerken van die hoeveelheid, tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.

  • 2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel broeikasgasreductie-eenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid brandstof en energie, wordt het aantal broeikasgasreductie-eenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.

  • 3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig broeikasgasreductie-eenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid brandstof en energie, wordt het aantal per soort broeikasgasreductie-eenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.8.4.6.

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.

  • 5. Indien het aantal broeikasgasreductie-eenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul wordt het tekort door de inboeker aangevuld binnen drie kalendermaanden.

AQ

Artikel 9.8.4.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vierde en zesde lid, worden na het eerste lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een inboeker op diens naam een rekening met inboekfaciliteit en met overboekfaciliteit.

  • 3. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een andere onderneming dan die bedoeld in het eerste of tweede lid, die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, op diens naam een rekening met overboekfaciliteit.

2. In het vierde lid (nieuw) wordt na de punt een zin toegevoegd, luidende:

Een rekening kan alle in het eerste en het tweede lid genoemde faciliteiten omvatten.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het bestuur van de emissieautoriteit opent een afboekrekening.

AR

In artikel 9.8.4.4, vierde lid, vervalt «en exploitatiereductie-eenheden».

AS

In artikel 9.8.4.4, vierde lid, wordt «De hernieuwbare brandstofeenheden» vervangen door «De broeikasgasreductie-eenheden».

AT

In artikel 9.8.4.5, eerste lid, wordt «artikel 9.8.4.3, eerste lid» vervangen door «artikel 9.8.4.3, eerste tot en met derde lid».

AU

In artikel 9.8.4.6, eerste lid wordt «1 april» vervangen door «1 mei».

AV

Artikel 9.8.4.6 komt te luiden:

Artikel 9.8.4.6

  • 1. Van het aantal broeikasgasreductie-eenheden op 1 mei van enig kalenderjaar op de rekening van een rapportageplichtige nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b, wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid. Voor de rapportageplichtige of de inboeker kunnen verschillende regels worden vastgesteld omtrent het gedeelte.

  • 3. De broeikasgasreductie-eenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.

AW

Paragraaf 9.8.5 vervalt.

AX

In artikel 18.6b wordt «de artikelen 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.8.2.3 of 9.8.2.5» vervangen door «9.7.1.3, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.2.3 of 9.8.2.5».

AY

In artikel 18.6b wordt «of 9.8.2.5« vervangen door «, 9.8.2.5, 9.8.3a.7 of 9.8.3a.8».

AZ

Artikel 18.16s wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.7.1.3, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.2.3 of 9.8.2.5 kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1 en 9.7.6.2 heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.

BA

Artikel 18.16s wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.7.1.3, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.2.3, 9.8.2.5, 9.8.3a.1, 9.8.3a.2, 9.8.3a.7 of 9.8.3a.8 kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de artikelen 9.7.4.1 tot en met artikel 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.4.7.12, 9.7.4.13, 9.8.3a.1, 9.8.3a.2, 9.8.3a.7 of 9.8.3a.8 heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1, onderscheidenlijk geen brandstof en energie kan inboeken op grond van artikel 9.8.3a.1.

BB

In artikel 21.6, vierde lid, wordt na «9.5.2,» ingevoegd «9.8.1.3, 9.8.2.1, derde lid, 9.8.2.4, derde lid, 9.8.3a.1, tweede en derde lid, 9.8.3a.4, tweede lid, 9.8.3a.6, tweede lid, 9.8.3a.7, vierde lid, 9.8.3a.8, vierde lid, 9.8.4.4, derde lid, 9.8.4.6, tweede lid,».

ARTIKEL IA

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet, de krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling in de praktijk.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 30 juni 2021

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

Uitgegeven de veertiende juli 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 626

Naar boven