Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatsblad 2021, 168Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 24 maart 2021, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een aantal artikelen van de Wet dieren over diergezondheid, van de wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Wet dieren in verband met de herziening van het heffingenstelsel ten behoeve van de kosten van de bestrijding en het weren van besmettelijke dierziekten, zoönosen en zoönoseverwekkers (herziening heffingenstelsel Diergezondheidsfonds) (Stb. 2017, 313) en tot het doen vervallen van bepalingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van 22 maart 2021, nr. WJZ/21070755;

Gelet op artikel 12.2 van de Wet dieren, artikel V van de wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Wet dieren in verband met de herziening van het heffingenstelsel ten behoeve van de kosten van de bestrijding en het weren van besmettelijke dierziekten, zoönosen en zoönoseverwekkers (herziening heffingenstelsel Diergezondheidsfonds) (Stb. 2017, 313), en artikel 130a, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De artikelen 2.2, tiende lid, onderdelen h, i en o, 2.4, 2.11, 2.12, paragraaf 2 van hoofdstuk 5, artikel 6.2, tweede lid, en de paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk 9 van de Wet dieren treden in werking op 21 april 2021.

Artikel 2

De artikelen II en III van de wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Wet dieren in verband met de herziening van het heffingenstelsel ten behoeve van de kosten van de bestrijding en het weren van besmettelijke dierziekten, zoönosen en zoönoseverwekkers (herziening heffingenstelsel Diergezondheidsfonds) (Stb. 2017, 313) treden in werking op 21 april 2021.

Artikel 3

De hoofdstukken I, II, III, VI, VII, VIIa, VIII, IX, X, Xa en XI van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, en de bijlage bij deze wet, vervallen op 21 april 2021.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 24 maart 2021

Willem-Alexander

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Uitgegeven de zesde april 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Op 21 april 2021 is verordening (EU) nr. 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid («diergezondheidswetgeving») (PbEU 2016, L 84) van toepassing. Vanaf die datum vormt deze verordening, samen met verscheidene gedelegeerde en uitvoeringsverordeningen van de Europese Commissie, de rechtstreekse bron van regels in het belang van de diergezondheid. Sommige onderdelen van de verordening worden bij nationale regelgeving uitgevoerd, en bovendien staat de verordening het lidstaten toe om onder voorwaarden aanvullende regels te stellen.

De nieuwe Europese regelgeving, de uitvoerende en de aanvullende nationale regelgeving over diergezondheid worden uitgevoerd op grond van de Wet dieren. In 2013 is bij de inwerkingtreding van de Wet dieren in afwachting van de totstandkoming en invoering van de nieuwe diergezondheidsregelgeving ervoor gekozen om de onderdelen van die wet met betrekking tot diergezondheid uit te stellen, en zolang de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren voor dit onderwerp in stand te laten.

Nu is het moment gekomen om deze onderdelen van de Wet dieren alsnog in werking te laten treden, en de nog niet vervallen bepalingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren over diergezondheid alsnog te laten vervallen. De artikelen 1 en 3 voorzien hierin.

De overgang van de diergezondheidsregelgeving van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren naar de Wet dieren betekent ook dat regels over de diergezondheidsheffing onderdeel zijn geworden van de Wet dieren. De wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Wet dieren in verband met de herziening van het heffingenstelsel ten behoeve van de kosten van de bestrijding en het weren van besmettelijke dierziekten, zoönosen en zoönoseverwekkers (herziening heffingenstelsel Diergezondheidsfonds) (Stb. 313) voorziet in de opname van die regels in de Wet dieren. Deze regels komen inhoudelijk overeen met die van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Artikel 2 voorziet in de inwerkingtreding van deze regels van de Wet dieren.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten