Wet van 3 maart 2021 tot wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2021 (Incidentele suppletoire begroting inzake Herstel Toeslagen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van een wijziging van de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB), voor het jaar 2021.

Zo is het, dat Wij met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaand bij deze:

Artikel 1

De departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2021 wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de desbetreffende bij deze wet behorende staat.

Artikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro’s.

Artikel 2a

In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen worden na artikel 49h twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 49i Moratorium

  • 1. Indien aan een belanghebbende die over enig berekeningsjaar in aanmerking komt voor toepassing van een regeling als bedoeld in de artikelen 49, 49b, 49c of 49g, tweede lid, een forfaitaire tegemoetkoming van € 30.000 of een aanvullende forfaitaire tegemoetkoming tot € 30.000 wordt toegekend door de Belastingdienst/Toeslagen als onderdeel van die regeling, gaat op het moment dat het bedrag wordt uitgekeerd van rechtswege een afkoelingsperiode in voor een periode van een jaar. Ten aanzien van de belanghebbende die voor 12 februari 2021 een verzoek heeft ingediend tot toepassing van een regeling als bedoeld in de artikelen 49, 49b, 49c of 49g, tweede lid, geldt van rechtswege ook een afkoelingsperiode van 12 februari 2021 tot en met 1 mei 2021.

  • 2. Tijdens de afkoelingsperiode kan elke bevoegdheid van een schuldeiser tot verhaal op de goederen van de belanghebbende of zijn partner en tot opeising van goederen die zich in de macht van de belanghebbende of zijn partner bevinden niet worden uitgeoefend, voor zover die bevoegdheid betrekking heeft op vorderingen die zijn ontstaan door een verzuim in de nakoming van een verbintenis door de belanghebbende of zijn partner dat heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode.

  • 3. Tijdens de afkoelingsperiode is een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis door de belanghebbende of zijn partner die heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode geen grond voor wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar of voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst.

  • 4. Een schuldeiser met een opeisbare vordering of diegene die optreedt namens die schuldeiser kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens en, indien de schuldeiser het burgerservicenummer rechtmatig mag verwerken, het burgerservicenummer van een schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft en op wie de afkoelingsperiode mogelijk van toepassing is verstrekken aan de Belastingdienst/Toeslagen, zodat de Belastingdienst/Toeslagen aan de schuldeiser of degene die namens hem optreedt kan bevestigen of ten aanzien van die schuldenaar de afkoelingsperiode van toepassing is. De Belastingdienst/Toeslagen kan na de verstrekking van die gegevens de bevestiging van de afkoelingsperiode en de datum waarop de afkoelingsperiode is ingegaan verstrekken aan de schuldeiser of diegene die optreedt namens de schuldeiser. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gerechtsdeurwaarder, een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep.

  • 5. Voor de toepassing van dit artikel kan de Belastingdienst/Toeslagen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Centraal Administratie Kantoor, de Dienst Uitvoering Onderwijs, de Sociale Verzekeringsbank, het Centraal Justitieel Incassobureau, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, gemeenten en waterschappen uit eigen beweging voor zover nodig, de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het burgerservicenummer en indien van toepassing de datum waarop het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is uitgekeerd, verstrekken:

    • a. van degenen die zich gemeld hebben bij de Belastingdienst/Toeslagen als belanghebbende in de zin van het eerste lid;

    • b. van belanghebbenden en hun partner op wie de afkoelingsperiode van toepassing is.

  • 6. Indien een schuldeiser aan de Belastingdienst/Toeslagen bevestigt dat er in redelijkheid wordt gezocht naar een voor alle betrokken partijen passende oplossing voor de financiële situatie van de belanghebbende of zijn partner, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die schuldeiser gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van die passende oplossing. De schuldeiser kan bij zijn verzoek aan de Belastingdienst/Toeslagen gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van de passende oplossing.

  • 7. De Belastingdienst/Toeslagen registreert welke gegevens van welke belanghebbenden of hun partners zijn verstrekt aan schuldeisers, aan iemand die optreedt namens een schuldeiser, aan gerechtsdeurwaarders, aan een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, aan het College van beroep voor het bedrijfsleven of aan de Centrale Raad van Beroep.

  • 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het vierde tot en met zevende lid.

  • 9. Het eerste tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een betalingsverplichting die voortvloeit uit een bestuursrechtelijke geldschuld als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht, een administratiefrechtelijke afdoening op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, een publiekrechtelijke rechtshandeling of een uitspraak van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep.

Artikel 49j Registratie

  • 1. Een registratie aangaande een overeenkomst in een stelsel van kredietregistratie als bedoeld in artikel 4:32 van de Wet op het financieel toezicht met een belanghebbende of zijn partner als bedoeld in artikel 49i, eerste lid, eerste volzin, in verband met een achterstand die is komen te vervallen, wordt door degene die deze heeft geregistreerd per omgaande verwijderd uit het stelsel van kredietregistratie.

  • 2. De Belastingdienst/Toeslagen kan op diens verzoek en indien noodzakelijk ter ondersteuning van de uitvoering van het eerste lid aan het stelsel van kredietregistratie de naam en de geboortedatum, de adresgegevens van de belanghebbende of zijn partner verstrekken.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 29 januari 2021, met dien verstande dat artikel 2a terug werkt tot en met 12 februari 2021.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 3 maart 2021

Willem-Alexander

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Uitgegeven de negende maart 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2021 (Incidentele suppletoire begroting inzake Herstel Toeslagen) (Bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting incl. NvW

Mutaties 1e incidentele suppletoire begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

16.540.038

9.954.970

156.162.159

876.000

876.000

 
               
 

Beleidsartikelen

           

1

Belastingen

2.987.107

3.108.560

150.945.690

14.000

14.000

 

2

Financiële markten

26.053

26.053

10.255

     

3

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

692.928

692.928

815.850

     

4

Internationale financiële betrekkingen

– 2.082.075

79.362

136.298

     

5

Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

10.133.378

1.265.378

624.914

     

6

Btw-Compensatiefonds

3.576.710

3.576.710

3.576.710

     

9

Douane

540.248

540.248

605

     

13

Toeslagen

118.125

118.125

0

612.000

612.000

 
               
 

Niet-beleidsartikelen

           

8

Apparaat kerndepartement

283.512

283.512

51.837

     

10

Nog onverdeeld

264.052

264.094

0

250.000

250.000

 

XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 704

Naar boven