Besluit van 17 december 2020, houdende de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Verzamelwet IenW 2019

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 15 december 2020, nr. IENW/BSK-2020/241895, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel XIV, eerste lid, van de Verzamelwet IenW 2019

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Verzamelwet IenW 2019 treedt in werking op 1 januari 2021, met uitzondering van de artikelen II, onderdeel E, IVa, VI, onderdelen E, onder 3, F, onder 1 en G, onder 1, en IX, onderdelen F, onder 2, Fa en Ga.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 17 december 2020

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Uitgegeven de vierentwintigste december 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Met dit koninklijk besluit wordt voorzien in de inwerkingtreding van de Verzamelwet IenW 2019. Deze verzamelwet brengt kleine wijzigingen, bijstellingen en technische verbeteringen aan in de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, de Algemene wet bestuursrecht, de Arbeidstijdenwet, de Binnenvaartwet, de Omgevingswet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Wet luchtvaart, de Wet Milieubeheer, de Wet overleg infrastructuur en milieu, de Wet op de economische delicten, Wet scheepsuitrusting 2016 en de Wet wegvervoer goederen.

Het merendeel van de artikelen van deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2021. De artikelen II, onderdeel E, IVa, VI, onderdelen E, onder 3, F, onder 1 en G, onder 1, en IX, onderdelen F, onder 2, Fa en Ga, treden op een later moment in werking.

Voor wat betreft de artikelen die op 1 januari 2021 in werking treden wordt, volgend aanwijzing 4.17, vijfde lid, onder c, van de Aanwijzingen voor de regelgeving, afgeweken van de minimuminvoeringstermijn van twee maanden omdat de Verzamelwet IenW 2019 ziet op reparaties, kleine wijzigingen van ondergeschikte aard, bijstellingen en technische verbeteringen. Voor een uitgebreide toelichting op de verschillende inwerkingtredingstijdstippen wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij de desbetreffende bepalingen in de Verzamelwet IenW 2019.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Naar boven