Besluit van 14 december 2020, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 9 december 2020 tot wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (Stb. 2020, 517)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 11 december 2020, nr. WJZ/26299805(9909), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel III van de Wet van 9 december 2020 tot wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (Stb. 2020, 517);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De Wet van 9 december 2020 tot wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (Stb. 2020, 517) treedt in werking met ingang van 1 juli 2021, behoudens de artikelen 2 en 3.

Artikel 2

Artikel I, onderdelen H, I, L, V tot en met Y, en AA, treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 3

Artikel I, onderdelen F, G, J, N tot en met T, en DD, voor zover dit onderdeel ziet op het invoegen van afdeling 9.2.11, treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 december 2020

Willem-Alexander

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Uitgegeven de zeventiende december 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Uitgangspunt voor het tijdstip van inwerkingtreding is het beleid over de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn. Dit houdt voor een wet in dat deze in beginsel in werking treedt op 1 januari of 1 juli, en dat er minstens twee maanden verstrijken tussen Staatsbladplaatsing en inwerkingtreding. Binnen het beleid van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn zijn uitzonderingen voorzien, onder meer voor de situatie dat door afwijking van het beleid aanmerkelijke nadelen worden voorkomen. Onder toepassing van deze uitzondering treedt een aantal onderdelen van deze wet in werking met ingang van 1 januari 2021. Het gaat om voorschriften die van belang zijn in het kader van de voorbereiding voor de nieuwe erkenningperiode (2022–2026) van de landelijke publieke omroep.

Verder zijn er voorschriften waarvoor geldt dat zij pas hun eerste toepassing dienen te vinden ten aanzien van de nieuwe erkenningperiode van de landelijke publieke omroep. De onderdelen die hierop zien treden in werking per 1 januari 2022.

De overige voorschriften, die noch noodzakelijkerwijs al per 1 januari 2021 in werking treden, noch pas per 1 januari 2022, treden in werking op 1 juli 2021.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Naar boven