Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2020, 266AMvB

Besluit van 14 juli 2020 tot wijziging van het Besluit Wfsv in verband met een technische wijziging van de premievaststelling voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering en de vrijwillige nabestaandenverzekering als gevolg de wijziging van de artikelen 2.10 en 2.10a van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 en artikel 8 van de Wet financiering sociale verzekeringen in het Belastingplan 2020

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 maart 2020, nr. 2020-000036408;

Gelet op de artikelen 71, eerste lid, en 80 van de Wet financiering sociale verzekeringen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 april 2020, No. W12.20.0071/III);

Gezien het nader rapport van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 juli 2020, nr. 2020-0000093313;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van het Besluit Wfsv wordt «het als tweede vermelde bedrag» vervangen door «het als eerste vermelde bedrag».

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 juli 2020

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Uitgegeven de zeventiende juli 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Met het belastingplan 20201 wordt met ingang van 1 januari 2020 het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting geïntroduceerd. Door de invoering van het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting is een technische verwijzing in het Besluit Wfsv inzake de vaststelling van de premie voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering (AOW) en de vrijwillige nabestaandenverzekering (Anw) niet correct meer. Met de onderhavige technische aanpassing van het Besluit Wfsv wordt dit gecorrigeerd.

De wijziging ziet op artikel 3.3, eerste en tweede lid, van het Besluit Wfsv, waarin de formule voor de vaststelling van de premie voor respectievelijk de vrijwillige AOW- en Anw-verzekering wordt gegeven. Daarbij wordt uitgegaan van het hoogste premie-inkomen in de zin van artikel 8 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Het maximale premie-inkomen wordt op grond van artikel 8, derde lid, Wfsv vastgesteld op basis van de tarieftabellen van artikelen 2.10, eerste lid, en 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet-IB 2001). Door het tweeschijvenstelsel veranderen de tarieftabellen in de Wet-IB 2001 en wordt niet meer correct verwezen. Bij tweede nota van wijziging op het Belastingplan 20202 is artikel 8 Wfsv reeds technisch aangepast. Onderhavig besluit voert deze technische wijziging ook door in artikel 3.3, eerste en tweede lid, Besluit Wfsv. Indien deze technische wijziging niet doorgevoerd zou worden, zou dit leiden tot een te hoge premie voor de vrijwillige verzekering voor de AOW en Anw en zouden artikel 3.3 niet meer correct naar artikel 8 Wfsv verwijzen.

De inwerkingtreding van dit besluit vindt plaats met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Aan dit besluit wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2020. De Sociale Verzekeringsbank is gevraagd hierop te anticiperen bij de uitvoering van de vrijwillige verzekering voor de AOW en Anw.

Op grond van artikel 71, tweede lid, van de Wfsv is dit besluit overgelegd aan beide kamers der Staten Generaal. Bij brief van 2 maart 2020 zijn schriftelijke vragen van de Tweede Kamer beantwoord (Kamerstukken II, 2019/20, 35 302, nr. 74). Deze heeft de Tweede Kamer voor kennisgeving aangenomen. Dit besluit heeft geen aanleiding gegeven tot een reactie van de Eerste Kamer

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Kamerstukken II, 2019/20, 35302.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2019/20, 35 302, nr. 38., artikel XXIIIA Belastingplan 2020.