Besluit van 3 juli 2020 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 1 juli 2020, 2020-0000122928, directie Financiële Markten;

Gelet op artikel VI van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

  • 1. De Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten treedt, met uitzondering van artikel I en artikel II, onderdelen A, B, voor zover het betreft artikel 10c, en C, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

  • 2. Artikel I, met uitzondering van onderdeel Fa, en artikel II, onderdelen A, B, voor zover het betreft artikel 10c, en C, van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten treden in werking op 27 september 2020.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 juli 2020

Willem-Alexander

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Uitgegeven de zevende juli 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Met dit besluit is voorzien in gedifferentieerde inwerkingtreding van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten. Het betreft een implementatie van de wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn, waarvan de implementatiedatum op 10 januari 2020 is verstreken. Gezien dit feit is voorzien in directe inwerkingtreding voor de onderdelen van de wet waarvoor dit mogelijk is. Dit betreft de verplichting voor juridische entiteiten om hun uiteindelijk belanghebbenden bij te houden (artikel II, onderdeel B), de verplichtingen voor stichtingen om uitkeringen van 25 procent of minder bij te houden (artikelen III en IV) en de strafbepalingen die daarmee verband houden (artikel V).

Voor de registratieplicht van juridische entiteiten van hun uiteindelijk belanghebbenden in het handelsregister en de daarmee verband houdende verplichtingen geldt de datum van 27 september 2020 als inwerkingtreding. Deze datum is gekozen op voorstel van de Kamer van Koophandel. De start van het registreren van uiteindelijk belanghebbenden in het handelsregister is een omvangrijke IT-operatie die zorgvuldig voorbereid moet worden. In totaal gaat het om circa 1,7 miljoen reeds bestaande juridische entiteiten die informatie moeten registreren over hun uiteindelijk belanghebbenden. Niet alleen de IT, maar ook de uitvoeringsorganisatie moet goed voorbereid zijn op deze invoer. Een aanvang van het register in de zomer zou, ook gelet op de coronapandemie, tot risico’s in de uitvoering kunnen leiden.

Voor één onderdeel is nog geen datum van inwerkingtreding bepaald. Dit betreft onderdeel Fa van artikel I en ziet op de identificatie van raadplegers van het register en het op verzoek van de UBO inzicht bieden in het aantal keer dat zijn gegevens is verstrekt aan derden, niet zijnde overheidspartijen. Gedurende de behandeling van het wetsvoorstel is aangegeven dat voorzien zal worden in betrouwbare identificatie van raadplegers ter bescherming van de privacy van uiteindelijk belanghebbenden. Daarbij is aangegeven dat in de uitvoering hiervan aangesloten zal worden op de Wet digitale overheid en de identificatiemiddelen die daarmee beschikbaar komen. Deze wet is nog niet van kracht. Daarmee verband houdend zal eerst moeten worden afgewacht welke middelen en voorzieningen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zullen worden aangewezen en daarna beschikbaar komen. In de inwerkingtreding van onderdeel Fa zal voorzien worden als de Wet digitale overheid van kracht is en de identificatiemiddelen beschikbaar zijn en deze als inlogmiddelen kunnen worden gebruikt om toegang te krijgen tot gegevens van UBO’s. Voor zover het de informatie over aantal raadplegingen betreft, zal dit in werking treden zodra deze functionaliteit bij de Kamer van Koophandel beschikbaar is.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Naar boven