Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Buitenlandse ZakenStaatsblad 2020, 23Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 9 april 2019 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Verzamelwet Brexit

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 8 april 2019, Directie Juridische Zaken, nr. MinBuZa.2019.3554-11

Gelet op artikel XI van de Verzamelwet Brexit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Verzamelwet Brexit treedt in werking met ingang van de dag waarop de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat de artikelen II en VII niet in werking treden indien met ingang van die dag een terugtrekkingsakkoord als bedoeld in artikel 50, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie van kracht is geworden dat de voorwaarden regelt waaronder de terugtrekking plaatsvindt.

Onze Minister van Buitenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 9 april 2019

Willem-Alexander

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

Uitgegeven de eenendertigste januari 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit regelt dat de Verzamelwet Brexit in werking zal treden met ingang van de dag dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zal hebben verlaten.

Op het moment waarop dit besluit is opgesteld bestond nog geen zekerheid of, en zo ja, per wanneer het Verenigd Koninkrijk zich zal terugtrekken uit de Europese Unie. Ook bestond nog geen duidelijkheid of op het moment van terugtrekking een terugtrekkingsakkoord zal gelden. Daarom wordt in dit besluit de inwerkingtreding van het geheel of delen van de wet gekoppeld aan de omstandigheden zoals die op de datum van terugtrekking worden aangetroffen.

Besluiten van de Europese Raad tot verlenging van de in artikel 50 van het EU-verdrag bedoelde termijn van twee jaar schorten het moment van terugtrekking op. Gedurende de periode van verlenging is dus (nog) niet voldaan aan de voorwaarde dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie heeft verlaten, en wordt dus ook de inwerkingtreding van de wet opgeschort.

Indien geen terugtrekkingsakkoord tot stand zal zijn gekomen op de datum van terugtrekking treedt de Verzamelwet Brexit in zijn geheel in werking. Wanneer wel een terugtrekkingsakkoord tot stand gekomen zal zijn treedt de wet in werking met uitzondering van de artikelen II en VII.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok