Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatsblad 2020, 199Wet

Wet van 11 juni 2020 tot wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van de onderdelen van richtlijn (EU) 2018/1972 die betrekking hebben op toegangsregulering in geval van replicatiebelemmeringen, het overstappen van telecomaanbieder en het vorderen van inlichtingen ten behoeve van een geografisch onderzoek naar het bereik van elektronische communicatienetwerken

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (herschikking) (Pb EU 2018, L 321) voor de onderwerpen toegangsregulering in geval van replicatiebelemmeringen, het overstappen van telecomaanbieder en geografisch onderzoek van netwerken te implementeren met een afzonderlijk wetsvoorstel, gelet op het bijzondere belang van deze onderwerpen voor het bevorderen van de mededinging, de interne markt en de belangen van de eindgebruiker;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Telecommunicatiewet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 worden in de alfabetische volgorde ingevoegd:

bundel:

combinatie van ten minste een internettoegangsdienst of een openbare telefoondienst met één of meer andere diensten of eindapparatuur die door dezelfde aanbieder zijn verstrekt of verkocht onder dezelfde, een verwante of een daaraan verbonden overeenkomst;

internettoegangsdienst:

internettoegangsdienst als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de netneutraliteitsverordening;

kleine onderneming:

onderneming waarop artikel 396, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van toepassing is;

micro-onderneming:

onderneming waarop artikel 395a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van toepassing is;

organisatie zonder winstoogmerk:

organisatie zonder winstoogmerk die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan ten minste twee van de volgende vereisten:

  • a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 6.000.000;

  • b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 12.000.000;

  • c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50;

overstappen:

wisselen door een abonnee tussen een overdragende en een ontvangende aanbieder voor de levering van een openbare elektronische communicatiedienst die de abonnee op het moment van sluiten van de overeenkomst met de ontvangende aanbieder afneemt van een overdragende aanbieder op grond van een tussen de abonnee en de overdragende aanbieder gesloten overeenkomst;

richtlijn (EU) 2018/1972:

Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (herschikking) (PbEU 2018, L 321);.

B

Artikel 6.3 komt te luiden:

Artikel 6.3

  • 1. De Autoriteit Consument en Markt kan met het oog op de doelstellingen, bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, op een redelijk verzoek verplichtingen opleggen om toegang te verlenen tot:

    • a. kabels of bijbehorende faciliteiten binnen gebouwen of,

    • b. indien het dichtst bij het netwerkaansluitpunt gelegen punt van samenkomst zoals bepaald door de Autoriteit Consument en Markt buiten het gebouw ligt, kabels of bijbehorende faciliteiten tot dat eerste punt van samenkomst,

    indien naar haar oordeel replicatie van die kabels of bijbehorende faciliteiten economisch inefficiënt of fysiek onuitvoerbaar is, welke verplichtingen kunnen worden opgelegd aan een aanbieder van elektronische communicatienetwerken of de bijbehorende faciliteiten of aan een rechthebbende van de kabels of de bijbehorende faciliteiten.

  • 2. In het kader van de oplegging van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen kunnen specifieke verplichtingen worden opgelegd en specifieke voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de toegang tot het betreffende deel van het netwerk en de bijbehorende faciliteiten en diensten, de bekendmaking van informatie over de te verlenen toegang, de toepassing van non-discriminatoire voorwaarden en de toerekening van toegangskosten.

  • 3. De Autoriteit Consument en Markt kan met het oog op de doelstellingen, bedoeld in het eerste lid, aan een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk onder billijke voorwaarden verplichtingen opleggen om toegang tot het netwerk te verlenen tot een punt van samenkomst dat enerzijds zo dicht mogelijk bij het netwerkaansluitpunt is gelegen en anderzijds, gelet op het aantal aangesloten eindgebruikers, het mogelijk maakt voor een efficiënte aanbieder op economisch haalbare wijze elektronische communicatiediensten aan te bieden.

  • 4. De Autoriteit Consument en Markt houdt bij de toepassing van het derde lid rekening met verplichtingen die zijn opgelegd op grond van hoofdstuk 6a en kan de in het derde lid bedoelde verplichtingen alleen opleggen indien zij van oordeel is:

    • a. dat sprake is van grote en niet-tijdelijke economische of fysieke belemmeringen voor replicatie van het netwerk of de bijbehorende faciliteiten die een marktsituatie hebben veroorzaakt of naar verwachting zullen veroorzaken die aanzienlijke gevolgen heeft voor eindgebruikers wat betreft keuze, prijs en kwaliteit; en

    • b. dat die belemmeringen onvoldoende kunnen worden weggenomen met de oplegging van verplichtingen zoals bedoeld in het eerste lid.

  • 5. Bij de oplegging van verplichtingen op grond van het derde lid:

    • a. is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, en

    • b. kunnen, indien in technisch of economisch opzicht gerechtvaardigd, ook verplichtingen voor actieve of virtuele toegang worden opgelegd.

  • 6. Verplichtingen als bedoeld in het derde en het vijfde lid worden in elk geval niet opgelegd aan een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt deze aanbieder:

    • a. uitsluitend op groothandelsbasis activiteiten verricht en voldoet aan de in artikel 80, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 gestelde voorwaarden, en

    • b. onder billijke en non-discriminatoire voorwaarden toegang tot een netwerk met zeer hoge capaciteit aanbiedt aan aanbieders van elektronische communicatiediensten en zodoende voor die aanbieders voorziet in de toegang tot eindgebruikers op een manier die voor die aanbieders gelijkwaardig is aan toepassing van het derde lid.

  • 7. Het zesde lid is niet van toepassing indien het netwerk met zeer hoge capaciteit met openbare middelen is bekostigd.

  • 8. Verplichtingen als bedoeld in het derde en het vijfde lid worden niet opgelegd aan een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt door het opleggen van die verplichtingen de economische of financiële levensvatbaarheid van de aanleg van een nieuw netwerk, in het bijzonder kleinschalige lokale aanleg, in gevaar komt.

  • 9. Uiterlijk binnen vijf jaar nadat een verplichting is opgelegd als bedoeld in het eerste, derde of vijfde lid, beoordeelt de Autoriteit Consument en Markt de resultaten daarvan en besluit zij de opgelegde verplichting in stand te houden, in te trekken of te wijzigen.

C

Artikel 6.4 komt te luiden:

Artikel 6.4

Voorschriften en verplichtingen als bedoeld in onderscheidenlijk artikel 6.1, derde lid, artikel 6.2, eerste en tweede lid, en artikel 6.3, eerste tot en met vijfde lid en negende lid zijn objectief, transparant, proportioneel en niet-discriminerend.

D

Artikel 6b.1 wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste lid wordt na «als bedoeld in de artikelen 6.2» ingevoegd «, 6.3».

E

Artikel 6b.2 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het zevende lid wordt na «als bedoeld in de artikelen 6.2» ingevoegd «, 6.3, eerste of negende lid,».

b. Na het tiende lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 11. Het vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de Europese Commissie overeenkomstig artikel 33, vijfde lid, onderdeel c, van richtlijn (EU) 2018/1972 een beschikking heeft gegeven omtrent een ontwerpbesluit op grond van artikel 6.3, derde of vijfde lid, met dien verstande dat de Autoriteit Consument en Markt ten minste vier maanden vanaf de datum van de mededeling van de Europese Commissiewacht met het vaststellen van het besluit.

F

Artikel 6b.3 wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste lid wordt na «als bedoeld in de artikelen 6.2» ingevoegd «, 6.3».

G

Na artikel 7.2a worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 7.2b

  • 1. In dit artikel wordt onder overeenkomst op afstand verstaan: overeenkomst die tussen een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst en een eindgebruiker wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van aanbieder en eindgebruiker en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand.

  • 2. De aanbieder deelt bij het gebruik van de telefoon met als doel het sluiten van een overeenkomst op afstand met een eindgebruiker aan het begin van het gesprek zijn identiteit en, voor zover van toepassing, de identiteit van de persoon namens wie hij opbelt, alsmede het commerciële doel van het gesprek mede. Een overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2a, die het gevolg is van dit gesprek, wordt schriftelijk aangegaan.

Artikel 7.2c

  • 1. Dit artikel is van toepassing op het overstappen van internettoegangsdienst.

  • 2. De ontvangende en overdragende aanbieder:

    • a. verstrekken de abonnee vóór en tijdens het overstapproces toereikende informatie over het overstapproces;

    • b. waarborgen de continuïteit van de levering van de dienst, tenzij dit technisch niet haalbaar is, met dien verstande dat de levering niet langer dan één werkdag wordt onderbroken;

    • c. werken te goeder trouw samen ten behoeve van het overstappen;

    • d. veroorzaken geen vertraging of misbruik van het overstapproces, en

    • e. zorgen ervoor dat het overstappen niet plaatsvindt zonder uitdrukkelijke toestemming van de abonnee.

  • 3. De ontvangende aanbieder:

    • a. biedt de abonnee in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen aan om namens hem diens overeenkomst met de overdragende aanbieder op te zeggen met ingang van de datum die de abonnee met de ontvangende aanbieder is overeengekomen,

    • b. zegt de overeenkomst op als bedoeld in onderdeel a, indien de abonnee van het aanbod gebruikmaakt, en

    • c. activeert de levering zo snel mogelijk, op de datum en binnen het tijdsbestek die uitdrukkelijk met de abonnee zijn overeengekomen.

  • 4. De overdragende aanbieder:

    • a. blijft zijn dienst onder dezelfde voorwaarden leveren tot de ontvangende aanbieder de levering activeert;

    • b. zorgt ervoor dat zijn overeenkomst met de abonnee automatisch wordt opgezegd wanneer het overstapproces is afgerond, en

    • c. betaalt eventueel resterende tegoeden voor vooruitbetaalde diensten terug aan een consument die daar om verzoekt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 106, zesde lid, laatste twee volzinnen, van richtlijn (EU) 2018/1972.

  • 5. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op alle afzonderlijke elementen van een bundel ten aanzien van consumenten, en ten aanzien van micro-ondernemingen, kleine ondernemingen of organisaties zonder winstoogmerk, tenzij een dergelijke onderneming of organisatie er expliciet mee heeft ingestemd dat deze leden niet of slechts gedeeltelijk van toepassing zijn.

  • 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid.

  • 7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de compensatie van de abonnee voor gevallen waarin niet is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid.

H

Artikel 7.7a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bijlage I van richtlijn nr. 2002/22/EG» vervangen door «bijlage VI van richtlijn (EU) 2018/1972/EU» en wordt «bijlage I» vervangen door «bijlage VI».

2. In het tweede lid wordt «bijlage I, deel B, van richtlijn nr. 2002/22/EG» vervangen door «bijlage VI, deel B, van richtlijn (EU) 2018/1972».

I

In artikel 15.1, eerste lid, onderdeel j, wordt na «artikel 18.7, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister,» ingevoegd «18.7a,».

J

Artikel 15.4 wordt als volgt gewijzigd:

In het derde lid, onderdeel a, wordt «de bij of krachtens hoofdstuk 6a gestelde regels» vervangen door «de bij of krachtens artikel 6.3 of hoofdstuk 6a gestelde regels».

K

Artikel 18.7, zesde lid, vervalt.

L

Na artikel 18.7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18.7a

  • 1. Onze Minister is bevoegd om ten behoeve van het uitvoeren van een geografisch onderzoek naar het bereik van elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, bij ministeriële regeling te bepalen inlichtingen te vorderen van aanbieders van elektronische communicatiediensten en -netwerken. De te vorderen inlichtingen kunnen een prognose betreffen die betrekking heeft op een periode van ten hoogste drie jaar. Artikel 18.7, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Het is verboden Onze Minister bewust of ten gevolge van grove nalatigheid misleidende, onjuiste of onvolledige inlichtingen te verstrekken.

  • 3. Voor zover zij van betekenis zijn of kunnen zijn voor de uitoefening van hun taken, verstrekt Onze Minister de resultaten van het geografisch onderzoek aan:

    • a. de Europese Commissie;

    • b. BEREC, en

    • c. bestuursorganen die op grond van deze wet of van een andere wettelijke regeling dan deze wet zijn belast met taken op het gebied van elektronische communicatie, of met de toewijzing van openbare middelen voor de uitrol van elektronische communicatienetwerken.

  • 4. Voor zover de resultaten van het geografisch onderzoek bedrijfsvertrouwelijke gegevens bevatten, kunnen deze uitsluitend op grond van het derde lid worden verstrekt, indien:

    • a. de geheimhouding van de bedrijfsvertrouwelijke gegevens in voldoende mate is gewaarborgd, en

    • b. is gewaarborgd dat de bedrijfsvertrouwelijke gegevens niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.

  • 5. Indien Onze Minister resultaten van het geografisch onderzoek verstrekt als bedoeld in het derde lid, stelt hij hiervan de aanbieder in kennis die de inlichtingen heeft verstrekt die aan de betreffende resultaten ten grondslag liggen.

  • 6. Onze Minister maakt, waar beschikbaar, voor draadloze elektronische communicatienetwerken per gebied en voor andere elektronische communicatienetwerken per adres de huidige en, indien van toepassing, toekomstige maximaal te behalen snelheid voor dataoverdracht openbaar.

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop en de vorm waarin:

    • a. de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister worden verstrekt, en

    • b. de resultaten van het geografisch onderzoek, bedoeld in het vierde en zesde lid, openbaar worden gemaakt.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van 21 december 2020. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 20 december 2020, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 11 juni 2020

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

Uitgegeven de vierentwintigste juni 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 368