Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2019, 88AMvB

Besluit van 15 februari 2019 tot wijziging van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten in verband met de implementatie van Verordening (EU) nr. 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PbEU 2017, L 169) (Besluit implementatie verordening geldmarktfondsen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 24 januari 2018, 2019-0000011163, directie Financiële Markten;

Gelet op Verordening (EU) nr. 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PbEU 2017, L 169) en de artikelen 1:24, derde lid, 1:25, derde lid, 1.79, eerste lid, 1:80, aanhef en onderdeel b, en 1:81, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord advies van 6 februari 2019, nr. No.W06.19.0021/III;

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 12 februari 2019, 2019-0000023647, directie Financiële Markten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma, een definitie toegevoegd, luidende:

verordening (EU) nr. 2017/1131 (geldmarktfondsen):

verordening (EU) nr. 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PbEU 2017, L 169).

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. De tweede onderdelen u en v worden verletterd tot onderdelen w en x.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • y. voor verordening (EU) nr. 2017/1131 (geldmarktfondsen):

    • 1°. ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c: de Autoriteit Financiële Markten;

    • 2°. ten aanzien van de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c: de Nederlandsche Bank.

C

Aan bijlage 1 wordt toegevoegd:

Verordening (EU) nr. 2017/1131 (geldmarktfondsen)

Artikel 4, eerste lid

Artikel 5, derde lid

Artikel 6, eerste lid

Artikel 9, eerste en tweede lid

Artikel 10, eerste en tweede lid

Artikel 11, eerste tot en met derde lid

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15, eerste tot en met zesde lid

Artikel 16, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid

Artikel 17, eerste tot en met zesde lid en achtste en negende lid

Artikel 18, eerste lid

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 23

Artikel 24, eerste en tweede lid

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28, eerste tot en met vijfde lid

Artikel 29, eerste tot en met vijfde lid en zevende lid

Artikel 30

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34

Artikel 35, eerste lid

Artikel 36

Artikel 37, eerste tot en met derde ld

D

Aan bijlage 2 wordt toegevoegd:

Verordening (EU) nr. 2017/1131 (geldmarktfondsen)

Artikelen

Boetecategorie

Artikel 4, eerste lid

3

Artikel 5, derde lid

1

Artikel 6, eerste lid

3

Artikel 9, eerste en tweede lid

2

Artikel 10, eerste en tweede lid

2

Artikel 11, eerste tot en met derde lid

2

Artikel 12

2

Artikel 13

2

Artikel 14

2

Artikel 15, eerste tot en met zesde lid

2

Artikel 16, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid

2

Artikel 17, eerste tot en met zesde lid, en achtste en negende lid

2

Artikel 18, eerste lid

2

Artikel 19

2

Artikel 20

2

Artikel 21, eerste en derde lid

1

Artikel 21, tweede lid

2

Artikel 23, eerste, derde en vierde lid

2

Artikel 23, tweede lid

1

Artikel 24, eerste en tweede lid

2

Artikel 25, eerste en tweede lid

2

Artikel 25, derde lid

3

Artikel 26

1

Artikel 27, eerste, tweede en vierde lid

2

Artikel 27, derde lid

1

Artikel 28, eerste en tweede lid

2

Artikel 28, derde, vierde en vijfde lid

1

Artikel 29, eerste tot en met vierde lid

2

Artikel 29, vijfde lid

1

Artikel 29, zevende lid

2

Artikel 30

2

Artikel 31

2

Artikel 32

2

Artikel 33

2

Artikel 34, eerste en tweede lid

2

Artikel 34, derde lid

1

Artikel 35, eerste lid

3

Artikel 36

2

Artikel 37, eerste tot en met derde lid

1

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

ARTIKEL III

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit implementatie verordening geldmarktfondsen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 15 februari 2019

Willem-Alexander

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Uitgegeven de achtste maart 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

§ 1. Algemeen

Door middel van dit besluit wordt uitvoering gegeven aan Verordening (EU) nr. 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen1 (hierna: verordening geldmarktfondsen). De verordening beoogt de risico’s die samenhangen met de activiteiten van geldmarktfondsen te beperken en het niveau van beleggersbescherming te verhogen. Geldmarktfondsen worden hoofdzakelijk gebruikt door ondernemingen die voor een korte termijn hun overschot aan kasmiddelen wensen te spreiden met een hoog niveau van bescherming. De regels uit de verordening geldmarktfondsen hebben dan ook betrekking op onder andere het investeringsbeleid, risicomanagement en de waardering van de activa van het geldmarktfonds. Daarnaast beoogt de verordening geldmarktfondsen de transparantie richting investeerders te vergroten. Deze regels bouwen voort op Richtlijn nr. 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010, (PbEU 2011, L 174) en richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEU 2009, L 302). Beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van icbe’s dienen te voldoen aan de verordening geldmarktfondsen indien zij in kortlopende activa investeren en beogen een rendement in overeenstemming met geldmarkttarieven te genereren of waarde te behouden. De verordening is sinds 21 juli 2018 van toepassing met uitzondering van de artikelen 11, vierde lid, 15, zevende lid, 22 en 37, vierde lid, die van toepassing zijn sinds 20 juli 2017. Op dit moment is de Autoriteit Financiële Markten (AFM) al actief op het terrein van geldmarktfondsen. De te late implementatie van de bevoegdheidsverdeling tussen de AFM en de Nederlandsche Bank (DNB) en het handhavingsinstrumentarium heeft nog geen gevolgen gehad.

§ 2. Hoofdpunten van het besluit

Dit besluit wijzigt het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten. De wijzigingen van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten hebben tot doel de AFM aan te wijzen als bevoegde autoriteit voor wat betreft de verordening geldmarktfondsen met uitzondering van stresstesten. DNB wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit voor stresstesten met betrekking tot de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c. Als gevolg hiervan kunnen de AFM respectievelijk DNB handhavend optreden indien artikelen van de verordening worden overtreden. In dit kader wordt in de bijlagen van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten bepaald voor welke artikelen uit de verordening geldmarktfondsen de AFM respectievelijk DNB bij overtreding daarvan een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete kan opleggen.

§ 3. Gevolgen voor het bedrijfsleven

Aan dit besluit zijn geen administratieve lasten en nalevingskosten voor het bedrijfsleven verbonden.

§ 4. Consultatiereacties

Het ontwerpbesluit is van 2 november 2018 tot en met 30 november 2018 openbaar geconsulteerd via www.internetconsultatie.nl. Er zijn geen reacties ontvangen op de openbare consultatie.

Artikelsgewijs

Artikel I

A

Aan artikel 1 is de definitie van de verordening (EU) nr. 2017/1131 (geldmarktfondsen) toegevoegd.

B

In artikel 2 wordt de AFM aangewezen als de toezichthouder die is belast met de uitvoering en handhaving van de in de verordening geldmarktfondsen (met uitzondering van de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c) gestelde regels. DNB wordt aangewezen als de toezichthouder die is belast met de uitvoering en handhaving van de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c, (stresstests) aangezien deze normen prudentieel van aard zijn.

C

Aan bijlage 1 van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten zijn de artikelen uit de verordening geldmarktfondsen toegevoegd. Hierdoor kunnen de AFM respectievelijk DNB bij overtreding van die artikelen een last onder dwangsom opleggen.

D

Dit onderdeel voegt artikelen uit de verordening geldmarktfondsen toe aan bijlage 2 van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten. Hierdoor kan de AFM respectievelijk DNB bij overtreding van die artikelen een bestuurlijke boete opleggen. Bij het vaststellen van de boetecategorie voor een overtreding van een artikel uit de verordening geldmarktfondsen is in eerste instantie gekeken naar de boetecategorie die voor een vergelijkbare overtreding van een artikel in de Wft of een op de Wft gebaseerde algemene maatregel van bestuur geldt. Voor zover er geen vergelijkbare overtreding is, is de boetecategorie bepaald aan de hand van de categorie die geldt voor overtredingen van een vergelijkbare ernst of orde.

Artikel II

Dit artikel regelt de inwerkingtreding. Er is sprake van implementatie van een bindende EU-rechtshandeling. Mede gelet op het feit dat de verordening reeds op 21 juli 2018 van toepassing is geworden, treedt dit besluit zo spoedig mogelijk in werking.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

PbEU 2017, L 169.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.