Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatsblad 2019, 6Wet

Wet van 19 december 2018 tot wijziging van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 (wijzigingen naar aanleiding van evaluatie, nascholing beroepschauffeurs, bestuursrechtelijke handhaving en enkele verbeteringen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 op een aantal onderdelen te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de alfabetische opsomming wordt ingevoegd:

motorrijtuigcategorie:

categorie van motorrijtuigen vastgesteld op grond van artikel 118, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

richtlijn vakbekwaamheid bestuurders:

richtlijn nr. 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad (PbEG 2003, L 226);

2. De begrippen «richtlijn rijbewijzen» en «toets» en de daarbij behorende begripsomschrijvingen vervallen.

3. In de begripsomschrijving van «stage» wordt «artikel 13, onderdeel a;» vervangen door: artikel 13, onderdeel b.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt «het vijfde lid» vervangen door: het zesde lid.

b. In onderdeel h wordt «de beoordeling van de examens» vervangen door: het afnemen van het examen.

c. Onderdeel i vervalt.

d. De onderdelen j tot en met m worden geletterd: i tot en met l.

e. In onderdeel l (nieuw) wordt «f tot en met j» vervangen door: f tot en met i.

2. In het derde lid wordt «f tot en met j» vervangen door «f tot en met i» en wordt «het derde lid» vervangen door: het vierde lid.

3. In het vierde lid wordt «f tot en met j» vervangen door: f tot en met i.

4. In het vijfde en zevende lid wordt «en h tot en met j» vervangen door: h en i.

5. In het zesde lid wordt «hetzij Onze Minister van Justitie, hetzij Onze Minister van Binnenlandse Zaken, dienen te worden» vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en Justitie, worden.

6. In het achtste lid wordt «en h tot en met j» vervangen door: h en i,.

C

In artikel 4, tweede lid, wordt «f tot en met j» vervangen door «f tot en met i» en wordt «de gegevens als bedoeld» vervangen door: de gegevens, bedoeld.

D

In artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 141» vervangen door: artikel 24a en de in artikel 141.

E

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

  • 1. Degene die rijonderricht geeft voor enige motorrijtuigcategorie is in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor motorrijtuigcategorie B. Daarnaast is degene die rijonderricht geeft voor enige motorrijtuigcategorieën in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor die motorrijtuigcategorie.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is geen certificaat vereist voor:

    • a. de voertuigintroductie in een voor de bestuurder nieuw motorrijtuig van de motorrijtuigcategorieën C, C1, CE, C1E, D, D1, DE of D1E;

    • b. het theoretische rijonderricht, anders dan het vak verkeer, voor het rijbewijs voor de motorrijtuigcategorieën C, C1, D of D1 en de theoretische scholing en theoretische nascholing als bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, voor zover de betrokken docent voldoet aan de bekwaamheidseisen bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

    • c. het rijonderricht in het kader van een door het CBR opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan een scholing educatieve maatregel, en

    • d. het rijonderricht aan bestuurders als bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders in het kader van nascholing als bedoeld in artikel 7 van die richtlijn voor zover wordt voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.

2. In het vierde lid vervalt telkens: als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen.

3. In het vijfde lid wordt «bedrijfsmatig dan wel beroepsmatig rijonderricht geeft in het besturen van» vervangen door «rijonderricht geeft voor» en wordt «rijbewijscategorie» vervangen door: motorrijtuigcategorie.

F

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel e, wordt «militair of politieinstructeursbewijs» vervangen door: diploma als bedoeld in artikel 8, eerste lid,.

2. In het tweede lid wordt «categorieën van motorrijtuigen» vervangen door: motorrijtuigcategorieën.

3. In het derde lid wordt «instructeursbewijs» vervangen door: diploma.

4. In het vierde lid wordt «geschiktsheidstest» vervangen door: geschiktheidstest.

5. In het vijfde lid wordt «geschiktheidtest» vervangen door: geschiktheidstest.

G

In artikel 9a eerste en tweede lid wordt «artikel 7, eerste lid, eerste volzin» vervangen door «artikel 7, eerste lid» en wordt categorie telkens vervangen door: motorrijtuigcategorie.

H

In artikel 9b wordt «certificaat voor de categorie E bij C als bedoeld in artikel 7, eerste lid, tweede volzin» vervangen door: certificaat als bedoeld in artikel 7, eerste lid, tweede volzin, voor de categorie E bij C.

I

In artikel 10, eerste lid, wordt «categorie of categorieën van motorrijtuigen» vervangen door: motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën.

J

Artikel 12b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Degene die rijonderricht geeft en in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, volgt theoretische en praktische bijscholing voor het rijonderricht in de motorrijtuigcategorie waarvoor hij het certificaat bezit. Indien degene die rijonderricht geeft in het bezit is van een certificaat voor verschillende motorrijtuigcategorieën, volgt hij voor één van die categorieën theoretische en praktische bijscholing. Degene die rijonderricht geeft, in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, en binnen de geldigheidsduur van dat certificaat een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, voor de motorrijtuigcategorie A, C, D of T behaalt, heeft daarmee voldaan aan de verplichting om praktische bijscholing te volgen.

2. In het tweede lid wordt «theoretische bijscholing» vervangen door «theoretische en praktische bijscholing».

3. Aan het derde lid, onderdeel b, wordt toegevoegd «waarbij verschillende regels worden gesteld indien er sprake is van een verlenging als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, derde zin,».

K

Artikel 12c, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Degene die blijkens het register, bedoeld in artikel 4, eerste lid, minder dan vijf jaar geleden beschikte over een geldig certificaat kan een herintrederstraject volgen.

L

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, eerste onderdeel, wordt «categorie B als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen» vervangen door: motorrijtuigcategorie B.

2. In onderdeel a, tweede onderdeel, wordt «categorie» vervangen door «motorrijtuigcategorie», vervalt «als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen» en wordt «zes achtereenvolgende maanden» vervangen door: tien achtereenvolgende maanden.

3. In onderdeel a, derde onderdeel wordt «rijbewijscategorie» vervangen door: motorrijtuigcategorie.

4. Aan het slot van onderdeel b wordt een zin toegevoegd, luidende: De geldigheidsduur wordt door het instituut na de geldigheidsduur, bedoeld in de eerste zin, met zes maanden verlengd indien het instituut voor het einde van de geldigheidsduur de beoordeling van de laatste toegestane en gevolgde praktische bijscholing als onvoldoende vaststelt. Na de verlenging wordt de geldigheidsduur telkens verlengd met zes maanden gerekend vanaf de dag waarop praktische bijscholing is gevolgd waarvan de beoordeling als onvoldoende is vastgesteld.

M

In artikel 14, onderdeel d, wordt «ongeldigverklaring,» vervangen door «ongeldigverklaring» en wordt «en 23, vijfde lid» vervangen door: of 23, derde lid.

N

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de komma aan het slot van onderdeel c vervangen door een punt en vervallen de onderdelen d en e.

2. Aan het tweede lid wordt toegevoegd «, tenzij de termijn, bedoeld in artikel 13, eerder is geëindigd».

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, zendt de houder van het ongeldig verklaarde certificaat dat certificaat aangetekend aan het instituut of levert dat certificaat in bij het instituut.

Na

Na artikel 15 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 4 Verklaring omtrent het gedrag

Artikel 15a
  • 1. Degene die bij het instituut een aanvraag indient voor:

    • a. een certificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a,

    • b. een verlenging als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, derde zin,

    • c. een certificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, of

    • d. een certificaat op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel f,

      overlegt bij die aanvraag een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens welke niet ouder is dan zes maanden.

  • 2. Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag welke niet ouder is dan zes maanden en is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.

  • 3. Indien de aanvrager niet voldoet aan het eerste lid kan de aanvrager niet deelnemen aan het examen respectievelijk geeft het instituut het gevraagde certificaat niet af.

Artikel 15b
  • 1. Indien de verklaring omtrent het gedrag is geweigerd en na het einde van de geldigheidsduur van het certificaat alsnog wordt afgegeven, geeft het instituut het gevraagde certificaat alsnog af als aan de overige voorwaarden daarvoor is voldaan.

  • 2. In afwijking van artikel 13, onderdeel b, is in een geval als bedoeld in het eerste lid, de geldigheid van het laatstbedoelde certificaat beperkt tot vijf jaren gerekend vanaf de datum waarop de geldigheid van het eerstbedoelde certificaat is verstreken.

O

In artikel 16, tweede lid, onderdeel a, wordt «scholing educatieve maatregel» vervangen door: scholing.

P

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «het in onderdeel a bedoelde diploma» vervangen door: het diploma, bedoeld in onderdeel a.

2. In het vierde lid, onderdeel b, wordt «het onder a. bedoelde diploma» vervangen door: het diploma, bedoeld in onderdeel a.

Q

In artikel 19 wordt «de artikelen 10–12 en 14 en 15» vervangen door: de artikelen 12, 14, onderdelen b, c en d, en 15, eerste lid, onderdelen a en b, tweede en derde lid,.

R

In artikel 20 wordt «het in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, bedoelde certificaat of diploma» vervangen door: het diploma, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 17, vierde lid, onderdeel a,.

S

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 141» vervangen door: artikel 24a of de in artikel 141.

2. Het derde lid vervalt.

3. Het vierde en vijfde lid worden vernummerd tot derde en vierde lid.

4. In het vierde lid (nieuw) wordt «bedoeld in het tweede, derde en vierde lid» vervangen door: bedoeld in het tweede lid.

T

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, tweede volzin, vervalt.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste volzin vervalt: alsmede bij gebreke van een positief toetsresultaat binnen de krachtens artikel 21, derde lid, vastgestelde termijn.

b. In de tweede volzin vervalt «op welk deel van de geldigheidsduur alsmede» en wordt «categorie of categorieën motorrijtuigen» vervangen door: motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën.

3. In het derde lid wordt «artikel 141» vervangen door: artikel 24a en de in artikel 141.

4. In het vierde lid wordt «de zevende dag» vervangen door: de dag.

5. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, zendt de houder van het ongeldig verklaarde certificaat dat certificaat aangetekend aan het instituut of levert dat certificaat in bij het instituut.

U

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

2. In het vierde lid (nieuw), eerste volzin, vervalt «op welk deel van de geldigheidsduur alsmede» en wordt «categorie of categorieën van motorrijtuigen» vervangen door: motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën.

V

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «artikel 141» vervangen door: artikel 24a of de in artikel 141.

2. In het tweede lid wordt «de rijinstructeur» vervangen door «degene die rijonderricht geeft» en wordt «artikel 141» vervangen door: artikel 24a of de in artikel 141.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De ambtenaren, bedoeld in artikel 24a en de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, die de beschikking krijgen over een certificaat dat zijn geldigheid heeft verloren, nemen dat certificaat in en:

    • a. geleiden het certificaat indien dat op grond van de artikelen 15, eerste lid, 22, tweede lid, of 23, derde lid, ongeldig is verklaard door naar het instituut, en

    • b. vernietigen het certificaat in de overige gevallen.

W

Na artikel 24 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 24a

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.

Artikel 24b

Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.

X

Artikel 25 komt te luiden:

Artikel 25

  • 1. Overtreding van artikel 7 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie.

  • 2. Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding.

Y

In artikel 26 vervalt: of van artikel 16.

Z

Artikel 27 komt te luiden:

Artikel 27

Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen wegens overtreding van:

  • a. artikel 16, van ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;

  • b. de artikelen 15, derde lid, en 22, vijfde lid, van ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

ARTIKEL II

De wet van 24 oktober 2008 tot wijziging van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 naar aanleiding van de evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk (Stb. 2008, 432) wordt ingetrokken.

ARTIKEL IIA

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 19 december 2018

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Uitgegeven de achttiende januari 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 34 182