Wet van 18 december 2019 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland terug te dringen wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.20, tweede lid, wordt «18%» vervangen door «14%». Voorts wordt «€ 9000» vervangen door «€ 6300».

B

Artikel 10b.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt, onder vernummering van het tweede lid tot eerste lid.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Artikel 3.20, tweede lid, vervalt met ingang van 1 januari 2026.

ARTIKEL II

In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2021 in artikel 3.20, tweede lid, «14%» vervangen door «10%». Voorts wordt «€ 6.300» vervangen door «€ 4.000».

ARTIKEL III

In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2022 in artikel 3.20, tweede lid, «10%» vervangen door «6%». Voorts wordt «€ 4.000» vervangen door «€ 2.400».

ARTIKEL IV

In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2025 in artikel 3.20, tweede lid, «6%» vervangen door «5%». Voorts wordt «€ 2.400» vervangen door «€ 2.000».

ARTIKEL V

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 13bis, tweede lid, wordt «18%» vervangen door «14%». Voorts wordt «€ 9.000» vervangen door «€ 6.300».

B

Artikel 35o wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt, onder vernummering van het tweede lid tot eerste lid.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Artikel 13bis, tweede lid, vervalt met ingang van 1 januari 2026.

ARTIKEL VI

In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2021 in artikel 13bis, tweede lid, «14%» vervangen door «10%». Voorts wordt «€ 6.300» vervangen door «€ 4.000».

ARTIKEL VII

In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2022 in artikel 13bis, tweede lid, «10%» vervangen door «6%». Voorts wordt «€ 4.000» vervangen door «€ 2.400».

ARTIKEL VIII

In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2025 in artikel 13bis, tweede lid, «6%» vervangen door «5%». Voorts wordt «€ 2.400» vervangen door «€ 2.000».

ARTIKEL IX

In de Wet op belastingen van rechtsverkeer komt artikel 14, eerste lid, te luiden:

  • 1. De belasting bedraagt 7 percent.

ARTIKEL X

In de Wet op de accijns wordt met ingang van 1 januari 2021 in artikel 27 het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, verhoogd met € 10,00.

ARTIKEL XI

In de Wet op de accijns wordt met ingang van 1 januari 2023 in artikel 27 het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, verhoogd met € 10,00.

ARTIKEL XII

De Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de in artikel 9, eerste en tweede lid, opgenomen tabellen wordt «Bij een CO2-uitstoot van meer dan» vervangen door «Bij een CO2-uitstoot vanaf». Voorts wordt «maar niet meer dan» vervangen door «tot».

B

In artikel 9c wordt «tot 1 januari 2021» vervangen door «tot 1 januari 2025».

ARTIKEL XIII

In de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 worden met ingang van 1 januari 2021 in artikel 24b, eerste lid, de bedragen, genoemd in de tweede en derde kolom van de tabel, verhoogd met 5,25%.

ARTIKEL XIV

In de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 worden met ingang van 1 januari 2022 in artikel 24b, eerste lid, de bedragen, genoemd in de tweede en derde kolom van de tabel, verhoogd met 4,99%.

ARTIKEL XV

In de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 worden met ingang van 1 januari 2023 in artikel 24b, eerste lid, de bedragen, genoemd in de tweede en derde kolom van de tabel, verhoogd met 4,75%.

ARTIKEL XVI

In de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 worden met ingang van 1 januari 2024 in artikel 24b, eerste lid, de bedragen, genoemd in de tweede en derde kolom van de tabel, verhoogd met 4,54%.

ARTIKEL XVII

De Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt met ingang van 1 januari 2025 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 23b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «nihil» vervangen door «een kwart van de ingevolge dat artikel verschuldigde belasting».

2. In onderdeel b wordt «de helft» vervangen door «driekwart».

B

In artikel 24b, eerste lid, worden de bedragen, genoemd in de tweede en derde kolom van de tabel, verlaagd met 4,34%.

C

In artikel 31 wordt «nihil» vervangen door «een kwart van de ingevolge die afdelingen verschuldigde belasting».

ARTIKEL XVIII

De Wet uitwerking Autobrief II wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel XXVIII komt te luiden:

ARTIKEL XXVIII

In de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt met ingang van 1 januari 2025 in artikel 23, tweede lid, aanhef, «benzine» vervangen door «benzine, elektriciteit, waterstof».

B

Na artikel XXVIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XXVIIIA

In de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 vervallen met ingang van 1 januari 2026 de artikelen 23b, 24aa en 31.

C

Voor artikel XXX wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XXVIIIB

In de Provinciewet wordt met ingang van 1 januari 2025 artikel 222, derde lid, als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel d wordt «nihil bedraagt» vervangen door «wordt gedeeld door twee».

2. In onderdeel da wordt «gedeeld door twee» vervangen door «gedeeld door vier en vermenigvuldigd met drie».

D

In artikel XXX wordt «1 januari 2021» vervangen door «1 januari 2026».

ARTIKEL XIX

In Overige fiscale maatregelen 2018 wordt in het in artikel XXVI, onderdeel B, opgenomen artikel XXX «1 januari 2021» vervangen door «1 januari 2026».

ARTIKEL XX

Indien artikel XIX van Overige fiscale maatregelen 2018 eerder in werking treedt dan 1 januari 2025 wordt artikel XVIII van deze wet als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel C komt te luiden:

C

In de Provinciewet wordt met ingang van 1 januari 2025 artikel 222, derde lid, als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, onder 3°, wordt «nihil bedraagt» vervangen door «gedeeld door twee».

2. In onderdeel a, onder 4°, wordt «gedeeld door twee» vervangen door «gedeeld door vier en vermenigvuldigd met drie».

2. Onderdeel D vervalt.

ARTIKEL XXI

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt «, met uitzondering van afvalstoffen waarvan uit boeken en bescheiden blijkt dat zij naar Nederland zijn overgebracht in de zin van de EVOA».

2. In het derde lid wordt «onderdelen a en c» vervangen door «onderdeel c,».

B

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eerste aandachtsstreepje, wordt verhoogd met € 0,04.

2. Het tarief, genoemd in het derde lid, wordt verhoogd met € 0,04.

C

In artikel 60, eerste lid, wordt het tarief, genoemd bij het eerste aandachtsstreepje, verhoogd met € 0,00642.

D

In artikel 63, eerste lid, wordt het bedrag verhoogd met € 178,14.

ARTIKEL XXII

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2021 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eerste aandachtsstreepje, wordt verhoogd met € 0,01.

2. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, wordt verlaagd met € 0,0049.

3. Het tarief, genoemd in het derde lid, wordt verhoogd met € 0,01.

B

In artikel 60, eerste lid, wordt het tarief, genoemd bij het eerste aandachtsstreepje, verhoogd met € 0,00161.

C

In artikel 63, eerste lid, wordt het bedrag verhoogd met € 20,54.

ARTIKEL XXIII

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2022 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eerste aandachtsstreepje, wordt verhoogd met € 0,01.

2. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, wordt verlaagd met € 0,0036.

3. Het tarief, genoemd in het derde lid, wordt verhoogd met € 0,01.

B

In artikel 60, eerste lid, wordt het tarief, genoemd bij het eerste aandachtsstreepje, verhoogd met € 0,00161.

ARTIKEL XXIV

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2023 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eerste aandachtsstreepje, wordt verhoogd met € 0,01.

2. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, wordt verlaagd met € 0,0035.

3. Het tarief, genoemd in het derde lid, wordt verhoogd met € 0,01.

B

In artikel 60, eerste lid, wordt het tarief, genoemd bij het eerste aandachtsstreepje, verhoogd met € 0,00161.

ARTIKEL XXV

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2024 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eerste aandachtsstreepje, wordt verhoogd met € 0,01.

2. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, wordt verlaagd met € 0,004.

3. Het tarief, genoemd in het derde lid, wordt verhoogd met € 0,01.

B

In artikel 60, eerste lid, wordt het tarief, genoemd bij het eerste aandachtsstreepje, verhoogd met € 0,00161.

ARTIKEL XXVI

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2025 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eerste aandachtsstreepje, wordt verhoogd met € 0,01.

2. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, wordt verlaagd met € 0,004.

3. Het tarief, genoemd in het derde lid, wordt verhoogd met € 0,01.

B

In artikel 60, eerste lid, wordt het tarief, genoemd bij het eerste aandachtsstreepje, verhoogd met € 0,00161.

ARTIKEL XXVII

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2026 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eerste aandachtsstreepje, wordt verhoogd met € 0,01.

2. Het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, wordt verlaagd met € 0,004.

3. Het in het derde lid opgenomen tarief wordt verhoogd met € 0,01.

B

In artikel 60, eerste lid, wordt het tarief, genoemd bij het eerste aandachtsstreepje, verhoogd met € 0,00161.

C

In artikel 63, eerste lid, wordt het bedrag verlaagd met € 9,58.

ARTIKEL XXVIII

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2028 als volgt gewijzigd:

A

In artikel 59 wordt het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, verhoogd met € 0,001.

ARTIKEL XXIX

De Wet opslag duurzame energie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, tweede lid, derde lid, aanhef, en vierde lid, wordt «opslag duurzame energie» vervangen door «opslag duurzame energie- en klimaattransitie».

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef, wordt «opslag duurzame energie» vervangen door «opslag duurzame energie- en klimaattransitie».

2. In het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt «en € 0,0524 in 2019» vervangen door «, € 0,0524 in 2019 en € 0,0775 in 2020».

3. In het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt «en € 0,0161 in 2019» vervangen door «, € 0,0161 in 2019 en € 0,0214 in 2020».

4. In het eerste lid, onderdeel a, onder 3°, wordt «en € 0,0059 in 2019» vervangen door «, € 0,0059 in 2019 en € 0,0212 in 2020».

5. In het eerste lid, onderdeel a, onder 4°, wordt «en € 0,0031 in 2019» vervangen door «, € 0,0031 in 2019 en € 0,0212 in 2020».

6. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «en € 0,0524 in 2019» vervangen door «, € 0,0524 in 2019 en € 0,0775 in 2020».

7. In het eerste lid, onderdeel c, onder 1°, wordt «en € 0,0084 in 2019» vervangen door «, € 0,0084 in 2019 en € 0,0124 in 2020».

8. In het eerste lid, onderdeel c, onder 2°, wordt «en € 0,0061 in 2019» vervangen door «, € 0,0061 in 2019 en € 0,0081 in 2020».

9. In het eerste lid, onderdeel c, onder 3°, wordt «en € 0,0059 in 2019» vervangen door «, € 0,0059 in 2019 en € 0,0212 in 2020».

10. In het eerste lid, onderdeel c, onder 4°, wordt «en € 0,0031 in 2019» vervangen door «, € 0,0031 in 2019 en € 0,0212 in 2020».

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef, wordt «opslag duurzame energie» vervangen door «opslag duurzame energie- en klimaattransitie».

2. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «en € 0,0189 in 2019» vervangen door «, € 0,0189 in 2019 en € 0,0273 in 2020».

3. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «en € 0,0278 in 2019» vervangen door «, € 0,0278 in 2019 en € 0,0375 in 2020».

4. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «en € 0,0074 in 2019» vervangen door «, € 0,0074 in 2019 en € 0,0205 in 2020».

5. In het eerste lid, onderdeel d, wordt «en € 0,0003 in 2019» vervangen door «, € 0,0003 in 2019 en € 0,0004 in 2020».

6. In het eerste lid, onderdeel e, wordt «en € 0,0003 in 2019» vervangen door «, € 0,0003 in 2019 en € 0,0004 in 2020».

D

In artikel 4 wordt «Wet opslag duurzame energie» vervangen door «Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie».

ARTIKEL XXX

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat:

    • a. artikel X eerst toepassing vindt nadat artikel 27a van de Wet op de accijns bij het begin van het kalenderjaar 2021 is toegepast;

    • b. artikel XI eerst toepassing vindt nadat artikel 27a van de Wet op de accijns bij het begin van het kalenderjaar 2023 is toegepast.

  • 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel IX in werking met ingang van 1 januari 2021.

ARTIKEL XXXI

Deze wet wordt aangehaald als: Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 18 december 2019

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel

Uitgegeven de zevenentwintigste december 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 304

Naar boven