Besluit van 4 oktober 2019, houdende wijziging van het Besluit aanwijzing lokale spoorwegen, in verband met de verlenging van de lokale spoorweg Amsterdam – Amstelveen naar Uithoorn

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 27 september 2019, nr. IENW/BSK-2019/181123, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In artikel 1 van het Besluit aanwijzing lokale spoorwegen wordt na «Spijkenisse» ingevoegd: Uithoorn.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 4 oktober 2019

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

Uitgegeven de eenentwintigste oktober 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

De Vervoerregio Amsterdam begint 2021 met de aanleg van de verlenging van de lokale spoorweg Amsterdam – Amstelveen naar Uithoorn. De Wet lokaal spoor stelt regels over de aanleg, het beheer, het gebruik en de veiligheid van lokale spoorwegen. Om de regels over de aanleg te kunnen benutten moet een spoorweg reeds bij aanvang van de aanleg ervan als lokale spoorweg zijn aangewezen. Om die reden is de aan te leggen verlenging Amstelveen – Uithoorn als lokale spoorweg aangewezen.

Er heeft geen internetconsultatie plaatsgevonden over het besluit. De aanleg van een lokale spoorweg, dient zonder meer te leiden tot een aanwijzing van die spoorweg op grond van de Wet lokaal spoor. Consultatie hierover zal niet kunnen leiden tot aanpassing van het wijzigingsvoorstel en is om die reden achterwege gelaten.

Het wijzigingsvoorstel is ter toetsing voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). ATR deelt de analyse dat er geen gevolgen zijn voor de regeldruk en heeft om die reden geen formeel advies uitgebracht.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

Naar boven