Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatsblad 2019, 335 | Klein Koninklijk Besluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatsblad 2019, 335 | Klein Koninklijk Besluit |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 4 september 2019, nr. BS2019016433, directie juridische zaken, cluster wet- en regelgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 11 september 2019
Willem-Alexander
De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten
Uitgegeven de eenentwintigste oktober 2019
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus
De vaandels en standaarden van de Nederlandse krijgsmacht gaan terug tot de beginjaren van het Koninkrijk. Oorspronkelijk een veldteken en verzamelpunt in de strijd te land, is een vaandel of standaard heden ten dage vooral een symbool van saamhorigheid en van trouw van de eenheid aan de vorst. Een vaandel- of standaardopschrift kan worden toegekend indien de eenheid met ere heeft deelgenomen aan krijgsverrichtingen en zich op enig moment en/of op enige locatie heeft onderscheiden ten opzichte van andere eenheden. Bij de beoordeling worden in beschouwing genomen de aard en de wijze van het optreden, de samenstelling van het verband en de feiten en omstandigheden waaronder de strijd werd gevoerd. Hierbij wordt getoetst aan de criteria voor moedig, beleidvol en dapper optreden en aan de wettelijke grenzen van het optreden.
In het vaandel van het Regiment Limburgse Jagers staan thans de wapenfeiten: «Quatre Bras en Waterloo 1815», «Tiendaagse Veldtocht 1831», «Citadel van Antwerpen 1832», «Roermond 1940», «Venlo 1940», «Zutphen 1940», «West- en Midden-Java 1946-1949» en «Noord-Sumatra 1947-1949».
De gewapende aanval op de Verenigde Staten op 11 september 2001 was voor Nederland aanleiding om in het kader van collectieve zelfverdediging deel te nemen aan Operation Enduring Freedom (OEF). Vanaf januari 2002 nam Nederland deel aan International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan, die vanaf augustus 2003 werd geleid door de NAVO. Het Bonn-akkoord uit 2001 en de Resoluties 1386 en volgende van de VN-Veiligheidsraad verschaften ISAF het mandaat om in Afghanistan «by all necessary means» veiligheid te brengen, de stabiliteit te bevorderen en de steun voor de Taliban en aanverwante groeperingen te verminderen. In 2006 besloot de Nederlandse regering tot een civiel-militaire bijdrage in de zuidelijke sector van ISAF. Hierbij werd nadrukkelijk de aandacht gevestigd op het opbouwkarakter van de missie. Dit bleek echter al vrij snel na aanvang een onderschatting te zijn. Geconfronteerd met tegenstanders die als zodanig vaak onherkenbaar waren, zich bevonden tussen de bevolking en bij uitblijvende successen in het reguliere gevecht in toenemende mate gebruik maakten van Improvised Explosive Devices (IED’s), veranderde het operationele concept van de Nederlandse bijdrage in de loop van de operatie.
De Nederlandse troepen traden op in samengestelde verbanden van gevechtseenheden, gevechtssteuneenheden en logistieke eenheden. De aard, omvang en intensiteit alsmede de wijze van optreden van de Nederlandse troepen waren in deze combinatie niet eerder voorgekomen. Dit betekent dat bij de meeste onderscheidende acties verschillende vaandel- of standaardvoerende eenheden betrokken waren.
In de periode 2007–2010 maakten militairen van het Regiment Limburgse Jagers deel uit van ISAF, onder meer als onderdeel van de Nederlands-Australische Task Force Uruzgan (TFU) in de provincie Uruzgan.
Het regiment leverde bijdragen op bataljons-, compagnies- of pelotonsniveau aan de Battle Group in het verantwoordelijkheidsgebied van de TFU. In de periode van maart tot augustus 2007 en van maart tot augustus 2010 leidde het regiment de Battle Group. Gevechtseenheden van het regiment waren vaak betrokken bij vijandcontact tijdens geplande operaties (van wisselende samenstelling, omvang, intensiteit en duur), of vanwege zelfmoordaanslagen, hinderlagen en – in toenemende mate – aanslagen met IED’s.
Onderscheidend was de inzet van militairen van het regiment in 2007, te beginnen in mei tijdens operatie «Hunter Fox» in de Baluchi-vallei. In juni raakten eenheden van het regiment betrokken bij de gevechten rondom het bestuurscentrum van het district Chora. Uiteindelijk werd met een samenstel van Nederlandse (speciale) eenheden, Afghaanse militairen en de begeleidende Operational Mentoring and Liaison Teams (OMLT’s), bevriende Afghaanse milities, ondersteund door lucht- en vuursteun, gevechtssteun en logistieke eenheden een complexe een omvangrijke bataljonsgeleide operatie uitgevoerd om het district onder controle te krijgen.
Soldaat der eerste klasse Timo Smeehuijzen, eerste-luitenant Tom Krist, soldaat der eerste klasse Azdin Chadli en korporaal der eerste klasse Luc Janzen sneuvelden. Aan veertien Limburgse jagers is het Draaginsigne Gewonden toegekend.
Gelet op het positieve advies van deTraditiecommissie Krijgsmacht wordt aan de opschriften in het vaandel van het Regiment Limburgse Jagers toegevoegd het opschrift «Uruzgan 2007» in verband met de gevechtsoperaties in Uruzgan.
De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-335.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.