Besluit van 11 september 2019, tot toekenning van het vaandelopschrift «Zuid-Afghanistan 2006–2011» aan het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 4 september 2019, nr. BS2019016443, directie juridische zaken, cluster wet- en regelgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Aan het opschrift in het vaandel van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen wordt toegevoegd het opschrift «Zuid-Afghanistan 2006–2011» in verband met de logistieke ondersteuning te velde en de bevoorradingskonvooien in Zuid-Afghanistan.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2019.

Onze Minister van Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 september 2019

Willem-Alexander

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Uitgegeven de achttiende oktober 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

De vaandels en standaarden van de Nederlandse krijgsmacht gaan terug tot de beginjaren van het Koninkrijk. Oorspronkelijk een veldteken en verzamelpunt in de strijd te land, is een vaandel of standaard heden ten dage vooral een symbool van saamhorigheid en van trouw van de eenheid aan de vorst. Een vaandel- of standaardopschrift kan worden toegekend indien de eenheid met ere heeft deelgenomen aan krijgsverrichtingen en zich op enig moment en/of op enige locatie heeft onderscheiden ten opzichte van andere eenheden. Bij de beoordeling worden in beschouwing genomen de aard en de wijze van het optreden, de samenstelling van het verband en de feiten en omstandigheden waaronder de strijd werd gevoerd. Hierbij wordt getoetst aan de criteria voor moedig, beleidvol en dapper optreden en aan de wettelijke grenzen van het optreden.

In het vaandel van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen staat thans het wapenfeit: «Java en Sumatra 1946–1949».

De gewapende aanval op de Verenigde Staten op 11 september 2001 was voor Nederland aanleiding om in het kader van collectieve zelfverdediging deel te nemen aan Operation Enduring Freedom (OEF). Vanaf januari 2002 nam Nederland deel aan International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan, die vanaf augustus 2003 werd geleid door de NAVO. Het Bonn-akkoord uit 2001 en de Resoluties 1386 en volgende van de VN-Veiligheidsraad verschaften ISAF het mandaat om in Afghanistan «by all necessary means» veiligheid te brengen, de stabiliteit te bevorderen en de steun voor de Taliban en aanverwante groeperingen te verminderen. In 2006 besloot de Nederlandse regering tot een civiel-militaire bijdrage in de zuidelijke sector van ISAF. Hierbij werd nadrukkelijk de aandacht gevestigd op het opbouwkarakter van de missie. Dit bleek echter al vrij snel na aanvang een onderschatting te zijn. Geconfronteerd met tegenstanders die als zodanig vaak onherkenbaar waren, zich bevonden tussen de bevolking en bij uitblijvende successen in het reguliere gevecht in toenemende mate gebruik maakten van Improvised Explosive Devices (IED’s), veranderde het operationele concept van de Nederlandse bijdrage in de loop van de operatie.

De Nederlandse troepen traden op in samengestelde verbanden van gevechtseenheden, gevechtssteuneenheden en logistieke eenheden. De aard, omvang en intensiteit alsmede de wijze van optreden van de Nederlandse troepen waren in deze combinatie niet eerder voorgekomen. Dit betekent dat bij de meeste onderscheidende acties verschillende vaandel- of standaardvoerende eenheden betrokken waren.

In de periode 2002–2011 maakten militairen van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen deel uit van ISAF, onder meer als onderdeel van de Nederlands-Australische Task Force Uruzgan (TFU) in de provincie Uruzgan. Militairen van het regiment, die merendeels onderdeel waren van logistieke detachementen op de vliegbasis Kandahar en in de kampen bij Tarin Kowt en Deh Rawod, speelden een belangrijke rol bij de logistieke opbouw in 2006, bij de instandhouding (2006–2010) en bij de afbouw in 2011 van de Nederlandse militaire bijdrage in Zuid-Afghanistan.

Militairen van het regiment onderscheidden zich vanwege logistieke ondersteuning te velde en bij bevoorradingskonvooien. In genoemde periode voerden militairen van het regiment circa 75 grote bevoorradingskonvooien over grote afstand uit, evenals meer dan 1.100 kleinere operationele verplaatsingen voor de logistieke ondersteuning te velde in zogeheten combat logistic patrols. De verplaatsingen vonden vaak plaats over slechte wegen en onder zware klimatologische omstandigheden. De chauffeurs van het regiment beschikten voor zelfbescherming slechts over hun persoonlijk wapen. Het ontbrak hen aan eigen zware wapens. De psychologische druk was groot en vroeg bij elke verplaatsing om moed en doorzettingsvermogen. Doordat zij bij een aanval c.q. gevaar niet zelf konden manoeuvreren of actie konden ondernemen, waren zij afhankelijk van het initiatief en het optreden van de force protection. De logistieke ondersteuning was van levensbelang voor manoeuvre, gevechtssteun en logistieke eenheden.

Aan negen militairen van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen is het Draaginsigne Gewonden toegekend.

Gelet op het positieve advies van de Traditiecommissie Krijgsmacht wordt aan het opschrift in het vaandel van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen toegevoegd het opschrift «Zuid-Afghanistan 2006–2011», in verband met de logistieke ondersteuning te velde en de bevoorradingskonvooien in Zuid-Afghanistan.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Naar boven