Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2019, 318AMvB

Besluit van 1 oktober 2019, houdende regels inzake de opleiding tot orthopedagoog-generalist

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg van 15 juli 2019, kenmerk 1543320-192213-WJZ;

Gelet op de artikelen 33e en 41, vijfde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 juli 2019, no. W13.19.0232/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg van 26 september 2019, kenmerk 1582129-192213-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. opleidingsinstelling:

rechtspersoon die een opleiding tot orthopedagoog-generalist verzorgt;

b. wet:

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Artikel 2

Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van orthopedagogen-generalist te kunnen worden ingeschreven, is vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen ter afsluiting van een opleiding tot orthopedagoog-generalist heeft afgelegd, uitgereikt door een krachtens artikel 7 aangewezen opleidingsinstelling.

§ 2. Opleiding

Artikel 3

  • 1. De opleiding tot orthopedagoog-generalist bestaat uit ten minste 3.600 uren, die als volgt zijn verdeeld:

    • a. 810 uren theoretisch en praktisch onderwijs op het gebied van de orthopedagogiek, waarvan ten minste 90 uren supervisiesessies;

    • b. 2.790 uren werkervaring op het gebied van de orthopedagogiek.

  • 2. Het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, omvat in elk geval orthopedagogische diagnostiek ten aanzien van de zorgvrager en zijn opvoedings- en ontwikkelingscontext en het toepassen van orthopedagogische behandelingsmethoden en begeleiding ten aanzien van de volgende categorieën van personen:

    • a. kinderen en jeugdigen en diegenen die betrokken zijn bij hun opvoeding en ontwikkeling; en

    • b. volwassenen met een orthopedagogische zorgvraag.

  • 3. De werkervaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is gespreid over ten minste twee jaren en wordt in elk geval opgedaan met de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van orthopedagogische behandelings- en begeleidingsmethoden in opvoedings- en ontwikkelsituaties en in afhankelijkheidsrelaties.

Artikel 4

De opleiding tot orthopedagoog-generalist is erop gericht dat de betrokkene competenties verwerft die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid als bedoeld in artikel 33f van de wet, te weten:

  • a. orthopedagogische deskundigheid;

  • b. communicatie;

  • c. organisatie;

  • d. samenwerking;

  • e. kennis en wetenschap;

  • f. professionaliteit;

  • g. maatschappelijk handelen.

Artikel 5

  • 1. De competentie orthopedagogische deskundigheid omvat de bekwaamheid om:

    • a. doeltreffende en ethisch verantwoorde orthopedagogische diagnostiek, begeleiding en behandeling toe te passen binnen de jeugd-, gehandicapten-, ouderen- en geestelijke gezondheidszorg en het onderwijs;

    • b. wetenschappelijke kennis over opvoedings- en psychische stoornissen toe te passen bij het handelen als orthopedagoog-generalist;

    • c. maatschappelijke opvoedings- en ontwikkelingsvraagstukken te betrekken bij het handelen als orthopedagoog-generalist;

    • d. de zorginhoudelijke, juridische, culturele en sociaaleconomische context van de zorgvrager en degenen die bij zijn opvoeding- en ontwikkeling betrokken zijn, te betrekken bij het handelen als orthopedagoog-generalist.

  • 2. De competentie communicatie omvat de bekwaamheid om:

    • a. met zorgvragers een goede behandelrelatie aan te gaan dan wel te onderhouden op basis van wederzijds begrip, empathie en vertrouwen;

    • b. informatie te verzamelen over de hulpvraag van de zorgvrager, van degenen die bij zijn opvoeding- en ontwikkeling betrokken zijn en de verzamelde informatie te integreren;

    • c. relevante informatie te bespreken met de zorgvrager, degenen die bij zijn opvoeding- en ontwikkeling betrokken zijn of andere zorgverleners om zo optimale zorg aan de zorgvrager te leveren;

    • d. doeltreffend in woord en geschrift te communiceren met andere zorgverleners over de aan hem toevertrouwde zorgvragers;

    • e. de zorgvrager en degenen die bij zijn opvoeding en ontwikkeling betrokken zijn te begeleiden;

    • f. met diverse groepen van zorgvragers zoals kinderen, jeugdigen, volwassenen en ouderen en zorgvragers met verschillende zorginhoudelijke, juridische, culturele en sociaaleconomische achtergronden om te gaan.

  • 3. De competentie organisatie omvat de bekwaamheid om:

    • a. doeltreffend gebruik te maken van informatietechnologie;

    • b. een visie en doelstelling te formuleren, een strategie te ontwikkelen en adequate actie te ondernemen die bijdragen aan de ontwikkeling van de eigen organisatie voor een doeltreffende en doelmatige zorgverlening;

    • c. middelen effectief in te zetten voor gezondheidszorg, onderzoek en onderwijs.

    • d. goed geïnformeerd te zijn over het Nederlandse gezondheidszorgsysteem, en deze kennis doeltreffend en efficiënt te benutten voor de eigen functie en organisatie;

    • e. de uitgangspunten van kwaliteitszorg, zijnde bewaking, bevordering en waarborging, in de praktijk toe te passen.

  • 4. De competentie samenwerking omvat de bekwaamheid om:

    • a. in samenspraak met andere zorgverleners op doeltreffende wijze te komen tot samenwerking;

    • b. een doeltreffende bijdrage aan interdisciplinaire teams op het gebied van zorg, onderwijs en onderzoek te leveren.

  • 5. De competentie kennis en wetenschap omvat de bekwaamheid:

    • a. toegepast empirisch wetenschappelijk onderzoek op te zetten, uit te voeren en te evalueren;

    • b. de principes van wetenschappelijk denken toe te passen op en te vertalen naar bronnen van orthopedagogische informatie en toe te passen in interactie met anderen;

    • c. bij beslissingen en handelingen in de orthopedagogische praktijk het beschikbare wetenschappelijke bewijs te betrekken.

  • 6. De competentie professionaliteit omvat de bekwaamheid om:

    • a. op een verbindende en betrokken wijze orthopedagogische zorg te leveren, met aandacht voor de integriteit van de zorgvrager;

    • b. adequaat professioneel gedrag te demonstreren in gezondheidszorg, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs;

    • c. op sterke en zwakke kanten in het eigen functioneren te reflecteren en daardoor sturing te geven aan het eigen leerproces en verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen professionele groei, met als doel levenslange ontwikkeling als professional;

    • d. te reflecteren op het eigen handelen in de orthopedagogische praktijk, in relatie tot de eigen gevoelens en cognities;

    • e. te reflecteren op de invloed van eigen attitude, normen en waarden op het eigen orthopedagogisch handelen.

  • 7. De competentie maatschappelijk handelen omvat de bekwaamheid om:

    • a. de impact van maatschappelijke ontwikkelingen en relevante wet- en regelgeving te vertalen naar verantwoorde preventie en zorgverlening;

    • b. de impact van maatschappelijke ontwikkelingen te vertalen naar beleidsadviezen op individueel, macro- en mesoniveau;

    • c. een bijdrage te leveren aan het maatschappelijk debat en beleid rondom de orthopedagogische zorgverlening.

Artikel 6

  • 1. Tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist wordt slechts toegelaten diegene die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij een doctoraalexamen of een masteropleiding pedagogische wetenschappen, psychologie of gezondheidswetenschappen aan een instelling voor wetenschappelijk onderwijs met goed gevolg heeft afgerond.

  • 2. Voor zover opleidingsonderdelen als bedoeld in het derde lid geen deel uitmaakten van de opleiding die recht geeft op een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, is voor de toelating tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist vereist het bezit van een bewijsstuk waaruit blijkt dat voor die onderdelen met goed gevolg een proeve van bekwaamheid op het niveau van een masteropleiding van een instelling voor wetenschappelijk onderwijs is afgelegd.

  • 3. De opleidingsonderdelen, bedoeld in het tweede lid zijn:

    • a. klinische vaardigheden op het terrein van de psychologie of pedagogiek; en

    • b. een klinische stage van ten minste 520 uur op het terrein van de psychologie of pedagogiek, ten aanzien van een categorie van personen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a of b.

§ 3. Opleidingsinstellingen

Artikel 7

  • 1. Onze Minister kan, op hun daartoe strekkende verzoek, opleidingsinstellingen aanwijzen die een opleiding tot orthopedagoog-generalist verzorgen die naar zijn oordeel voldoet aan de artikelen 3 tot en met 5.

  • 2. Voor aanwijzing komen in aanmerking opleidingsinstellingen waarvan in redelijkheid verwacht mag worden dat zij:

    • a. de artikelen 3 tot en met 6, 8 en 9 zullen naleven;

    • b. zorg dragen voor een evenwichtige verhouding tussen het theoretische en praktische gedeelte van de opleiding enerzijds en de werkervaring anderzijds;

    • c. zorg dragen voor het op systematische wijze bewaken en in stand houden van de kwaliteit van de opleiding.

  • 3. De aanwijzing van een opleidingsinstelling als bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar. De geldigheidsduur, bedoeld in de eerste volzin kan terugwerken tot een in de aanwijzing vast te stellen termijn.

  • 4. De aangewezen opleidingsinstelling verstrekt Onze Minister op verzoek informatie die noodzakelijk is om te beoordelen of de opleiding tot orthopedagoog-generalist op enig moment voldoet aan de bij dit besluit gestelde eisen.

  • 5. Onze Minister kan een aanwijzing intrekken zodra de opleiding niet of niet langer voldoet aan de bij dit besluit gestelde eisen.

  • 6. Van een aanwijzing of een intrekking van een aanwijzing wordt kennisgegeven in de Staatscourant.

Artikel 8

De opleidingsinstelling organiseert het onderwijs overeenkomstig de artikelen 7.2, 7.3, vijfde en zesde lid, 7.6, eerste en derde lid, 7.10, eerste, derde en vierde lid, 7.11, eerste lid, tweede lid, onderdelen a en b, derde en vijfde lid, 7.12, 7.12a, 7.12b, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, en tweede tot en met vijfde lid, 7.12c, 7.13, eerste lid, en tweede lid, onderdelen a tot en met d, j tot en met u en x, 7.14, 7.15, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en tweede lid, 7.42a, eerste tot en met derde lid, 7.57h, 7.59 tot en met 7.60, 7.61, eerste lid, onderdelen c en e, en tweede tot en met zesde lid, 7.62 en 7.63 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 9

  • 1. De opleidingsinstelling wijst een hoofdopleider aan die verantwoordelijk is voor de opleiding van een persoon die tot de opleiding is toegelaten.

  • 2. De hoofdopleider is orthopedagoog-generalist en heeft gedurende ten minste vijf jaren ingeschreven gestaan:

    • a. in het register van orthopedagogen-generalist van de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen, of

    • b. in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van orthopedagogen-generalist, of

    • c. in de onder a en b bedoelde registers gezamenlijk.

§ 4. Overgangsrecht

Artikel 10

  • 1. Met het bezit van een getuigschrift als bedoeld in artikel 2 wordt gelijkgesteld het gezamenlijk bezit van:

    • a. een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene een doctoraalexamen of een masteropleiding pedagogische wetenschappen, psychologie of gezondheidswetenschappen aan een instelling voor wetenschappelijk onderwijs met goed gevolg heeft afgerond; en

    • b. een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene tussen 1 januari 2001 en 1 januari 2023 een opleiding tot orthopedagoog-generalist heeft afgerond aan de RINO Zuid, de Postdoctorale Beroepsopleiding Orthopedagogiek Randstad, de Rijksuniversiteit Groningen of het opleidingsinstituut Postmasteropleidingen binnen de Psychologie en de Orthopedagogiek te Groningen of een getuigschrift waaruit blijkt dat betrokkene een door de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen vastgesteld opleidingstraject vóór 1 januari 2023 heeft afgerond.

  • 2. Met het bezit van een getuigschrift als bedoeld in artikel 2 wordt tot één jaar na inwerkingtreding van dit besluit tevens gelijkgesteld het gezamenlijk bezit van:

    • a. een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene een doctoraalexamen of een masteropleiding pedagogische wetenschappen, psychologie of gezondheidswetenschappen aan een instelling voor wetenschappelijk onderwijs met goed gevolg heeft afgerond; en

    • b. een bewijs dat de betrokkene op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is ingeschreven in het register van orthopedagogen-generalist van de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen.

§ 5. Overige bepalingen

Artikel 11

Artikel 3, derde lid, van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheid wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «of een physician assistant» wordt vervangen door «, een physician assistant of een orthopedagoog-generalist».

2. De zinsnede «onderscheidenlijk het terrein van de physician assistant» wordt vervangen door «, de physician assistant onderscheidenlijk het terrein van de orthopedagoog-generalist».

Artikel 12

In artikel 2, negende lid, onderdeel d, van het Registratiebesluit BIG wordt «en gezondheidszorgpsychologen» vervangen door », gezondheidszorgpsychologen en orthopedagogen-generalist».

Artikel 13

In artikel 2, vierde lid, van het Besluit periodieke registratie Wet BIG wordt «op grond van de de artikelen 7, onderdelen c, d of e» vervangen door «op grond van de artikelen 7, onderdelen c, d of e» en wordt «is opgelegd en die niet zijn geschorst» vervangen door «is opgelegd of die niet zijn geschorst».

Artikel 14

Het Tuchtrechtbesluit BIG wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 26, eerste lid, wordt «Artikel 65e is van overeenkomstige toepassing.» vervangen door «Artikel 65e van de wet is van overeenkomstige toepassing.».

2. In artikel 31, tweede lid, wordt «met overeenkomstige toepassing van de artikelen 65, negende lid,» vervangen door «met overeenkomstige toepassing van de artikelen 65e,».

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleidingseisen orthopedagoog-generalist.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 1 oktober 2019

Willem-Alexander

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins

Uitgegeven de zeventiende oktober 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

In de Wet van 10 juli 2019 tot wijziging van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met de invoering van de Wzd-functionaris (Stb. 2019, 288; hierna: Wet van 10 juli 2019) is bepaald dat het beroep van orthopedagoog-generalist wordt opgenomen in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG). Het is de bedoeling dat de Wet van 10 juli 2019 tegelijk met de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg in werking zal treden.1 Dat geldt ook voor dit besluit.

Na inwerkingtreding van de Wet van 10 juli 2019 is het beroep van orthopedagoog-generalist een zogenaamd registerberoep. De beoefenaren van het beroep van orthopedagoog-generalist zijn daardoor onderworpen aan de regels die de Wet BIG ten aanzien van de beoefenaren van een registerberoep stelt. Een aantal specifieke artikelen is opgenomen dat noodzakelijk is voor een goede inpassing van het beroep in de Wet BIG. Zo dienen bij algemene maatregel van bestuur de opleidingseisen vast te worden gesteld voor de orthopedagoog-generalist.2 Dit besluit geeft daaraan uitvoering.

Tenzij anders aangegeven, wordt in deze toelichting verwezen naar de artikelen van voorliggend besluit.

Opleiding

De orthopedagoog-generalist is deskundig in het verrichten van onderzoek en diagnostiek en het behandelen en begeleiden van zich in een persoonlijke afhankelijkheidsrelatie bevindende personen met leer-, gedrags-, en ontwikkelingsproblemen.3 Voor inschrijving in het register van orthopedagogen-generalist is vereist het getuigschrift waaruit blijkt dat de opleiding tot orthopedagoog-generalist met goed gevolg is afgerond. Dit getuigschrift is afgegeven door een aangewezen opleidingsinstelling (artikel 2).

Een voorwaarde om tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist te worden toegelaten, is dat de student een universitaire opleiding pedagogische wetenschappen, psychologie of gezondheidswetenschappen heeft afgerond (artikel 6, eerste lid). Het is mogelijk dat het curriculum van de voor de toelating noodzakelijke opleiding niet voorziet in de onderdelen klinische vaardigheden op het gebied van de psychologie of de pedagogiek of dat een klinische stage daarvan geen deel uitmaakt. Is daarvan sprake, dan zal de betrokkene via een proeve van vakbekwaamheid moeten aantonen dat hij deze onderdelen beheerst (artikel 6, tweede lid).

De opleiding tot orthopedagoog-generalist bestaat uit theoretisch en praktisch onderwijs en het opdoen van werkervaring (artikelen 3 tot en met 5). De opleiding is zodanig ingericht dat de orthopedagoog-generalist alle facetten van het vakgebied beheerst en daarmee beschikt over de op grond van de Wet BIG vereiste deskundigheid. De opleidingseisen die in dit besluit zijn vastgelegd, vormen een minimum waaraan moet worden voldaan om voor registratie als orthopedagoog-generalist in aanmerking te komen.

De eisen die aan het theoretisch en praktisch onderwijs worden gesteld, zijn in overleg met de Nederlandse vereniging van onderwijskundigen en pedagogen (hierna: NVO) tot stand gekomen.

Opleidingsinstelling

Als gezegd is inschrijving in het register van orthopedagogen-generalist alleen mogelijk met een getuigschrift van een aangewezen opleidingsinstelling. De procedure voor de aanwijzing van een opleidingsinstelling is vastgelegd in artikel 7. Een opleidingsinstelling wordt voor een periode van vijf jaar aangewezen door de Minister voor Medische Zorg (hierna: MZ). Aanwijzing is alleen mogelijk indien de opleidingsinstelling de eisen van het besluit naleeft. Alvorens de minister tot aanwijzing overgaat, kan hij advies inwinnen. In artikel 8 is – kort gezegd – vastgelegd dat een opleidingsinstelling voor orthopedagogen-generalist het onderwijs zoveel mogelijk op de wijze van een instelling voor regulier hoger onderwijs organiseert.

Overgangsregeling

Personen die reeds vóór de inwerkingtreding van dit besluit als orthopedagoog-generalist werken, komen op grond van de reguliere wijze niet voor inschrijving in het register van orthopedagogen-generalist in aanmerking. Zij hebben immers geen getuigschrift van een aangewezen opleidingsinstelling. Voor deze personen is daarom voorzien in een overgangsregeling (artikel 10). Op grond van deze regeling wordt het bezit van bepaalde getuigschriften en bewijzen, gelijkgesteld met het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat een opleiding tot orthopedagoog-generalist van een aangewezen opleidingsinstelling is afgerond. Hiermee is inschrijving in het BIG-register van orthopedagogen-generalist mogelijk. De overgangsregeling kent twee varianten.

In de eerste plaats is inschrijving in het register van orthopedagogen-generalist mogelijk voor diegene die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat een aangewezen universitaire opleiding is afgerond én een getuigschrift waaruit blijkt dat tussen 1 januari 2001 en 1 januari 2023 een daartoe in het besluit aangewezen opleiding tot orthopedagoog-generalist is afgerond (artikel 10, eerste lid). Voor het jaar 2001 als startpunt is gekozen omdat sinds dat jaar opleidingen tot orthopedagoog-generalist worden verzorgd. Voor het jaar 2023 als eindpunt is gekozen omdat aan personen, die voor de inwerkintreding van dit besluit zijn gestart met een opleiding tot orthopedagoog-generalist, voldoende tijd moet worden geboden deze af te ronden.

In de tweede plaats is inschrijving in het register van orthopedagogen-generalist mogelijk voor diegene die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat een aangewezen universitaire opleiding is afgerond én een bewijs waaruit blijkt dat de betrokkene op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is ingeschreven in het register van orthopedagogen-generalist van de NVO (artikel 10, tweede lid). Deze tweede mogelijkheid staat tot één jaar na inwerkingtreding van dit besluit open. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de instroom van diegenen die reeds voor de inwerkingtreding van dit besluit als orthopedagoog-generalist werken, vlot verloopt.

Bij het opstellen van de overgangsregeling heeft het belang van de volksgezondheid steeds voorop gestaan. De regeling is zo ingericht dat alleen personen die beschikken over de voor een orthopedagoog-generalist vereiste deskundigheid, kunnen worden gelijkgesteld met orthopedagogen-generalist die een opleiding van een aangewezen instelling hebben afgerond.

Periodieke registratie

In de toelichting bij de Wet van 10 juli 2019 is vermeld dat door de regulering van de orthopedagoog-generalist via de Wet BIG de eisen van periodieke registratie zullen gelden.4 Over de precieze invulling van deze eisen wordt overleg gevoerd met de NVO. De verplichting voor orthopedagogen-generalist tot periodieke registratie zal via een wijziging van het Besluit periodieke registratie Wet BIG worden vastgelegd.

Gevolgen voor de regeldruk

De registratie in het BIG-register zal een orthopedagoog-generalist eenmalig € 85 kosten.5 Dat betekent dat er voor de huidige groep orthopedagogen-generalist (1.500 orthopedagogen-generalist * € 85 =) € 127.500 aan eenmalige kosten zijn voor de registratie.6 Naast de financiële lasten zorgt de registratieplicht ook voor regeldruk. Zo kost het de orthopedagoog-generalist ook tijd om zich in te schrijven. Dit wordt geschat op 30 minuten per inschrijving. Uitgaande van een uurtarief van € 48, betekent dit aan eenmalige administratieve lasten een bedrag van (1.500 orthopedagogen-generalist * 0,5 * 48 =) € 36.000 voor de orthopedagoog-generalist.

Jaarlijks studeren ongeveer 100 orthopedagogen-generalist af. Voor de orthopedagogen-generalist die zich na afstuderen zullen gaan registreren zijn de structurele financiële lasten jaarlijks (100 orthopedagogen-generalist * € 85 =) € 8.500. De regeldruk voor de orthopedagogen-generalist komt dan neer op een bedrag van (100 orthopedagogen-generalist * 0,5 * 48 =) € 2.400 per jaar. In totaal leidt dit besluit tot een eenmalige toename van regeldruk van € 36.000 en structurele toename van € 2.400.

Het Adviescollege toetsing regeldruk is akkoord met deze vaststelling van de gevolgen voor de regeldruk.

Consultatie

Op een ontwerp van dit besluit heeft iedereen van 29 april 2019 tot en met 28 mei 2019 een reactie kunnen geven via internetconsultatie. Er zijn 35 reacties ontvangen. Vijftien respondenten hebben aangegeven dat hun reactie niet openbaar mag worden gemaakt; er zijn dus twintig openbare reacties. Reacties die zien op andere onderwerpen dan de opleiding tot orthopedagoog-generalist, worden niet besproken.

Volgens enkele respondenten zijn de opleiding tot kinder- en jeugdpsycholoog en de opleiding tot schoolpsycholoog ten onrechte niet opgenomen in de overgangsregeling. Met de beroepsorganisatie van kinder- en jeugdpsychologen wordt gesproken over regulering via de Wet BIG. De deskundigheid en beroepsuitoefening van de schoolpsycholoog komen niet overeen met die van de orthopedagoog-generalist. De opleiding tot kinder- en jeugdpsycholoog en tot schoolpsycholoog zijn daarom niet betrokken in de overgangsregeling.

Een aantal respondenten heeft gewezen op de rol van Wzd-functionaris, waarvan is voorgesteld dat deze door de orthopedagoog-generalist kan worden vervuld. De respondenten vonden dat uit de opleidingseisen niet voldoende blijkt dat de orthopedagoog-generalist toegerust is voor het vervullen van deze rol. Voor de duidelijkheid is daarom aan de (via de opleiding te verwerven) competentie «maatschappelijk handelen» toegevoegd dat een orthopedagoog-generalist kennis heeft van relevante wet- en regelgeving en deze kan toepassen (artikel 5, zevende lid).

Verder is verduidelijkt dat ook een met goed gevolg afgerond doctoraalexamen pedagogische wetenschappen, psychologie of gezondheidswetenschappen toegang geeft tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist respectievelijk, via de overgangsregeling, het register van orthopedagogen-generalist (artikel 6, eerste lid, en artikel 10).

Tot slot zijn enkele redactionele verbeteringen doorgevoerd in het besluit en de toelichting.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Een instelling draagt de verantwoordelijkheid voor de gehele opleiding tot orthopedagoog-generalist. Daaronder valt dus zowel het theoretisch en praktisch onderwijs als de werkervaring (onderdeel b). Andere organisaties kunnen delen van de opleiding verzorgen, zoals de werkervaring, maar dit doet niet af aan de eindverantwoordelijkheid van de opleidingsinstelling.

Artikel 2

Op grond van dit artikel worden personen slechts in het register van orthopedagogen-generalist ingeschreven als zij in het bezit zijn van een getuigschrift waaruit blijkt dat de opleiding tot orthopedagoog-generalist met goed gevolg is afgerond. Om een adequaat niveau van functioneren van een beginnend orthopedagoog-generalist te garanderen, is noodzakelijk dat toetsing van de kennis en vaardigheden door middel van een examen plaatsvindt.

De onderdelen die worden getoetst en de wijze waarop dit geschiedt, worden in dit besluit niet nader gespecificeerd. Binnen het wettelijke kader mag een opleidingsinstelling zelf bepalen hoe het examen wordt ingevuld. Ook de vorm van het examen wordt niet voorgeschreven. Een examen kan dus een eenmalige toetsing aan het einde van de opleiding zijn, maar kan ook bestaan uit meerdere toetsmomenten in de loop der jaren.

Artikel 3

Bij de formulering van de ureneis is uitgegaan van een studiebelasting die overeenkomt met een voltijdse opleiding van twee jaren.

Artikelen 4 en 5

De opleiding omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van de in artikel 5 beschreven competenties die de basis vormen voor de beroepsuitoefening binnen het deskundigheidsgebied van de orthopedagoog-generalist. Deze competenties zijn gebaseerd op het model CanMEDS-2008 (Canadian Medical Education Directives for Specialists).

Artikel 6

Eerste lid

De in het eerste lid vastgelegde voorwaarde dat de vooropleiding van universitair niveau is, heeft te maken met het postmaster karakter van de opleiding. In aanmerking komen de diploma's van de opleiding psychologie of pedagogische wetenschappen of gezondheidswetenschappen.

Tweede en derde lid

Voor toegang tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist is het van belang dat de betrokkene voldoende kennis heeft van klinische vaardigheden op het gebied van de psychologie of de pedagogiek en een klinische stage heeft voltooid. Indien in de opleiding die toegang geeft tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist geen klinische vaardigheden op het gebied van de psychologie of de pedagogiek zijn opgedaan en geen klinische stage is voltooid, is bepaald dat de betrokkene een bewijs overlegt dat hij inzake deze onderdelen niettemin de vereiste kennis heeft vergaard.

Artikel 7

Eerste lid

Opleidingsinstellingen die orthopedagogen-generalist willen opleiden die in aanmerking komen voor inschrijving in het register van orthopedagogen in de zin van artikel 3 van de Wet BIG, kunnen dat doel alleen bereiken indien zij door de Minister voor MZ zijn aangewezen. Zij moeten daarvoor een aanvraag doen bij de minister. De minister toetst of de geboden opleiding voldoet aan de eisen die zijn neergelegd in de artikelen 3 tot en met 5 van dit besluit.

Tweede lid

In dit lid zijn de criteria neergelegd voor de aanwijzing van opleidingsinstellingen. In aanmerking voor aanwijzing komen instellingen waarvan naar het oordeel van de Minister voor MZ verwacht mag worden dat zij aspirant-orthopedagogen-generalist afleveren die voldoen aan de in dit besluit geformuleerde vereisten, maar ook dat zij aan de eisen voldoen die met de organisatorische kant van de opleiding te maken hebben.

Alvorens een opleidingsinstelling aan te wijzen, kan de minister zich hierover laten adviseren.

Artikel 8

In dit artikel zijn de criteria neergelegd voor de aanwijzing van een opleidingsinstelling. Deze criteria zien op de organisatorische aspecten van het onderwijs. Er is aansluiting gezocht bij de eisen die op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW) worden gesteld aan instellingen voor hoger onderwijs. De in dit artikel genoemde bepalingen uit de WHW zijn niet van overeenkomstige toepassing verklaard. De instelling dient haar opleiding wel dienovereenkomstig die bepalingen te organiseren. Dat leidt ertoe dat de opleiding qua organisatie voor wat betreft de betreffende bepalingen overeenkomt met een reguliere instelling voor hoger onderwijs, maar dat de Algemene wet bestuursrecht, anders dan bij een reguliere instelling, niet van toepassing is. Op grond van dit artikel zorgt een opleidingsinstelling er onder meer voor dat:

  • het onderwijs in beginsel in de Nederlandse taal wordt verzorgd (artikel 7.2 van de WHW);

  • er een onderwijs- en examenreglement wordt vastgesteld (artikelen 7.13 en 7.14 van de WHW);

  • er een examencommissie en een college van beroep voor de examens worden ingesteld (artikelen 7.12 tot en met 7.12c respectievelijk artikel 7.60 en 7.61 van de WHW);

  • er een klachtenregeling is (artikel 7.59b van de WHW); en

  • voldoende informatie over de opleiding aan studenten wordt verstrekt (artikel 7.15 van de WHW).

Artikel 9

De hoofdopleider is gedurende de hele opleiding een voor de orthopedagoog-generalist-in-opleiding direct aanspreekbaar persoon. De hoofdopleider is verantwoordelijk voor de opleiding van de orthopedagoog-generalist-in-opleiding.

Op grond van het tweede lid dient de hoofdopleider orthopedagoog-generalist te zijn. Dit betekent dat hij ingeschreven is in het register van orthopedagogen-generalist in de zin van artikel 3 van de Wet BIG. Daarbij wordt de eis gesteld dat hij ten minste vijf jaar geregistreerd moet zijn geweest. Daarvoor zijn drie modaliteiten opgenomen: hetzij ten minste vijf jaar in het register van orthopedagogen-generalist van de NVO, hetzij ten minste vijf jaar in register van orthopedagogen-generalist in de zin van artikel 3 van de Wet BIG, hetzij ten minste in totaal vijf jaar in de voornoemde registers gezamenlijk.

Artikel 10

Dit artikel behelst de in het algemene deel van deze toelichting beschreven overgangsregeling.

Artikel 11

Voor de orthopedagoog-generalist zijn de opleidingseisen niet internationaal geharmoniseerd op grond van bijvoorbeeld richtlijnen van de Europese Unie, het Verdrag betreffende de Europese Economische Ruimte of verdragen met andere landen. Een buitenslands gediplomeerde orthopedagoog-generalist kan daarom niet zonder meer worden ingeschreven in het BIG-register om in Nederland zijn beroep uit te kunnen oefenen. Daarvoor dient eerst de Commissie buitenslands gediplomeerden volksgezondheid een vergelijking te maken tussen de beroepskwalificaties die zijn opgedaan in het buitenland en die welke vereist zijn in Nederland. Ingeval deze wezenlijk van elkaar verschillen kunnen aanvullende eisen opgelegd worden, in de vorm van een stage of examen, voordat inschrijving in het BIG-register mogelijk is.

Artikel 12

Het Registratiebesluit BIG stelt nadere voorwaarden aan de inschrijving in het BIG-register. Een van die voorwaarden is dat bij indiening van een aanvraag tot inschrijving een bewijs van voldoende beheersing van de Nederlandse taal moet worden overgelegd (artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van het Registratiebesluit BIG).

Met de onderhavige wijziging van het Registratiebesluit BIG is bepaald dat een orthopedagoog-generalist als bewijs van voldoende beheersing van de Nederlandse taal een certificaat voor een examen Nederlandse taal op het niveau B2+ van het Gemeenschappelijk Europees Opleidingskader kan overleggen als hij geen diploma’s van primair plus secundair onderwijs van een Nederlandstalige onderwijsinstelling of een diploma van een voltooide Nederlandstalige opleiding tot orthopedagoog-generalist kan overleggen. Omdat het opleidingsniveau van de orthopedagoog-generalist vergelijkbaar is met dat van artsen, tandartsen, apothekers, psychotherapeuten en gezondheidszorgpsychologen, is bepaald dat voor de orthopedagoog-generalist het hetzelfde taalniveau (B2+) is vereist als voor die beroepen.

Artikelen 13 en 14

In verband met de inwerkingtreding van de Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met de verbeteringen die worden doorgevoerd in het tuchtrecht alsmede verbeteringen ten aanzien van het functioneren van de wet (Stb. 2018, 260), zijn diverse besluiten aangepast.7 Die aanpassingen bevatten enige redactionele onvolkomenheden, die via deze artikelen zijn hersteld.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Stb. 2018, 36 respectievelijk Stb. 2018, 37.

X Noot
2

Het in artikel III, onderdeel C, van de Wet van 10 juli 2019 geregelde artikel 33e van de Wet BIG.

X Noot
3

Het in artikel III, onderdeel C, van de Wet van 10 juli 2019 geregelde artikel 33f van de Wet BIG.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2018/19, 35 087, nr. 3, p. 6.

X Noot
5

Artikel 1 van de Regeling tarieven registratie beroepsbeoefenaren Wet BIG.

X Noot
6

Het privaatrechtelijke register van orthopedagogen-generalist van de NVO telt ongeveer 1.500 ingeschrevenen (peildatum: 1 maart 2019).

X Noot
7

Stb. 2019, 111.