Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van DefensieStaatsblad 2018, 402AMvB

Besluit van 25 september 2018 tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement, het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, het Inkomstenbesluit militairen in het kader van de aanspraken op verlof wegens ziekte en van het Besluit dienstreizen defensie in het kader van de efficiëntie van declaraties

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 23 juli 2018, nummer BS2018015196,

Gelet op artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 en artikel 125 van de Ambtenarenwet

De afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 29 augustus 2018, No W07.18.0231/II, gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 17 september 2018, nummer BS2018020792

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I WIJZIGING ALGEMEEN MILITAIR AMBTENARENREGLEMENT

Het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt als volgt te luiden:

  • 1. De dagen gedurende welke een militair, ware hij niet met verlof geweest, verhinderd zou zijn geweest arbeid te verrichten wegens ziekte of een ongeval, worden niet aangemerkt als verlof indien hij aan de commandant een schriftelijke verklaring van de behandelend arts van de militaire geneeskundige dienst, of een andere arts indien geen arts van de militaire geneeskundige dienst voorhanden is, heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij niet in staat was om verlof te genieten.

2. Onder vernummering van het tweede lid naar het derde lid wordt een nieuw tweede lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het eerste lid vindt geen toepassing voor de dagen waarop buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 12c, tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931 of artikel 86, aanhef en onder b van dit besluit wordt genoten.

3. In het derde lid wordt «niet verleend» vervangen door: niet verleend verlof.

4. In het derde lid wordt «mits hij degene die het verlof heeft verleend» vervangen door: mits hij de commandant,.

B

Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «dienst» vervangen door: arbeid

2. In het tweede lid, onderdeel a en b, wordt «dienst», vervangen door: arbeid

3. Het tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. in geval geen arbeid is verricht wegens ziekte;

4. Het vijfde lid komt te vervallen

C

Artikel 71 komt te luiden:

Artikel 71 Niet verleend vakantieverlof

  • 1. Niet verleend vakantieverlof van de militair ingedeeld bij de Koninklijke marine, wordt overgeboekt naar het volgende kalenderjaar.

  • 2. Het overgeboekte vakantieverlof, als bedoeld in het eerste lid, vervalt op 31 december van dat volgende kalenderjaar. Deze vervaldatum wordt met een kalenderjaar uitgesteld indien operationele omstandigheden de commandant hebben verhinderd vakantieverlof te verlenen, of naar het oordeel van de commandant gewichtige persoonlijke omstandigheden, of medische redenen, de militair hebben verhinderd vakantieverlof te genieten.

  • 3. Indien medische redenen de militair hebben verhinderd om vakantieverlof op te nemen legt de militair een schriftelijke verklaring van de behandelend arts van de militair geneeskundige dienst, of een andere arts indien geen arts van de militaire geneeskundige dienst voorhanden is, over aan de commandant.

  • 4. Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van op 31 december 1996 nog niet verleend vakantieverlof.

  • 5. Het niet genoten vakantieverlof toegekend voor 1 januari 2019, wordt uiterlijk voor of op 31 december 2023 genoten. Op 1 januari 2024 vervalt de aanspraak op het niet genoten verlof van voor 1 januari 2019.

D

Artikel 71a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bezoldiging», vervangen door: verhoogde bezoldiging.

2. In het eerste lid vervalt: eerste lid onder k.

3. In het tweede lid wordt «bezoldiging» vervangen door: verhoogde bezoldiging.

4. In het tweede lid vervalt: eerste lid, onder k.

E

Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «dienst», vervangen door: arbeid.

2. In het tweede lid onderdeel a en b, wordt «dienst», vervangen door: arbeid.

3. In het tweede lid, onderdeel c komt te luiden:

  • c. in geval geen arbeid is verricht wegens ziekte;

F

In artikel 76, tweede lid wordt het getal «120» vervangen door het getal 152 en het getal «80» wordt vervangen door het getal 76.

G

Artikel 80 komt te luiden:

Artikel 80 Niet verleend vakantieverlof

  • 1. Niet verleend vakantieverlof wordt overgeboekt naar het volgende kalenderjaar.

  • 2. Het overgeboekte vakantieverlof, als bedoeld in het eerste lid, vervalt op 31 december van dat volgende kalenderjaar. Deze vervaldatum wordt met een kalenderjaar uitgesteld indien operationele omstandigheden de commandant hebben verhinderd vakantieverlof te verlenen, of naar het oordeel van de commandant gewichtige persoonlijke omstandigheden of medische redenen de militair hebben verhinderd het vakantieverlof te genieten.

  • 3. Indien medische redenen de militair hebben verhinderd om vakantieverlof op te nemen, legt de militair een schriftelijke verklaring van de behandelend arts van de militair geneeskundige dienst, of een andere arts indien geen arts van de militaire geneeskundige dienst voorhanden is, over aan de commandant.

  • 4. Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van op 31 december 1996 nog niet verleend vakantieverlof.

  • 5. Het niet genoten vakantieverlof toegekend voor 1 januari 2019, wordt uiterlijk voor of op 31 december 2023 genoten. Op 1 januari 2024 vervalt de aanspraak op het niet genoten verlof van voor 1 januari 2019.

H

Artikel 80b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bezoldiging», vervangen door: verhoogde bezoldiging.

2. In het eerste lid vervalt: eerste lid, onder k.

3. In het tweede lid wordt «bezoldiging», vervangen door: verhoogde bezoldiging.

4. In het tweede lid vervalt: eerste lid, onder k.

ARTIKEL II WIJZIGING INKOMSTENBESLUIT MILITAIREN

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1 wordt na het begrip salarisnummer en nieuw begrip toegevoegd, luidende:

Verhoogde bezoldiging:

de bezoldiging als bedoeld in artikel 1, verhoogd met 8 procent vakantie-uitkering en het percentage vaste vergoeding extra beslaglegging als bedoeld in artikel 11b en de eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 15;

ARTIKEL III WIJZIGING BURGERLIJK AMBTENARENREGLEMENT DEFENSIE

Het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid, onder b, wordt «vrij van dienst» vervangen door: vrij van arbeid.

2. In het zevende, negende en tiende lid, wordt «dienst» vervangen door: vrij van arbeid.

3. Het tiende lid, onderdeel b, komt te luiden: b. ziekte;

B

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt he getal «120» vervangen door 152 en het getal «80» vervangen door 76.

2. Het achtste lid komt te luiden:

  • 8. Niet opgenomen vakantieverlof wordt overgeboekt naar het volgende kalenderjaar.

3. Het negende lid komt te luiden:

  • 9. Het overgeboekte vakantieverlof als bedoeld in het achtste lid vervalt op 31 december van het volgende kalenderjaar. Deze vervaldatum wordt met een kalenderjaar uitgesteld indien operationele omstandigheden de commandant hebben verhinderd vakantie te verlenen, of naar het oordeel van de commandant gewichtige persoonlijke omstandigheden of medische redenen de ambtenaar hebben verhinderd vakantie op te nemen

4. Er worden twee nieuwe leden toegevoegd:

  • 10. Indien medische redenen de ambtenaar hebben verhinderd om vakantie op te nemen, legt de ambtenaar een schriftelijke verklaring van de behandelend arts over aan de commandant.

  • 11. Het niet genoten vakantieverlof toegekend voor 1 januari 2019, wordt uiterlijk voor of op 31 december 2023 genoten. Op 1 januari 2024 vervalt de aanspraak op het niet genoten verlof van voor 1 januari 2019.

C

Artikel 34, eerste lid komt te luiden:

  • 1. Indien de ambtenaar op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur verhoogd met 8 procent vakantie-uitkering als bedoeld in artikel 43, eerste lid en de eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. De vergoeding wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantie over een vol kalenderjaar, uitgaande van het salaris en de arbeidsduur waarvoor hij is aangesteld zoals die direct voorafgaand aan het ontslag voor de ambtenaar golden en de leeftijd welke hij bereikt in het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking wordt beëindigd.

D

Artikel 37, het opschrift komt te luiden:

Artikel 37 Verlof bij militaire en soortgelijke dienst

Artikel 37, onderdeel e, komt te vervallen.

ARTIKEL IV WIJZIGING BESLUIT DIENSTREIZEN DEFENSIE

Het Besluit dienstreizen defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel g, komt als volgt te luiden:

g. van overheidswege:

vanwege of voor rekening van het rijk of van een ander Nederlands publiekrechtelijk of semi-publiekrechtelijk lichaam;

B

Artikel 15 tweede lid komt als volgt te luiden:

  • 2. De aanspraak op vergoeding vervalt indien de dienstreiziger de reisdeclaratie niet heeft ingediend binnen zesentwintig weken na de maand waarop de declaratie betrekking heeft.

C

In artikel 16 wordt de zinsnede «artikelen 12 en 13» vervangen door: artikelen 12, 13 en 15, tweede lid.

D

Artikel 17 komt te vervallen.

ARTIKEL V

Dit besluit treedt in werking op een bij Koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In dat besluit kan worden bepaald dat dit besluit terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatsthistnoot

Wassenaar, 25 september 2018

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Defensie, B. Visser

Uitgegeven de twaalfde november 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

De aanpassingen in artikel 64 en artikel 70 van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement zijn een direct gevolg van de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake Schultz-Hoff (C-350/06) en Stringer (C-520/06) van 2009. Op grond van dit arrest heeft de werknemer aanspraak op verlof tijdens ziekte waardoor samenloop van vakantieverlof en ziekte mogelijk is. De militair dient jaarlijks minimaal 4 maal de voor hem geldende arbeidsduur per week als vakantieverlof te kunnen genieten. In de praktijk wordt sedert 2014, analoog aan deze uitspraken en overeenkomstig gemaakte afspraken met de Centrales van Overheidspersoneel gehandeld en bestaat er geen aansprakelijkheid over de periode 2009–2014. Met het opnemen van de bepalingen in deze besluiten wordt dit rechtspositioneel geborgd.

De militair dient, om het verlof (in verband met ziekte) naar het aansluitende kalenderjaar over te hevelen, aan te tonen dat er geen mogelijkheid is geweest om het minimale recht op vakantieverlof in het voorgaande kalenderjaar te genieten.

Zodra een arts schriftelijk aangeeft dat de militair wegens ziekte verhinderd is arbeid te verrichten, wordt er geen verlof afgeboekt. Voor wat betreft «verlof tijdens re-integratie» geldt dat indien de militair in verband met re-integratie gedeeltelijk eigen of passende arbeid verricht dat de militair voor dat deel nog steeds ongeschikt is tot dienstverrichting. Als gevolg daarvan wordt er geen verlof afgeboekt. Indien de militair gedeeltelijk werkt, dus niet in het kader van re-integratie, wordt slechts over dat gedeelte verlof afgeboekt. Over het deel van zijn dienstverband, waarin de militair verhinderd is arbeid te verrichten wordt geen verlof afgeboekt indien een arts schriftelijk aangeeft dat de militair niet in staat is om verlof te genieten.

Het recht om verlof onbeperkt door te boeken naar de opvolgende jaren is in de geldende rechtspositie beperkt tot een kalenderjaar. De oudste verlofaanspraak, niet zijnde conversieverlof, dient als eerste voor de vervaldatum van die verlofaanspraak opgenomen te worden. Conversieverlof kan te allen tijde worden opgenomen. Voor het niet genoten vakantieverlof toegekend voor 1 januari 2019 geldt een vervaltermijn van 5 jaar.

Artikel II

Bij ontslag van de militair bestaat aanspraak op een financiële compensatie van het resterende saldo aan opgebouwde verlofuren. De grondslag voor de financiële compensatie is gelegen in het basissalaris inclusief de voor elke militair geldende vaste toelagen zijnde: vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en de VEB.

In het Inkomstenbesluit militairen dient ingevolge de wijziging in de grondslag voor de financiële compensatie voor de verlofuren een nieuw begrip «verhoogde bezoldiging» ingevoerd te worden. Hierin zijn de salariscomponenten opgesomd die de grondslag vormen tot de financiële afkoop van verlofuren.

Artikel III

A

De aanpassingen in artikel 32 van het Burgerlijk ambtenaren reglement defensie zijn een direct gevolg van de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake Schultz-Hoff (C-350/06) en Stringer (C-520/06) van 2009. Op grond van dit arrest heeft de werknemer aanspraak op verlof tijdens ziekte waardoor samenloop van vakantieverlof en ziekte mogelijk is. De burgerlijk ambtenaar dient jaarlijks minimaal 4 maal de arbeidsduur per week als vakantieverlof te kunnen genieten.

De burgerlijk ambtenaar dient, om het verlof (in verband met ziekte) naar het aansluitende kalenderjaar over te hevelen, aan te tonen dat er geen mogelijkheid is geweest om het minimale recht op vakantieverlof in het voorgaande kalenderjaar te genieten.

B

Het recht om verlof onbeperkt door te boeken naar de opvolgende jaren is in de geldende rechtspositie beperkt tot een kalenderjaar. De oudste verlofaanspraak dient als eerste voor de vervaldatum van die verlofaanspraak opgenomen te worden. Voor het niet genoten vakantieverlof toegekend voor 1 januari 2019 geldt een vervaltermijn van 5 jaar.

Zodra een arts schriftelijk aangeeft dat de burgerlijk ambtenaar wegens ziekte verhinderd is arbeid te verrichten, wordt er geen verlof afgeboekt. Voor wat betreft «verlof tijdens re-integratie» geldt dat indien de burgerlijk ambtenaar in verband met re-integratie gedeeltelijk eigen of passende arbeid verricht dat de burgerlijk ambtenaar voor dat deel nog steeds ongeschikt is tot dienstverrichting. Als gevolg daarvan wordt er geen verlof afgeboekt. Indien de burgerlijk ambtenaar gedeeltelijk werkt, dus niet in het kader van re-integratie, wordt slechts over dat gedeelte verlof afgeboekt. Over het deel van zijn dienstverband, waarin de burgerlijk ambtenaar verhinderd is arbeid te verrichten wordt geen verlof afgeboekt indien een arts schriftelijk aangeeft dat de burgerlijk ambtenaar niet in staat is om verlof te genieten.

C

Bij ontslag van de burgerlijk ambtenaar bestaat aanspraak op een financiële compensatie van het resterende saldo aan opgebouwde verlofuren. De grondslag voor de financiële compensatie is gelegen in het basissalaris inclusief de voor elke burgerlijke ambtenaar geldende vaste toelagen zijnde: vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.

Artikel IV

Door de herstructurering van Defensieorganisatie, de invoering van geautomatiseerde personeelssystemen en de wijze waarop met name de beschikbare voorzieningen bij met overheidsmiddelen gesubsidieerde instellingen zich hebben ontwikkeld is de noodzaak tot aanpassing van enige artikelen in het besluit dienstreizen defensie aanwezig.

A

Bij vaststelling van het besluit in 1996 kon met grote mate van zekerheid worden vastgesteld welke instellingen als «een met overheidsmiddelen gesubsidieerde instelling» aangemerkt kon worden. Met name was daarbij van belang dat ook de voorzieningen zoals bedrijfskantines en dergelijke door zorg van de instelling zelfstandig werden verzorgd.

Vele van de bedoelde instellingen hebben deze taken niet meer in eigen beheer maar uitbesteedt aan private ondernemingen. Er is dus geen sprake meer dat de betreffende voorzieningen, zoals bedoeld in het besluit, beschouwd kunnen worden als «een met overheidsmiddelen gesubsidieerde instelling». Reden om dit begrip aan te passen aan de daadwerkelijke en controleerbare situatie.

B

In de praktijk is gebleken dat de termijn van 13 weken niet aansluit bij de declaratie- en verwerkingstijd van de geautomatiseerde verwerking van de dienstreisdeclaraties. Als gevolg hiervan wordt momenteel een groot aantal dienstreisdeclaraties nog op papier ingediend, hetgeen leidt tot extra onnodige werklast. Daarnaast worden verzoeken tot uitbetaling van de dienstreisdeclaraties vanwege «uitzonderlijke gevallen» regelmatig ingediend bij de verkeerde instantie, hetgeen de afdoening van de verzoeken ernstig kan vertragen door de verplichting tot doorzenden van de verzoeken naar het bevoegd gezag.

De aanpassing van dit artikel draagt zorg voor de uitbreiding van de indientermijn naar 26 weken, tevens wordt de mogelijkheid om af te wijken van deze periode opgenomen in de hardheidsclausule. Met de opname in artikel 16 van dit besluit wordt eenduidig vastgelegd wie bevoegd is tot afdoening van verlate verzoeken tot uitbetaling van de dienstreisdeclaratie.

C

Uitbreiding van de reikwijdte van dit artikel door toevoeging van artikel 15, tweede lid.

D

Dit artikel heeft geen werking meer, gelet op de geldende termijnen voor het indienen van de dienstreisdeclaratie en de termijnen voor bezwaar en beroep.

Artikel V

Dit besluit treedt in werking op een bij Koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat Artikel I, onderdelen D en H, Artikel II en Artikel III onder C terugwerken tot en met 1 januari 2016 en Artikel IV terugwerkt tot 1 oktober 2015.

De Centrales van overheidspersoneel hebben ingestemd, op:

  • 20 januari 2016, rapportage AFR/16.00043 voor de wijzigingen van het Besluit dienstreizen defensie;

  • 23 januari 2018, rapportage AFR/18.00073 voor de wijzigingen van het Algemeen militair ambtenaren reglement, Burgerlijk ambtenarenreglement defensie en Inkomstenbesluit militairen.

De Staatssecretaris van Defensie, B. Visser


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.