Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2017, 72Wet

Wet 10 februari 2017 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van de elektronische sigaret zonder nicotine en nadere regeling van voor roken bestemde kruidenproducten

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo, Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het kader van de volksgezondheid regelen te stellen aan elektronische sigaretten zonder nicotine en nadere regels te stellen aan voor roken bestemde kruidenproducten;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Tabaks- en rookwarenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De definitie van aanverwante producten komt als volgt te luiden:

aanverwant product:

elektronische dampwaar en voor roken bestemd kruidenproduct;.

2. Na de definitie van distributeur wordt de volgende definitie ingevoegd:

elektronische dampwaar:

elektronische sigaret, navulverpakking, elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine en patroon zonder nicotine;.

3. Na de definitie van elektronische sigaret wordt de volgende definitie ingevoegd:

elektronische sigaret zonder nicotine:

een wegwerpproduct dat een reservoir met niet-nicotinehoudende vloeistof bevat en slechts gebruikt kan worden voor de consumptie van niet-nicotinehoudende damp via een mondstuk;.

4. Na de definitie van navulverpakking wordt de volgende definitie ingevoegd:

navulverpakking zonder nicotine:

een recipiënt die niet-nicotinehoudende vloeistof bevat die gebruikt kan worden voor het navullen van een elektronische sigaret;.

5. Na de definitie van nicotinehoudende vloeistof wordt de volgende definitie ingevoegd:

niet-nicotinehoudende vloeistof:

niet-nicotinehoudende vloeistof in een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine of een patroon zonder nicotine;.

6. Na de definitie van Onze Minister wordt de volgende definitie ingevoegd:

patroon zonder nicotine:

een patroon die niet-nicotinehoudende vloeistof bevat en bestemd is om een elektronische sigaret te herladen;.

7. In de definitie van reclame wordt «, elektronische sigaretten en navulverpakkingen» vervangen door: «en aanverwante producten» en wordt «, elektronische sigaret of navulverpakking» telkens vervangen door: «of aanverwant product».

8. Na de definitie van sigaar wordt de volgende definitie opgenomen:

speciaalzaak:

een inrichting zijnde een winkel of een onderdeel daarvan, met een afsluitbare eigen toegang waarin een totaal assortiment aan tabaksproducten of voor roken bestemde kruidenproducten van ten minste 90 merkenversies of elektronische dampwaar van ten minste 90 merkenversies aanwezig is voor het in de handel brengen en:

met een vloeroppervlakte van minimaal 10 m2, of met een vloeroppervlakte van minder dan 10 m2, die reeds voor 1 januari 2001 als tabaksspeciaalzaak of voor 20 mei 2016 als elektronische sigarettenzaak stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;

9. In de definitie van sponsoring wordt «, elektronische sigaret of navulverpakking» vervangen door: of aanverwant product.

10. De definitie van tabaks- of elektronische sigarettenspeciaalzaak komt te vervallen.

11. De definitie van verkooppunt van tabaksproducten, elektronische sigaretten of navulverpakkingen komt als volgt te luiden:

Verkooppunt van tabaksproducten of aanverwante producten:

iedere plaats waar tabaksproducten of aanverwante producten aanwezig zijn voor het in de handel brengen.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «elektronische sigaretten, navulverpakkingen en nicotinehoudende vloeistof» vervangen door: elektronische dampwaar, nicotinehoudende vloeistof en niet-nicotinehoudende vloeistof.

2. In het vijfde lid wordt «een elektronische sigaret en een navulverpakking» vervangen door: elektronische dampwaar.

C

In artikel 3, eerste lid wordt «nicotinehoudende vloeistof» vervangen door: nicotinehoudende vloeistof, niet-nicotinehoudende vloeistof.

D

In het eerste lid van artikel 3e wordt «elektronische sigaretten en navulverpakkingen» vervangen door: aanverwante producten.

E

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. «, elektronische sigaretten of navulverpakkingen» worden telkens vervangen door: of aanverwante producten.

1a. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot vierde tot en met achtste lid, wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Onder dit verbod wordt eveneens begrepen het tonen van te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten aan het zicht worden onttrokken, en kan worden bepaald dat dit verbod niet geldt voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten.

2. «, elektronische sigaret of navulverpakking» wordt telkens vervangen door: of aanverwant product.

3. In het zesde lid (nieuw) vervalt onderdeel b en wordt onderdeel c verletterd tot onderdeel b.

4. «tabaks- of elektronische sigarettenspeciaalzaak» wordt telkens vervangen door: speciaalzaak.

5. In het zesde lid (nieuw), onder b (nieuw), onder 3°, wordt «voorschriften» vervangen door: regels.

F

Artikel 5a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «, elektronische sigaret of navulverpakking» vervangen door: of aanverwant product.

2. Onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel b, van het eerste lid door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine, een patroon zonder nicotine of een voor roken bestemd kruidenproduct die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet van 10 februari 2017 houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van de elektronische sigaret zonder nicotine en nadere regeling van voor roken bestemde kruidenproducten, onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was.

3. In het tweede lid wordt «, elektronische sigaret of navulverpakking» vervangen door: of aanverwant product.

4. Onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel b, van het tweede lid door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. een ander product of een andere dienst die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet van 10 februari 2017 houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van de elektronische sigaret zonder nicotine en nadere regeling van voor roken bestemde kruidenproducten, onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine, patroon zonder nicotine of voor roken bestemde kruidenproduct in de handel was.

5. Het derde lid komt als volgt te luiden:

  • 3. Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct te gebruiken voor een product behorend tot elektronische dampwaar of voor een voor roken bestemd kruidenproduct. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een tabaksproduct in de handel was.

6. Na het derde lid worden de volgende leden toegevoegd:

  • 4. Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een elektronische sigaret of navulverpakking te gebruiken voor een tabaksproduct of voor een voor roken bestemd kruidenproduct. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet van 26 april 2016 houdende wijziging van de Tabakswet ter implementatie van Richtlijn 2014/40/EU, inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten, onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret of navulverpakking in de handel was.

  • 5. Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine of een patroon zonder nicotine te gebruiken voor een tabaksproduct of voor een voor roken bestemde kruidenproduct. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat reeds vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikellid onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine of navulverpakking zonder nicotine in de handel was.

  • 6. Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct te gebruiken voor een tabaksproduct of voor een product behorend tot elektronische dampwaar. Dit verbod geldt niet voor:

    • a. een tabaksproduct dat reeds vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was;

    • b. een elektronische sigaret en navulverpakking die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet van 26 april 2016, houdende wijziging van de Tabakswet ter implementatie van Richtlijn 2014/40/EU inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten, onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was;

    • c. een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine en een patroon zonder nicotine die reeds vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikellid onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was.

G

In artikel 7 wordt na «tabaksproducten» telkens toegevoegd: of aanverwante producten.

H

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «, elektronische sigaretten of navulverpakkingen» vervangen door: «of aanverwante producten» en wordt «, elektronische sigaret of navulverpakking» telkens vervangen door: «of aanverwant product».

2. In het derde lid wordt «, elektronische sigaretten of navulverpakkingen» telkens vervangen door: of aanverwante producten.

I

In artikel 8a, eerste lid, wordt «, elektronische sigaretten of navulverpakkingen» telkens vervangen door: of aanverwante producten.

J

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «, elektronische sigaretten of navulverpakkingen» vervangen door: of aanverwante producten.

2. In het derde lid wordt «, elektronische sigaretten of navulverpakkingen» vervangen door: of aanverwante producten.

JA

In artikel 9a wordt «, elektronische sigaretten en navulverpakkingen» vervangen door: en aanverwante producten.

K

In het vierde lid van artikel 17a wordt «of aanverwante producten» vervangen door: , elektronische sigaretten, navulverpakkingen of voor roken bestemde kruidenproducten.

L

Aan artikel 19, tweede lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:

  • de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden slechts worden uitgevoerd nadat het daarvoor vastgestelde bedrag is voldaan of daarvoor zekerheid is gesteld; en

  • geen werkzaamheden worden verricht indien de betalingsplichtige niet binnen de gegeven betalingstermijn de kosten verschuldigd voor eerdere werkzaamheden op grond van deze wet heeft voldaan.

ARTIKEL IA

De Warenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 13b, tweede lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:

  • de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden slechts worden uitgevoerd nadat het daarvoor vastgestelde bedrag is voldaan of daarvoor zekerheid is gesteld; en

  • geen werkzaamheden worden verricht indien de betalingsplichtige niet binnen de gegeven betalingstermijn de kosten verschuldigd voor eerdere werkzaamheden op grond van deze wet heeft voldaan.

B

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid, laatste volzin, vervalt.

2. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:

    • de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden slechts worden uitgevoerd nadat het daarvoor vastgestelde bedrag is voldaan of daarvoor zekerheid is gesteld; en

    • geen werkzaamheden worden verricht indien de betalingsplichtige niet binnen de gegeven betalingstermijn de kosten verschuldigd voor eerdere werkzaamheden op grond van deze wet heeft voldaan.

C

In artikel 17, eerste en derde lid, wordt «artikel 16, vijfde lid» telkens vervangen door: artikel 16, zesde lid.

D

Aan artikel 33, tweede lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:

  • de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden slechts worden uitgevoerd nadat het daarvoor vastgestelde bedrag is voldaan of daarvoor zekerheid is gesteld; en

  • geen werkzaamheden worden verricht indien de betalingsplichtige niet binnen de gegeven betalingstermijn de kosten verschuldigd voor eerdere werkzaamheden op grond van deze wet heeft voldaan.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 10 februari 2017

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Uitgegeven de tweede maart 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 34 470