Besluit van 11 december 2017, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet invoering associate degree-opleiding en van enkele artikelen van de Wet van 8 maart 2017 tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet op het onderwijstoezicht en het Wetboek van Strafrecht, in verband met het tegengaan van misleidend gebruik van de naam universiteit en hogeschool, het onterecht verlenen en voeren van graden, alsmede het bevorderen van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef door rpho’s (Wet bescherming namen en graden hoger onderwijs) (Stb. 2017, 97)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 december 2017, nr. WJZ/1291043 (7231), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel VII van de Wet invoering associate degree-opleiding, artikel V van de Wet van 8 maart 2017 tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet op het onderwijstoezicht en het Wetboek van Strafrecht, in verband met het tegengaan van misleidend gebruik van de naam universiteit en hogeschool, het onterecht verlenen en voeren van graden, alsmede het bevorderen van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef door rpho’s (Wet bescherming namen en graden hoger onderwijs) (Stb. 2017, 97) en artikel 24n, onderdelen m, n en o, van de Wet op het onderwijstoezicht;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. INWERKINGTREDING WET INVOERING ASSOCIATE DEGREE-OPLEIDING

De Wet invoering associate degree-opleiding treedt in werking met ingang van 1 januari 2018, met dien verstande dat artikel II, onderdeel P, terugwerkt tot 1 september 2015.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING ENKELE ARTIKELEN VAN DE WET BESCHERMING NAMEN EN GRADEN HOGER ONDERWIJS

De onderdelen D, M, subonderdeel 2, en N, subonderdeel 1, van artikel I van de Wet van 8 maart 2017 tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet op het onderwijstoezicht en het Wetboek van Strafrecht, in verband met het tegengaan van misleidend gebruik van de naam universiteit en hogeschool, het onterecht verlenen en voeren van graden, alsmede het bevorderen van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef door rpho’s (Wet bescherming namen en graden hoger onderwijs) (Stb. 2017, 97) treden in werking met ingang van 1 januari 2018.

ARTIKEL III. DIPLOMAGEGEVENS NIET-BEKOSTIGD ONDERWIJS

De datum, bedoeld in artikel 24n, onderdelen m, n en o, van de Wet op het onderwijstoezicht, wordt vastgesteld op 1 januari 2018.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 11 december 2017

Willem-Alexander

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

Uitgegeven de twintigste december 2017

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Met dit koninklijk besluit wordt de inwerkingtreding geregeld van de Wet invoering associate degree-opleiding en enkele bepalingen van de Wet bescherming namen en graden hoger onderwijs (Stb. 2017, 97). Bovendien wordt het tijdstip vastgesteld waarop de diploma’s van het niet-bekostigd onderwijs in het diplomaregister worden opgenomen. Hierna zijn de verschillende artikelen kort toegelicht.

Artikel I

Met de Wet invoering associate degree-opleiding1 krijgt de associate degree een zelfstandige positie in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), waardoor instellingen deze aantrekkelijker kunnen profileren ten behoeve van mbo-4-afgestudeerden en werkenden. Zo kan een breed aanbod van associate degree-opleidingen worden ontwikkeld voor deze doelgroep die wordt geconfronteerd met de gevolgen van de krimp van het middensegment van de arbeidsmarkt en voor wie de stap naar een hbo-bacheloropleiding te groot is. Hogescholen zijn bij brief van 6 oktober 2017 door de minister al op de hoogte gesteld van de inwerkingtreding van deze wet op 1 januari 2018. Tal van hogescholen hebben, anticiperend op de wetswijziging, voorbereidingen getroffen voor het aanbieden van nieuwe associate degree-opleidingen. Dit heeft ertoe geleid dat in studiejaar 2018–2019 ruim 150 associate degree-opleidingen van start gaan verdeeld over 22 bekostigde hogescholen en ruim 60 associate degree-opleidingen van start gaan bij niet-bekostigde hogescholen. De Wet invoering associate degree-opleiding regelt mede dat de rechtspersonen voor hoger onderwijs worden aangesloten op de systematiek van het basisregister onderwijs en dat de diploma’s van onderwijsdeelnemers in het niet-bekostigd vo, vavo, mbo en ho worden opgenomen in het diplomaregister.

Artikel II, onderdeel P, treedt in werking met terugwerkende kracht terug tot 1 september 2015. Voor de inwerkingtreding van de Wet studievoorschot hoger onderwijs was de reisvoorziening wetstechnisch gezien een onderdeel van de basisbeurs blijkens het destijds geldende artikel 3.6. In de Wet studievoorschot hoger onderwijs is de reisvoorziening, behoudens voor beroepsopleidingen niveau 1 en 2, losgekoppeld van het begrip basisbeurs. In het huidige artikel 12.19 wordt echter niet expliciet verwezen naar het begrip basisbeurs, bedoeld in het oude artikel 3.6. Daarmee lijkt het of de bijverdiengrens ook niet meer geldt als de studerende uitsluitend nog het recht heeft op de reisvoorziening (het eerste jaar na de nominale duur van de opleiding). Dit laatste heeft de wetgever echter niet beoogd. Artikel 12.19 wordt daarom verbeterd. De inwerkingtreding is met terugwerkende kracht om deze onbedoelde uitleg te herstellen.

Artikel II

Bij de Wet invoering associate degree-opleiding is een nieuw artikel 6.11 in de WHW ingevoegd. In dat artikel is geregeld dat er een commissie is die de Minister desgevraagd zal adviseren over de vraag of een instelling inbreuk heeft gemaakt op de verplichting het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef van studenten te bevorderen. Aan de Eerste Kamer was bij de behandeling van de Wet bescherming namen en graden hoger onderwijs toegezegd dat de bepalingen inzake het bevorderen van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef, die daarin zijn opgenomen, niet eerder in werking zouden treden dan nadat er een wettelijke basis voor die commissie was geschapen. Nu er een wettelijke basis voor de commissie is, kunnen de onderdelen D, M, subonderdeel 2, en N, subonderdeel 1, van artikel I van de Wet bescherming namen en graden hoger onderwijs die betrekking hebben op respectievelijk artikel 1.3, vijfde lid, 6.9, tweede lid, en 6.10, eerste lid, van de WHW, met ingang van 1 januari 2018 in werking treden.

Artikel III

In dit artikel wordt geregeld dat op of na 1 januari 2018 afgegeven getuigschriften van studenten in het niet-bekostigd hoger onderwijs worden opgenomen in het diplomaregister. Meer in het bijzonder gaat het om getuigschriften verbonden aan niet-bekostigde opleidingen en Ad-programma’s die door rechtspersonen voor hoger onderwijs worden verzorgd (artikel 24n, onderdelen n en o, van de Wet op het onderwijstoezicht, WOT) en om getuigschriften verbonden aan niet-bekostigde opleidingen (post-initiële masteropleidingen) die door bekostigde instellingen worden verzorgd (artikel 24n, onderdeel m, van de WOT). Artikel 24n, onderdelen m, n en o, worden aan de WOT toegevoegd met de inwerkingtreding van de Wet invoering associate degree-opleiding zoals geregeld in artikel I van onderhavig besluit.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Wet van 4 oktober 2017 tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en enkele andere wetten met het oog op het omvormen van het Associate degree-programma tot zelfstandige opleiding en het toevoegen van het niet-bekostigd onderwijs aan het diplomaregister (Stb. 2017, 390).

Naar boven