Besluit van 14 november 2017, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2018

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 oktober 2017, nr. 2017-0000335750, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Gelet op artikel 7, eerste en derde lid, van de Paspoortwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 18 oktober 2017, nr. No. W04.17.0338/I/K);

Gezien het nader rapport van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 november 2017, nr. 2017 – 0000524824, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit paspoortgelden wordt als volgt gewijzigd:

A

In de in de kolommen A tot en met E van onderstaande tabel aangeduide bepaling wordt de in kolom F opgenomen tekst telkens vervangen door de in kolom G opgenomen tekst.

A

B

C

D

E

F

G

Nr.

artikel

lid

onderdeel

onder

huidige tekst

nieuwe tekst

1.

6

1

a

1

USD

38,65

USD

38,62

         

ANG

70,00

ANG

69,00

         

AWG

70,00

AWG

69,00

2.

6

1

a

2

USD

23,80

USD

23,78

3.

6

1

b

 

USD

23,80

USD

23,78

4.

6

2

a

1

64,76

65,30

         

USD

108,91

USD

109,24

5.

6

2

a

2

51,46

52,00

         

USD

94,05

USD

94,38

6.

6

2

b

 

51,46

52,00

         

USD

94,05

USD

94,38

7.

6

2

c

1

50,66

51,08

8.

6

2

c

2

28,63

29,05

9.

6

3

a

1

99,58

100,75

10.

6

3

a

2

86,27

87,44

11.

6

3

b

 

86,27

87,44

12.

6

3

c

1

88,41

89,51

13.

6

3

c

2

66,38

67,48

14.

12

1

a

1

74,74

75,46

         

ANG

150,00

ANG

151,00

         

AWG

150,00

AWG

151,00

15.

12

1

a

2

61,44

62,16

16.

12

1

b

 

61,44

62,16

17.

12

1

c

 

46,84

47,50

         

USD

52,32

USD

53,01

         

ANG

94,00

ANG

95,00

         

AWG

94,00

AWG

95,00

18.

12

2

a

1

129,07

130,77

19.

12

2

a

2

115,77

117,47

20.

12

2

b

 

115,77

117,47

21.

12

2

c

1

116,17

117,77

22.

12

2

c

2

94,14

95,74

23.

12

2

d

 

46,84

47,50

B

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid, onderdeel d, wordt «de in de onderdelen a tot en met d genoemde bedragen» vervangen door «de in de onderdelen a tot en met c genoemde bedragen» en wordt de punt vervangen door een puntkomma.

2. In het tweede lid wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. voor het bezorgen van een reisdocument als bedoeld in de onderdelen a en b, of van een Nederlandse identiteitskaart zijnde een toeslag op de in de onderdelen a tot en met d genoemde bedragen:

    € 15,– in een gemeentelijke verordening

    USD 16,74 in een eilandsverordening;

3. In het derde lid wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. voor het bezorgen van een reisdocument als bedoeld in de onderdelen a en b, of van een Nederlandse identiteitskaart, zijnde een toeslag op de in de onderdelen a tot en met c genoemde bedragen:

    € 25,–.

4. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. De rechten, bedoeld in het tweede en derde lid, worden niet geheven voor een reisdocument indien dit reisdocument strekt tot vervanging van een eerder geleverd reisdocument als bedoeld in artikel 2, derde lid, of artikel 2a, derde lid.

C

Onder vervanging van de punt door een puntkomma, wordt in artikel 12, tweede lid, na onderdeel d een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • e. indien de aanvrager kiest voor het bezorgen van het document:

    ten hoogste de kosten die de lokale bezorgdienst in rekening brengt voor het bezorgen van het document.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 14 november 2017

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops

Uitgegeven de achtentwintigste november 2017

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

1. Algemeen

De onderhavige wijziging van het Besluit paspoortgelden betreft een aanpassing van de op basis van artikel 7 van de Paspoortwet vast te stellen tarieven voor reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten. Het gaat daarbij om:

  • a. de in artikel 7, eerste lid, onder a, van die wet bedoelde kosten die een gemeente, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan wel Aruba, Curaçao en Sint Maarten aan het Rijk zijn verschuldigd voor de productie van het document (artikel 6, eerste lid, van het Besluit paspoortgelden);

  • b. de in artikel 7, eerste lid, onder b, van die wet genoemde rechten die een aanvrager aan het Rijk moet voldoen als de aanvraag voor het document wordt gedaan bij een andere dan de onder a genoemde instantie (bijvoorbeeld Koninklijke marechaussee of buitenlandse post) (artikel 12, eerste en tweede lid, van het Besluit paspoortgelden); en

  • c. de maximumtarieven die een gemeente of openbaar lichaam ingevolge artikel 7, derde lid, van de Paspoortwet ten hoogste aan een aanvrager van een document in rekening mag brengen. (artikel 6, tweede en derde lid, van het Besluit paspoortgelden).

De op grond van dit besluit vastgestelde bedragen gelden met ingang van 1 januari 2018. Naast deze tariefswijziging wordt met dit besluit de mogelijkheid gecreëerd dat de gemeenten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij de burger een opslag in rekening brengen voor het bezorgen van een document tot een maximum van € 15,–, onderscheidenlijk USD 16,74.

2. Toelichting op tariefswijzigingen

Op grond van dit besluit wordt een groot deel van de in het Besluit paspoortgelden opgenomen tarieven gewijzigd. De tarieven worden geïndexeerd op grond van een inflatiecorrectie, met uitzondering van de kosten die de uitgevende instanties aan het Rijk verschuldigd zijn op grond van artikel 6, eerste lid, van het Besluit paspoortgelden voor de productie van reisdocumenten. Op die kosten vindt voor het jaar 2018 geen inflatiecorrectie plaats. Naast een wijziging van de overige tarieven als gevolg van de inflatiecorrectie, worden veel tarieven (tevens) gewijzigd in verband met de gehanteerde administratiekoersen voor andere valuta dan de euro, gecombineerd met een afrondingsmaatregel voor de tarieven in ANG en AWG. In deze toelichting zal hier nader op worden ingegaan.

a. Opbouw tarieven

De (maximum)tarieven die een aanvrager in rekening mogen worden gebracht op grond van artikel 7, eerste lid, onder a en b, Paspoortwet bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit de aan het Rijk verschuldigde kosten voor de productie van reisdocumenten. Deze kosten staan in het Besluit paspoortgelden weergeven in artikel 6, eerste lid. De aan het Rijk verschuldigde kosten zijn samengesteld uit de kosten die gemaakt worden voor de productie, personalisatie en distributie van de reisdocumenten, de apparaatskosten van het onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat met de zorg voor de reisdocumentenketen is belast, en een jaarlijkse opslag om grote schommelingen in de tarieven te voorkomen. Dit laatste onderdeel van de tarieven is in 2014 ingevoerd en betreft een opslag ten behoeve van de egalisatierekening die gevuld wordt om vanaf 2019 een deel van de kosten die het Rijk ten behoeve van de reisdocumenten maakt te dekken; deze egalisatierekening maakt het mogelijk om gedurende tien jaar een stabiel prijsniveau te hanteren. Zonder deze maatregel zouden de tarieven elke vijf jaar sterk gaan schommelen als gevolg van de invoering van de tienjarige geldigheidsduur in 2014 en de daardoor veroorzaakte pieken en dalen in het aantal aanvragen.

Het tweede deel van de tarieven bestaat uit de leges die uitgevende instanties mogen heffen om de uitgifte van het paspoort en bijbehorende dienstverlening te bekostigen. De tarieven worden op basis van kosten en baten berekend, dusdanig dat deze in evenwicht zijn met elkaar. Deze tarieven zijn opgenomen in artikel 6, tweede en derde lid, en in artikel 12, eerste en tweede lid, van dit besluit.

b. Indexatie

Vanuit efficiencyoverwegingen worden de Rijksleges als bedoeld in artikel 6, eerste lid, dit jaar niet geïndexeerd. Bij vaststelling van de begroting is geconstateerd dat de onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ressorterende uitvoeringsorganisatie met hetzelfde tarief als voorgaand jaar kan functioneren. De indexatie van de tarieven vindt daarom alleen plaats op het dienstverleningsdeel binnen de maximumtarieven. Onder de Rijksleges zijn tarieven in de valuta USD, ANG en AWG gering gedaald vanwege veranderingen in de wisselkoersen en omdat de valuta ANG en AWG op hele bedragen zijn afgerond.

Alle (maximum)tarieven worden als volgt geïndexeerd. De (maximum)tarieven geheven door gemeenten, het ministerie van Buitenlandse Zaken, de commandanten van de Koninklijke Marechaussee en de Gouverneurs op Sint Maarten, Aruba en Curaçao worden geïndexeerd met het indexcijfer voor de prijsmutatie van de overheidsconsumptie. De prijsmutatie van de overheidsconsumptie wordt jaarlijks door het Centraal Planbureau (CPB) geïndexeerd en is voor 2018 vastgesteld op 1,8%. Omdat deze indexatie alleen plaatsvindt op het dienstverleningsdeel werkt deze uit in een bandbreedte van 0,8% tot 1,7% (in euro’s). Dit is een bandbreedte omdat het aandeel dienstverleningsleges ten opzichte van de Rijksleges niet in alle tarieven gelijk is. Tarieven in andere valuta kunnen vanwege de wisselkoersen en afrondingsmaatregel buiten deze bandbreedte vallen.

Onderdeel tarief

indexatie

Rijksdeel art. 6.1

geen

Dienstverlening uitgevende instanties

1,8%

Totaal

0,8% – 1,7%

Het CPB stelt geen indexcijfer vast voor de prijsmutatie van de overheidsconsumptie op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Voor de in Caribisch Nederland uitgegeven reisdocumenten wordt daarom uitgegaan van de consumentenprijsindex zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor elk van de openbare lichamen publiceert het CBS een indexcijfer. Omdat het maximaal te heffen rechten zijn, wordt voor alle drie de openbare lichamen uitgegaan van het hoogste van de drie indexcijfers over 2015. Volgens het CBS bedraagt het hoogste indexcijfer 0,5%. Omdat deze indexatie alleen op de dienstverleningsleges plaatsvindt werkt deze indexatie uit in een verhoging van 0,3 – 0,4%.

Onderdeel tarief

indexatie

Rijksdeel art.6.1

geen

Dienstverlening uitgevende instanties

0,5%

Totaal

0,3% – 0,4%

c. Afronding valuta ANG en AWG

Op verzoek van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten zijn de tarieven voor de Antilliaanse gulden (ANG) voor 2018 opnieuw afgerond op hele valuta. Dit in verband met de beperkte beschikbaarheid van muntgeld in deze valuta op het eiland. Omdat de tarieven in ANG en Arubaanse florin (AWG) tot op heden gelijk aan elkaar waren, is net als voor het jaar 2017 besloten om ook de tarieven in AWG op gelijke wijze af te ronden. Voor beide valuta zijn decimalen onder de 0,50 naar beneden afgerond, decimalen van 0,50 en hoger zijn naar boven afgerond. Hiermee blijven de wettelijke tarieven op deze eilanden aan elkaar gelijk. Het effect van deze afronding speelt zich af binnen een bandbreedte van +1% en -0,2%. De beperkte beschikbaarheid van muntgeld is vooralsnog geen reden voor een structurele wijziging van de tarieven. Deze maatregel wordt daarom jaarlijks geëvalueerd.

e. Gehanteerde wisselkoersen

Om de tarieven tussen de Caribische landen niet van elkaar te laten afwijken is in overleg met de landen ervoor gekozen om de tarieven tot stand te laten komen via de dollarkoers. Het hanteren van rechtstreekse wisselkoersen zou leiden tot kleine verschillen in de tarieven voor de Caribische landen. Daarom zijn deze tarieven enigszins aangepast ten opzichte van de consultatieversie. Alle bedragen in euro’s zijn, waar van toepassing, omgerekend naar de Amerikaanse dollar (USD) gebaseerd op de wisselkoers van 1 juni 2017. Van daaruit zijn de bedragen omgerekend naar Antilliaanse gulden (ANG) en Arubaanse florin (AWG) volgens de verhouding 1 USD = 1,79 AWG/ANG. ANG en AWG zijn gekoppeld aan de USD waarbij een koers van 1,79 wordt gehanteerd.

De gehanteerde wisselkoersen bedroegen:

 

1 EUR =

1 USD =

USD

1,116

1,00

ANG

1,79

AWG

1,79

3. Tarieven

Voor een goed overzicht zijn in onderstaande tabellen per documentsoort de voor 2018 op grond van onderhavig besluit geldende tarieven opgenomen, waarbij tevens het tarief voor 2017 en het percentage waarmee dat tarief is gewijzigd zijn aangegeven. Tevens is duidelijk gemaakt welke tarieven niet zijn gewijzigd. Boven elke tabel zijn de tarieven aangegeven die het betreft.

Artikel 6, eerste lid: Het rijksdeel van de tarieven:

Document

Valuta

Tarieven 2017

Tarieven 2018

%-wijziging

Paspoort (18 jaar en ouder)

EUR

34,61

34,61

0,0

 

USD

38,65

38,62

-0,1

 

ANG

70,00

69,00

-1,4

 

AWG

70,00

69,00

-1,4

Paspoort (< 18 jaar)

EUR

21,31

21,31

0,0

 

USD

23,80

23,78

-0,1

 

ANG

43,00

43,00

0,0

 

AWG

43,00

43,00

0,0

Vreemdelingendocument

EUR

21,31

21,31

0,0

 

USD

23,80

23,78

-0,1

 

ANG

43,00

43,00

0,0

 

AWG

43,00

43,00

0,0

Nederlandse identiteitskaart

(18 jaar en ouder)

EUR

27,36

27,36

0,0

Nederlandse identiteitskaart (<18 jaar)

EUR

5,33

5,33

0,0

Spoedlevering

EUR

47,55

47,55

0,0

Zoals in bovenstaande tabel zichtbaar zijn de tarieven niet geïndexeerd. Vanwege de wisselkoersen en de afronding van de valuta ANG en AWG, is de hoogte van het tarief in USD in alle gevallen gering gedaald en het tarief in ANG en AWG in bepaalde gevallen.

Artikel 6, tweede lid: De maximumtarieven die een gemeente of openbaar lichaam mag heffen:

Document

Valuta

Tarieven 2017

Tarieven 2018

%-wijziging

Paspoort (18 jaar en ouder)

EUR

64,76

65,30

0,8

 

USD

108,91

109,24

0,3

Paspoort (< 18 jaar)

EUR

51,46

52,00

1,0

 

USD

94,05

94,38

0,4

Vreemdelingendocument

EUR

51,46

52,00

1,0

 

USD

94,05

94,38

0,4

Nederlandse identiteitskaart

(18 jaar en ouder)

EUR

50,66

51,08

0,8

Nederlandse identiteitskaart (<18 jaar)

EUR

28,63

29,05

1,4

Spoedlevering

EUR

47,55

47,55

0,0

Bovenstaande tabel toont de maximumtarieven die gemeenten of openbare lichamen mogen heffen. Deze tarieven bestaan uit het rijksdeel zoals vastgesteld in artikel 6, onder het eerste lid, met aanvullend de leges die uitgevende instanties mogen heffen om de uitgifte van het paspoort en bijbehorende dienstverlening te bekostigen. De maximumtarieven in EUR zijn gewijzigd conform de indexatie van 1,8% op het dienstverleningsdeel van de leges. Bedragen in USD hebben betrekking op Caribische Nederland en kennen voor het dienstverleningsdeel een indexatie van 0,5%. Omdat de indexatie alleen plaatsvindt over het dienstverleningsdeel van de leges valt de procentuele wijziging op de totale maximumtarieven lager uit. Ook kunnen de procentuele wijzigingen per tarief anders zijn omdat het aandeel dienstverleningsleges ten opzichte van de Rijksleges niet in alle tarieven gelijk is.

Artikel 6, derde lid: De maximumtarieven die een grensgemeente mag heffen wanneer de aanvrager niet in de basisregistratie persoonsgegevens is ingeschreven:

Document

Valuta

Tarieven 2017

Tarieven 2018

%-wijziging

Paspoort (18 jaar en ouder)

EUR

99,58

100,75

1,2

Paspoort (< 18 jaar)

EUR

86,27

87,44

1,3

Vreemdelingendocument

EUR

86,27

87,44

1,3

Nederlandse identiteitskaart

(18 jaar en ouder)

EUR

88,41

89,51

1,2

Nederlandse identiteitskaart (<18 jaar)

EUR

66,38

67,48

1,6

Bovenstaande tabel toont de rechten die gemeenten mogen heffen aan personen die niet in de basisregistratie persoonsgegevens (BRP) staan ingeschreven. Hier gaat het om personen met de Nederlandse nationaliteit maar die niet in Nederland woonachtig zijn en daarom niet ingeschreven in de BRP. Al de tarieven zijn verhoogd in overeenstemming met de indexatie van 1,8% op het dienstverleningsdeel. Omdat dit een deel van het totale maximumtarief is, valt de procentuele wijziging lager uit. Ook kunnen de procentuele wijzigingen per tarief anders zijn omdat het aandeel dienstverleningsleges ten opzichte van de Rijksleges niet in alle tarieven gelijk is.

Artikel 12, eerste lid: De tarieven die binnen het Koninkrijk geheven worden voor een aanvraag bij de door de minister daarvoor aangewezen autoriteiten anders dan gemeenten (Koninklijke Marechaussee de Gouverneurs van de Caribische landen in het Koninkrijk):

Document

Valuta

Tarieven 2017

Tarieven 2018

%-wijziging

Paspoort (18 jaar en ouder)

EUR

74,74

75,46

1,0

 

ANG

150,00

151,00

0,7

 

AWG

150,00

151,00

0,7

Paspoort (< 18 jaar)

EUR

61,44

62,16

1,2

 

ANG

124,00

124,00

0,0

 

AWG

124,00

124,00

0,0

Vreemdelingendocument

EUR

61,44

62,16

1,2

 

ANG

124,00

124,00

0,0

 

AWG

124,00

124,00

0,0

Noodpaspoort

EUR

46,84

47,50

1,4

 

USD

52,32

53,01

1,3

 

ANG

94,00

95,00

1,1

 

AWG

94,00

95,00

1,1

Bovenstaande tarieven in EUR zijn geïndexeerd met 1,8% op het dienstverleningsdeel van de tarieven. Omdat dit een deel van het totale maximumtarief is, valt de procentuele wijziging in euro’s lager uit. Ook kunnen de procentuele wijzigingen per tarief anders zijn omdat het aandeel dienstverleningsleges ten opzichte van de Rijksleges niet in alle tarieven gelijk is. De procentuele wijziging van tarieven in andere valuta kan afwijken van de wijziging in euro’s. Enerzijds vanwege de administratiekoersen en anderzijds vanwege de afrondingsmaatregel voor tarieven in ANG en AWG.

Artikel 12, tweede lid: De tarieven die buiten het Koninkrijk geheven worden voor een aanvraag bij de door de minister daarvoor aangewezen autoriteiten anders dan gemeenten (Consulaire posten en ambassades):

Document

Valuta

Tarieven 2017

Tarieven 2018

%-wijziging

Paspoort (18 jaar en ouder)

EUR

129,07

130,77

1,3

Paspoort (< 18 jaar)

EUR

115,77

117,47

1,4

Vreemdelingendocument

EUR

115,77

117,47

1,4

Nederlandse identiteitskaart

(18 jaar en ouder)

EUR

116,17

117,77

1,4

Nederlandse identiteitskaart (<18 jaar)

EUR

94,14

95,74

1,7

Noodpaspoort

EUR

46,84

47,50

1,4

Bovenstaande tarieven zijn geïndexeerd met 1,8% over het dienstverleningsdeel van de tarieven. Omdat dit een deel van het totale maximumtarief is, valt de procentuele wijziging lager uit. Ook kunnen de procentuele wijzigingen per tarief anders zijn omdat het aandeel dienstverleningsleges ten opzichte van de Rijksleges niet in alle tarieven gelijk is. Thans wordt gekeken naar de huidige en toekomstige kostprijsberekening van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten in het buitenland. De uitkomsten hiervan kunnen worden meegenomen bij een volgende wijziging van dit besluit.

4. Maximumopslag in verband met bezorgen van een document

Op 1 oktober 2017 treedt de Rijkswet van 16 mei 2017 houdende wijziging van de Paspoortwet in verband met het vervallen van de verplichting een proces-verbaal bij de politie op te maken over een vermist reisdocument en enkele andere wijzigingen (Stb. 2017, 217) in werking. Met deze wet is in de Paspoortwet de mogelijkheid opgenomen dat de gemeenten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij het stellen van tarieven voor reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten ook kunnen variëren voor wat betreft de wijze van uitreiking. In onderhavig besluit wordt geregeld dat gemeenten en openbare lichamen voor de bezorging een opslag kunnen vragen van maximaal € 15,00, onderscheidenlijk USD 16,74 en grensgemeenten maximaal € 25,00.

De hoogte van dit maximumtarief is gebaseerd op de uitkomsten van de evaluatie proeftuin bezorgen reisdocumenten. Van vier gemeenten is een verkorte business case in het evaluatierapport opgenomen. De kosten voor het bezorgen, blijken te liggen tussen de € 11,50 en € 15,00. Hoewel gemeenten ook baten hebben van het bezorgen omdat zij hierdoor minder balietijd hebben, worden deze baten teniet gedaan door de extra inklaringshandelingen bij de postbezorger. Het maximumtarief wordt kostendekkend vastgesteld en komt daarom uit op € 15,00. Voor gemeenten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba staat het vrij om een lager tarief vast te stellen in hun legesverordening. Gemeenten vragen in de proeftuin bezorgen reisdocumenten over het algemeen ca. € 5,00 voor deze dienstverlening, uit de evaluatie blijkt immers ook dat wanneer het tarief hoger wordt ingesteld dan € 5,00 mensen er minder tot geen gebruik van maken.

Uit de consultatie is gebleken dat de kosten voor het bezorgen aan niet-ingezetenen door een grensgemeente hoger liggen dan de gestelde € 15,00. De kosten voor het bezorgen in de grensregio’s zijn gemiddeld € 10,00 hoger dan het bezorgen in Nederland. Omdat de hoogte van het maximumtarief kostendekkend wordt vastgesteld bedraagt de maximumopslag € 25,00 voor het bezorgen van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten door een grensgemeente aan niet-ingezetenen.

Voor het laten bezorgen van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten buiten het Koninkrijk lopen de tarieven sterk uiteen. De tarieven verschillen per regio en per bezorgdienst en zijn mede afhankelijk van de afstand waarover het document bezorgd wordt. Gezien deze grote verschillen is in art. 12 geen maximumtarief voor bezorging opgenomen.

Omdat de dienstverlening voor het bezorgen van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten niet verplicht is maar aanvullend, blijft het voor burgers uiteraard mogelijk hun documenten zelf op te halen en daarmee bezorgkosten te voorkomen.

5. Administratieve lasten

Dit besluit heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en voor burgers. Opgemerkt wordt dat de bezorging van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten een administratieve lastenverlichting voor burgers met zich meebrengt. De mogelijkheid tot bezorging volgt echter niet uit dit besluit. In dit besluit wordt uitsluitend een maximumtarief voor de bezorging vastgesteld, of in het geval van bezorging buiten het Koninkrijk een grondslag voor het heffen van een toeslag voor het bezorgen. Daarom wordt in deze toelichting niet verder ingegaan op deze lastenverlichting.

6. Consultatie

Het ontwerpbesluit is van 30 juni 2017 tot en met 1 augustus ter consultatie voorgelegd aan de uitgevende instanties. Hierop zijn reacties ontvangen van de VNG, NVVB, de huizen van Aruba en Curaçao en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze reacties hebben ertoe geleid dat het besluit op een aantal onderdelen is aangepast. Waar dit het geval was, wordt hierop in de toelichting bij de betreffende onderwerpen nader ingegaan.

Artikelgewijs

Artikel I, onderdeel A,

Zie voor een toelichting op de indexatie van de tarieven de paragrafen 2 en 3 van het algemeen deel van deze nota van toelichting.

Artikel I, onderdeel B,

Lid 1

Dit lid betreft in de eerste plaats het herstel van een foutieve verwijzing in artikel 6, tweede lid, onderdeel d. Daarnaast wordt aan het eind van dit onderdeel en puntkomma toegevoegd in verband met de toevoeging van een nieuw onderdeel e.

Lid 2

Dit lid betreft het bepalen in een nieuw onderdeel e in het tweede lid van artikel 6 van een maximumtarief dat vervolgens bij gemeentelijke verordening of eilandsverordening vastgesteld dient te worden voor het bezorgen van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart indien de aanvrager ingezetene is van een gemeente in Nederland, of van één van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Gekozen is voor een opslag van € 15,–, zijnde in USD 16,74.

Lid 3

Op grond van dit lid wordt in een nieuw onderdeel d van het derde lid van artikel 6, een maximumtarief vastgesteld voor het bezorgen van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart door een aangewezen gemeente, indien de betrokken aanvrager niet is ingeschreven in de basisregistratie personen. De opslag is vastgesteld op maximaal € 25.

Lid 4

Uit artikel 6, vijfde lid, volgt dat een aanvrager niet opnieuw leges hoeft te betalen indien hij door toedoen van de leverancier of door problemen bij de uitreiking met de verificatie van de vingerafdrukken, anders dan door toedoen van de aanvrager, een nieuw reisdocument moet aanvragen ter vervanging van een eerder aangevraagd en geleverd reisdocument. Dit geldt voor alle in artikel 6, tweede en derde lid, genoemde tarieven, derhalve ook indien de aanvrager bij de aanvraag van het eerdere document reeds had betaald voor bezorging van het document.

Artikel I, onderdeel C,

Het nieuwe onderdeel e, van het tweede lid van artikel 12, regelt de grondslag om de kosten in rekening te brengen die worden gemaakt voor het laten bezorgen van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart door een consulaire post of ambassade buiten het Koninkrijk. Aangezien deze kosten per regio aanzienlijk kunnen verschillen, is geen maximum tarief opgenomen.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven