Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van
22 mei 2017, nr. 2017-0000233161;
Gelet op artikel II van de Wet normering topinkomens (Stb. 2017, 151);
Hebben goedgevonden en verstaan:
NOTA VAN TOELICHTING
Krachtens artikel II van de Evaluatiewet WNT (Stb. 2017, 151) kunnen voor de artikelen en onderdelen van die wet verschillende tijdstippen van
inwerkingtreding worden vastgesteld. Met het onderhavige besluit is geregeld dat de
Evaluatiewet WNT in werking treedt met ingang van 1 juli 2017.
Voor enkele onderdelen is evenwel in een afwijkende inwerkingtredingsdatum voorzien,
namelijk 1 januari 2018. Er is gekozen voor deze latere inwerkingtreding, omdat het
hier bepalingen betreft die de normering van de Wet normering topinkomens (hierna:
WNT) aanscherpen en/of die om boekhoudkundige of uitvoeringstechnische redenen per kalenderjaar
dienen te worden ingevoerd. Het gaat hier om de onderdelen die betrekking hebben op
de aanscherping van de definitie van topfunctionaris (Artikel I, onderdeel A, onder
1, onderdeel Y, onder 1, onder b, en onderdeel AB, onder 1), de anticumulatiebepaling
(Artikel I, onderdeel F), het nieuwe subsidiecriterium ter bepaling of een instelling
onder de WNT valt (Artikel I, onderdeel C, onder 2), de toevoeging van het advies-
en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK) aan de bijlage bij de WNT
onder het Ministerie van Veiligheid en Justitie (Artikel I, onderdeel AO, onder 2)
en de bepalingen die betrekking hebben op de normering van ontslagvergoedingen voor
toezichthouders (artikel I, onderdelen P, onder 4, en V, onder 3, met betrekking tot
het nieuwe vijfde lid).
Aan enkele bepalingen wordt terugwerkende kracht verleend tot 1 januari 2017. Het
gaat hier om begunstigende bepalingen. Het betreft de bepalingen met betrekking tot
verruiming van de uitzonderingen van de normering van ontslagvergoedingen die voortvloeien
uit niet algemeen verbindend verklaarde cao’s of andere collectieve regelingen (artikel
I, onderdeel A, onder 3, onderdeel P, onder 3 en onderdeel V, onder 3, met betrekking
tot het nieuwe vierde lid), Artikel I, onderdelen Q en W, die de afschaffing van het
bonusverbod regelen, onderdeel AE dat betrekking heeft op de afschaffing van de jaarrapportage
WNT en onderdeel AO dat betrekking heeft op de nieuwe, ruimere normen voor toepasselijkheid
van de WNT op instellingen die worden gesubsidieerd door het ministerie van Buitenlandse
Zaken.
Aan Artikel I, onderdeel AP, wordt terugwerkende kracht verleend tot 1 januari 2015
aangezien deze bepaling samenhangt met de op dat tijdstip in werking getreden Wet
langdurige zorg.
Tot slot wordt aan Artikel I, onderdeel D, terugwerkende kracht verleend tot 1 januari
2013, het tijdstip van inwerkingtreding van de WNT (toen nog de Wet normering bezoldiging
topfunctionarissen publieke en semipublieke sector), aangezien deze bepaling de bestendiging betreft van de afspraak
uit het Zorgakkoord dat medisch specialisten niet door de WNT worden genormeerd.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk