Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2016, 79AMvB

Besluit van 17 februari 2016, houdende vaststelling van het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm 2016 en wijziging van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten (Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm 2016)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 2015, nr.2015-0000309180;

Gelet op richtlijn nr. 2014/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukvaten van eenvoudige vorm (herschikking) (PbEU 2014, L 96), alsmede op de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 7, 7a, derde lid, 11, 12, 13, 14 en 32b van de Warenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 21 januari 2016, nr. W12.15.0459/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van17 februari 2016, nr. 2016-0000017842;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 Begripsbepaling

  • 1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    a. richtlijn:

    richtlijn nr. 2014/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukvaten van eenvoudige vorm (herschikking) (PbEU 2014, L 96);

    b. accreditatie:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    c. drukvaten:

    hetgeen artikel 1 van de richtlijn daaronder verstaat;

    d. CE-markering:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    e. conformiteitsbeoordeling:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    f. distributeur:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    g. EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie:

    conformiteitsbeoordelingsinstantie, genoemd in artikel 2 van de richtlijn;

    h. fabrikant:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    i. geharmoniseerde norm:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    j. gemachtigde:

    hetgeen artikel 2 van richtlijn daaronder verstaat;

    k. importeur:

    hetgeen artikel 2 van richtlijn daaronder verstaat;

    l. in de handel brengen:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    m. marktdeelnemer:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    n. nationale accreditatie-instantie:

    nationale accreditatie-instantie bedoeld in artikel 2 van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie;

    o. op de markt aanbieden:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat; en

    p. wet:

    Warenwet.

  • 2. Dit besluit is niet van toepassing op drukvaten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de richtlijn.

Artikel 2 Algemene verplichtingen

  • 1. Het is verboden drukvaten in de handel te brengen, op de markt aan te bieden, in gebruik te nemen of te gebruiken die niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften.

  • 2. Het is verboden drukvaten in de handel te brengen of op de markt aan te bieden anders dan met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften met betrekking tot het bezigen van vermeldingen of aanduidingen.

  • 3. Het is verboden drukvaten in de handel te brengen, op de markt aan te bieden, in gebruik te nemen of te gebruiken, indien de bij of krachtens dit besluit voorgeschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures niet in acht zijn genomen.

  • 4. Het is verboden drukvaten te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot het voorhanden zijn van documenten.

Artikel 3 Verplichtingen fabrikant

  • 1. Fabrikanten voldoen bij het ontwerpen, vervaardigen en in de handel brengen van drukvaten aan de volgende bepalingen van de richtlijn:

    • a. artikel 6;

    • b. artikel 11;

    • c. artikel 13;

    • d. artikel 14;

    • e. artikel 15;

    • f. artikel 16;

    • g. artikel 35, eerste en derde lid;

    • h. artikel 37, eerste en tweede lid;

    • i. artikel 38, eerste lid; en

    • k. bijlage I.

  • 2. Instructies en informatie aangaande de veiligheid, alsmede eventuele etikettering als bedoeld in artikel 6, zevende lid, van de richtlijn, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal.

  • 3. De EU-conformiteitsverklaring, bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, en 14, eerste lid, van de richtlijn, is in ieder geval gesteld in de Nederlandse of Engelse taal.

Artikel 4 Gemachtigde van de fabrikant

  • 1. De fabrikant die een gemachtigde aanstelt, voldoet en zorgt dat wordt voldaan aan artikel 7 van de richtlijn.

  • 2. De gemachtigde, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de artikelen 7, tweede lid, en 11 van de richtlijn.

Artikel 5 Verplichtingen importeur

  • 1. Importeurs voldoen bij het in de handel brengen van drukvaten aan de volgende bepalingen van de richtlijn:

    • a. artikel 8;

    • b. artikel 10;

    • c. artikel 11;

    • d. artikel 35, eerste en derde lid;

    • e. artikel 37, eerste en tweede lid;

    • f. artikel 38, eerste lid; en

    • g. bijlage I.

  • 2. Instructies en informatie aangaande de veiligheid, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de richtlijn, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal.

Artikel 6 Verplichtingen distributeur

  • 1. Distributeurs voldoen bij het op de markt aanbieden van drukvaten aan de volgende bepalingen van de richtlijn:

    • a. artikel 9;

    • b. artikel 10;

    • c. artikel 11;

    • d. artikel 35, eerste en derde lid;

    • e. artikel 37, eerste en tweede lid;

    • f. artikel 38, eerste lid; en

    • g. bijlage I.

  • 2. Instructies en informatie aangaande de veiligheid, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de richtlijn, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal.

Artikel 7 EU-conformiteit

  • 1. Drukvaten voldoen aan de essentiële veiligheidseisen als vermeld in bijlage I van de richtlijn.

  • 2. Drukvaten als bedoeld in artikel 12 van de richtlijn, die door de fabrikanten of importeurs in de handel worden gebracht, of die door de distributeurs op de markt worden aangeboden, die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden vermoed te voldoen aan de eisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken, zoals beschreven in artikel 12 en bijlage I van de richtlijn.

Artikel 8 CE-markering

Een drukvat dat op de markt wordt aangeboden, is overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van de richtlijn, voorzien van de CE-markering.

Artikel 9 Procedure EU-conformiteitsbeoordeling

  • 1. De beoordeling van de conformiteit van een drukvat, de afgifte van verklaringen en de verlening van goedkeuringen ter zake vinden plaats met inachtneming van artikel 13 van de richtlijn.

  • 2. Fabrikanten vragen de beoordeling van de conformiteit van een drukvat, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, van de richtlijn aan bij de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in artikel 11.

  • 3. De dossiers en briefwisseling, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de richtlijn, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal of in een door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in het tweede lid, aanvaarde taal.

Artikel 10 Intrekking verklaringen en goedkeuringen

De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie trekt een door haar afgegeven verklaring van EU-typeonderzoek of EU-ontwerponderzoek als bedoeld in bijlage II van de richtlijn, in als de essentiële veiligheidseisen of voorgeschreven gebruiksomstandigheden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn, zodanig zijn gewijzigd dat het type of ontwerp niet meer voldoet aan de gewijzigde eisen of voorgeschreven gebruiksomstandigheden op het tijdstip waarop deze volgens de richtlijn van toepassing zijn.

Artikel 11 Aanwijzingsprocedure

  • 1. Bij een verzoek aan Onze Minister als bedoeld in artikel 7a van de wet, voldoet de aanvrager aan artikel 24, eerste en tweede lid, van de richtlijn.

  • 2. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan of zorgt dat wordt voldaan aan de volgende bepalingen van de richtlijn:

    • a. artikel 21, tweede tot en met elfde lid;

    • b. artikel 29; en

    • c. artikel 31.

  • 3. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie die taken uitbesteedt of door ondergeschikte instanties laat uitvoeren, voldoet aan artikel 23 van de richtlijn.

  • 4. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de criteria, genoemd in het eerste, tweede en derde lid. Zij toont dit aan door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eisen, bedoeld in de eerste zin, dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.

  • 5. Indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie geen bewijs van accreditatie kan overleggen, verschaft zij Onze Minister alle bewijststukken die nodig zijn om aan te tonen dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 12 Weigering, schorsing, wijziging of intrekking van een aanwijzing

  • 1. Onze Minister weigert een aanwijzing als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie door Onze Minister indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 11, eerste tot en met vijfde lid.

  • 2. Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie worden gewijzigd of ingetrokken:

    • a. op grond van door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan deze instantie bekend was of kon zijn;

    • b. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 11, eerste tot en met vijfde lid; of

    • c. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie haar wettelijke verplichtingen niet naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet naar behoren uitvoert.

  • 3. Een aanwijzing kan worden geweigerd of ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet, worden gevraagd.

Artikel 13 Aanmeldende autoriteit

  • 1. Bij de uitoefening van zijn taken als aanmeldende autoriteit voldoet Onze Minister aan artikelen 19 en 25 van de richtlijn.

  • 2. Onze Minister verricht de taken, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de richtlijn.

Artikel 14 Periodieke controle

  • 1. Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister periodiek vast of de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie:

    • a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 11, eerste tot en met vijfde lid; en

    • b. haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomt en de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren uitvoert.

  • 2. Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld betreffende het kosteloos gegevens en inlichtingen verstrekken door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie aan Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie respectievelijk door Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie aan de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, die zijn verkregen door de uitvoering of het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet, welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taken.

  • 3. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie die haar taken waarvoor zij is aangewezen, beëindigt, of waarvan de aanwijzing door Onze Minister wordt ingetrokken, is verplicht tijdig voorafgaand aan de beëindiging van de werkzaamheden respectievelijk de datum, waarop de aanwijzing eindigt, haar dossiers over te dragen aan een andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee de marktdeelnemer een overeenkomst is aangegaan. Indien er geen andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie is, draagt de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie de dossiers over aan Onze Minister.

Artikel 15 Wijziging richtlijn

Een wijziging van de richtlijn gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 16 Handleiding gebruiksfase

  • 1. Een drukvat gaat vergezeld van de in punt 2 van bijlage III van de richtlijn genoemde, door de fabrikant opgestelde handleiding.

  • 2. Degene die een drukvat in de handel te brengt, op de markt aanbiedt, in gebruik neemt of gebruikt, zorgt er voor dat dit in goede staat van onderhoud verkeert.

  • 3. Een drukvat wordt op passende wijze in gebruik genomen en wordt niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor dit bestemd is.

Artikel 17 Wijziging van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten

Het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten, bijlage, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de inhoudsopgave, regel C-36 Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm, wordt toegevoegd: 2016.

2. Onderdeel C-36 Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm te luiden:

C-36

Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm 2016

C-36.1.1

art. 2, lid 1, j° art. 3, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.2

art. 2, lid 1, j° art. 3, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.3

art. 2, lid 1, j° art. 3, lid 3

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.4

art. 2, lid 1, j° art. 4, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.5

art. 2, lid 1, j° art. 4, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.6

art. 2, lid 1, j° art. 5, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.7

art. 2, lid 1, j° art. 5, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.8

art. 2, lid 1,art. 6, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.9

art. 2, lid 1,art. 6, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.1.10

art. 2, lid 1, j° art. 7, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.2.1

art. 2, lid 2, j° art. 8

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.3.1

art. 2, lid 3, j° art. 9, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.3.2

art. 2, lid 3, j° art. 9, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-36.3.3

art. 2, lid 3, j° art. 9, lid 3

€ 525,–

€ 1.050,–

C- 36.4.1

art. 2, lid 4, j° art. 16, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C- 36.4.2

art. 2, lid 4, j° art. 16, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C- 36.4.3

art. 2 lid 4, j° art. 16, lid 3

€ 525,–

€ 1.050,–

Artikel 18 Overgangsbepaling

  • 1. Producten die voldoen aan het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm, zoals dat onmiddellijk vóór 20 april 2016 luidde, en vóór dat tijdstip in de handel zijn gebracht, mogen ook na dat tijdstip op de markt worden aangeboden of in bedrijf worden genomen.

  • 2. Het is verboden om na 1 juli 2017 drukvaten in de handel te brengen, op de markt aan te bieden of in gebruik te nemen die voor 1 juli 1992 zijn vervaardigd.

  • 3. Een certificaat afgegeven op grond van de wet, en geldend op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in artikel 20, tweede lid, van dit besluit wordt geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9 en 10.

Artikel 19 Intrekking Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm

1. Het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm wordt ingetrokken.

2. Artikel IV van het Besluit van 7 september 2009 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en enige Warenwetbesluiten in verband met de herziening van het stelsel van certificatie (Stb. 2009, 395) vervalt.

Artikel 20 Inwerkingtreding

  • 1. De artikelen 1, 11, 12, 13 en 14 van dit besluit treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

  • 2. De artikelen 2 tot en met 10 en 15 tot en met 19 van dit besluit treden in werking met ingang van 20 april 2016.

Artikel 21 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm 2016.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 17 februari 2016

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de tweeëntwintigste februari 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

A. Algemeen

Het onderhavige besluit strekt ter implementatie van Richtlijn 2014/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukvaten van eenvoudige vorm (PbEU 2014, L 96 (verder te noemen: richtlijn 2014/29/EU).

Richtlijn 2014/29/EU is een herziening van Richtlijn 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake drukvaten van eenvoudige vorm (PbEU 2009, L 164; verder te noemen: richtlijn 2009/105/EG). Richtlijn 2009/105/EG uit 2009 stelde essentiële veiligheidsvoorschriften aan drukvaten van eenvoudige vorm. Die richtlijn en de wijzigingen daarop waren geïmplementeerd in het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm.

Richtlijn 2014/29/EU moet zijn geïmplementeerd met ingang van 20 april 2016. Richtlijn 2009/105/EG wordt per 20 april 2016 ingetrokken. Voor de transponeringstabel zie paragraaf B van deze nota van toelichting.

Richtlijn 2014/29/EU is onderdeel van het stroomlijningpakket dat volgens de methode van herschikking negen Europese richtlijnen met eisen aan producten in overeenstemming brengt met Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PbEU 2008, L 218). Dit betekent het stroomlijnen van de procedures in de richtlijnen. Met deze wijziging is geen sprake van nieuw beleid. Het beleid voor Europese productregelgeving is in 2008 vastgelegd in het Nieuw wetgevingskader (NWK). Dit kader omvat ondermeer:

  • Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218; verder te noemen: Verordening 765/2008); en

  • Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PbEU 2008, L 218; verder te noemen: Besluit 768/2008/EG).

Met de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie (Stb. 2009, 455 van 10 november 2009) is uitvoering gegeven aan Verordening 765/2008 en zijn de positie en de werkzaamheden van de Nationale accreditatie-instantie, voor Nederland de Raad voor Accreditatie, vastgelegd.

De stroomlijning van het NWK omvat horizontale definities, stelt gelijke verplichtingen aan marktdeelnemers (fabrikanten, gemachtigden, importeurs en distributeurs) en eisen voor traceerbaarheid, harmoniseert conformiteitsbeoordelingsprocedures, scherpt de criteria voor aangemelde (voortaan EU-) conformiteitsbeoordelingsinstanties aan, geeft eisen voor de aanmeldingsprocedure, stelt eisen aan de aanmeldende autoriteiten en geeft eenduidige regels voor de toepassing van de vrijwaringsprocedure. Aan de specifieke inhoudelijke producteisen wordt niets gewijzigd.

Er is bewust gekozen voor de toevoeging van «EU-» aan het begrip conformiteitsbeoordelingsinstantie, waarmee het begrip in de richtlijn wordt genuanceerd. In het Warenwetbesluit liften 2016 en het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 is er een nationale tegenhanger, de zogenaamde NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie toegevoegd. Deze conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn niet verplicht op grond van de Richtlijn 2014/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake liften en veiligheidscomponenten voor liften respectievelijk Richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur, waardoor niet in deze terminologieproblematiek is voorzien. Omwille van duidelijkheid en eenheid in de diverse SZW-Warenwetbesluiten wordt in alle SZW Warenwetbesluiten, dus ook in het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm 2016, gesproken van EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties.

Het besluit wijzigt de systematiek voor een aanwijzing en aanmelding in het New Approach Notified and Designated Organisations Information System (verder te noemen: Nando), het Europees registratiesysteem voor EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties.

De richtlijn laat de lidstaten de ruimte voor een accreditatiesysteem dan wel een ander gelijkwaardig beoordelingsysteem. De keuze ter zake is aan de lidstaten. De richtlijn geeft daarbij aan de voorkeur te hebben voor accreditatie als het geschiktste middel waarmee de technische bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kan worden aangetoond. Nederland sluit zich aan bij die voorkeur. Daar liggen de volgende overwegingen aan ten grondslag.

  • De randvoorwaarden die Nando stelt zijn van dien aard dat een niet geaccrediteerde EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie economische nadeel ondervindt, omdat zij aanvullende documenten beschikbaar moet stellen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (verder te noemen: de Minister van SZW) en rekening moet houden met een langere wachttijd (twee maanden in plaats van twee weken na aanmelding) voordat zij met de werkzaamheden mag aanvangen. De wachttijd is de periode die lidstaten en Europese Commissie hebben om gemotiveerd hun oordeel kenbaar te maken over de aanmelding van de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie.

  • Op grond van de Verordening 765/2008 is het de nationale accreditatie-instantie, voor Nederland de Stichting Raad voor Accreditatie (verder te noemen: RvA), alleen toegestaan te accrediteren tegen de geharmoniseerde accreditatienormen die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Met andere woorden: het stelsel van beoordelen zoals dat is geregeld bij of krachtens het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm waarbij de RvA een beoordeling uitvoert anders dan een accreditatie, is niet langer toegestaan en moet worden beëindigd. De RvA is bovendien bij uitstek geschikt om deze taak te verrichten.

  • Het toezicht op de RvA als nationale accreditatie-instantie is geregeld via collegiale toetsing onder leiding van de European co-operation for Accreditation (verder te noemen: EA). De EA wordt op haar beurt weer collegiaal getoetst onder leiding van het International Accreditation Forum en de International Laboratory Accreditation Cooperation.

Het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm ging uit van een beoordeling door de RvA. Deze SZW-beoordeling voerde de RvA niet uit als nationale accreditatie-instantie. De SZW-beoordeling was daarmee dus geen onderwerp van deze collegiale toetsing. De overgang naar accreditatie maakt dat de beoordeling van instellingen die in aanmerking wensen te komen voor een aanwijzing nu wel onderwerp is van de collegiale toetsing. Het is niet de bedoeling dat de Minister van SZW toezicht houdt op het functioneren van de RvA als nationale accreditatie-instantie. Dat is aan de Minister van Economische Zaken als voor de RvA verantwoordelijke minister.

In de meeste Europese lidstaten zal als regel conform de voorkeur van de richtlijn accreditatie de voorkeur hebben. In uitzonderlijke omstandigheden kan dat echter anders zijn. In dat geval moet er inderdaad de ruimte zijn voor een potentiële EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie om de geschiktheid op een andere manier aan te tonen (zie verdere toelichting bij artikel 11, 12 en 13).

Een aanmelding van een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie door de Minister van SZW wordt altijd vooraf gegaan door een aanwijzing ex artikel 7a van de Warenwet eveneens door de Minister van SZW. In de praktijk zijn deze taken gemandateerd aan de Inspectie SZW. De aanwijzing wordt openbaar gemaakt in de Staatscourant. De aanmelding wordt openbaar gemaakt in Nando. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie wat betreft de uitvoering van dit Warenwetbesluit een publiekrechtelijke taak vervult en bestuursorgaan is (artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht). Hij dient zich dus, net zoals zijn rechtsvoorganger, de cki, te houden aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, Wet openbaarheid van bestuur en Wet op de nationale ombudsman.

Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie die in aanmerking wenst te komen voor een aanwijzing en aanmelding moet een accreditatie van de RvA overleggen. De RvA accrediteert tegen een geharmoniseerde accreditatienorm die is gepubliceerd in het Official Journal van de Europese Unie. Om te bepalen welke accreditatienorm toepasselijk is, dient de Blue Guide als uitgangspunt. De RvA geeft aan voor welke delen van dit besluit en de richtlijn de accreditatie geldig is.

Accreditatie vindt altijd plaats tegen een integrale geharmoniseerde accreditatienorm. Accreditatie tegen uitsluitende delen van een geharmoniseerde accreditatienorm is niet mogelijk. Aanvullende eisen, zoals die zijn opgenomen in sectorale regelingen om specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten te verrichten kunnen aanleiding zijn dat bepaalde normelementen uit andere geharmoniseerde accreditatienormen dan die waartegen integraal wordt geaccrediteerd een bruikbaar normartikel zijn. Om deze elementen niet uit te sluiten is opgenomen dat accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde norm of delen daarvan plaatsvindt.

In beginsel geeft een accreditatie tegen de toepasselijke geharmoniseerde accreditatienorm(en) en met een passende scope het vermoeden van overeenstemming met de eisen voor aanwijzing en aanmelding in Nando. Het is niet de bedoeling dat de Minister van SZW de toetspunten van de accreditatie opnieuw beoordeelt.

Met richtlijn 2014/29/EU zijn de procedures, zoals al opgenomen in richtlijn 2009/105/EG, in lijn gebracht met het Besluit 768/2008/EG. Daarmee zijn geïntroduceerd modules die moeten worden gevolgd om overeenstemming van een drukvat van eenvoudige vorm met de eisen van de richtlijn aan te kunnen tonen.

Dit besluit is een één-op-één implementatie van richtlijn 2014/29/EU. Bij de implementatie is verder gekozen voor een directe verwijzing naar richtlijn 2014/29/EU. De bepalingen van richtlijn 2014/29/EU zijn duidelijk en gezien de internationale dimensie van de markt voor drukvaten van eenvoudige vorm wordt veelal alleen met de tekst van de richtlijn gewerkt.

Van het beleid inzake vaste verandermomenten van regelgeving wordt afgeweken aangezien het hier implementatie van Europese regelgeving betreft.

De totstandkoming van dit nieuwe besluit betekent tevens dat de bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten behorende lijst van overtredingen en boetebedragen moet worden aangepast. Dit geschiedt middels artikel 17 van het besluit. De boetebedragen wijzigen niet. Dat zal geschieden bij een in voorbereiding zijnde integrale herziening van dat besluit. Wat betreft de fase van het in de handel brengen en het op de markt aanbieden wordt gekomen tot een bestuurlijke boete in de vorm van een percentage van de omzet van de drukvaten waarmee/ ten aanzien waarvan de overtreding is begaan. Wat betreft de gebruiksfase blijft het huidige systeem van twee boetebedragen afhankelijk van het aantal bij het bedrijf werkzame werknemers, als zodanig gehandhaafd.

B. Transponeringstabel

In onderstaande tabel is het verband weergegeven tussen richtlijn 2014/29/EU en het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm 2016.

Richtlijn

Wettelijke regeling

Beleidsruimte. Betreft geharmoniseerde richtlijn. In het algemeen geen beleidsruimte

Artikel 1, eerste lid

Artikel 1, eerste lid, onder c, Besluit

 

Artikel 1, tweede lid

Artikel 1, tweede lid, Besluit

 

Artikel 2

Artikel 1 Besluit

 

Artikel 3, eerste lid

Artikel 2 Besluit

 

Artikel 3, tweede lid

Artikel 16, eerste lid, Arbowet en artikelen 2, eerste lid, en 16 Besluit

 

Artikel 4

Artikelen 3, eerste lid, en 5, eerste lid, Besluit

 

Artikel 5

Artikel 2 Besluit

 

Artikel 6

Artikel 3 Besluit

Taal lid 7. Er is gekozen voor Nederlands

Artikel 7

Artikel 4 Besluit

 

Artikel 8

Artikel 5 Besluit

Taal lid 4. Er is gekozen voor Nederlands

Artikel 9

Artikel 6 Besluit

 

Artikel 10

Artikelen 5, eerste lid, en 6, eerste lid, Besluit

 

Artikel 11

Artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, en 6, eerste lid, Besluit

 

Artikel 12

Artikel 7 Besluit

 

Artikel 13

Artikelen 2, derde lid, en 9 Besluit

Taal lid 3. Er is gekozen voor Nederlands of andere door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie aanvaarde taal

Artikel 14

Artikelen 2, derde lid, en 9 Besluit

Taal lid 2. Er is gekozen voor Nederlands of Engels

Artikel 15

Artikelen 3, tweede lid, en 8 Besluit

 

Artikel 16

Artikelen 3, tweede lid, en 8 Besluit

 

Artikel 17

Procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 18

Artikel 7a van de wet en artikelen 11, eerste lid, en 1, eerste lid, Besluit

Lid 2. Er is gekozen voor een voorkeur voor accreditatie. Overeenkomstig voorkeur EU-commissie. Zie verder NvT Algemeen.

Artikel 19

Artikel 13, eerste lid, Besluit

 

Artikel 20

Procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 21

Artikel 11, tweede lid, Besluit

Aansprakelijkheidsverzekering nodig (negende lid)

Artikel 22

Artikel 11, derde lid, Besluit

 

Artikel 23

Artikel 11, vierde lid, Besluit

 

Artikel 24

Artikel 11, eerste, en vijfde lid, Besluit

 

Artikel 25

Artikelen 11, eerste, vierde en vijfde lid, 12, eerste lid, en 13 Besluit

 

Artikel 26

Bevoegdheid Commissie, behoeft geen implementatie

 

Artikel 27

Artikel 12 Besluit

 

Artikel 28

Bevoegdheid Commissie, behoeft geen implementatie met uitzondering van het vierde lid. Zie artikel 12, tweede lid, van het Besluit

 

Artikel 29

Artikelen 11, tweede lid, Besluit

 

Artikel 30

Hoofdstukken 6 en 7 Algemene wet bestuursrecht

 

Artikel 31

Artikel 14, tweede en derde lid, Besluit

 

Artikelen 32 en 33

Bevoegdheid Commissie, behoeft geen implementatie

 

Artikel 34

Toepasselijkheid deel Vo. nr.765/2008, behoeft geen implementatie

 

Artikel 35, eerste, derde en vierde lid

Artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, en 6, eerste lid, Besluit

 

Artikel 35, tweede lid

Procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 35, vierde en achtste lid

Artikelen 30, 32, 32k, 32l en 32m van de wet en Hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht

 

Artikel 35, vijfde, zesde en zevende lid

Procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 36

Bevoegdheid Commissie en procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 37, eerste en tweede lid

Artikelen 30, 32, 32k, 32l en 32m van de wet, Hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht en artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, en 6, eerste lid, Besluit

 

Artikel 37, derde, vierde en vijfde lid

Bevoegdheid Commissie en procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 38, eerste lid

Artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, en 6, eerste lid, Besluit

 

Artikel 38, tweede lid

Artikelen 30, 32, 32k, 32l en 32m van de wet, last onder bestuursdwang/dwangsom (Hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht)

 

Artikel 39

Bevoegdheid Commissie, behoeft geen implementatie

 

Artikel 40

Artikel 32a en 32b van de Warenwet en artikel 17 Besluit

 

Artikel 41

Artikel 18, derde lid, Besluit

 

Artikelen 42 en 44

Artikel 19 en 20 Besluit

 

Bijlagen

Artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, 6, 8, 9, 11, tweede lid, en 12, eerste lid, Besluit

 

C. Uitvoering en handhaving

De redactionele opmerkingen van de RvA zijn daar waar mogelijk overgenomen. Ook de redactionele opmerkingen van de Inspectie SZW zijn daar waar mogelijk overgenomen. Het Regulier Overleg Warenwet heeft te kennen gegeven geen commentaar te hebben.

D. Bedrijfseffecten

De gevolgen van richtlijn 2014/29/EU voor het bedrijfsleven zijn opgenomen in het Impact Assessment met kenmerk «SEC(2011) 1376 final» dat een begeleidend document is bij het document «10 proposals to align product harmonisation directives to decision No 768/2008/EC».

Volgens de effectbeoordeling van de Europese Commissie die in 2011 is gemaakt, zullen de voorgestelde maatregelen leiden tot een kostenstijging voor het betrokken bedrijfsleven. Met name de importeur en distributeur gaan kosten maken omdat richtlijn 2014/29/EU nu voor het eerst ook eisen aan hen stelt. Uit de effectbeoordeling volgt dat de kosten niet significant zullen stijgen, echter deze kosten zijn niet gekwantificeerd. Uit de effectenbeoordeling volgt in zijn algemeenheid dat de voordelen voor het bedrijfsleven opwegen tegen de kosten.

Hoewel er geen Nederlandse conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn aangewezen en aangemeld voor het beoordelen van drukvaten van eenvoudige vorm is de verwachting dat potentiële kandidaat EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties met lagere kosten te maken krijgen, omdat de SZW-beoordeling vervalt en het systeem van aanwijzing, aanmelding en toezicht daarmee eenvoudiger wordt.

E. Artikelsgewijs

Artikel 1

Het eerste lid van dit artikel bevat de op richtlijn 2014/29/EU afgestemde lijst begripsbepalingen. Nieuwe begrippen zijn «accreditatie» (voorheen beoordeling), «EU-conformiteits-beoordelingsinstantie»(voorheen aangewezen aangemelde instelling), «distributeur», «gemachtigde vertegenwoordiger», «in de handel brengen», «marktdeelnemer», «nationale accreditatie-instantie» en «op de markt aanbieden».

Het tweede lid bepaalt in navolging van artikel 1, tweede lid, van de richtlijn dat de aldaar genoemde producten (drukvaten die zijn speciaal ontworpen voor nucleair gebruik, of die speciaal voor installatie op of voor voortstuwing van schepen of luchtvaartuigen zijn bestemd) niet onder de werking van dit besluit vallen.

Artikel 2

Dit artikel bevat de algemene verplichtingen voor fabrikanten, gemachtigden van fabrikanten, importeurs, distributeurs en gebruikers (het vierde lid en artikel 16). Aldus ook artikel 3a van het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm.

Artikelen 3, 4, 5 en 6

Deze artikelen bevatten de specifieke verplichtingen voor de fabrikant (artikel 3), de gemachtigde van de fabrikant (artikel 4), de importeur (artikel 5) en de distributeur (artikel 6). De verplichtingen van de distributeur zijn nieuw. In alle gevallen wordt rechtstreeks verwezen naar de specifieke verplichtingen van de richtlijn. Deze verplichtingen zijn voldoende duidelijk en, zoals reeds opgemerkt in paragraaf A Algemeen, werken de geadresseerden als regel uitsluitend met de tekst van de richtlijn. Instructies en informatie aangaande veiligheid moeten in ieder geval in de Nederlandse taal worden aangeleverd. De fabrikant en importeur zien daarop toe. De EU-conformiteitsverklaring mag in de Nederlandse of Engelse taal zijn.

Artikel 7

Dit artikel regelt in navolging van artikel 12 van de richtlijn, wanneer een apparaat vermoed wordt EU-conform te zijn.

Artikel 8

Dit artikel bevat de procedure ter zake van CE-markering van drukvaten van eenvoudige vorm.

Artikelen 9 en 10

Dit artikel betreft de door de fabrikant te volgen procedure ter zake van de beoordeling van de conformiteit van drukvaten van eenvoudige vorm en welke documenten hij daarbij moet overleggen aan de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en in welke taal (namelijk in de Nederlandse taal of een andere door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie geaccepteerde taal). In zijn algemeenheid wordt, zoals dat ook al geschiedde in het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm, rechtstreeks verwezen naar de bepalingen van de richtlijn. Artikel 10 bepaalt in welke gevallen de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie tot intrekking van een verklaring of goedkeuring dient over te gaan.

Artikelen 11, 12, 13

Deze artikelen bevatten de procedure betreffende de aanwijzing van instellingen als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en de gronden voor weigering, wijziging, schorsing en intrekking (niet of niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen, toerekenbaar onjuiste informatie verstrekken waardoor zij ten onrechte is aangewezen of onder andere voorwaarden zou zijn aangewezen, dan wel de taken waarvoor zij is aangewezen, niet naar behoren nakomen). Dit kan mede zijn ingegeven door onderzoek van de Commissie als bedoeld in artikel 28 van de richtlijn. Ingevolge de artikelen 7a tot en met 7e van de Warenwet is de Minister van SZW bevoegd met betrekking tot de in artikel 1, onderdeel d, van de Warenwet genoemde technische voortbrengselen (waaronder drukvaten van eenvoudige vorm) instellingen aan te wijzen die bevoegd zijn tot door hem aan te wijzen werkzaamheden in de voor die voortbrengselen voorgeschreven keurings- of beoordelingsprocedures. In het verlengde hiervan is de Minister van SZW aanmeldende autoriteit in de zin van de richtlijn (artikel 13). In de praktijk zijn deze taken, zoals reeds opgemerkt in de paragraaf A Algemeen, gemandateerd aan de Inspectie SZW.

Voor de eisen wordt rechtstreeks verwezen naar de bepalingen van de richtlijn (artikel 11, eerste lid).

Onder het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm liet de instelling een beoordeling verrichten door de RvA. Zoals reeds uitgebreid toegelicht in Paragraaf A Algemeen, is de beoordeling vervangen door accreditatie door de RvA (artikel 11, vierde lid).

Er zijn tot op heden geen EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties aangewezen en aangemeld. Omdat de verwachting was dat er geen verzoek tot aanwijzing en aanmelding zou worden ingediend, zijn er nooit schema’s die ingetrokken moeten worden. Met de voorkeur voor accreditatie wordt aangesloten bij het Europees stelsel en vervalt de SZW-beoordeling.

De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie mag haar taken uitbesteden, mits met inachtneming van artikel 23 van de richtlijn (artikel 11, derde lid).

Uitgangspunt is dat accreditatie in principe steeds de grondslag is voor de aanwijzing, met dien verstande dat in geval van uitzonderlijke omstandigheden in plaats van accreditatie andere bewijsstukken mogen worden overlegd om conformiteit met de eisen van de richtlijn aan te tonen (vijfde lid van artikel 11). Die uitzonderlijke omstandigheid doet zich in de visie van de regering, gezien ook de uitgangspunten en opzet van de richtlijn, alleen voor als geen nationale accreditatie-instantie meer bevoegd is om de werkzaamheden uit te voeren en er geen andere Europese accreditatie-instantie is die de werkzaamheden kan overnemen.

De nationale accreditatie-instantie toets op grond van de toepasselijke accreditatienorm en de wettelijke bepalingen of de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de integriteitsbepalingen. Hierbij wordt een systeem audit uitgevoerd, waarbij het schema en aanvullende documenten van de conformiteitsbeoordelingsinstantie worden getoetst aan de toepasselijke geharmoniseerde accreditatienorm en de wettelijke eisen. Tevens wordt een operationele audit uitgevoerd waarbij wordt getoetst of het schema en de aanvullende documenten in de praktijk ook correct worden toegepast. Onderdeel hiervan is een beoordeling door de nationale accreditatie-instantie of de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de integriteitbepalingen als opgenomen in de richtlijn. Hierin wordt geen informatie over de integriteit van individuele bestuurders meegenomen. Dit is, gezien de gevoeligheid, ook niet aan de nationale accreditatie-instantie.

Daarom is er voor gekozen dat de minister van SZW bij signalen over fraude een toets van de individuele bestuurders kan aanvragen op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

De Minister van SZW kan die resultaten meenemen in de afweging om over te gaan tot aanwijzing en aanmelding of intrekken van de aanwijzing en aanmelding (artikel 12, derde en vierde lid).

Indien de RvA van plan is een accreditatie te schorsen of in te trekken, of de Minister van SZW van plan is de aanwijzing en aanmelding te schorsen of in te trekken, dan informeren de RvA en de Minister van SZW elkaar. Dit met het oog op de consequenties voor de aanwijzing, aanmelding en de accreditatie.

Artikel 14

Dit artikel regelt de periodiek door de Minister van SZW (in de praktijk Inspectie SZW) te verrichten controle op het functioneren van EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties

Het tweede lid regelt de uitwisseling van informatie tussen betrokken partijen (de Minister van SZW, de, EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en RvA). Dit wordt nader geregeld bij ministeriele regeling. De informatieuitwisseling met de Minister van SZW heeft geen betrekking op gegevens die de RvA, als nationale accreditatie-instantie, alleen mag delen met de EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties.

Het derde lid ziet op overdracht van dossiers bij beëindiging van de activiteiten of blijvende intrekking van de aanwijzing en aanmelding.

Het kan voorkomen dat een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie de activiteiten waarvoor zij is aangewezen en aangemeld, wenst te beëindigen. Dat kan geschieden door actief te verzoeken om intrekking van de aanwijzing, maar ook door geen nieuwe aanwijzing aan te vragen, dus door het laten verstrijken van de looptijd van de aanwijzing. Alvorens op een van deze manieren haar activiteiten te beëindigen (en bij een actief verzoek de aanwijzing en aanmelding kunnen worden ingetrokken), moet de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie in overleg treden met de marktdeelnemer of gebruiker (verder te noemen: klant) over de overdracht van de onderhavige dossiers aan een andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie. Dit alles moet bovendien tijdig gebeuren, dat wil zeggen op een zodanig tijdstip dat de overheveling van dossiers afgerond is voordat de aanwijzing is afgelopen.

Dit alles geldt in gelijke mate als de aanwijzing en aanmelding actief blijvend worden ingetrokken door de Minister van SZW. De Minister van SZW zal bij het blijvend intrekken van de aanwijzing in voorkomend geval een zodanige termijn hanteren, dat de overheveling van dossiers door EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie op zorgvuldige wijze kan geschieden. Daarbij kan de Minister van SZW in voorkomend geval bepalen dat de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie gedurende die periode geen keuringswerkzaamheden meer mag verrichten.

Bij de overheveling van de dossiers is de keuze van de klant leidend. Alleen als er geen andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie is draagt zij de dossiers over aan de Minister van SZW. In het Warenwetbesluit drukvaten was dat laatste nog de hoofdregel.

Artikel 15

Dit artikel betreft de doorwerking van toekomstige wijzigingen van de richtlijn (bijlagen daarvan). Als regel is dat het geval, tenzij bij ministeriele regeling anders wordt bepaald.

Artikel 16

Dit artikel bevat in navolging van artikel 10 van het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm enige algemene verplichtingen voor de gebruiker van een drukvat van eenvoudige vorm. Deze verplichtingen vinden hun grondslag in artikel 3, tweede lid, van de richtlijn.

Artikel 17

Dit artikel bevat een wijziging van de in de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten opgenomen overtredingen, zodat deze thans is gekoppeld aan het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm materieel 2016. De boetebedragen wijzigen niet.

Artikel 18

Het eerste lid van deze overgangsbepaling geeft uitvoering aan artikel 41, eerste lid, van de richtlijn. Het tweede lid zet artikel 17, eerste lid, van het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm voort en strekt ter implementatie van bijlage 5, deel B, van de richtlijn. Hierin is bepaald dat het is verboden om na 1 juli 2017 drukvaten van eenvoudige vorm in de handel te brengen, op de markt aan te brengen of in gebruik te nemen die voor 1 juli 1992 zijn vervaardigd.

Artikelen 19 en 20

Ingevolge het eerste lid van artikel 20 treden de bepalingen betreffende de aanwijzingsprocedure en periodieke controle vrijwel direct in werking. Dit maakt het mogelijk voor de huidige certificerende en keuringsinstanties om de nieuwe procedure al in gang te zetten, zodat hun aanwijzing rond kan zijn op het moment dat het nieuwe keuringsregime in volle omvang in werking treedt, namelijk 20 april 2016 (conform artikelen 42 en 44 van de richtlijn).

Het in het tweede lid van artikel 19 opgenomen in te trekken onderdeel V van het Koninklijk besluit van 7 september 2009, Stb. 395, betreft een niet inwerking getreden artikel 12a van het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.