Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 15 september 2016,
nr. IenM/BSK-2016/148040, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op artikel V van het Besluit van 3 december 2015 tot wijziging van de bijlagen
I en II bij de Waterwet en van het Besluit van 2 maart 2015 tot wijziging van de bijlagen
I en II van de Waterwet (Stb. 2015, 110) (aanpassingen Ruimte voor de Rivier 2016) (Stb. 2015, 498) en artikel II van het Besluit van 18 mei 2016 tot wijziging van het Besluit algemene
regels ruimtelijke ordening (grote rivieren, elektriciteitsvoorzieningen, ecologische
hoofdstructuur, IJsselmeergebied en enige technische wijzigingen) (Stb. 2016, 202);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Enig artikel
De artikelen I, onderdeel B, II en III van het Besluit van 3 december 2015 tot wijziging
van de bijlagen I en II bij de Waterwet en van het Besluit van 2 maart 2015 tot wijziging
van de bijlagen I en II van de Waterwet (Stb. 2015, 110) (aanpassingen Ruimte voor de Rivier 2016) (Stb. 2015, 498) en artikel I, onderdelen A, onder 2, en M, van het Besluit van 18 mei 2016 tot wijziging
van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (grote rivieren, elektriciteitsvoorzieningen,
ecologische hoofdstructuur, IJsselmeergebied en enige technische wijzigingen) (Stb. 2016, 202) treden in werking met ingang van 1 januari 2017.
Wassenaar, 20 september 2016
Willem-Alexander
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
Uitgegeven de zevende oktober 2016
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur
NOTA VAN TOELICHTING
Het voorliggende koninklijk besluit strekt tot inwerkingtreding van de artikelen I,
onderdeel B, II en III van het Besluit van 3 december 2015 tot wijziging van de bijlagen
I en II bij de Waterwet en van het Besluit van 2 maart 2015 tot wijziging van de bijlagen
I en II van de Waterwet (Stb. 2015, 110) (aanpassingen Ruimte voor de Rivier 2016) (Stb. 2015, 498) en van artikel I, onderdelen A, onder 2, en M, van het Besluit van 18 mei 2016 tot
wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (grote rivieren, elektriciteitsvoorzieningen,
ecologische hoofdstructuur, IJsselmeergebied en enige technische wijzigingen) (Stb. 2016, 202).
Het Besluit van 3 december 2015 leidt na (volledige) inwerkingtreding tot de volgende
aanpassingen van de bijlagen I en II bij de Waterwet:
-
• Bijlage I bij de Waterwet omvat een landkaart met een aanduiding van de ligging van
dijkringen. Door de uitvoering van twee maatregelen in het kader van de Planologische
Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (Kamerstukken II 2006/07, 30 080, nr. 23) wijzigt de ligging van primaire waterkeringen, waardoor de feitelijke ligging van
de dijkringen niet meer overeenkomt met de ligging van de dijkringen zoals weergegeven
in bijlage I. De bijlage is daarom aangepast.
-
• Bijlage II bij de Waterwet geeft de veiligheidsnormen voor de primaire waterkeringen
weer. Door de aanleg van de Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld ontstaat een nieuwe dijkring
waarvoor een veiligheidsnorm aan bijlage II is toegevoegd.
In het Besluit van 18 mei 2016 zijn onder andere nieuwe kaarten van (het stroomvoerend
deel van) het rivierbed opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
(Barro). Aangezien bij de voorbereiding en vaststelling van het besluit duidelijk
was dat een Ruimte voor de Riviermaatregel, die het rivierbed zou wijzigen, in uitvoering
was, is ervoor gekozen om daarvoor nieuwe kaarten op te nemen. Die kaarten zouden
pas worden opgenomen in het Barro als de maatregel gereed zou zijn, door inwerkingtreding
van de relevante bepalingen bij koninklijk besluit. Dat is bij dit besluit gebeurd.
De maatregel Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld is naar verwachting per het einde van
dit jaar gereed. Om die reden kunnen de betreffende artikelen dan wel onderdelen van
artikelen in werking treden per 1 januari 2017. Daarmee worden zowel de bijlagen bij
de Waterwet als bij het Barro in overeenstemming gebracht met de (toekomstige) feitelijke
situatie.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen