Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatsblad 2016, 262Wet

Wet van 22 juni 2016 tot wijziging van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in verband met de herpositionering van zelfstandige bestuursorganen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van de herpositionering van zelfstandige bestuursorganen wenselijk is het aantal zelfstandige bestuursorganen bij het Centraal bureau voor de statistiek terug te brengen tot één en enkele andere daarmee samenhangende wijzigingen door te voeren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het Centraal bureau voor de statistiek wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel d, komt te luiden:

d. CBS-organisatie:

de directeur-generaal en de bij of voor het CBS werkzame personen;.

2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. Europese statistieken:

statistieken ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen.

B

Na artikel 2 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

  • 1. Het CBS bestaat uit één lid, de directeur-generaal, met de titel van directeur-generaal van de statistiek.

  • 2. De directeur-generaal wordt benoemd voor een periode van ten hoogste zeven jaren en kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaren.

  • 3. Bij het openvallen van de functie van directeur-generaal doet de raad van advies een aanbeveling voor de vervulling van deze functie aan Onze Minister.

  • 4. Schorsing en ontslag van de directeur-generaal vindt niet plaats dan nadat de raad van advies is gehoord.

  • 5. Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de plaatsvervanging van de directeur-generaal.

Artikel 2b

  • 1. De directeur-generaal stelt een bestuursreglement vast.

  • 2. Het bestuursreglement bevat ten minste een regeling van:

    • a. de structuur van de CBS-organisatie;

    • b. de samenstelling en werkwijze van de leidinggevenden van de onderdelen van de CBS-organisatie en hun onderlinge taakverdeling op hoofdlijnen.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 2. Het CBS bevordert:

    • a. een statistische informatievoorziening van overheidswege die voorziet in de behoeften van praktijk, beleid en wetenschap;

    • b. de nauwkeurigheid en volledigheid van de van overheidswege openbaar te maken statistieken.

  • 3. Door Onze Minister of één van Onze andere Ministers wordt slechts een nieuw statistisch onderzoek ingesteld of in een onderzoek dat reeds plaatsvindt wijziging gebracht, nadat de directeur-generaal is gehoord.

D

In artikel 4 wordt «communautaire statistieken» vervangen door: Europese statistieken.

E

De paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk 2 vervallen.

F

Hoofdstuk 3, paragrafen 1 en 2, het opschrift van paragraaf 3 van hoofdstuk 3 en het opschrift van hoofdstuk 3 vervallen.

G

Voor artikel 13 wordt een opschrift ingevoegd, luidende:

Paragraaf 2. Werkwijze

H

Artikel 13 vervalt.

I

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «stelt ten minste eenmaal in de vijf jaren een meerjarenprogramma op» vervangen door: stelt ten minste eenmaal in de vijf jaren een meerjarenprogramma vast.

2. Er worden vier leden toegevoegd, luidende:

  • 3. De directeur-generaal zendt het meerjarenprogramma ten minste 14 maanden voorafgaand aan het begin van de periode waarop het meerjarenprogramma betrekking heeft, ter goedkeuring aan Onze Minister.

  • 4. Onze Minister geeft binnen acht weken na bepaling van het standpunt bedoeld in artikel 17, eerste lid, een beschikking omtrent de goedkeuring van het meerjarenprogramma.

  • 5. De goedkeuring wordt uitsluitend onthouden aan het meerjarenprogramma indien dat naar het oordeel van Onze Minister niet past binnen de financiële en organisatorische voorwaarden die zijn opgenomen in het naar aanleiding van dat meerjarenprogramma bepaalde standpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid.

  • 6. De directeur-generaal maakt het meerjarenprogramma, na goedkeuring door Onze Minister, openbaar.

J

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «stelt jaarlijks een werkprogramma voor het daaropvolgende jaar op» vervangen door: stelt jaarlijks een werkprogramma voor het daaropvolgende jaar vast.

2. Er worden vier leden toegevoegd, luidende:

  • 4. De directeur-generaal zendt het werkprogramma ten minste twee maanden vóór het begin van het kalenderjaar waarop het werkprogramma betrekking heeft, ter goedkeuring aan Onze Minister.

  • 5. Onze Minister geeft binnen zes weken na ontvangst van het werkprogramma of een wijziging van het werkprogramma een beschikking omtrent de goedkeuring ervan.

  • 6. De goedkeuring wordt uitsluitend onthouden aan het werkprogramma of een wijziging ervan indien dat werkprogramma of die wijziging naar het oordeel van Onze Minister niet past binnen de financiële en organisatorische voorwaarden die zijn opgenomen in het desbetreffende standpunt, bedoeld in het artikel 17, eerste lid.

  • 7. De directeur-generaal maakt het werkprogramma en wijzigingen daarvan, na goedkeuring door Onze Minister, openbaar.

K

Artikel 16 vervalt.

L

Artikel 17 komt te luiden:

Artikel 17

  • 1. Onze Minister bepaalt, in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers en binnen zes maanden na ontvangst van het meerjarenprogramma, zijn standpunt over de ter verwezenlijking van het meerjarenprogramma te vervullen financiële en organisatorische voorwaarden.

  • 2. Onze Minister zendt het standpunt aan de directeur-generaal en de beide kamers der Staten-Generaal.

M

Hoofdstuk 4 komt te luiden:

HOOFDSTUK 4. RAAD VAN ADVIES

Artikel 20
  • 1. Er is een raad van advies, waarvan de leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door Onze Minister.

  • 2. De raad van advies heeft onder andere tot taak de directeur-generaal desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de directeur-generaal.

  • 3. Het bestuursreglement, bedoeld in artikel 2b, regelt in elk geval de samenstelling van de raad van advies, de benoemingsduur van de leden, de werkwijze van de raad en de onderwerpen waarover de raad adviseert, waartoe in ieder geval behoren:

    • a. het meerjarenprogramma, bedoeld in artikel 14, en het werkprogramma, bedoeld in artikel 15;

    • b. de wijze waarop de nauwkeurigheid en de volledigheid van de van overheidswege openbaar te maken statistieken kunnen worden bevorderd zodat deze voorzien in de behoeften van praktijk, beleid en wetenschap;

    • c. de bedrijfsvoering van het CBS en een efficiënte besteding van middelen.

N

In artikel 33, tweede en derde lid, vervalt telkens: , gehoord de CCS,.

O

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de communautaire en nationale instanties voor de statistiek van de lidstaten van de Europese Unie en de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken» vervangen door: Eurostat, nationale statistische instanties van de lidstaten van de Europese Unie of leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken.

2. In het tweede lid wordt «de communautaire en nationale instanties voor de statistiek van de lidstaten van de Europese Unie of leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken» vervangen door «Eurostat, nationale statistische instanties van de lidstaten van de Europese Unie of leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken» en wordt «communautaire en nationale statistieken» vervangen door: Europese en nationale statistieken.

P

In artikel 40, tweede lid, vervalt: en gehoord de CCS.

Q

In artikel 41, tweede lid, onderdeel e, vervalt: voor zover daartoe instemming van de CCS is verkregen.

R

In artikel 42a, vijfde lid, wordt «gehoord de CCS en het College bescherming persoonsgegevens» vervangen door: gehoord het College bescherming persoonsgegevens.

S

Van artikel 53 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor de tekst.

T

Artikel 54 vervalt.

U

In artikel 55 wordt «regels» vervangen door «nadere regels» en wordt «de artikelen 53 en 54» vervangen door: artikel 53.

V

Artikel 56 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onverminderd artikel 18, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, maakt de directeur-generaal het jaarverslag openbaar.

2. Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.

W

Na artikel 57 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 58

Onverminderd artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bevat het daarbedoelde verslag een evaluatie van de onafhankelijkheid van het functioneren van het CBS.

X

Artikel 61 vervalt.

Y

In artikel 63 wordt «regels» vervangen door: nadere regels.

Z

Artikel 64 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste en tweede lid alsmede de aanduiding «3.» voor het derde lid vervallen.

2. In de tekst wordt na «begroting» ingevoegd: jaarlijks.

AA

Artikel 66 vervalt.

AB

Artikel 70 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste tot en met derde lid alsmede de aanduiding «4.» voor het vierde lid vervallen.

2. In de tekst wordt na «jaarrekening» ingevoegd: jaarlijks.

AC

In artikel 73 wordt «regels» vervangen door: nadere regels.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven teWassenaar, 22 juni 2016

Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

Uitgegeven de achtste juli 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 34 248