Dit besluit voorziet in de inwerkingtreding van het Besluit van 15 oktober 2015 tot
wijziging van het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 en het Waterbesluit
(Stb. 2015, 394) (hierna: het wijzigingsbesluit) met ingang van 1 januari 2016.
Artikel 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer bepaalt dat de inwerkingtreding
van een besluit dat is vastgesteld op grond van artikel 5.1 van de Wet milieubeheer,
zoals het wijzigingsbesluit, wordt geregeld bij koninklijk besluit. Daarbij dient
in het kader van de zogenaamde nahangprocedure waarin artikel 21.6, vijfde lid, van
de Wet milieubeheer voorziet, een termijn van een maand na de bekendmaking van het
besluit in het Staatsblad (op 4 november 2015) te worden aangehouden.
Er wordt afgeweken van de gebruikelijke inwerkingtredingstermijn van drie maanden
(Aanwijzingen (voor de regelgeving), nr. 174, derde lid). Deze mogelijkheid van afwijking
wordt geboden met het oog op de tijdige implementatie van bindende EU-rechtshandelingen,
verdragen of andere besluiten van volkenrechtelijke organisaties (Aanwijzingen, nr.
174, vierde lid, onder d) en het voorkomen van aanmerkelijke ongewenste private of
publieke voor- of nadelen voor de doelgroep (Aanwijzingen, nr. 174, vierde lid, onder
a). De afwijking wordt in dit geval op beide gronden gerechtvaardigd. De implementatietermijn
voor de wijzigingsrichtlijn prioritaire stoffen1 is al op 14 september 2015 verstreken (afwijkingsgrond d). Aansluiting op de inwerkingtreding
van de waterplannen is voor alle betrokkenen zeer wenselijk omdat de in het Bkmw 2009
opgenomen verplichtingen zich richten op de waterplannen op grond van de Waterwet
die overeenkomstig de Kaderrichtlijn water op 22 december 2015 van kracht worden (afwijkingsgrond
a). Bij de opstelling en terinzagelegging van de waterplannen is al rekening gehouden
met het ontwerp van het wijzigingsbesluit, dat wat betreft de normstelling sindsdien
niet meer is gewijzigd.
In de aanhef van het wijzigingsbesluit zijn ook de wijzigingsrichtlijn monitoring2 en de wijzigingsrichtlijn grondwaterrichtlijn3 genoemd. De beide richtlijnen treden ingevolge artikel 18 van het Bkmw 2009 in werking
op de datum waarop hieraan uitvoering moet zijn gegeven, te weten 20 mei 2016, onderscheidenlijk
11 juni 2016.
Dit is toegelicht in de toelichting bij artikel III van het wijzigingsbesluit en in
het nader rapport naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de
Raad van State (gepubliceerd in Stcrt. 2015, nr. 39547).