Besluit van 17 november 2015, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2016

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties van 7 oktober 2015, nr. 2015-0000585795 DCB/CZW/S&B.

Gelet op artikel 7, eerste en derde lid, van de Paspoortwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 4 november 2015, nr. No.W04.15.0353/I/K);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 november 2015, nr. 2015-0000667320 DCB/CZW/S&B;

De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit paspoortgelden wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6, eerste tot en met derde lid, komen te luiden:

  • 1. De aan het Rijk verschuldigde kosten bedragen:

    • a. voor een nationaal paspoort, een nationaal paspoort dat een groter aantal bladzijden bevat (zakenpaspoort) of een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        34,44

        USD

        38,79

        ANG

        69,45

        AWG

        69,45;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        21,20

        USD

        23,88

        ANG

        42,75

        AWG

        42,75;

    • b. voor een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

      21,20

      USD

      23,88

      ANG

      42,75

      AWG

      42,75;

    • c. voor een Nederlandse identiteitskaart:

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        27,22;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        5,30;

    • d. voor de spoedlevering van een reisdocument als bedoeld in de onderdelen a en b, of van een Nederlandse identiteitskaart, zijnde een toeslag op de in de onderdelen a tot en met c genoemde bedragen:

      47,31.

  • 2. De van de aanvrager op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening of eilandsverordening ten hoogste te heffen rechten bedragen:

    • a. voor een nationaal paspoort, een nationaal paspoort dat een groter aantal bladzijden bevat dan een nationaal paspoort (zakenpaspoort) of een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        64,44 in een gemeentelijke verordening

        USD

        109,07 in een eilandsverordening;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        51,20 in een gemeentelijke verordening

        USD

        94,16 in een eilandsverordening;

    • b. voor een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

      51,20 in een gemeentelijke verordening

      USD

      94,16 in een eilandsverordening;

    • c. voor een Nederlandse identiteitskaart:

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        50,40;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        28,48;

    • d. voor de versnelde uitreiking van een reisdocument als bedoeld in de onderdelen a en b, of van een Nederlandse identiteitskaart zijnde een toeslag op de in de onderdelen a tot en met d genoemde bedragen:

      47,31.

  • 3. In afwijking van het tweede lid bedragen de op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening ten hoogste te heffen rechten voor een aanvrager die niet in de basisregistratie personen is ingeschreven:

    • a. voor een nationaal paspoort, een nationaal paspoort dat een groter aantal bladzijden bevat dan een nationaal paspoort (zakenpaspoort) of een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld:

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        99,08;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        85,84;

    • b. voor een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

      85,84;

    • c. voor een Nederlandse identiteitskaart:

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        87,97;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        66,05.

B

Artikel 12, eerste en tweede lid, komen te luiden:

  • 1. De rechten die ten bate van het Rijk van een aanvrager binnen het Koninkrijk kunnen worden geheven, bedragen:

    • a. voor de verstrekking van een nationaal paspoort, een nationaal paspoort dat een groter aantal bladzijden bevat (zakenpaspoort) of een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        74,37

        ANG

        149,95

        AWG

        149,95;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        61,13

        ANG

        123,25

        AWG

        123,25;

    • b. voor de verstrekking van een reisdocument voor vluchtelingen, een reisdocument voor vreemdelingen, een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort:

      61,13

      ANG

      123,25

      AWG

      123,25;

    • c. voor de verstrekking van een noodpaspoort of een laissez-passer:

      46,61

      USD

      52,48

      ANG

      93,95

      AWG

      93,95.

  • 2. De rechten die ten bate van het Rijk van een aanvrager buiten het Koninkrijk kunnen worden geheven, bedragen:

    • a. voor de verstrekking van een nationaal paspoort, een nationaal paspoort dat een groter aantal bladzijden bevat (zakenpaspoort) of een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        128,44;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        115,20;

    • b. voor de verstrekking van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

      115,20;

    • c. voor een Nederlandse identiteitskaart:

      • 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:

        115,58;

      • 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:

        93,66;

    • d. voor de verstrekking van een noodpaspoort of een laissez-passer:

      46,61.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 17 november 2015

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Uitgegeven de eerste december 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

1. Algemeen

De onderhavige wijziging van het Besluit paspoortgelden betreft een aanpassing van de op basis van artikel 7 van de Paspoortwet vast te stellen kosten voor reisdocumenten. Het gaat daarbij om:

  • de in artikel 7, eerste lid, onder a, van die wet bedoelde kosten die een gemeente, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan wel Aruba, Curaçao en Sint Maarten aan het Rijk zijn verschuldigd voor de productie van reisdocumenten;

  • de in artikel 7, eerste lid, onder b, van die wet genoemde rechten die een aanvrager aan het Rijk moet voldoen; en

  • de maximumtarieven die een gemeente of openbaar lichaam ingevolge artikel 7, derde lid, van die wet ten hoogste aan een aanvrager van een reisdocument in rekening mag brengen.

2. Toelichting op tariefswijzigingen

De maximumtarieven die aan een aanvrager in rekening mogen worden gebracht op grond van artikel 6, tweede lid, worden geïndexeerd. Deze tarieven bestaan uit twee componenten. De eerste component betreft de aan het Rijk af te dragen kosten, bedoeld in artikel 6, eerste lid. De tweede component heeft betrekking op de kosten die de uitgevende instanties maken. Deze worden voor zover het de gemeenten betreft normaal gesproken geïndexeerd met het indexcijfer voor de prijsmutatie van de overheidsconsumptie, zoals dat door het Centraal Planbureau (CPB) jaarlijks wordt gepubliceerd. Omdat dit indexcijfer volgens het Centraal economisch plan 2015 voor 2015 echter -/- 0,5% bedraagt (het prijspeil voor overheidsconsumptie daalt dit jaar dus), wordt voor 2016 afgezien van inflatiecorrectie. Onderzoek bij twee van de G4-gemeenten (Amsterdam en Utrecht) heeft namelijk uitgewezen dat de door deze gemeenten aan het reisdocumentenproces toegerekende kosten hoger zijn dan de huidige maximumtarieven. Nader onderzoek moet uitwijzen of dit ook bij andere gemeenten het geval is en zo ja, hoe de tarieven en de aan het reisdocumentenproces toe te rekenen kosten bij elkaar kunnen worden gebracht. Het wordt niet opportuun geacht om in afwachting van de uitkomst van dit onderzoek de maximumtarieven voor gemeenten te verlagen. De tarieven voor de behandeling van aanvragen van paspoorten en identiteitskaarten door de Minister van Buitenlandse Zaken, de commandanten van de Koninklijke Marechaussee en de Gouverneurs op Sint Maarten, Aruba en Curaçao uitgegeven reisdocumenten zijn wel met het genoemde indexcijfer gecorrigeerd.

Het CPB stelt geen indexcijfer vast voor de prijsmutatie van de overheidsconsumptie op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Voor de in de openbare lichamen uitgegeven reisdocumenten wordt daarom uitgegaan van de consumentenprijsindex zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor elk van de openbare lichamen publiceert het CBS een indexcijfer. Omdat het maximaal te heffen rechten zijn, wordt voor alle drie openbare lichamen uitgegaan van het hoogste van de drie indexcijfers over 2014. Dat bedraagt 2,6%.

De aan het Rijk verschuldigde kosten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn samengesteld uit de kosten die gemaakt worden voor de productie, personalisatie en distributie van de reisdocumenten, de apparaatskosten van het onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat met de zorg voor de reisdocumentenketen is belast, en een jaarlijkse opslag om vijfjaarlijkse schommelingen in de tarieven te voorkomen. Dit laatste onderdeel van de tarieven is in 2014 ingevoerd en betreft een opslag ten behoeve van de egalisatierekening die gevuld wordt om vanaf 2019 een deel van de kosten die het Rijk ten behoeve van de reisdocumenten maakt, te dekken; deze egalisatierekening maakt het mogelijk om gedurende tien jaar een stabiel prijsniveau te hanteren. Zonder deze maatregel zouden de tarieven elke vijf jaar sterk gaan schommelen als gevolg van de invoering van de tienjarige geldigheidsduur in 2014 en de daardoor veroorzaakte vijfjaarlijkse schommeling in het aantal aanvragen.

Als gevolg van een actualisering van de raming van de kosten die het Rijk ten behoeve van de reisdocumenten maakt en van de aantallen aanvragen die in de komende jaren verwacht worden, wordt de opslag in de tarieven voor het rijksdeel van de leges voor paspoorten en identiteitskaarten voor volwassenen in 2016 met € 2,67 verlaagd.

3. Gehanteerde wisselkoersen

Alle bedragen in euro's zijn, waar van toepassing, omgerekend naar Antilliaanse gulden en Arubaanse florin aan de hand van de administratiekoers van het ministerie van Buitenlandse Zaken zoals deze gold op 1 juli 2015. Deze bedroeg € 0,496 voor een Antilliaanse gulden respectievelijk Arubaanse florin. De aldus berekende bedragen zijn op 5/100 afgerond. De aan het Rijk verschuldigde bedragen in Amerikaanse dollars voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn berekend door de in Antilliaanse guldens luidende bedragen te delen door 1,79 en vervolgens rekenkundig af te ronden op twee cijfers achter de komma. De waarde van 1,79 sluit aan bij de sinds 1971 geldende vaste wisselkoers tussen de Antilliaanse gulden en de Amerikaanse dollar (USD 1,00 = ANG 1,79).

4. Administratieve lasten

Dit besluit heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en voor burgers.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven