Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatsblad 2015, 345Wet

Wet van 23 september 2015, houdende regels omtrent de overheidszorg op het gebied van meteorologie en seismologie (Wet taken meteorologie en seismologie)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de overheidszorg op het gebied van meteorologie en seismologie wordt vastgelegd;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister:

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

openbaar lichaam:

openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

overheidsbedrijven:

overheidsbedrijven als bedoeld in artikel 25g van de Mededingingswet, voor zover zij een publiekrechtelijke taak uitvoeren.

Artikel 2

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen.

HOOFDSTUK 2. ZORGPLICHT METEOROLOGIE EN SEISMOLOGIE

Artikel 3

  • 1. Onze Minister draagt zorg voor:

    • a. het kosteloos verstrekken van algemene weerberichten omtrent de toestand van het huidige weer en het te verwachten weer;

    • b. waarschuwingen aan het algemeen publiek bij verwacht of werkelijk gevaarlijk of maatschappij-ontwrichtend weer of waarschuwingen bij calamiteiten waarbij het weer een belangrijke rol speelt;

    • c. het onverwijld informeren van het algemeen publiek bij een significante bodembeweging door geofysische bronnen of vulkanische activiteit;

    • d. het kosteloos ondersteunen van bestuursorganen in de gevallen, bedoeld in artikel 5.

    • e. het voortbrengen of verzamelen van meteorologische, seismologische en andere geofysische gegevens in het kader van de uitvoering van de taken bedoeld in dit artikel;

    • f. het beheer en onderhoud van de voor de uitvoering van zijn taken noodzakelijke technische infrastructuur;

    • g. het overeenkomstig ministeriële regeling desgevraagd ondersteunen van bestuursorganen, de rechterlijke organisatie, overheidsbedrijven of openbare lichamen op het terrein van meteorologie, seismologie of andere geofysische terreinen bij de uitvoering van aan hen bij of krachtens wet opgedragen taken;

    • h. onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling met betrekking tot meteorologie, seismologie en andere geofysische terreinen;

    • i. meteorologische, seismologische en andere geofysische gegevens of het onderzoek, bedoeld in onderdeel h, op verzoek van internationale organisaties voortbrengen, verzamelen of beschikbaar stellen;

    • j. het voor hergebruik als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur, zonder dat daartoe een verzoek is gedaan op grond van die wet, beschikbaar stellen van meteorologische, seismologische en andere geofysische gegevens of onderzoeksresultaten, of de opzet daarvan, voor zover intellectuele eigendomsrechten van anderen dat niet beperken, waarbij er op basis van een overeenkomst aanvullende dienstverlening kan worden verleend;

    • k. internationale samenwerking op het gebied van meteorologie en seismologie en andere geofysische terreinen; en

    • l. het verlenen van meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

    • a. de inhoud, verwachtingstermijn en openbare bekendmaking van algemene weerberichten, waarschuwingen of informatie, bedoeld in het eerste lid, respectievelijk onderdeel a, onderdeel b en onderdeel c;

    • b. het leveren van de ondersteuning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, waarbij de volgende verzoeken altijd worden ingewilligd:

      • 1°. een verzoek om ondersteuning op het terrein van openbare orde, veiligheid en bevolkingsonderzoek bij significante bodembeweging door geofysische bronnen of vulkanische activiteit;

      • 2°. een verzoek van de rechterlijke organisatie; of

      • 3°. een verzoek van de raad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor Veiligheid;

    • c. onderzoek en technologische ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, en het daartoe aangaan van samenwerkingsovereenkomsten; en

    • d. beschikbaar stellen van meteorologische, seismologische en andere geofysische gegevens en aanvullende dienstverlening als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j.

  • 3. Bij ministeriele regeling kunnen regels gesteld worden over internationale verplichtingen op het gebied van meteorologie, seismologie en andere geofysische terreinen.

Artikel 4

  • 1. Onze Minister stelt ten minste elke vier jaar een programma vast waarin alle activiteiten zijn opgenomen die hij ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde voornemens is uit te voeren.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden omtrent de voorbereiding, inrichting en inhoud van het programma.

HOOFDSTUK 2a. BESTUURSORGANEN EN OPENBARE LICHAMEN

Artikel 5

Bestuursorganen nemen de ondersteuning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel g, af bij Onze Minister indien sprake is van verwacht of werkelijk maatschappij-ontwrichtend weer of calamiteiten waarbij het weer een belangrijke rol speelt.

HOOFDSTUK 3. WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Artikel 6

  • 1. Onze Minister geeft geen aanwijzingen met betrekking tot de methoden, volgens welke de onderzoeken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, worden uitgevoerd en de resultaten die daarvan worden gerapporteerd.

  • 2. Er is een raad van toezicht die tot zorg heeft de wetenschappelijke kwaliteit van alle producten en activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, de onderzoeksmethodiek en de onafhankelijkheid van het onderzoek te bewaken. De raad rapporteert jaarlijks hierover aan Onze Minister. Deze rapporten worden ter inzage gelegd.

  • 3. Het totaal aantal leden van de raad van toezicht bedraagt ten minste vijf leden en ten hoogste zeven leden, waaronder een voorzitter.

  • 4. Onze Minister benoemt leden, waaronder hen die deskundig zijn op het terrein van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van meteorologie, seismologie of andere geofysische terreinen, voor een periode van vier jaren. Een lid van de raad van toezicht is geen door het Rijk aangestelde ambtenaar.

  • 5. De voorzitter en de leden van de raad van toezicht ontvangen een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

  • 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de samenstelling, taken en werkzaamheden van de raad van toezicht en de rechtspositie van zijn leden.

HOOFDSTUK 4. KOSTEN

Artikel 7

  • 1. De volgende kosten worden ten minste integraal doorberekend aan bestuursorganen en overheidsbedrijven, voor zover deze niet tot de Staat behoren, indien zij afnemen:

    • a. de ondersteuning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel g; en

    • b. de aanvullende dienstverlening, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel j.

    Onze Minister maakt dit inzichtelijk in de administratie.

  • 2. Artikel 25i, eerste en derde lid, en de krachtens artikel 25m van de Mededingingswet gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op het berekenen van de integrale kosten, bedoeld in het eerste lid.

HOOFDSTUK 5. WIJZIGINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 8

In artikel 2, eerste lid, van de Ambtenarenwet wordt «de leden van de KNMI-raad, bedoeld in artikel 11 van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut» vervangen door: de leden van de raad van toezicht, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet taken meteorologie en seismologie.

Artikel 9

De Wet luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1.1, eerste lid, 1.2a, eerste lid, 1.4, 2.1, tweede lid, de onderdelen a en b, en derde tot en met vijfde lid, 2.2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en tweede tot en met zesde lid, 2.3, derde, vierde en zevende lid, 2.4, eerste, tweede en zesde lid, 2.5, eerste tot en met derde en negende lid, 2.6, eerste, derde en zevende lid, 2.7, eerste en derde lid, 2.8, 2.8a, eerste en tweede lid, 2.9, eerste tot en met derde lid, 2.10, eerste lid, 2.14, tweede tot en met zevende lid, 3.2, eerste lid, onderdeel a, en vierde lid, 3.3, eerste, derde en vijfde lid, 3.4, eerste tot en met vijfde lid, 3.5, eerste en tweede lid, derde lid, onderdeel b, vierde en vijfde lid, 3.6, 3.8, tweede lid, 3.13, eerste, derde en vijfde lid, 3.15, tweede lid, 3.16, eerste tot en met derde lid, 3.17, eerste tot en met vierde lid, 3.19, eerste en tweede lid, 3.19a, tweede, derde en zesde lid, 3.19c, eerste en tweede lid, 3.19d, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, 3.19e, eerste tot en met derde lid, 3.19f, eerste lid, aanhef, tweede tot en met zesde lid, 3.21, eerste en tweede lid, 3.22, derde en vierde lid, 3.25, eerste en tweede lid, 3.26, tweede en derde lid, 3.27, eerste tot en met derde lid, 3.28, 3.30, eerste lid, 4.1, eerste tot en met derde lid, 4.2, tweede tot en met vierde lid, 4.3, eerste tot en met derde lid, 4.4, eerste en derde lid, 4.5, 4.8, 5.5, derde en vijfde lid, 5.7, derde lid, 5.11, tweede en vierde lid, 5.13, tweede lid, 5.14, aanhef, en 5.14d, tweede en zesde tot en met achtste lid, wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

B

In artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c, wordt na «de artikelen» ingevoegd: 5.13a, 5.14b,.

C

In het opschrift van titel 5.2 en paragraaf 5.2.1 wordt «luchtverkeersdiensten» vervangen door: luchtvaartnavigatiediensten.

D

Artikel 5.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef, wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

2. In het derde lid wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» en komt «, gedaan in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,» te vervallen.

E

Na artikel 5.13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.13a
  • 1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wijst een verlener van meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie aan die verantwoordelijk is voor het beschikbaar maken, stellen en houden van luchtvaartmeteorologische inlichtingen of delen hiervan.

  • 2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld omtrent het beschikbaar maken, stellen en houden van luchtvaartmeteorologische inlichtingen.

  • 3. Voor zover de aanwijzing en de regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, betrekking hebben op het vluchtinformatiegebied Amsterdam worden zij opgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.

F

In artikel 5.14a wordt na «artikel 5.13» ingevoegd «, 5.13a», wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu», en wordt na «verleners van luchtverkeersdiensten» ingevoegd: en verleners van meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie.

G

Artikel 5.14b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «artikel 5.13,» ingevoegd «5.13a,», wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu», en wordt na «luchtverkeersdiensten» ingevoegd: of meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie.

2. In het tweede lid wordt na «artikel 5.13,» ingevoegd «5.13a,» en wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu».

3. Aan het vierde lid, onderdeel a, wordt een zin toegevoegd, luidende: , dan wel indien het dienstverlening binnen het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba betreft, het niet voldoen of kunnen voldoen aan de bij regeling van Onze Minister gestelde eisen inzake het toezicht op de dienstverlener of inzake zijn bekwaamheid of geschiktheid.

H

In de artikelen 5.14e, 5.17, tweede lid, 5.20, negende en elfde lid, 5.23, eerste lid, onderdeel e, tweede en derde lid, 5.30, 6.53, eerste lid, de onderdelen j en k, en tweede lid, 6.54, eerste en tweede lid, 6.55, eerste en derde tot en met zesde lid, 6.56, eerste en tweede lid, 6.57, 6.58, eerste, en vierde tot en met zesde lid, 6.59, 6.60, eerste en tweede lid, 6.61, eerste en tweede lid, 6.61a, tweede lid, 7.1, eerste en derde lid, 8.2a, vierde lid, 8.12, derde en vijfde lid, 8.13, 8.24a, derde lid, 8.25, eerste lid, 8.25b, eerste en tweede lid, 8.25c, 8.25da, eerste tot en met derde lid, 8.25h, vierde lid, 8.25j, 8.29a, eerste lid, 8.31, eerste en tweede lid, 8.33, 8.36, 8.37, eerste lid, 8.38, 8.40, 8.47a, 8.49, eerste, tweede en vierde lid, 8.51, 8.56, tweede lid, 8.57, 8.71, 8.75, eerste lid, 8.77, eerste en tweede lid, 8.78, 8.79, 8a.1, eerste, tweede en vierde lid, 8a.2, eerste lid, 8a.3, tweede lid, 8a.4, derde en vijfde lid, en 8a.5, eerste tot en met derde lid, wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

I

Artikel 6.62 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» en «Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

2. In het derde lid wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

J

In de artikelen 8.9, derde lid, 8.23, eerste en vijfde lid, en 8.23a, eerste en vijfde tot en met negende lid, wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» en komt «, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,» te vervallen.

K

In de artikelen 8.26 en 8.32 wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» en komt « in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» te vervallen.

L

In artikel 8.29, eerste lid, wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» en komt «en aan Onze Minister Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» te vervallen.

M

In artikel 8.70, zesde lid, wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» en komt «in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» te vervallen.

N

Artikel 8.72 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in de plaats treden van» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van.

2. In het tweede lid wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» en komt «in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» te vervallen.

O

Artikel 8.73 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

2. Het tweede lid vervalt.

3. Het derde lid word vernummerd tot tweede lid (nieuw).

P

In artikel 8a.6 wordt «het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

Q

In de artikelen 8a.38, achtste en negende lid, 8a.39, eerste lid, derde lid, de onderdelen a en b, vierde en vijfde lid, 8a.40, eerste lid en derde lid, onderdeel b, 8a.41, eerste en tweede lid, 8a.45, eerste, tweede en vijfde lid, 8a.46, eerste en tweede lid, 8a.48, eerste en vierde lid, 8a.49, 8a.50, tweede lid, 8a.51, derde lid, aanhef en onderdeel d, 9.1, eerste en tweede lid, 9.3, 9.6, eerste lid, 9.7, eerste tot en met derde lid, 9.8, 10.11, eerste lid, onderdeel b, 10.17, zesde lid, 10.24, 10.25, vierde lid, 10.27, tweede lid, 10.31, 11.1, eerste lid, onderdeel b, tweede en derde lid, 11.1a, eerste, derde en vierde lid, 11.2a, derde lid, 11.2b, eerste en derde lid, 11.3, eerste en vierde lid, 11.7, tweede en vierde lid, 11.15, aanhef,11.16, eerste lid, aanhef, 11.16a, zesde lid, onderdeel d, en zevende lid, 11.20, 11.22, tweede lid, 11.23, tweede lid, 11.27, 12.2, 12.3a, 12.5, eerste tot en met derde lid, en 12.6 wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

R

Artikel 8a.44 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert vóór 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens

2. Het vierde lid vervalt.

S

Artikel 8a.47 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

2. Het derde lid vervalt

T

In artikel 9.1 wordt «Onze Minister van Binnenlandse Zaken» vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

U

In de artikelen 10.12, derde lid, 10.23, 10.33, 10.43, 11.1, eerste lid, onderdeel d, wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» telkens vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

V

In artikel 12.4 wordt «ministerie van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

W

In de titel van §11.2.1 wordt «Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Minister van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 10

In artikel 1, onderdeel c, van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen wordt «het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 11

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Hiertoe behoort in ieder geval de mate van toegankelijkheid van de algemene weerberichten en de waarschuwingen aan het algemeen publiek in geval van gevaarlijk of maatschappij-ontwrichtend weer.

Artikel 12

Indien het bij koninklijke boodschap van 26 april 2013 ingediende voorstel wet tot wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (33 622), tot wet is of wordt verheven en die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt deze wet artikel 9 als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel H vervallen «8.25da,» en «8.25j».

B

Onderdeel W vervalt.

Artikel 13

De Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut wordt ingetrokken.

Artikel 14

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 15

Deze wet wordt aangehaald als de: Wet taken meteorologie en seismologie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 23 september 2015

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Uitgegeven de achtste oktober 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Transponeringstabel wetsvoorstel 33 802

Oud

Nieuw

1

1

2

2

3

3

4

4

4a (amendement nr. 22)

5

5

6

6

7

7

8

8

9

9

10

10

11

10a (nota van wijziging 7)

12

11

13

12

14

13

15


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 802