Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2015, 215Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 4 juni 2015 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen I en II van de Wet van 21 januari 2015 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met het bevorderen van een arbeidsmarktrelevant en doelmatig opleidingenaanbod in het beroepsonderwijs (macrodoelmatigheid in het beroepsonderwijs) (Stb. 2015, 56) en van artikel I, onderdeel NN, van de Wet van 27 juni 2008 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake deregulering en administratieve lastenverlichting (DAL) (Stb. 2008, 267)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 1 juni 2015, nr. WJZ/741882(10577), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel IV van de Wet van 21 januari 2015 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met het bevorderen van een arbeidsmarktrelevant en doelmatig opleidingenaanbod in het beroepsonderwijs (macrodoelmatigheid in het beroepsonderwijs) (Stb. 2015, 56) en artikel VI van de Wet van 27 juni 2008 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake deregulering en administratieve lastenverlichting (DAL) (Stb. 2008, 267);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De artikelen I en II van de Wet van 21 januari 2015 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met het bevorderen van een arbeidsmarktrelevant en doelmatig opleidingenaanbod in het beroepsonderwijs (macrodoelmatigheid in het beroepsonderwijs) (Stb. 2015, 56) treden in werking met ingang van 1 augustus 2015.

Artikel 2

Artikel I, onderdeel NN, van de Wet van 27 juni 2008 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake deregulering en administratieve lastenverlichting (DAL) (Stb. 2008, 267) treedt in met ingang van 1 augustus 2015.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 4 juni 2015

Willem-Alexander

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Uitgegeven de zeventiende juni 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

Artikel 1

Dit artikel bepaalt dat de artikelen I en II van de wet betreffende de macrodoelmatigheid in het beroepsonderwijs (Stb. 2015, 56) per 1 augustus 2015 in werking zullen treden. Artikel I van die wet betreft wijziging van diverse artikelen van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel II betreft wijziging van een artikel van de Wet op het onderwijstoezicht. Het tijdstip van inwerkingtreding van artikel III (wijziging van de WEB BES, verplichte studiebijsluiter) wordt nog nader bezien.

Artikel 2

In 2008 is bij de Wet van 27 juni 2008 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake deregulering en administratieve lastenverlichting (DAL) (Stb. 2008, 267) een wijziging aangebracht waarmee de verplichting van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven om beroepspraktijkvormingsovereenkomsten van deelnemers in de beroepsbegeleidende leerweg mede te ondertekenen, wordt afgeschaft. Dit vanwege de administratieve lasten voor de mbo-instellingen, die destijds werden geraamd op structureel 1,2 mln. euro.

Zoals in de toelichting bij het desbetreffende artikel is aangegeven, vervalt de bepaling over mede-ondertekening door het bestuur van de kenniscentra, omdat instellingen in principe zelf kunnen – en moeten – controleren of een bedrijf erkend is. Aan het andere doel dat gediend was met deze bepaling, de informatievoorziening voor de kenniscentra, wordt, zo stelde deze toelichting, straks tegemoet gekomen door de informatie-uitwisseling via het onderwijsnummer. Deze afschaffing van de vierde handtekening zal, aldus deze toelichting, pas in werking kunnen treden als blijkt dat de informatie-uitwisseling goed functioneert.

Inmiddels blijkt dat deze informatie-uitwisseling aanmerkelijk is verbeterd. Dat maakt het verantwoord om nu te kiezen voor afschaffing van deze vierde handtekening en de administratieve lasten die ermee voor de instellingen gepaard gaan.

In de Wet tot Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake overgang van de wettelijke taken van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven naar de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven is al rekening gehouden met de afschaffing van de vierde handtekening.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker