Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van
20 mei 2015, WJZ/759660 (10584), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op artikel IV, van de Wet van 1 april 2015 tot wijziging van de Wet op het voortgezet
onderwijs in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs
in het systeem van passend onderwijs (Integratie Iwoo en pro in passend onderwijs)
(Stb. 2015, 149);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Wassenaar, 22 mei 2015
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker
Uitgegeven de elfde juni 2015
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur
NOTA VAN TOELICHTING
Dit besluit regelt de inwerkingtreding van de Wet van 1 april 2015 tot wijziging van
de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de integratie van het leerwegondersteunend
onderwijs en praktijkonderwijs in het systeem van passend onderwijs (Integratie Iwoo
en pro in passend onderwijs) (Stb. 2015, 149), die op 23 april 2015 in het Staatsblad is gepubliceerd. De artikelen van deze wet
treden op verschillende tijdstippen in werking om de implementatie en overgang naar
het stelsel van passend onderwijs voor lwoo en pro soepel te laten verlopen. Ook geeft
het de samenwerkingsverbanden meer tijd om zich voor te bereiden op hun nieuwe taak.
In het eerste lid worden de artikelen of onderdelen daarvan genoemd die op 1 augustus
2015 in werking treden. Op dat moment krijgen samenwerkingsverbanden de formele taak
om hun ondersteuningsplannen aan te passen aan de nieuwe situatie. Dit zal het eerste
ondersteuningsplan zijn waarin de nieuwe taak van het samenwerkingsverband met betrekking
tot het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) is geregeld.
Aangezien het streven is om de samenwerkingsverbanden per 1 januari 2016 verantwoordelijk
te maken voor lwoo en pro- toewijzing en bekostiging, is het de bedoeling dat hun
ondersteuningsplannen ook op dat moment zijn aangepast. Daarvoor treedt artikel I,
onderdeel C, subonderdelen 2 en 3 in werking, waarin de aanvulling van het ondersteuningsplan
voor wat betreft de integratie van lwoo en pro in passend onderwijs is geregeld. De
samenwerkingsverbanden hebben vanaf 1 augustus 2015 de opdracht om hun ondersteuningsplan
aan te vullen.
Het tweede lid regelt de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel O, artikel 118v,
tweede tot en met het zesde lid op 1 september 2015. In dit artikel of onderdelen
daarvan wordt het proces geregeld waarmee de samenwerkingsverbanden komen tot een
definitief ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan moet op 1 januari 2016 gereed
zijn, waardoor dit artikel eerder in werking moet treden. In het derde lid treden
de rest van de artikelen van de wet in werking, namelijk op 1 januari 2016.
In beginsel wordt voor onderwijswetgeving twee vaste inwerkingtredingsdata gehanteerd,
namelijk 1 augustus en 1 januari, en geldt een minimale invoeringstermijn van twee
maanden. In het tweede lid wijk ik enigszins af van deze vaste verandermomenten. Dit
is nodig om een goedlopend tijdpad te creëren waardoor samenwerkingsverbanden hun
ondersteuningsplan kunnen aanpassen aan de integratie van lwoo en pro in passend onderwijs.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker