Besluit van 21 mei 2015, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van onderdelen van de wet van 28 februari 2015 tot wijziging van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet in verband met de implementatie van richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (Stb. 2015, 102)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 19 mei 2015, nr. WJZ / 15038579;

Gelet op artikel V van de wet van 28 februari 2015 tot wijziging van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet in verband met de implementatie van richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (Stb. 2015, 102);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De artikelen I, onderdeel C, II, onderdelen B en F, III, onderdelen A en C en IV, onderdeel B van de wet van 28 februari 2015 tot wijziging van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet in verband met de implementatie van richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (Stb. 2015, 102), treden in werking op 1 juli 2015.

Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad wordt geplaatst.

Wassenaar, 21 mei 2015

Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Uitgegeven de negenentwintigste mei 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Naar boven