Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2014, 273Wet

Wet van 14 juni 2014 tot wijziging van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 in verband met het vervallen van de grondslag naar het inkomen in Indonesisch courant

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de grondslag voor de uitkering ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 niet langer naar het inkomen in Indonesisch courant vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Indien het in het tweede lid bedoelde beroep of bedrijf buiten Nederland werd uitgeoefend, wordt bij de vaststelling van de grondslag waarnaar de uitkering wordt berekend, rekening gehouden met het meest vergelijkbare beroep of bedrijf in Nederland, alsmede met (vak)opleiding, bekwaamheid en andere factoren, welke terzake van belang kunnen zijn.

2. In het vijfde lid vervalt: , dan wel het bedrag, genoemd in het achtste lid, onder a.

3. In het zevende lid vervalt: , behoudens in het derde lid, onder b,.

4. Het achtste lid vervalt onder vernummering van het negende lid tot achtste lid.

B

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder b, vervalt: , onderscheidenlijk achtste lid, onder b.

2. In het tweede lid, onder a en b, vervalt telkens: , tenzij artikel 8, derde lid, onder b, van toepassing is.

C

In artikel 14, eerste lid, onder c, vervalt: , onderscheidenlijk achtste lid, onder b.

D

Artikel 16, derde lid, vervalt.

E

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De in het eerste lid bedoelde toeslag wordt niet verleend aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op enig pensioen en ten aanzien van wie artikel 19, achtste lid, wordt toegepast.

2. In het derde lid vervalt: , onder b,.

F

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde en vierde lid vervallen onder vernummering van het vijfde tot en met negende lid tot derde tot en met zevende lid.

2. In het derde en vierde lid (nieuw) wordt «, bedoeld in het eerste en derde lid,» telkens vervangen door: , bedoeld in het eerste lid,.

3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «, bedoeld in het zesde lid,» vervangen door: , bedoeld in het vierde lid,.

4. In het zevende lid (nieuw) wordt «ingevolge het achtste lid» vervangen door: ingevolge het zesde lid.

ARTIKEL II

  • 1. In afwijking van artikel 61, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 is de Sociale verzekeringsbank bevoegd beschikkingen ambtshalve te wijzigen wegens het vervallen van de grondslag, bedoeld in artikel 8, derde lid, onder b, van die wet zoals dat artikel luidde voor inwerkingtreding van deze wet.

  • 2. In afwijking van artikel 61, derde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 zijn de artikelen 30 tot en met 32b van die wet niet van overeenkomstige toepassing op de ambtshalve wijziging als bedoeld in het eerste lid.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 20 december 2012.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 14 juni 2014

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Uitgegeven de zestiende juli 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 856