Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatsblad 2014, 266Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 2 juli 2014 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 247) en het besluit van 2 juli 2014 tot wijziging van enkele besluiten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 265)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 30 juni 2014, nr. WJZ / 14105801;

Gelet op artikel XXVI van de wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 247) en artikel VII van het besluit van 2 juli 2014 tot wijziging van enkele besluiten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 265);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1. De wet van 25 juni 2014 wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 247) treedt in werking met ingang van 1 augustus 2014 met uitzondering van artikel I, onderdelen D en E, artikel 6a, en artikel XV, onderdeel H.

  • 2. Artikel I, onderdeel D, van de wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 247) treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

  • 3. Artikel I, onderdeel E, artikel 6a, van de wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 247) treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

  • 4. Artikel XV, onderdeel H, van de wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 247) treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 2

Het besluit van 2 juli 2014 tot wijziging van enkele besluiten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 265) treedt in werking met ingang van 1 augustus 2014.

Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 2 juli 2014

Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Uitgegeven de vijftiende juli 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

1. Algemeen

Dit besluit regelt allereerst de inwerkingtreding van de wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 247) (Stroomlijningswet ACM). Artikel XXVI van de Stroomlijningswet ACM bepaalt dat het tijdstip van inwerkingtreding voor de verschillende artikelen en onderdelen van die wet verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit regelt dat de Stroomlijningswet ACM in werking treedt met ingang van 1 augustus 2014 met uitzondering van een drietal bepalingen. Zo zal het in artikel I, onderdeel E, opgenomen artikel 6a, dat de grondslag biedt voor de gestroomlijnde kostendoorberekeningssystematiek aan het begin van het volgende kalenderjaar in werking treden, derhalve met ingang van 1 januari 2015, om de overgang naar de nieuwe systematiek soepel te laten verlopen (zie Kamerstukken II 2012/13, 33 622, nr. 3, p. 46). In verband daarmee zal artikel I, onderdeel D, met ingang van 1 januari 2016 in werking treden (verplichting tot het opnemen in het jaarverslag van de ACM van een overzicht van de op grond van artikel 6a doorberekende kosten). Ten slotte zal artikel XV, onderdeel H, dat de wetsevaluatiebepaling in de Warmtewet (artikel 44 van de Warmtewet) laat vervallen, in werking treden nadat de Warmtewet eenmaal is geëvalueerd (zie Kamerstukken II 2012/13, 33 622, nr. 3, p. 65). Omdat beoogd wordt de evaluatie te laten plaatsvinden in 2016, regelt dit besluit dat het betreffende onderdeel met ingang van 1 januari 2017 in werking treedt.

Dit besluit regelt bovendien de inwerkingtreding van het besluit van 2 juli 2014 tot wijziging van enkele besluiten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht (Stb. 2014, 265). Dit besluit zal op 1 augustus 2014 in werking treden, op hetzelfde tijdstip als het merendeel van de bepalingen van de Stroomlijningswet ACM.

2. Vaste verandermomenten

Inwerkingtreding met ingang van 1 augustus 2014 betekent dat bekendmaking en inwerkingtreding van de (meeste bepalingen van de) Stroomlijningswet ACM en het hiervoor genoemde besluit afwijken van het beleid inzake de Vaste verandermomenten. Alle voorbereidingen om de stroomlijningsmaatregelen in te voeren zijn door de Autoriteit Consument en Markt getroffen. Gelet op de aan de stroomlijning verbonden voordelen met betrekking tot de slagvaardigheid, effectiviteit en efficiëntie van het markttoezicht door de ACM en de met de vereenvoudiging en stroomlijning van het markttoezicht gepaard gaande kostenbesparingen, en de derhalve aan uitstel verbonden nadelen, is er geen reden de invoering uit te stellen (zie aanwijzing 174, vierde lid, onderdeel a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving).

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp